De Nieuwe Reporter stelde een waaier aan mediamensen drie vragen: Wat is het hoogtepunt van het afgelopen mediajaar? Wat het dieptepunt? En welke ontwikkelingen voorzie je voor 2008. Deze dagen de antwoorden. Met gisteren de hoogtepunten. Vandaag de dieptepunten. En op 2 januari de voorspellingen.
Hans Laroes (hoofdredacteur NOS Nieuws): “GPD-gate. Een beetje sullige gate (in Nederland zijn echte kwesties, zoals het gijzelen van journalisten, altijd sullig), maar voor mij staat het voor iets diepers: het steeds verder oprukken van ‘the world of spin’, de haast maniakale neiging ieder woord, ieder beeld te willen beheersen. Overheidsvoorlichting (communicatie) begint voor mij zijn geloofwaardigheid te verliezen. Het is veel meer oorlog, meen ik, dan we ons soms realiseren.”
Bart Brouwers (hoofdredacteur Sp!ts): “Redacties van betaalde kranten zijn er ondanks alle uiteenlopende en zinvolle pogingen om het tij te keren, niet in geslaagd om het lezerspubliek te overtuigen van de meerwaarde van hun medium. En mede daardoor worden deze kranten steeds minder relevant voor adverteerders.”
Francisco van Jole: “Het journalistieke dieptepunt vind ik de berichtgeving over de Amsterdamse wijk Slotervaart. Er werd nauwelijks uitgezocht wat er nu werkelijk aan de hand is. De berichtgeving was vooral bedoeld om de vooroordelen en angsten van de buitenwacht te bevestigen. De probleemjongeren waren geen maatschappelijk verschijnsel meer maar de vijand.”
Laurens Verhagen (hoofdredacteur NU.nl): “Het grootste dieptepunt voor de vaderlandse journalistiek was ongetwijfeld de soap rond PCM en investeerder Apax. Het is ongelofelijk dat het kon gebeuren dat Apax het uitgeversbedrijf voor ongeveer 200 miljoen euro heeft getild. Het is nóg ongelofelijker dat mensen binnen PCM hiervan geprofiteerd hebben via aantrekkelijke bonussen. Geen wonder dat de sfeer bij de kranten tot beneden het vriespunt daalde. Nu we het toch over PCM hebben, DAG vind ik tot nu toe ook geen hoogtepunt. Maar het schijnt dat ze het niveau wat willen opkrikken van MBO-plus naar HBO-plus. Lijkt me niet verkeerd.”
Erik van Heeswijk (bestuurslid NVJ, freelance journalist): “De dieptepunten zijn voor mij altijd de momenten waarin de commercie een greep doet in de redactionele kolommen en de redacties dat steeds meer lijken te accepteren omdat de ‘tijden veranderen’. In dat opzicht glijdt de Nederlandse journalistiek beetje bij beetje af. Voorbeeldje uit een rij van velen: de MSN omslag (a la Metro) en het MSN jaaroverzichtje in de normaal juist zo aardige gratis krant Spits van 12 december.”
Hans Scholten (secretaris/bestuurslid Logeion, beroepsvereniging voor Communicatie). “Voor mij was het journalistieke dieptepunt in 2007 de affaire rond wethouder Depla. Wat mij betreft een voorbeeld van hoe de journalistiek een publieke persoon willens en wetens schade toebrengt. Wel beschouwd gaat het helemaal nergens over, maar de manier waarop een moedwillige roddel van een rancuneuze tegenspeler uit de Nijmeegse politiek in de media een hype werd is toch wel heel bijzonder. Het laat mooi zien hoe we in een ratrace terecht zijn gekomen, waar de gevestigde media toch gaan berichten over een onderwerp waar men eigenlijk helemaal niet over wil schrijven. Iets soortgelijks gebeurde ook bij de nieuwsconsument: je gaat berichten lezen / bekijken, die je eigenlijk helemaal niet wilt lezen. Ook de GPD-affaire was een dieptepunt wat mij betreft. Zowel voor het communicatievak als de journalistiek: hier zijn grenzen overschreden.”
