De arrogantie van de nieuwe media

Bij Planet ging begin dit jaar het licht uit. Zo werd althans het afstoten van de complete redactie door de provider omschreven. Geruisloos, noemde NRC Handelsblad het. Planet-columnist Arjan Dasselaar beklaagde zich in zijn laatste column dat er amper aandacht voor de ontmanteling was. Iemand merkte op dat de sectie internet van de NVJ oorverdovend stil was. Maar ook daar reageerde niemand op. Het 12,5 jarig jubileum van een huwelijk tussen internet en journalistiek liep uit op een bloedloze echtscheiding. Wie had er schuld?

Planet Internet was in juni 1995 van start gegaan met het idee een grote speler te worden in het medialandschap. Naast KPN namen Quote en De Telegraaf deel. Er waren ideeën voor talkshows op internet, magazines, tv-programma’s en het maken van de beste nieuwssite van Nederland. Er is helemaal niets van terecht gekomen. De beschuldigende vinger wijst naar KPN en de commerciële cultuur daar. Maar de snelle jongens van de commercie zijn als het om internetfalen gaat wel erg vaak de usual suspects. Het probleem ligt veeleer bij de internetjournalistiek zelf.

Dinosaurussen
Want niet alleen is Planet Internet nooit wat geworden, nergens op het Nederlandse deel van internet tref je een site aan die als het om eigen nieuws en journalistiek gaat er echt toe doet. De enige uitzondering die deze regel bevestigt is Elsevier. Dat is een huiveringwekkende constatering. Maar in het mediadebat klinkt voortdurend een andere opvatting door, namelijk dat nieuwe media per definitie superieur zijn aan de oude.

Zet een stel internetjournalisten en wat andere nieuwe media-adepten bij elkaar en ze gaan afgeven op de oude media, die bij voorkeur als recht op hun einde afkuierende dinosaurussen worden omschreven. Als het even kan wordt het vak zelf ook nog bij het grof vuil gezet, burgerjournalisten kunnen immers net zo goed de informatie verzamelen. Het besef dat je met een nieuw medium iets kunt leren van oude media lijkt amper te bestaan. Alle discussies gaan over de omgekeerde richting, wat oude media allemaal moeten leren van nieuwe media. Dat is ook een van de favoriete onderwerpen op deze site. Neem de recente bijdrage van Jaap Stronks die spottend aan journalisten van de zogenaamd oude stempel uitlegt hoe ze internet moeten gebruiken. Want internet is volgens hem een andere wereld waar gewone stervelingen niets van begrijpen.

Badinerende houding
Het is na twaalf jaar experimenteren zonder noemenswaardig resultaat misschien een idee om een dergelijke arrogante en badinerende houding te laten varen. Stronks noemt als voorbeeld de affaire rond Joran van der Sloot die een glas wijn in het gezicht van Peter R. de Vries smeet. Volgens Stronks toont zo’n voorval dat journalisten die internet gebruiken hun werk beter kunnen doen. Ik heb dat incident toevallig enigszins gevolgd en kan verzekeren dat het omgekeerde het geval is. De journalisten die ‘niets’ van internet begrijpen, deden hun werk aanzienlijk beter dan online wijsneuzen als Stronks.

Wat mij vooral opviel bij het volgen van dat incident is dat er online nauwelijks journalistiek bedreven wordt. Het incident werd weliswaar online als eerste gemeld, ondanks de aanwezigheid van tientallen potentiële burgerjournalisten gebeurde dat gewoon door een journalist op haar eigen weblog. Een aanwezige radioverslaggever deed de volgende ochtend verslag op Radio 1, Elsevier berichtte er over en vervolgens gebeurde er helemaal niks. De hele dag stond op nu.nl en bij de site van de Telegraaf, met redacties vol internetjournalisten, een verslag van de uitzending waarin het hele incident niet ter sprake kwam.

