Wetgeving bronbescherming verstevigt een gezond persklimaat

Vorige week debatteerde de Tweede Kamer met minister Hirsch Ballin over een wettelijke regeling voor het verschoningsrecht voor journalisten. De NVJ onderschrijft het belang van een wet, maar pleit er daarbij wel voor dat de politiek zich verre houdt van regulering en strikte definiëring van de beroepsgroep. Dat is ook helemaal niet nodig, zo leert o.a. de recent ingevoerde Belgische regeling.

De discussie over een wettelijk verschoningrecht kwam in een stroomversnelling nadat het Europese Hof vorige week in zijn uitspraak inzake de gijzeling van de journalist Koen Voskuil, de Nederlandse overheid fors terecht wees. Het Amsterdamse Hof, dat Voskuil zeven jaar geleden 18 dagen in gijzeling hield omdat hij zijn bron niet prijsgaf, krijgt onderuit de zak van het Europese Hof, dat dit handelen kenschetst als een ernstige misstap, die de pers verhindert kritisch te schrijven over instanties die juist een scherpe controle verdienen. Klokkenluiders kunnen zo immers onmogelijk anoniem misstanden bij politie of justitie aan de pers doorgeven.

Waar maakt de NVJ zich druk om?, zo vragen diverse collega’s zich af. Het gevangenzetten van journalisten die hun bronnen niet prijs geven, is in Nederland toch uitzonderlijk? En journalisten houden sowieso hun mond, hoe lang ze ook vastzitten. Die redenering gaat voorbij aan de symbolische werking die uitgaat van dit zeer ingrijpende middel. Nederland is een van de weinige westerse landen die dit überhaupt hanteert.

Crime-fighters-klimaat
Juist na 2001, met de komst van zware anti-terrorisme-wetgeving en een strakker crime-fighters-klimaat, is de positie van de pers meer in het gedrang gekomen. Bronbescherming gaat verder dan de veelbesproken gijzelingen, vorig jaar van de Telegraaf-journalisten Mos en De Haas en eerder van Voskuil. Het gaat om al het schadelijk handelen van politie, justitie en AIVD jegens de pers, die de vertrouwelijke positie van de pers onder druk zet. Juist door die incidenten is Nederland in de internationale persvrijheidsrankings fors gezakt.

Uit een in mei door de NVJ gepubliceerd onderzoek en een online dossier blijkt het beeld de afgelopen jaren grimmiger geworden. Telefoongegevens en gesprekken van journalisten doken op in strafdossiers, journalisten werden in strafzaken als getuige opgeroepen en met gijzeling bedreigd, er waren invallen in redactielokalen en inbeslagnames van journalistiek bronnenmateriaal en ook de AIVD luisterde maandenlang journalisten af. Uitmondend in bijna 20 rechtszaken.

Houvast
Bronbescherming, via Europese uitspraken zoals het Goodwin-arrest en nu dus de Voskuil-uitspraak, is weliswaar door de jurisprudentie gegarandeerd, maar een wettelijke regeling weegt toch zwaarder. Eenvoudig omdat de overheid zich kennelijk onvoldoende bewust is van de bijzondere positie van de pers en er in toenemende mate onzorgvuldig mee omgaat.

Een wet heeft meer bekendheid bij publiek, media en overheidsinstanties en geeft houvast aan journalisten die onder druk worden gezet om bronnen prijs te geven. Een wet kan overijverige justitie-, politie- en veiligheidsdienstbeambten een halt toe roepen en een barrière opwerpen tegen vérgaande anti-terrorisme-wetgeving, die voorbij gaat aan het belang van een onafhankelijke pers.

En dit alles zonder in een onprettige discussie te geraken over wie zich nu journalist mag noemen. België is ons, naast andere Europese landen, voorgegaan en heeft een heldere wet, die geen enkele discussie geeft over dit onderwerp. Iedereen die een bijdrage levert aan een publicatie gericht op het publiek kan zich, voorzover dat de uitoefening van zijn werk betreft, op zijn of haar verschoningsrecht beroepen. Daarvoor is geen enkel onderscheid tussen ‘goede of slechte journalisten’ of classificatie noodzakelijk. Ook invallen op redacties en het afluisteren of volgen van journalisten roept deze wet een halt toe.

Kwaliteitsstempel
Journalistiek is en blijft een vrij beroep, daar zal geen wet op bronbescherming verandering in brengen. De NVJ is de laatste om dat te willen veranderen.

Het gaat in een wetsbepaling om het beschermen van bronnen, niet van journalisten! Daarom is het ook niet nodig om tot een kwaliteitsstempel voor journalistieke producties te komen als selectiecriterium, zoals Pleijter en, in een andere vorm, Brouwer bepleiten.

Journalistiek is net als het begrip tijd, iedereen weet wat het is, maar het laat zich niet definiëren. Dit citaat komt van minister Hirsch Ballin in het kamerdebat van vorige week en stemt mij hoopvol.

Anders dan sommige kamerleden lijkt de minister te beseffen dat een politieke definitie of inperking van het begrip journalistiek, of erger nog, een daarop volgende regulering van de beroepsgroep niet de bedoeling van een wet kan zijn.

Regulering van de beroepsgroep, in welke vorm dan ook, zou het doel van een bronbeschermingswet volledig voorbijschieten. Het gaat immers om een betere bescherming van de belangen van bronnen en daarmee van de vrije nieuwsgaring, een wettelijke inperking van de beroepsgroep kan hier nimmer aan bijdragen.

Het is uiteindelijk aan de rechter om te bepalen of iemand zich ten onrechte op zijn verschoningsrecht beroept. Tot op heden echter was dit in de diverse concrete gevallen nooit een punt van discussie.

Dit is een bewerkte versie van een artikel dat op 28 november in de Volkskrant verscheen.

Eén reactie

  1. Dat journalisten niet gevangen gezet mogen worden als ze hun bron niet prijsgeven, lijkt mij duidelijk back to normal. Maar wat als opgeschoten dertigertjes, in de leeftijd en hormoonspiegels van Volkert G en Mohammed B zeg maar, omhoogvallen en voor de VARA partij de actualiteitenrubrieken en zelfs het journaal betaald mogen komen vervuilen met hun eigen partijdige mening waar het de waarheid en niets dan de waarheid zou moeten betreffen? Dan mag deze ‘bron’ van mij LOEIHARD aangepakt worden. En daarmee heel de rest van politiek correct elitair Nederland en Europa.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>