Waarom mag het publiek journalistenbelangen niet kennen?

“Niemand zegt te weten hoeveel de profs bijverdienen”, kopte Dagblad De Pers op de voorpagina van de editie van maandag 17 december. In het artikel wordt beschreven hoe Nederlandse hoogleraren nevenfuncties en bijverdiensten niet aan de openbaarheid hoeven prijs te geven. Er is alleen een plicht het bij ‘de baas’ te melden. Leuk wordt het als in het artikel de woorden ‘hoogleraar’ en ‘professor’ worden vervangen door de begrippen ‘journalist’ en ‘redacteur’. Want waarom zou de verontwaardiging over zoveel zwijgzaamheid over neveninkomsten, belangen in bedrijven of lidmaatschappen van organisaties zich alleen op anderen dan de journalist richten?

Geen enkele Nederlands medium kent een openbaar register waarin het publiek kan zien welke mogelijk conflicterende belangen een journalist heeft. Waar verdient hij bij? Voor wie verricht hij gratis werkzaamheden? Van welke politieke partij is hij lid? En van welke andere organisaties?

Ooit, een jaar of tien geleden, besloot hoofdredacteur Jan Schinkelshoek van de Haagsche Courant tot het instellen van een ‘register van bijverdiensten’. Wie echter bij de krant aanklopte om dat register te mogen inzien, kwam bedrogen uit. Het bleek slechts voor intern gebruik.

Inmiddels zijn er al heel wat rellen geweest over schnabbelende journalisten. Journaal-hoofdredacteur Hans Laroes besloot een jaar geleden het bijklussen volledig aan banden te leggen. En kreeg vervolgens de boosheid van vakvereniging NVJ over zich heen. Bijklussen is immers in de cao geregeld en daar moet de hoofdredacteur met z’n vingers afblijven, luidde het.

In de meeste journalistieke cao’s staat dat journalisten verplicht zijn bijverdiensten, schnabbels, te melden bij de hoofdredacteur. Die beziet of er mogelijk conflicterende belangen in het spel zijn. Als dat niet het geval is, wordt doorgaans toestemming gegeven voor het baantje.

Transparantie
Tussen aan de ene kant Laroes (niets mag in beginsel) en de andere kant de NVJ (het mag tenzij conflicterend belang) zit nog wel een andere mogelijkheid. Ieder journalistiek bedrijf zou toestemming kunnen verlenen als de werknemer er geen bezwaar heeft dat de schnabbel openbaar wordt. Want in het kader van transparantie heeft het publiek er wellicht ook recht op om te weten waar de belangen van een journalist liggen.

Waarom zouden journalisten er in dit geval andere regels op na moeten houden dan, pakweg, hoogleraren? Sterker: misschien heeft het publiek er (transparantie) ook wel recht op om te weten van welke (politieke) verenigingen een journalist lid is. Een journalist die daar geen prijs op stelt, moet misschien wel een andere baan gaan zoeken: It comes with the job.

In de ontwerpcode van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren meldt artikel 13:

De journalist zal, indien hij gebonden is aan enige politieke partij, belangenvereniging of bedrijf anders dan de uitgever van zijn eigen medium, daarvan in zijn berichtgeving telkens rekenschap geven indien dat voor de beoordeling van het bericht relevant is.

De vraag is of dat alleen bij berichtgeving moet gebeuren waarbij het besluit of het relevant is, aan de journalist is. Misschien is het wel aan het publiek om uit te maken of het relevant is.

Dempend effect
Niet uit te sluiten valt dat het openbaar maken van nevenwerkzaamheden, lidmaatschappen en belangen, een dempend effect zal hebben op de activiteiten naast de eigen baan. Niet iedere journalist vindt het prettig dat alle Nederlanders kennis kunnen nemen van zijn activiteiten. In dat geval is het waarschijnlijk ook beter die activiteiten in het geheel achterwege te laten. Wie niets te verbergen heeft, kan niet tegen een openbaar register zijn.

Het Financieele Dagblad kent een registratie van de participatie in aandelen. Het betreft hier een gesloten register. Verder hanteert de krant de cao en moeten journalisten werkzaamheden ter goedkeuring aan de hoofdredactie voorleggen. Adjunct-hoofdredacteur Job Woudt stelt dat het ‘het overwegen waard is’ om die nevenwerkzaamheden openbaar te maken. “Het lijkt me wenselijk, maar er zijn wel praktische problemen. Wat doe je bijvoorbeeld met iemand die een deeltijdbaan heeft? Moet die dan ook alles melden? Maar voor lezers zou het goed zijn dat zij inzicht hebben in wat een journalist doet.”