Wim Otten, secretaris van de Auto Pers Club. De organisatie voor autojournalisten vierde het afgelopen jaar het vijftigjarig bestaan. “Minder goed in 2007 is de toenemende overschrijverij via internetsites. Het zal overal spelen en ook in de wereld van het autonieuws. Je ziet steeds vaker dat web(log) redacteuren nieuwtjes razendsnel van internationale sites oppikken en overnemen, zonder nauwkeurig de bronnen na te gaan. Het gevolg: onbetrouwbare informatie en dat is niet best voor de reputatie van de journalistiek.”
Arnold Karskens (oorlogsverslaggever): “De embed-verslaggeving uit Uruzgan waar nagenoeg alle Nederlandse media aan meedoen. Dieptepunt was RTL Nieuws-uitzending van donderdag 6 december over de ‘alternatieve hoorzitting Uruzgan’. Daarin vertel ik over de beschieting (“In strijd met het oorlogsrecht” volgens ISAF-commandant Dan McNeill voor de regio Zuid-Afghanistan) op het dorp Qala-e-Ragh waarbij 70 burgers omkwamen. RTL Nieuws meldde de beschieting niet! Mocht niet van de censor.
RTL-verslaggever Jos Heymans die het item over de hoorzitting samenstelde, oreerde verontwaardigd: “We waren daar helemaal niet dus er kon ook niks verboden worden”.
Dat riep hij terwijl zijn collega RTL-verslaggever Jaap van Deurzen tijdens de ‘Slag om Chora’ wel degelijk in Uruzgan zat. Hij zag hoe het pantserhouwitser “zeker honderd keer” vanaf Kamp Holland verwoestende granaten uitspuugde. Het doel moest hij verzwijgen. Hij sprak en filmde een getuige. “Ik mocht een interview niet uitzenden van het leger, dat vind ik censuur.” RTL ging dubbel in de fout: Eerst boog de zender voor censuur. Vervolgens ontkende de zender dat ze überhaupt getuige was van deze oorlogsmisdaad. Het is kijkersbedrog van het allerlaagste niveau.”
Huub Evers (Lector Interculturaliteit en journalistieke kwaliteit / docent media-ethiek Fontys): “Dieptepunt was de rol die GeenStijl speelde in wat later de affaire-Depla zou worden, de fietsenhokwethouder in Nijmegen. Publiek of privé, waar of niet waar, gerucht of feit, dat is allemaal onbelangrijk als het maar leuk en sappig is. En over de band van De Telegraaf gaat ook de serieuze pers overstag.”
Jaap Stronks (weblogger, podcaster, freelance journalist): “Als dieptepunt is er maar één gebeurtenis die mij direct te binnen schiet, dus die neem ik maar gelijk; dat is de uitreiking van de Martin van Amerongen-prijs aan Wanda Perez. Nu gaat het mij niet zozeer om het schrijven zelf, hoewel dat zeker de nodige ergernis wist op te wekken door de gênante hoeveelheid onwaarheden en drogredenen in een gemakzuchte, ongeïnformeerde rant tegen de blogosfeer, met onzinnige stellingen als dat de gemiddelde blogger een dagelijkse stroom beledigingen zou uitbraken. Het sentiment dat daaruit spreekt, dat ‘oude media’ automatisch het monopolie op betrouwbare verslaggeving en constructieve opinievorming zou toekomen, is gelukkig minder wijdverbreid dan vroeger maar blijkt hardnekkig.”
Hans van Maanen (wetenschapsjournalist de Volkskrant): “Het diepste punt — binnen de serieuze journalistiek, uiteraard — was voor mij de reportage over wandaden van Nederland in Irak, van de Volkskrant. Niet eens om het incident zelf, maar omdat eruit blijkt hoe mis het kan gaan als een primeurjager zich aan de normale journalistieke controle van eind- en hoofdredactie onttrekt. Als journalistiek het stellen van zo scherp mogelijke vragen is, dan moeten die vragen ook aan ‘gevierde’ journalisten worden gesteld — liefst voordat het verhaal de krant in gaat.”