Pas ’s avonds kwam er weer schot in de zaak toen Nova – oude media – de beelden liet zien. De volgende dag viel op het weblog van Bert van der Veer te lezen dat deze regisseur van Pauw & Witteman niet van die beelden wist maar ook dat nieuws werd online niet opgepikt. Wel offline, een journalist van de Volkskrant ging op zondag achter het verhaal aan en bracht het maandagochtend in de krant. Dat verhaal werd vervolgens weer online eindeloos gekopieerd, zoals gebruikelijk. Want dat laatste is nog steeds de belangrijkste vaardigheid van internetjournalistiek: knip en plak. Er is geen internetjournalist die achter verhalen aangaat, contact opneemt, versies checkt, nieuwe bronnen zoekt. Ik tipte bij wijze van experiment zelf de internetredactie van CNN over de zaak maar heb er nooit enige reactie op gekregen. Wel werd ik benaderd door een ouderwetse Amerikaans correspondent van een persbureau. Hij wilde de screenshots hebben die ik van de uitzending heb gemaakt. Stronks moet daar ongetwijfeld om lachen omdat de beelden immers online staan maar het is dankzij deze verslaggever dat het incident de wereld over gaat.

Zelfgenoegzaam geklaag
Het zijn de oude media die het nieuws maken. Niet omdat ze het geld hebben maar omdat ze over de vaardigheden beschikken. Dat maakt ze zo succesvol dat ze zelfs met een technologische achterstand de strijd om het nieuws nog winnen. Internetjournalisten daarentegen wentelen zichzelf al snel in zelfgenoegzaam geklaag. Ze gedragen zich als overtuigde communisten die onder elkaar eensgezind bespreken hoe het kapitalisme zijn ondergang tegemoet gaat en dat de revolutie echt gaat komen. Totdat de Muur valt.

De nieuwe media kunnen meer van oude media leren dan andersom. Het wordt tijd dat zo’n besef de discussie gaat bepalen. Niet alleen omdat het zo is maar ook omdat het een houding is die de nieuwsgierigheid bevordert. Dat laatste is een eigenschap die de internetjournalistiek teveel mist. En dat heeft niets met geld te maken.


16 reacties:

[...] Francisco van Jole wast me de oren op de Nieuwe Reporter. Hij vindt me een online wijsneus die badinerend en arrogant ‘nieuwe media’ superieur zijn aan ‘oude media’, gezien mijn eigen bijdrage op de Nieuwe Reporter met een stappenplan voor journalisten die het internet willen gebruiken om nog beter hun werk te doen. Ik vind het een beetje flauw. Ik zeg nergens dat nieuwemediajournalisten niks van oude media zouden kunnen leren. Dat is namelijk zeker zo: er zijn inderdaad amper webloggers die extra bronnen zoeken of feiten checken. Maar dat betekent niet dat het omgekeerde niet gewoon óók het geval is: nieuwe media bieden nieuwe mogelijkheden om journalistiek te bedrijven. Zeker jongere lezers keren kranten de rug toe en zoeken hun heil op het internet. Sociale nieuwssites, weblogs en social networks groeien als kool. Wat is er mis met een advies aan traditionele journalisten om die wereld te leren kennen? Dat de internetjournalistiek zich nog lang niet heeft bewezen, onderschrijft de noodzaak daarvan alleen maar. Zoals ik in mijn ‘voorspelling’ voor 2008 zei: Het is dan ook onbegrijpelijk dat een medium als de Volkskrant wel met NU.nl wil concurreren en (leuk hoor, daar niet van) met video’s en weblogs aan de slag is, maar de goede achtergrondartikelen, columns en opiniestukken verzuimt een langer leven te gunnen dan op papier. Moet je vooral klagen dat het publieke debat op internet gekaapt wordt door de randdebielen van Geenstijl en consorten; stel daar dan eens wat fatsoenlijks tegenover! Ik beschuldig de kwaliteitskranten van Nederland ervan dat ze de belangrijkste opiniemakers van Nederland onttrekken aan het publieke debat door hun columns en opiniestukken tegen betaling op papier te drukken dat na een dag wordt weggegooid, terwijl die blijvend beschikbaar zouden moeten zijn. [...]