Ook bij een krant als de Volkskrant leggen journalisten hun betaalde werkzaamheden buiten de krant voor aan de hoofdredactie. Sinds 2004 is daar een regeling over. Ook hier is geen sprake van een openbaar register. Adjunct-hoofdredacteur Suzanne Weusten laat weten geen voorstander van een openbare registratie te zijn. “Maar de hoofdredactie zal er geen halszaak van maken als dat gevraagd wordt. Dan moet er wel aanleiding zijn. De regels zijn zodanig dat zelfs de schijn van belangenverstrengeling wordt vermeden, zo mag een redacteur geen congres of debat voorzitten van een politieke partij. En mag hij ook niet zitting nemen in een forum bij een bedrijf waarover hij schrijft. Hij kan misschien zelf de scheiding tussen professioneel handelen en privé-opvattingen wel scheiden, dat geldt niet voor zijn publiek. Transparantie is goed, maar dat betekent niet dat tot in details lijstjes en registers moeten worden opgesteld.”

Zou het wenselijk zijn als de ontwerpcode van het Genootschap op dat punt wordt aangescherpt? Nee! Overkoepelende codes nemen eigen bedrijfsafwegingen weg. Het is misschien juist wel mooi dat iedere redactie een eigen afweging maakt. Redacties die een groot belang hechten aan transparantie, zullen wellicht zo’n register instellen. Redacties die liever niet laten zien wat hun journalisten er allemaal naast doen, kunnen ervoor kiezen zonder een register te werken.

Is de privacy van de journalist in het geding bij een openbaar register van ‘derde belangen’? Niet meer of minder dan bij hoogleraren, rechters of politici, de beroepsgroepen die door journalisten zo graag de maat worden genomen. Ook hier geldt: it comes with the job. Wie er bezwaar tegen heeft dat het publiek kennis draagt van zijn of haar lidmaatschappen, moet om die reden de (serieuze) journalistiek misschien niet in willen gaan. Een redactie kan iedere nieuwkomer duidelijk maken dat de relatie met het publiek nou eenmaal vergt dat een journalist verantwoording aflegt voor zijn werk. Daar hoort openheid over belangen bij. Vindt een journalist het lidmaatschap van een milieuorganisatie geen probleem en niet conflicterend met zijn werk, dan moet hij er ook niet geheimzinnig over te doen. Hetzelfde geldt voor het lidmaatschap van een politieke partij.

Zeker heeft Job Woudt gelijk als hij voorlopig voorzichtig is vanwege de uitvoerbaarheid. De privacy kan namelijk wel degelijk in het geding zijn. Een journalist die lid is van Ypsilon, de vereniging van mensen met schizofrenie, wil dat waarschijnlijk niet aan de grote klok gehangen zien. Die zou toestemming moeten krijgen om dat lidmaatschap niet in zo’n het register te plaatsen.

Bureaucratisch
Ben Rogmans, hoofdredacteur van Dagblad de Pers, zegt na enig nadenken geen voorstander te zijn van het openbaren van gegevens. “Het wordt bureaucratisch, het tast de privacy aan en het is geen informatie die een burger nodig heeft om een afweging te kunnen maken. Ik ben er niet voor. De situatie bij de hoogleraren is totaal anders. We hebben het over bijzonder hoogleraren. We hebben nu een prima regeling. Een journalist die wil bijverdienen legt het aan de hoofdredactie voor. Bovendien: als je de salaristabel in de cao bekijkt, wordt er toch prima verdiend? Dan hoef je toch niet bij te verdienen?’

De auteur heeft een 0,7 aanstelling bij Fontys Hogeschool Journalistiek en verzorgt freelance de eindredactie van De Nieuwe Reporter. In het afgelopen jaar ontving hij een honorarium voor een commerciële spreekbeurt van communicatiebureau Stipp en verrichtte hij freelance werkzaamheden voor het Duitse onderzoeksbureau Media,lizer. Hij is geen lid van een politieke partij. Wel bezit hij een lidmaatschapskaart van de ANWB, Nederlandse Vereniging van Journalisten, Vereniging van Kranten- en Tijdschriftverzamelaars (VKTV), Wielertoerclub Culemborg, Hoogstamvereniging ‘De Bongerd’, Nivon en de VPRO.

