De Volkskrant wil ‘geen bange krant worden’, lees ik op Sinterklaasochtend in een hoofdredactioneel commentaar. Dus gaat de redactie door met het lichten van tegels, al werd de krant mikpunt van kritiek na de pseudo-onthulling dat Nederlandse officieren Irakezen gemarteld zouden hebben (17 november 2006). Diepgravend onderzoek, schrijft de hoofdredactie van de Volkskrant, vergt een ‘veeleisende vorm van journalistiek die vanwege de kosten en de risico’s door steeds minder media wordt beoefend.’
Moedig voorwaarts!
Hoewel?
Ik vind dat borstklopperige commentaar, dat begint als mea culpa vanwege de martelcanard, vooral een gotspe.
Verslaggever Jan Hoedeman had een mooi verhaal in handen: misdragingen door Nederlandse militairen in Irak. Maar hij werd, op zichzelf begrijpelijk, slachtoffer van tunnelvisie en te grote gretigheid om zijn onthulling te publiceren.
Een medium dat zich met muckraking bezighoudt, hoort verslaggevers zonodig tegen zichzelf te beschermen. De Volkskrant heeft daar het lef niet voor gehad. Hoofdredacteur Pieter Broertjes vond de term ‘marteling’ in het verhaal van Hoedeman ‘te heftig’. Maar hij liet de kwalificatie staan omdat hij anders door zijn redactie ‘voor gek verklaard’ was. Dat schrijven Germ Kemper en Jansen van Galen in een rapport dat zij in opdracht van de Volkskrant maakten.
Tsja. Voor gek verklaard. Dat wil je natuurlijk niet hebben als hoofdredacteur, ook al ben je overtuigd van je gelijk.
Basisregels voor onderzoeksjournalistiek
Uit het rapport van journalist Jansen van Galen en advocaat Kemper blijkt dat de krant met het verhaal over martelingen in Irak zondigde tegen de basisregels voor onderzoeksjournalistiek. Regels die iedere beginnende onderzoeksjournalist ingeprent zou moeten krijgen. En regels die ieder medium dat zich aan de kunst van het onthullen wil wagen, ingelijst aan de muren van de redactieruimte zou moeten hangen: wees bedacht op eigen fouten; geef voldoende tijd voor wederhoor; hoed je voor tijdsdruk; laat in de verslaggeving feiten niet overschaduwen door kwalificaties en opinies. En vooral: ga nooit af op één anonieme bron. (Kemper en Jansen van Galen gaan in hun onderzoeksrapport welwillend voorbij aan het feit dat die bron, mede door toedoen van de Volkskrant zelf, niet lang anoniem is gebleven.)
De hoofdredactie van De Volkskrant heeft inmiddels – jawel! – een werkgroep ingesteld. Die werkgroep moet een protocol opstellen waarin wordt vastgelegd hoe de krant om moet gaan met primeurs.
Betrouwbaarheid onderzoeksjournalistiek beschadigd
Het is natuurlijk mooi dat de put gedempt wordt. Maar de schade die is aangericht blijft groot. Die schade is niet alleen toegebracht aan het imago van de Volkskrant als kwaliteitskrant. Onderzoeksjournalisten vormen de special forces van de Nederlandse journalistiek, een keurkorps waaraan hoge eisen gesteld moeten worden. En niet alleen aan hen, maar ook aan de begeleiding en steun die zij krijgen van de media waarvoor zij werken. Het falen van redactionele controlemechanismen bij de Volkskrant heeft ook afbreuk gedaan aan het werk van serieuze onderzoeksjournalisten bij andere media, omdat door die ene blunderprimeur de betrouwbaarheid van de serieuze journalistiek beschadigd is. Een werkgroep en een protocol vormen in dat licht een pover zoenoffer.
4 reacties