Lars
22 januari, 2008

Ik heb ook niet zo veel op met verhalen dat papier en krantenjournalistiek een aflopende zaak is. Zolang veel online berichtgeving (en sites die daar weer over discussiëren) leunt op ‘oude media’, valt daar nogal wat op af te dingen.

Uiteraard wordt tegenwoordig wel veel meer online gelezen en geadverteerd, wat merkbaar is in de oplagecijfers.

Toch is het volgens mij wel geldgerelateerd dat pure internetjournalistiek zo in de marge blijft. De (financiering van de) klassieke krantenstructuur creëert m.i. een omgeving waarin je als journalist meer ruimte krijgt per stuk.

Online werken is toch meestal produceren, produceren, produceren. Er wordt in mijn ervaring nauwelijks tijd gegeven om zaken rustig uit te diepen. “Want het moet eróp!”.

Bij Planet Internet is in het verleden héél incidenteel wel die ruimte gegeven, wat prompt wel interessante stukken opleverde. Maar dat was helaas niet de regel en de laatste jaren al helemaal niet.

Over de paradox van de online deadline (door het ontbreken van een zaktijd is er áltijd een deadline) wil ik nog wel eens een artikel wijden.

tbruning
22 januari, 2008

De NVJ is niet stil geweest over het feitelijk sluiten van de Planet-redactie. Lees bijvoorbeeld de laatste, jawel, papieren! versie van De Journalist van 2007, ook digitaal http://tinyurl.com/2g6vza
waarin ik het sluiten van de redactie als een van de dieptepunten van 2007 kenschets.
Ook hebben we in het najaar van 2007 meerdere keren met de redactie van Planet over actievormen gesproken, die we als NVJ van harte wilden ondersteunen. De redactie was echter -begrijpelijk na vele jaren van KPN-desinteresse-, niet meer tot actie te motiveren. En zonder redactie is het moeilijk actievoeren!

De beste wijze waarop de sombere conclusies over internetjournalistiek van Van Jole weersproken kunnen worden, is het leveren van goede voorbeelden, waaruit blijkt dat er op het net wel degelijk grensverleggende journalistieke bijdragen ontstaan.

De NVJ wil dat stimuleren, onder andere door het in het leven roepen van de journalistieke prijs De Tegel, die zowel voor de oude media als voor de nieuwe media een podium biedt. Sterke inzendingen vanuit de nieuwe media (het kan nog tot 4 feb. a.s. naar http://WWW.detegel.info ) zijn het beste bewijs dat er wel degelijk een nieuwe journalistieke school groeit op het net.
Knip en plakwerk komt niet voor een prijs in aanmerking!
Thomas Bruning, algemeen secretaris NVJ, bestuurslid De Tegel

Jaap Stronks
22 januari, 2008

Een aanvulling op mijn reactie die hieronder bij de trackbacks staat. Ten onrechte doet Francisco van Jole alsof ik internetjournalisten superieur acht. Juist omdat ik zijn mening deel dat er niet zoveel goeie internetjournalistiek is, stel ik alleen maar dat ‘normale’ journalisten wat vaardigheden op nieuwemediagebied zouden kunnen leren. Om bij het voorbeeld van Joran / Peter R. te blijven: terwijl veel oudemediajournalisten het verhaal niet meekregen, had men het er op Twitter uitgebreid over. Ik was aan de vroege kant met mijn Tweet op zaterdagochtend half negen, maar eigenlijk alsnog laat, omdat de avond ervoor men het er al over had. En ik had het dan weer gelezen op de weblog van journalist Maarten Reijnders.
Het is dus wél een goed voorbeeld: niet van bloggende burgers die journalistieke professionals de loef afsteken, maar waar het mij om ging: normale journalisten die op een slimme manier nieuwe media als weblogs en twitter gebruiken.
Op zich hoeft dat niets af te doen aan zijn betoog – hij neemt mij immers enkel als voorbeeld. Maar bij gebrek aan een valide aanleiding voor zijn stukkie vraag ik me af waar Van Jole zich nou zo druk om maakt.

