Bloggers en journalisten hebben een hekel aan elkaar
Journalisten hebben een hekel aan bloggers. Bloggers hebben een hekel aan journalisten. En beide hebben een hekel aan ethische codes. Probeer dan maar eens een handvol normen en waarden te formuleren waarin journalisten en in elk geval een deel van de bloggers zich willen herkennen.
Toch moet het. Journalisten moeten zichzelf willen uitleggen, aan elkaar om de ethiek van het vak levend te houden, en aan hun publiek. Dat publiek, onder wie een groeiend aantal tamelijk goedgebekte bloggers, is steeds kritischer geworden. Het is argwanend, op zijn hoede, en niet helemaal ten onrechte.
Het debat over de Code voor de Journalistiek, zoals die in concept is opgesteld voor het Genootschap van Hoofdredacteuren, moet worden gevoerd om wille van de journalistiek. Dat vak zit in de verdrukking. Niet alleen door de scepsis onder nieuwe generaties mediaconsumenten, die internet meer zeggen te vertrouwen dan de krant, maar ook door eigen toedoen.
Denk aan affaires als die rond de martelingenprimeur van de Volkskrant (waarop een overigens uitstekend intern onderzoek volgde), maar ook aan de popularisering, het kluitjesvoetbal (allemaal op een en hetzelfde onderwerp duiken), de verlolling en de hypes (Mabel was er zoeen, al weet ik nog steeds niet wie die hype nu het meest oppookte, de pers, de politiek, of het meisje).
Wat oorzaak en gevolg is staat misschien niet helemaal vast, maar duidelijk is wel dat de journalistiek – het vak – het net zo moeilijk heeft als journalistieke media. Het vak verliest aanzien en bereik, de media verliezen bereik en omzet. Het gevolg is dat er in enkele jaren tijd vele honderden journalistieke banen verdwenen zijn in de Nederlandse media, en vele duizenden in andere westerse landen.
Waar de nieuwe omzet vandaan moet komen die kwaliteitsjournalistiek blijvend kan financieren, weet ik niet – veel meer dan vermoedens heb ik noch iemand anders. Maar het minste wat we kunnen doen, is proberen het aanzien van de journalistiek te verbeteren; allicht dat dat weer nieuw bereik oplevert.
Dit artikel verscheen eerder op Mediablog.










25 reacties:
3 januari, 2008
“Denk aan affaires als die rond de martelingenprimeur van de Volkskrant, waarop een overigens uitstekend intern onderzoek volgde”.
Over de kwaliteit van dat interne onderzoek wordt nogal verschilend gedacht, getuige een aantal artikelen hierover(kan ze helaas zo gauw niet vinden, dus toegegeven, niet zo sterke inhoudelijke reactie van mijn kant).
Veel sterker zou het overigens geweest zijn als de Volkskrant een volledig onafhankelijk, extern en controleerbaar onderzoek had laten uitvoeren.
Verder kan ik mij wel vinden in de meeste conclusies.
3 januari, 2008
Overigens wordt zwaar onderschat dat de gemiddelde nieuwsconsument gewoon zijn dagelijkse nieuws wil hebben en veel minder denkt in termen als kwaliteitsjournalistiek waarvoor zij (direct) wil betalen.
Er zijn thans vele alternatieven voorhanden die hier invulling aan geven (gratis dagbladen en natuurlijk het internet met zijn vele gratis bronnen, die andere vormen van financiering hebben gevonden).
Kwaliteitsjournalistiek bestond bij de gratie van gebrek aan alternatieven. Zijn natuurlijk aandeel zal verder afnemen en komen op een volume- en omzetniveau dat is gebaseerd op het aantal nieuwsintensieve consumenten dat wil betalen voor diepgang en duur onderzoekswerk. Of – en die mogelijkheid moet niet worden uitgesloten – er moet worden besloten tot een systeem waarbij de multimediale kwaliteitsjournalistiek wordt betaald door de overheid, zoals ook bij de publieke omroep het geval is. Dat zal een steeds politieke afweging worden, waarbij de omvang van de bijdrage, alsmede de pluriformiteit terugkerend ter discussie zullen staan.
Onafhankelijk daarvan zal veel meer moeten worden aangesloten bij het veranderd nieuwsconsumptiegedrag.