Frank van Vree (hoogleraar Journalistiek en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam): “Ik maak me wel zorgen over bepaalde trends. Zo is daar de voortgaande afkalving van de serieuze televisiejournalistiek. Debatten aan tafel nemen de plaats in van informatie en eigen onderzoek. En zo kan een ‘opwarmingscepticus’ onder het mom van ‘ hoor en wederhoor’ onzin uit komen kramen, zo mag een minister een bij voorbaat verloren discussie komen voeren met twee olijke BN-ers. Dit is geen pleidooi voor (alleen maar) diepgravende zware programma’s, maar voor kwaliteitsjournalistiek op de televisie, ook in korte items.
Die ontwikkeling is heel wat zorgwekkender dat de veronderstelde ‘ linkse overheersing van de publieke omroep’. Het is een schrikbarende vorm van stemmingmakerij die nu zelfs leidt tot een onderzoek. In het feit dat dit soort beschuldigingen zo weinig zijn weersproken weerspiegelt zich de malaise en het geschonden zelfbeeld van de journalistiek sinds de politieke crisis van 2001. Nog afgezien van de dominantie van omroepland door commerciele zenders en neutrale of betrekkelijk behoudende publieke omroepverenigingen, mist de beschuldiging een werkelijke grond. Ten eerste is empirisch aangetoond dat journalisten doorgaans niet minder schrijven over partijen waarvoor ze zelf geen voorkeur voelen (de permanente aandacht voor Wilders en de ruimte die hij krijgt zijn standpunten uit te dragen onderstrepen deze waarneming) en dikwijls ook niet positiever over ‘hun’ partijen. Ten tweede lijkt de journalistiek qua opvattingen een redelijke afspiegeling van alle Nederlanders met een vergelijkbare achtergrond (opleiding, inkomen enz) – als groep wijken ze dus niet veel af (waar je overigens wel weer andere conclusies uit kan trekken). Ten derde is een wat groter engagement (links, maar zeker ook rechts) een beetje eigen aan het vak: zonder betrokkenheid bij wat er in de wereld gebeurt, zou je het vak helemaal niet volhouden, zou het geen zin hebben. Als er al een onderzoek naar de publieke omroep zou moeten worden verricht, zou dat moeten gaan over de vraag hoe de p.o. haar taken op het gebied van cultuur en journalistiek beter zou kunnen uitvoeren (zie b.v. eerste deel antwoord, of over het heersende conformisme, door Schoo zo treffend aan de orde gesteld).”
Louki Boin is voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Modejournalisten, maar was in het verleden vooral bekend als hoofdredacteur van het maandblad Avenue: “Één groot dieptepunt is de tot het minimum gedaalde aandacht in de media voor kunst en cultuur, waartoe ik ook mode reken. Afgezien van de boekenbijlages en de -programma’s lees en zie je bijna niets over beeldende kunst, muziek, opera en theater. Modejournalistiek is vrijwel uit de kranten en van de tv verdwenen, terwijl toch heel veel mensen in kleding en alles wat ermee samenhangt zijn geïnteresseerd.
Een ander dieptepunt is de armzalige berichtgeving over de koningin, haar werk en het koningshuis, in kranten en vooral op de tv, met name in het NOS Journaal. Of je nu voor of tegen de monarchie bent, het koningshuis werkt in een publieke functie en het volk dient daarover geïnformeerd te worden. Een voetbaltrainer die van baan verandert krijgt meer aandacht in de media dan het werk van de vorstin of de kroonprins.”
Huub Kerkhoffs, lezersredacteur De Gelderlander: “Dieptepunt was de redactionele reorganisatie van De Gelderlander die vrijwel gelijktijdig aan de omzetting naar tabloid moest worden doorgevoerd. De door Wegener voorgestane ombuigingsoperatie had voor de Gelderlanderredactie een stevige personele inkrimping als gevolg. Dat ging niet zonder slag of stoot. Resultaat was wel dat noodgedwongen afscheid genomen moest worden van een reeks collega’s.”