erwin blom
22 januari, 2008

Wie er meer van wie kan leren vind ik een vrij oninteressante vraag. Het is geen wedstrijd. Wat je van elkaar kunt leren, lijkt me boeiender. En als afgestudeerde aan de School voor de Journalistiek met ervaring op gebied van zowel oude als nieuwe media, zeg ik tegen het overgrote deel van de journalisten: jullie doen jezelf tekort door de kracht van nieuwe media nauwelijks te gebruiken bij je ambacht! Daar moet je naar op zoek: hoe kan ik profiteren van de nieuwe mogelijkheden?

Marco Raaphorst
22 januari, 2008

Het medium doet er niet toe, de boodschap wel. En de makers die dat brengen.

Of schrijf ik een betere roman met een kroontjespen?

Melle Gloerich
22 januari, 2008

Francisco: Geweldig, je hebt een voorbeeld gevonden van een issue dat door de ‘oude’ media sneller de wereld in werd geholpen. Maakt dat je verhaal waar? Geen idee, waarom moet het hier gaan om oude versus nieuwe media?

Met decennia van ervaring over nieuwsgaring en berichtgeving mag je toch eigenlijk verwachten dat de ‘oude’ media altijd ruimschoots winnen in snelheid en accuratesse? Zoals Erwin zegt, de combinatie van oud en nieuw is juist de uitdaging, de expertise van ‘echte’ journalisten gecombineerd met de expertise van internet-experts moet voor het beste van beide werelden kunnen zorgen.

@Marco Raaphorst, natuurlijk doet het medium er wel toe, of had je in een boek willen lezen over het wijn-gooi-incident? McLuhan genuanceerd: The medium is part of the message.

andre
22 januari, 2008

Ik ben het eens met een van de andere reacties: een betoog op één voorbeeld? Van Jole doet een GeenStijltje. Niet de manier om de Volkskrant – nee, dé journalistiek – te verdedigen. Wat een gemasturbeer!

‘Ik tipte bij wijze van experiment zelf de internetredactie van CNN over de zaak maar heb er nooit enige reactie op gekregen.’ Maar goed ook, hadden we dat jaren moeten horen.

Voor het overige ben ik benieuwd naar de cijfers van Planet.nl van dit jaar. Ik denk dat de trouwe bezoekers niet een gemerkt hebben dat Dasselaar cs vertrokken zijn… :)

Piet de Boer
23 januari, 2008

Ik zou liever niet reageren maar met de flauwekul in dit artikel kan ik mij slecht inhouden. Ik wordt er zelfs bijna boos over.

Knap hoor, dat je dat zo kan vangen als zo iemand een glas wijn gooit. En wat moet dat een fantastisch gevoel zijn om he-le-maal zelf de CNN van dit soort nieuwswaardige feiten op de hoogte te brengen.

Zo doe je helemaal mee in in de viproom tussen de jet-set behind the curtains in the newsroom! Heeft niets met geld te maken, of met de zwaarbezette redacties, welnee joh, journalistiek dat is TOPsport!

Alleen vergeet van Jole erbij te vertellen dat de oude media steeds afhankelijker wordt van haar netwerk van free-lancers, die zelf OOK nieuwe media maken!

De beste verslaggeving over de Joran zaak vind je bijvoorbeeld op Misdaadjournalist.NL, misschien niet toevallig ook een weblog.

Ja maar, zul je zeggen, da’s een journalist. Die heeft de opleiding gevolgd en die weet hoe de oude media werkt.

So what?