Wat dat betreft had de Raad voor Cultuur met zijn plan uit 2005 “De publieke omroep voorbij; toekomst publieke omroep na 2008″ een vooruitziende blik (bezoek website Raad voor Cultuur en ga naar beleidsadviezen, commissie media, jaar 2005)
3 januari, 2008
“Probeer dan maar eens een handvol normen en waarden te formuleren waarin journalisten en in elk geval een deel van de bloggers zich willen herkennen. Toch moet het. Journalisten moeten zichzelf willen uitleggen, aan elkaar om de ethiek van het vak levend te houden, en aan hun publiek.”
Ik MOET helemaal niks…
3 januari, 2008
Ik vind het helemaal niet zo’n interessante discussie, over bloggers en journalisten. Ik zie bloggers als columnisten, die een soortement van openbaar logboek (register waarin de met de log gedane waarnemingen worden opgetekend / 2. journaal van waarnemingen, werkzaamheden of belevenissen) bijhouden. Lijkt mij voor zowel schrijver als voor ontvanger niets mee mis toch?
3 januari, 2008
Bovendien ben ik journalist (vreemd genoeg ben je dat als je in Oude Media teksten onder je naam weet af te drukken) en blogger, en heb ik toch geen hekel aan mezelf (althans, niet omdat ik journalist en blogger ben).
Nu zou een gezaghebbende met verstand van zaken (bijvoorbeeld Huub Evers, ik noem maar een willekeurig voorbeeld) zeggen dat ik geen echte journalist ben. Echte journalisten schrijven voor de Volkskrant/NRC, of werken voor NOVA/Radio 1, de rest is onbetrouwbaar populistisch tuig. (En om niet al te veel op de man te spelen zal ik ook iemand anders als voorbeeld nemen. Francisco van Jole , om maar weer een geheel willekeurig iemand te noemen. Die zou zeggen dat eigenlijk alleen hij (Hij) het snapt als koning van de capsulaire werkelijkheid waarin wij allemaal leven en dat alles bovendien de schuld is van de Telegraaf.)
Toch kan ik er niet aan ontsnappen journalist te zijn. Het liefste was ik dat ook als blogger, maar dan tel ik niet mee in dit land. Als ik voor een krant of blad iemand interview, is het geldig, journalistiek werk, neomen ze dat dan. Als ik datzelfde interview op een weblog zet niet. Dan is het allemaal nonsens, want internet is het terrein van psychopaten en de allerlaagste onderbuik van Nederland. Niet serieus te nemen. Echte journalisten bloggen niet, wat denk je wel niet, tsssssk!
Maarja, dat komt omdat ik als blogger geen behoefte voel om mijzelf uit te leggen en de ethiek van het vak levend te houden. Als journalist ook niet, maar dan doen anderen het voor mij. Ik voel me niet geroepen vanwege mijn kostbare mening een zinloos oordeel van een Raad van Fossielen te laten welgevallen, hoofdredacteuren van papieren blaadjes kennelijk wel. Ze doen maar.
Maar stel: laten we iedereen die een mening, of verslag van een gebeuren, op dusdanige wijze kan formuleren dan lezers het ook snappen en zich er bij betrokken voelen, journalist noemen. Zonder ethische eisen of MOETEN.
Zou dat niet een schat aan kostbare informatie opleveren?
(Ok, iedereen die niet tenminste leesbaar genoeg kan schrijven heeft dan pech gehad. Hadden ze maar een andere opleiding moeten volgen dan de hbo-cursus schooltje voor journalistiek. Het CIOS ofzo. Of bedrijfskunde. Of mavo. Nee, geen PABO.)
3 januari, 2008
HB: “Maar het minste wat we kunnen doen, is proberen het aanzien van de journalistiek te verbeteren; allicht dat dat weer nieuw bereik oplevert”
Zoiets is voor andere branches al uitgevonden, en heet ISO 9001. Misschien als primeur voor Dagblad van het Noorden, de eerste ISO-gecertificeerde krant? Of het een lezer extra oplevert, dat denk ik niet.
Misschien kan HB as adjunct het intern eens opgooien. Wordt bovenstaand betoog concreet.
3 januari, 2008
@Henk Blanken
Mijn collega journalist, blogger, auteur en dierbare vriend Bert Brussen maakt een aantal plausibele punten hierboven. Lange tijd ben ook ik voorstander geweest voor een Code voor Journalistiek. Een Code die tevens zou moeten gelden voor bloggers en pseudo-journalisten op website’s zoals, bijvoorbeeld, GeenStijl.
