Journalist wordt heus niet zo gauw gegijzeld

Soms zijn journalisten dom en emotioneel. Afgelopen week stelde het Europese Hof de journalist Koen Voskuil in het gelijk in zijn bezwaar tegen de 18 dagen durende gijzeling in september 2000. Daarmee erkende het Hof dat een journalist het recht heeft zijn bronnen te beschermen ook al vindt een officiële instantie het bekendmaken van die bronnen noodzakelijk vanuit een ander belang. Dat is niets nieuws, want het Goodwin-arrest van het zelfde Hof bepaalde al in 1996 dat in beginsel een journalist zijn bron niet hoeft te onthullen, ‘tenzij er sprake is van een overwegend algemeen belang, noodzakelijk in een democratische samenleving, om dat wel te doen’.

Dat was een prachtige bevestiging van het belang van een vrije journalistiek en daarmee konden journalisten met een gerust hart overgaan tot hun hoofdtaken: betrouwbare nieuwsinformatie leveren en onafhankelijk de macht controleren.

Maar wat doet nu de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ)? Pleiten voor een wettelijke regeling van de bronbescherming. Dat is een domme stap te ver, want nu gaat de politiek tevoren vaststellen wat de grenzen van het journalistiek handelen zijn. Daar gaat men niet uitkomen zonder vast te stellen wie zich eigenlijk journalist mag noemen, want we hebben hier te maken met een open beroepsgroep waartoe iedere burger in principe en zonder voorafgaand verlof kan toetreden.

Secretaresse
Minister Hirsch Ballin heeft al laten weten dat wat hem betreft de samensteller van ‘een clubblaadje’ daar zeker niet toe mag behoren. De NVJ daarentegen vindt dat zelfs ‘een secretaresse van een medium of een weblog-auteur’ tot de werkingsfeer van zo’n wet op de journalistieke bronbescherming moet behoren.

Het duwen en trekken is dus al begonnen en dat kan er alleen maar toe leiden dat een moeizaam geformuleerd en zeer discutabel compromis wordt gevonden waarin het beroep van de journalist wettelijk wordt dichtgemetseld. Tel uit je winst voor de persvrijheid: de politiek bepaalt voortaan wie zich ‘een echte’ journalist mag noemen en waar de grens gaat liggen van de bronbescherming met het oog op ‘het algemeen belang’.

Het is ongelofelijk, maar sommige mensen denken echt dat vrijheid alleen maar vrijheid is als die wettelijk tot in detail geregeld is. Terwijl ik zou zeggen: vrijheid kan alleen door een kader worden begrensd dat niet vaag genoeg kan zijn, want anders is het geen vrijheid maar beknelling. En dat kader is nu beter dan ooit tevoren: naast het aloude artikel 7 van onze Grondwet is er sinds Goodwin artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens om je op journalistiek verschoningsrecht te beroepen. De rechter bepaalt eventueel dan wel – achteraf, zoals het hoort – of het algemeen belang hoger moet worden aangeslagen dan het belang van journalistieke openbaring.

Maar een journalist mag toch niet in het gevang, zo zegt de NVJ in een emotionele bui na een gijzeling; dat is zielig. Nu wens ik niemand gevangenschap toe, maar voor journalisten valt dit toch wel mee. Voor mijn boek Journalistiek in Nederland 1850-2000 vond ik zegge en schrijven zeven gevallen van gijzeling van journalisten in Nederland (inclusief Voskuil) in 150 jaar. Dat was misschien zielig, maar het zijn ook stuk voor stuk publieke helden geworden, hoewel sommigen dat gezien de aard van hun onthullingen niet echt verdienen. Het zijn ook de uitzonderingen die de regel bevestigen dat als er echt belangrijke publicaties zijn te doen er geen rechter te vinden is die een journalist zal dwingen zijn bronnen te openbaren.

Hellend vlak
Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat de NVJ nu met politici gaat steggelen over de vraag of de secretaresse van de hoofdredactie van een krant tot de journalistiek moet worden gerekend, waarna voor die toezegging door Hirsch Ballin als concessie zal worden gegeven dat de redacteur van het blad van voetbalvereniging Actief geen journalistiek werk doet. Het is een hellend vlak naar een politieke bepaling van goede en slechte journalistiek en dat gaat een grotere bedreiging voor de persvrijheid opleveren dan nu aan winst wordt geboekt bij een betere bronbescherming.

De NVJ heeft helaas weinig geluisterd naar de opstellers van een rapport dat de journalistenvakbond heeft laten maken na de affaire-Voskuil. In dat nu weggemoffelde rapport van eind 2001 staat duidelijk dat een wettelijke regeling niet noodzakelijk is om de vrijheid van meningsuiting te waarborgen. Wel staat er dat de belangrijkste voorwaarde voor voldoende bronbescherming is: een zorgvuldige omgang van journalisten met hun bronnen vanuit een vrijwillig aanvaarde beroepsethiek. Als journalisten in de praktijk gewoon doen wat ze zelf zeggen dat goede journalistiek is, dan is er geen vuiltje aan de lucht.

Maar ja, dat betekent dat ze consequent hoor en wederhoor moeten toepassen, primair moeten streven naar juistheid van informatie, moeten strijden met open vizier, zorgvuldig en fatsoenlijk moeten omgaan met belangen van derden en nooit moeten afgaan op 1 anonieme bron. En daar zit hem toch wel een probleem tegenwoordig. Zeker op de door de NVJ nu zo bezongen weblogs worden die regels met voeten getreden en dan is het logisch dat mensen gaan schreeuwen om beteugeling van de journalistiek.

Het wettelijk omlijnen van het journalistiek beroep is een uiting van die publieke onvrede, die niet voor niets wordt gecultiveerd door politici die ik er van verdenk de persvrijheid aan banden te willen leggen. En daarom is het onbegrijpelijk dat de journalistenorganisaties daarin meegaan in plaats van het voortouw te nemen in het overeind houden van een journalistieke standaard die in meer dan 150 jaar zijn waarde heeft bewezen.

Bovenstaand artikel verscheen op 26 november 2007 op de pagina Opinie van NRC Handelsblad.

Eén reactie

  1. Huub Wijfjes: “Als journalisten in de praktijk gewoon doen wat ze zelf zeggen dat goede journalistiek is, dan is er geen vuiltje aan de lucht.”
    Zo eenvoudig kan het zijn. In theorie, ja. En juist daarom zou het kunnen helpen om een wettelijk recht op bronbescherming te koppelen aan het accepteren van een breed gedragen beroepscode. Dan hebben we voor onszelf een stok achter de deur en hoeven we ons ook geen onnodige zorgen te maken over een politieke bepaling van goede en slechte journalistiek.
    Anders gezegd: recht op bronbescherming is er voor eenieder die zichzelf als journalist serieus neemt. En voor de duidelijkheid: wie zichzelf serieus neemt, onderschrijft de code (een concept daarvan wordt morgen op deze plek gepubliceerd) en accepteert het gezag van de Raad voor de Journalistiek.
    Niks inperking van de vrijheid, zoals Wijfjes vreest. Integendeel: een benadrukking van de kracht van een zichzelf serieus nemende beroepsgroep.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>