5 reacties

  1. lia schreef op 18 december 2007 om 11:19

    Theo,

    de vraag stellen, is in dit geval het antwoord geven: journalisten worden niet geacht belangen te hebben. Dat dit nog steeds voorgeschoteld kan worden aan het publiek, én dat aangenomen wordt dat het publiek het gelooft, zegt iets over waarom kranten hun lezers verliezen, en de journalistiek niet langer coute que coute wordt geloofd.
    Groet,
    Lia, (Donald Duck- en ANWB-lid).

  2. Voor de mensen die het ‘snappen’ voegt zo’n openlijke kleurbekentenis weinig tot niets toe (die begrijpen vanzelf wel dat alle journalistiek onontkoombaar belangenjournalistiek is). En voor de mensen die het niet ‘snappen’ zal het een goedkoop excuus zijn om helemaal geen letter meer te lezen of serieus te nemen.
    Ergo: het zal weinig toevoegen. — Praktisch bezwaar: waar houd je op, hoe gedetailleerd met je je eigen doopceel lichten? Straks word je doopceel LANGER dan het artikel…;0))

  3. Lia schreef op 18 december 2007 om 22:10

    Hans, het is anders altijd goed om te blijven beseffen uit welke hoek iets komt. Iedereen heeft immers zo z’n eigen belang. Niets mee mis, maar wel goed om te weten.

  4. Allard schreef op 19 december 2007 om 00:32

    Theo,

    Je slaat de spijker op zijn kop. Journalisten roepen vaak in koor dat ze ‘onafhankelijk’ zijn. Journalisten zijn niet corrupt, bevoorordeeld etc. ANDEREN daarintegen zijn dit wel en zijn doel van menig ‘onderzoeksjournalist’.

    Het boeiende is dat journalisten elkaar zelden of nooit echt onderzoeken, laat staan hierover publiceren. Het gebrek aan transparantie en kritische benadering van de eigen beroepsgroep, maakt dat we in de huidige situatie zitten: een journalistiek bananenkoninkrijk.

  5. Lia schreef op 22 januari 2008 om 20:26

    Ik had eens een interview met een man die tijdens WOII in het verzet zat en vervolgens naar Indie ging om daar uiteindelijk mee te vechten tijdens de politionele acties. Zijn uitgangspunt was niet veranderd -hij streed in beide gevallen voor de vrijheid van volk, vaderland en koningin- maar zo hij om zijn daden in Nederland werd geroemd, zo werd hij om zijn daden in Indie verguisd. Ik bedacht me toen dat het niet de ideologieen zijn die veranderen maar de maatschappelijke kaders, en dat het amongst others de journalistiek is die de geschiedenis maakt: door te berichten over de geschiedenis van vandaag. Het is immers naief te veronderstellen dat journalistieke publicaties geen invloed zouden hebben noch reacties oproepen.

    Zou de uitspraak dat Journalistiek bij uitstek niet neutraal is, ooit al zijn gedaan, dan onderschrijf ik deze: alleen al het bestaan van de criteria om nieuws te selecteren (“cababa” en nog een paar) is er het bewijs van.

    Onlangs berichtte Nadine Boke in een artikel op DNR over mechanismen die gebruikt worden om een verhaal twintig jaar in de krant te houden. Stan van Houcke reageerde erop dat het ook interessant is om te beseffen hoe lang media er in slagen iets uít de krant te houden.

    Een interessante kwestie: want wat zijn de (mogelijke) beweegredenen van de journalistiek om iets in de krant te houden, danwel wat zijn (mogelijke) beweegredenen van de journalistiek om iets uit de krant te houden?

    In beide gevallen lijkt nieuwsgierigheid de doorslaggevende factor: in het eerste geval nieuwsgierigheid van een journalist, maar ook nieuwsgierigheid van -vermoedelijk-steeds weer nieuwe journalisten, in het tweede geval gebrek aan nieuwsgierigheid van een journalist, als ook gebrek aan nieuwsgierigheid van -vermoedelijk-steeds weer nieuwe journalisten.

    Onder de titel van iedere krant, ieder tijdschrift en welk radio- en televisie-programma dan ook zou daarom wat mij betreft moeten staan: “Opnieuw een pluriforme lappendeken aan gebeurtenissen en verhalen. Maar vergeet niet dit: de wereld is veel groter dan deze bosatlas”.

    En wat we ook niet moeten vergeten is dit: Men zegt al heel lang dat de verzuiling voorbij is. Maar dat is hij niet. Hij presenteert zich alleen niet meer langs religieuze maar langs commerciele en gemarketeerde lijnen. Ook in de journalistiek.

    Met groet,
    Lia

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>