Toch moeten wij ons realiseren dat zolang we in een democratisch land leven met vrije meningsuiting zo’n Code, met al haar ethische en moralistische regels, niet afgedrongen kan worden. Zeker niet van bloggers voor wie het motief om te bloggen uit niets anders bestaat dan bevolkingsgroepen tegen elkaar uit te spelen en te polariseren. Bovendien is het heel moeilijk om mensen met persoonlijkheid stoornissen, die met sadistisch genoegen toekijken hoe hun slachtoffers aan hun ”amusement” ten onder gaan, aan te spreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheden. En als met dat ”amusement” ook nog eens geld verdiend word is die taak, hun aanspreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheden, zo goed als zinloos.
Toch mogen we de strijd niet opgeven. Mijn ervaringen en de resultaten die ik geboekt heb in de afgelopen jaren, met name ten aanzien van het weblog GeenStijl en hun redacteuren, bewijzen dat als je consequent appelleert aan hun conscious dit type mens vorderingen kan maken op het gebied van moraal en ethiek.
3 januari, 2008
Heitinga…zucht! De moraalridder in actie, de grootinquisiteur van het fatsoen. Mag ik jou ook (blijven)aanspreken op je ongelooflijk ongepaste superioriteitsgevoelens?
En over polariseren gesproken. Door jouw gedrag en instelling wakker je die alleen maar aan!
4 januari, 2008
Hoera! Ik constateer dat ‘mijn werk’ is overgenomen. Dit opstipationele gedepri van Meneer Blanken wordt door de reaguurders kundig in de geëigende prullebakken gegooid. Dank, jongens en meisjes! Kan ik me voortaan weer ‘gewoon’ bezighouden met mooie stukken schrijven…;o)))
4 januari, 2008
“Probeer dan maar eens een handvol normen en waarden te formuleren waarin journalisten en in elk geval een deel van de bloggers zich willen herkennen.”
Niet proberen, ik wil me nergens in herkennen. Henk Blanken herkent me al, en die weet precies wie ik ben. Da’s meer dan voldoende herkenning.
4 januari, 2008
Journalisten hebben een hekel aan bloggers omdat ze jeuk veroorzaken. Door deze luizen in de pels van de oude media beseffen journalisten ineens dat ze niet meer het monopolie op de ‘waarheid’ bezitten. Dat steekt.
Blanken concludeert terecht dat het vak door eigen toedoen in de verdrukking raakt. Onder het mom van nieuws geselen veel journalisten het publiek met politiek correct paternalisme. De nieuwsconsumenten die de buik vol hebben van de bevoogding die ons land nog steeds teistert richten zich mede daardoor op het alternatief van de blogger.
p.s.: goed dat mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis als Wim Heitinga hier ook mogen reageren !
4 januari, 2008
De conceptcode is prima van opzet. Een 400 % verbetering ten opzichte van het weerzinwekkend infantiele A4-tje dat het Genootschap ooit op z’n site plakte.
Meer moeite heb ik met allerlei vooronderstellingen die erbij worden gesleept. Dat de code er is om de vakethiek levend te houden; dat iedereen zich erin moet herkennen; dat het vak in de verdrukking zit, en een code daarvoor een oplossing aanreikt.
Beroepscodes zijn er om globaal uitdrukking te geven aan de ethiek van een praktijk. In dit geval de journalistiek, en door de raakvlakken met het web voor een deel van blogosfeer. Beroepscodes zijn een handvat voor uitleg naar de buitenwacht en discussie binnen de beroepsgroep. Niks meer niks minder.
Door er veel problemen aan te knopen die er echt maar zijdelings mee te maken hebben, krijgt de code een lading die bij velen voor enorme jeukt zorgt. Geen aan te bevelen strategie als je streeft naar een open debat.
4 januari, 2008
[...] Bron, De nieuwe reporter. [...]
4 januari, 2008
Een open debat???
Oooooh, wilde Blanken een open debat…
Ik had toch heel sterk de indruk dat hij vooral alles volledig aan het dichttimmeren was.
5 januari, 2008
Henk Blanken en het open debat gaan niet samen. Die indruk is volkomen terecht.
5 januari, 2008
@Arno: Ik begrijp je punt. Maar mijn verzuchting was ingegeven door enkele reacties van “gewone” journalisten en van bloggers die om uiteenlopende redenen een journalistieke code niet nodig vonden. Terwijl de weerzin en argwaan over een weer, tussen journalisten en bloggers dus, juist bewijst hoe nuttig een debat over ethiek kan zijn. Want een code is, zoals jij terecht zegt, een handvat voor uitleg naar de buitenwacht en een discussie binnen de beroepsgroep.
