Column no. 4 van Anneke van Ammelrooy
Ik weet niet waar sommige Nederlandse journalisten het vandaan halen maar er zijn vakbroeders die denken dat wij in Irak niet half kunnen opschrijven van wat zij in Nederland ter perse brengen over Irak.
Het tegendeel is waar en als wij elke dag dertien pagina’s met nieuws en andere rubrieken vullen over Irak, dan is wel duidelijk dat wij over bijna alles kunnen schrijven.
Het nieuwsjournaal duurt hier in Irak op elke televisiezender ‘s avonds een uur, en bij alle of de helft van de items is beeld van de situatie, afhankelijk vooral van de kapitaalkrachtigheid van de zender.
Dan zijn er naast de zeven Koerdische en tien Arabischtalige televisiezenders nog tientallen radio’s, te veel om te monitoren, plus vijf kleine en grote persbureaus en tientallen newsy websites.
Te weinig roddels
Wanneer het echter aankomt op wat de buitenlandse media met de Iraakse media doen, is het resultaat teleurstellend. Alles zou in het Engels vertaald moeten worden, om de wereld van dienst te zijn, omdat zo weinig mensen het Arabisch machtig zijn. Ook in Nederland is het met pogingen onder journalisten gezamenlijk deze taal en de lokale dialecten te leren nooit wat geworden. Buitenlandse correspondenten hier beschikken dus bijna altijd per definitie over te weinig feiten, te weinig context, te weinig achtergrond en te weinig roddels ook. Ze vragen ook zonder gewetensbezwaren aan barkeepers, hotelreceptionisten en ander ongekwalificeerd volk wat een net geïnterviewde Iraki nu precies zegt op de tape.
Veel correspondenten houden er voor een paar honderd dollar per maand in een Arabisch buitenland een vertaalslaaf op na, die voor hen de kranten doorspit en televisie kijkt. Dat is dus heel wat anders dan zoiets zelf doen. Gelukkig zijn er voor Irak digitale knipseldiensten in Engelse vertaling, wekelijkse nieuwsoverzichten in het Engels, en ander moois. Ook andere arrangementen komen voor: onze krant heeft een contract met een universiteit in Tokio, waar studenten dagelijks oefenen in het vertalen van ons Arabisch nieuws naar het Japans, dat vervolgens ook wordt aangeboden aan Japanse bedrijven.
Globalisering
Ik hoop dat uitgevers van dagbladen en andere media over de hele wereld, te beginnen bij Nederland, nog eens een bedrijf uitkiezen dat serieus werk maakt van het ontwikkelen van vertaalsoftware en dat zij vervolgens fors subsidiëren.
Het lijkt me nu echt iets voor multinational Reed Elsevier om dat te doen zodat de wereld voor een deel verlost wordt van de noodzaak altijd Engels te leren. Door de globalisering zijn zelfs arme wereldburgers veel vaker in den vreemde en wie heeft de tijd, de capaciteiten en de discipline om meerdere talen te leren? Het is met Engels in de wereld slechter gesteld dan veel mensen denken, zelfs in voormalige Britse koloniën zoals India.
Machinevertalen, zo leerde ik in Irak, is vooral een kwestie van twee gigantische databases aanleggen met daarin honderdduizenden complete zinnen en zinnetjes in beide talen, aangevuld met software die razendsnel de zin in de database zoekt die het meest in de buurt komt van de zin in de te vertalen tekst.
Natuurlijk moet er nog veel meer gebeuren maar dat hoop ik nog eens uit te vinden tijdens een werkvakantie in de States.
MTV-kijken
Er is namelijk een Libanees-Amerikaans bedrijf dat naar eigen zeggen al heel ver gevorderd is hiermee. Deze slimme jongens klopten aan bij het Pentagon in Baghdad om hun waar aan de man te brengen en de databases verder te ontwikkelen met de inhoud van het dagblad dat wij in mei 2003 hadden opgericht. Zo zou er tenminste iets blijvends en goeds voor de mensheid in Irak verricht worden.
Nodeloos te vermelden dat het Pentagon niet op het voorstel inging en zich ook op het slagveld bleef behelpen met corrupte vertalers die Engels van MTV-kijken hadden geleerd. Cruciale wetgeving en decreten van de Amerikaanse bezetters moesten weken op vertaling in het Arabisch wachten – als wij het bij de krant niet deden.
Google, een bedrijf dat, dacht ik, echt niet op een cent hoeft te kijken, maakt nog steeds ronduit belabberde vertalingen van het Arabisch naar het Engels, zo slecht dat Google’s beschrijving van het ontwikkelstadium als “bèta-versie” veel te veel eer is. Google’s vertaalmachine weet niet eens dat Arabieren het bijvoeglijk naamwoord achter het zelfstandig naamwoord plaatsen zodat het Arabische “het huis het mooie” “house beautiful” wordt.
Het zou al heel wat zijn als een vertaler een machinevertaling alleen nog even moet redigeren maar dat het grootste deel van het typen en termen zoeken al gedaan is. Of niet? De vertaalkosten bij uitgevers zouden de totale kosten van de productie van boeken nog dramatischer omlaag brengen dan al eerder het digitaal aangeleverde manuscript deed. Nieuwe markten zouden aangeboord worden. De software zou verder ontwikkeld kunnen worden om er televisie mee te kijken.
Wie gaat dat betalen?
3 reacties