Frank Paumen, voorzitter van TourPRess, de vereniging van toeristisch journalisten: “Journalistieke dieptepunten zijn vooral in mijn beleving de vaak niet geheel of slechts gedeeltelijke berichtgevingen over de milieueffecten in de wereld. De wereld is in de afgelopen eeuwen aan steeds veranderingen onderhevig, waarbij wij de mens, mede debet aan zijn en soms wordt te veel de nadruk gelegd op onze calvinistische instelling en wordt het positieve in een hoekje gedrukt. Wanneer die andere kant belicht zou worden, zou dit mogelijk ook voor andere een stimulans kunnen betekenen om door te gaan op de ingeslagen weg. Er zijn namelijk een heleboel verbeteraars onder ons die daadwerkelijk iets bijdrage aan onze leefomgeving.”
Dirk van der Meulen (hoofdredacteur weekkrant Schuttevaer): “De trend dat voorlichters van belangrijke figuren steeds meer de macht grijpen. De eigenheid van mensen die je interviewt wordt vaak geweld aangedaan door die voorlichters. Ik weiger bijna altijd interviews te houden als een voorlichter te veel eisen stelt. Eisen als vantevoren je vragen moeten opsturen. Ik heb er de balen van! Een politicus z’n vak en ik m’n vak.”
Jeroen Mirck (redacteur Adformatie en initiator van Adfoblog): “Absoluut dieptepunt was GPD-gate, waarbij voorlichters bij het Ministerie van Sociale Zaken zichzelf toegang verschaften tot de artikelendatabase van de GPD. Daaruit spreekt een schrijnend disrespect voor onafhankelijke journalistiek als waakhond van de overheid. Tegelijk dienen media zelf hun publiek ook te respecteren. Talpa deed dat niet door voetbal aan te bieden als commercieel vehikel, niet als de volkssport die het is. Terecht is Talpa daarvoor afgestraft en als zender opgeheven.”
Theo Dersjant (De Nieuwe Reporter): In navolging van Frank van Vree (hierboven) de maar steeds woekerende discussie over de vermeende linksigheid van de journalistiek. Zo kennen we er namelijk nog wel een paar. Het onderwijs is links. De gezondheidszorg is links (op de werkvloer) en rechts (in de bestuurlijke top). Bankemployees zijn rechts, evenals juristen. Bankdirecteuren zijn rechts. Trouwens: alle directeuren zijn rechts. Ambtenaren van de landelijke overheid zijn rechts. Die bij gemeenten links. Voetballers zijn rechts. Voetbaltrainers ook (alleen Foppe niet). Ontwikkelingswerkers zijn links. Middenstanders rechts. Uitkeringstrekkers links. Notarissen rechts. Kunstenaars links.
Wat schieten we er mee op? Moeten al deze beroepsgroepen aan een onderzoek worden onderworpen? Laten we vaststellen dat sommige beroepen (onderwijs, gezondheidszorg, journalistiek, ontwikkelingswerk) een grote(re) aantrekkingskracht hebben op maatschappelijk bevlogenen (die dus eerder wat linkser zijn). En laten we vooral kijken of er onwenselijke gevolgen zijn en ons daar op richten.
Maarten Reijnders (De Nieuwe Reporter): “Het journalistieke dieptepunt vond ik de overdreven reacties op ‘GPD-gate’. Wie de opgewonden commentaren hoorde en las, kreeg de indruk dat Nederland nu echt in een bananenrepubliek was veranderd. Natuurlijk, het is niet netjes wat de voorlichters bij Sociale Zaken hebben gedaan, maar als een paar voormalige journalisten die in het systeem van hun ex-werkgever neuzen, de grootste bedreiging voor de persvrijheid vormen, dan hebben we het bijzonder getroffen. Als je bij zo’n onbenullige affaire als deze al spreekt van Sovjet-praktijken, wat voor kwalificaties blijven er dan over voor echte Sovjet-praktijken?”
23 reacties