Een andere opmerking van je begrijp ik niet. “Dat iedereen zich er in zou moeten herkennen.” Dat staat toch nergens? Het verbaast me dat de code telkens weer wordt gezien als een dwangbuis, terwijl hij net zo bindend is als de oude code van het Genootschap, of de code van Bordeaux. Niet dus. Ik vrees dat juist dit misverstand tot een allergische reactie leidt, zowel bij journalisten als bij bloggers.
Waar dat misverstand vandaan komt, snap ik weer wel. De code probeert “oude” en “nieuwe” journalisten aan te spreken, traditionele mediamensen zowel als nieuwemedia-bloggers, door de vraag “Wie is journalist?” te beantwoorden met een soort van wedervraag: “Vind je dat je journalist bent? En kun je je vinden in deze code? Dan ben je journalist.”
5 januari, 2008
@ Henk:
Ik meende in ieder geval in deze zin te lezen dat het erin herkennen belangrijk is:
“Probeer dan maar eens een handvol normen en waarden te formuleren waarin journalisten en in elk geval een deel van de bloggers zich willen herkennen.”
Doet er ook niet zoveel toe.
Het opvatten als dwangbuis is volgens mij een platte retorische truc. Je doet alsof je door de nieuwe code aan banden wordt gelegd om vervolgens de boel af te fikken.
Dan hoef je ook niet uit te leggen aan welke normen je eigen werk voldoet. En dat werk, of je je journalist of blogger noemt, staat stijf van de ethiek, alleen het vermogen daarover te kunnen praten is weinigen gegeven. Dat is het werkelijk trieste van het gesputter rond de nieuwe code.
Dat levert van die bekende nihilistische toneelstukjes: ik doe wat ik wil omdat ik het wil en ik vind dat het goed is, en iedereen moet het voor zichzelf uitmaken.
5 januari, 2008
En waarom precies zou je dat vermogen moeten hebben om er over te kunnen praten?
Juist journalistiek (en bloggen) lijkt mij bij uitstek geschikt “om te doen wat ik wil en vind dat het goed is”.
Maar gezien je nogal gepikeerde reactie (”het werkelijk trieste”) is wel duidelijk dat je dat toch echt van allerhoogste belang acht.
Misschien kun je ons ook overtuigen van die waarheid, dan weten wij ook weer waarom we mee zouden moeten doen aan “een debat” wat verder toch niet bindend is.
Kennelijk gaat het gewoon weer om bepaalde normen en waarden, die zoals gebruikelijk vast staan, bepaald door een kleine groep hoeders van normen en waarden die voor elk werk durven te beweren dat het “stijf staat van de ethiek”.
5 januari, 2008
Gepikeerd, welnnee zeg. Ik zie alleen dezelfde reflexen terugkeren.
Ik heb daar wel een verklaring voor. Vergeef me de linkspam: http://www.denieuwereporter.nl/?p=1014
6 januari, 2008
Kan iemand mij uitleggen wat het verschil is tussen de ethiek van de journalist en de populistische blogger die de journalist alleen maar aan zijn onafhankelijkheid wil houden?
6 januari, 2008
Als het waar is dat bloggende journalisten een hekel aan zichzelf hebben, heeft een ‘normen en waarden’-code weinig zin. ‘Voer voor psychologen’, zou Mulisch zeggen.
7 januari, 2008
@ Bert Brussen: Dichttimmeren? Jij verbant mij (van bbrussen.nl) (en endandit), terwijl ik mij moet kunnen verdedigen tegen jouw treitercampagnes. Dat zelfde geldt voor “Robert Engel” en “Dolby”. Jullie zijn geen journalisten en ook geen bloggers. Jullie zijn strafwaardig.
9 januari, 2008
Ik heb geen hekel aan journalisten, het zijn professionele broodschrijvers, de bloggers niet.
Bloggers nemen stukken gratis van journalisten over en gebruiken soms kwaliteit bijdragen voor een eigen blog, regel vind ik dat men de bron moet vermelden en dan is het ook weer reklame voor de krant/journalist etc.
Er is niets aan de hand, Internet neem zaken alleen over, heel logisch.
Een krant of journalist die de achtergronden van het nieuws brengt/belicht en wellicht een primeur via haar Internetkrant brengt, krijgt alle aandacht.
Het antwoord is kwaliteit en originaliteit, en alles verandert altijd.
Gejerimineer over de goede oude tijd is net als zeuren over het weer.
19 januari, 2008
Tja, hekel aan elkaar hebben en elkaar niet eens kennen…
30 januari, 2008
Heeft iemand behoefte aan een eigen (gratis!) krant op het internet? kijk dan op: http://www.gazetto.nl voor meer informatie!!