Misvattingen over de Europese publieke sfeer

* Er is de laatste jaren veel discussie over (het niet bestaan van) de Europese publieke sfeer. Het tijdschrift European Journal of Communication wijdt er deze maand een themanummer aan.
* De artikelen gaan vooral over misvattingen binnen het onderzoek naar de Europese publieke sfeer, inclusief misvattingen over wat deze sfeer zou moeten inhouden.

Inwoners van de Europese Unie voelen zich vaak niet echt ‘Europees’ en het zogenoemde ‘euroscepticisme’ – wat leidde tot het Franse en Nederlandse ‘nee’ tegen de Europese grondwet – is berucht. Politici wijten dit scepticisme veelal aan het ontbreken van een Europese publieke sfeer, waardoor inwoners van de EU weinig onderlinge verbondenheid voelen. Over dit al dan niet bestaan van een Europese publieke sfeer en wat deze precies in zou moeten houden, is al veel geschreven. Er zijn zelfs conferenties over gehouden. Deze maand staat een heel nummer van het wetenschappelijke tijdschrift European Journal of Communication in het teken van dit begrip. Hier worden enkele van de interessantste artikelen kort besproken. Deze artikelen zijn niet vrij toegankelijk; de url’s verwijzen naar de abstracts.

In plaats van te kijken naar concrete voorbeelden van bijvoorbeeld grensoverschrijdende communicatie over Europa zou onderzoek naar een Europese publieke sfeer zich meer moeten richten op de sociale denkbeelden van EU-inwoners, bepleit mediawetenschapper Heikki Heikkilä. Een publieke sfeer is er tenslotte niet van de ene op de andere dag. Maar sociale denkbeelden, of anders gezegd in welk directe en bredere sociale kader iemand zichzelf plaatst, kunnen wel aangeven in hoeverre het aannemelijk is dat er een Europese publieke sfeer zal ontstaan.

Oostbloklanden
Dat argument sluit aan bij het betoog van Marju Lauristin. Hij gaat in op welk effect de recente uitbreiding van de Europese Unie zal hebben op de ontwikkeling van een Europese publieke sfeer. In de voormalige Oostbloklanden die nu deel uitmaken van de EU leeft het sociale denkbeeld van een Europese identiteit veel sterker dan in de overige EU-lidstaten. Het nieuwe, verenigde Europa wordt in de Oost-Europese staten veelal gezien als een nastrevenswaardige utopie. En dus is er veel aanhang voor het ontstaan van een Europese publieke sfeer. De oostelijke uitbreiding van de EU zou dus volgens Lauristin een nieuwe impuls kunnen geven aan de ontwikkeling hiervan.

Volgens Sabina Mihelj zijn de onderzoeken en discussies rondom een Europese publieke sfeer op een paar belangrijke punten te beperkt. Zo richten onderzoeken zich vaak te sterk op nationale media, die zich binnen landsgrenzen bevinden en kijken zij bovendien te weinig voorbij de grenzen van de EU. Met de toenemende globalisering zijn er steeds meer mensen die zich niet bijvoorbeeld of ‘Nederlander’ of ‘Europeaan’ voelen, maar ‘wereldburger’. Ook communicatie beperkt zich veelal niet tot nationaal of Europees niveau. Verder vindt Mihelj het verkeerd dat wanneer er wordt gekeken naar ‘europeanisering’, qua tijdsvlak meestal alleen naar de periode van na de koude oorlog wordt gekeken. Terwijl in het verleden, bijvoorbeeld ten tijde van de verlichting of zelfs in de Middeleeuwen, er wel degelijk in zekere mate sprake was van een gezamenlijke Europese publieke sfeer. Hierin was Latijn of Frans de voertaal en er vond veel internationale communicatie en samenwerking. Taal wordt volgens Mihelj echter soms ten onrechte gezien als bindende factor; meertalige landen zoals Zwitserland en België vormen toch duidelijke naties met een eigen publieke sfeer.

Rol van de tv
Het artikel van Jostein Gripsrud gaat ook over een belangrijke steek die andere mediawetenschappers laten vallen bij het onderzoek naar een Europese publieke sfeer; namelijk de rol van televisie. Veel onderzoeken naar de rol van media binnen de Europese publieke sfeer richten zich alleen op (kwaliteits)kranten. Deze bestaan vrijwel uitsluitend op nationaal of zelfs regionaal niveau. Maar er bestaat wel een Europees platform voor televisie: het European Broadcasting Union (EBU), opgericht in 1950. Hierbinnen werken vele Europese publieke omroepen samen, bijvoorbeeld op het gebeid van het gezamenlijk verwerven van uitzendrechten en verslaan van sportwedstrijden en grote evenementen. Het bekendste evenement dat de EBU verslaat is waarschijnlijk het Europese songfestival. Maar de organisatie zat ook achter de zender EuroNews, die binnen Europa meer huishoudens bereikt dan de concurrenten CNN, CNBC of BBC World en achter de internationaal populaire sportzender EuroSport. Het medium televisie moet volgens Gripsrud dan ook een belangrijkere rol krijgen in discussies rondom een Europese publieke sfeer.

Tenslotte betoogt Olivier Baisnée dat veel mediawetenschappers een verkeerde definitie van de Europese publieke sfeer aanhangen, die niet is ingegeven vanuit de wetenschappelijke theorie maar vanuit de denkbeelden van Europese politici. Is het bijvoorbeeld wel nodig dat elke inwoner van een EU-lidstaat zich echt ‘Europeaan’ voelt? Moet er een gezamenlijke Europese identiteit zijn? En moet iedereen deelnemen aan discussies over politieke zaken die op breed Europees niveau spelen? Het antwoord van Baisnée komt neer op een tegenvraag: Voelt elke Nederlander zich Nederlander? Bestaat er zoiets als één enkele Nederlandse identiteit? En doet binnen een land elke inwoner actief mee aan het publieke politieke debat? Nee. En dus moeten we zoiets ook niet op Europees niveau verwachten. Er bestaat volgens Baisnée wel degelijk een Europese publieke sfeer: maar hieraan neemt een beperkte groep mensen deel, te weten die mensen die het meest direct met de EU te maken hebben. Dat zijn bijvoorbeeld politici, wetenschappers, en boeren en vissers. Maar de gewone burger heeft te weinig met de EU te maken, en is er daarom niet in geïnteresseerd.

Eén reactie

  1. Pingback: Misvattingen over de Europese publieke sfeer |

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>