De beste man, en met hem vele, vele journalistieke collega’s keren het eigen (papieren) medium tenminste in eigen tijd de rug toe of opereren freelance en openen een eigen medium voor het eigen lezerspubliek. DAT is de realiteit. Praat DAAR nou eens over. Dat zijn de mensen die op eigen initiatief nieuwe media omarmen en er iets mee doen.

Ik lees veel weblogs, van journalisten, politici, opinieleiders etc. En ik kom tot de conslusie:

Oude media maakt het nieuws helemaal niet, die geeft er enkel een eigen politieke draai aan.

Het grote publiek trekt vervolgens het zorgvuldig door de oude media geredigeerde artikel op de eigen blog aan stukken totdat uiteindelijk iedereen zijn eigen mening heeft kunnen vormen, niet zelden tot een heel andere conclusie komend dan dezelfde oude media, wiens redactionele medewerkers aan handen en voeten gebonden zijn en dus niet vrijuit mogen spreken uit angst voor baan etc., laat staan publiekelijk op lezersreacties kunnen danwel mogen reageren. Resultaat: Dialoog=0.

Vervolgens wordt er in de nieuwe media vrijuit besproken wat in de oude media gecensureerd wordt. Wat ik daarvan kan leren lijkt me veel waardevoller dan een vaag verhaal over leren van de oude media.

Het grote publiek, inmiddels gewend aan het lezen van weblogs, herkent onmiddelijk of een stuk authentiek is of niet. En doordat ze tegenwoordig gelukkig beter geinformeerd zijn, pikken ze steeds vaker de onwaarheden er ZO uit. Dit heeft als gevolg gehad dat aan de geloofwaardigheid van de oude media enorm is afgedaan.

Nu zegt van Jole dat de nieuwe media van de oude kan leren, omdat het Planet Internet ‘ook niet gelukt is’.

Wat kun je van oude media leren dan? Leer je daar hoe je een RSS reader zo moet instellen zodat je 500 weblogs kan scannen en geen krantenabbonement meer behoeft? Leer je daar hoe je onafhankelijk moet schrijven? Krijg je daar soms de mogelijkheid om diepgravende onderzoeksjournalistiek onder de knie te krijgen?

Of moet je, als je tot deze steeds kleinere groep toetreedt, reeds de nodige vaardigeheden bezitten en vooral produceren, conformeren, en je muil houden? En begin je daarom soms als journalist maar uit arren moede een weblog om toch maar ‘je ei’ kwijt te kunnen wat je in je dagelijkse werk al lang niet meer lukt?

Kortom, als je iets over de oude media wilt leren kun je net zo goed geschiedenis gaan studeren.

“Het probleem ligt veeleer bij de internetjournalistiek zelf.”

Moet je eerst wel het probleem benoemen!

“zelfs met een technologische achterstand”

yeah right.

Frank
23 januari, 2008

Helemaal akkoord!

Sterker nog: een vlucht vooruit vanwege twitterende iphoners geeft een garantie dat ook in de toekomst de internetjournalistiek marginaal blijft. Het middel is geen doel op zich. De nieuwe media richt zich inderdaad beter op de oude media dan andersom.

Buiten Bieslog en Geenstijl is de nieuwe media m.i. quantité negligable. Wie heeft er ooit op planet.nl het nieuws gelezen? Websites waarop je ‘oude media’ kan raadplegen zijn bij de doorsnee gebruiker dan weer wel gekend (uitzendinggemist, krantensites).

JV
23 januari, 2008

Het gescheld van de nieuwe op de oude media vindt vaak plaats in stukjes op internet die wemelen van de links naar informatie bij de oude media. Zonder die informatie zijn de juweeltjes van de flitsende internetboys onbegrijpelijk. Een stukje zelfrelativering zou inderdaad weldadig zijn.

Piet de Boer
23 januari, 2008

“Want niet alleen is Planet Internet nooit wat geworden, nergens op het Nederlandse deel van internet tref je een site aan die als het om eigen nieuws en journalistiek gaat er echt toe doet.”

Wie heeft er nou een site nodig als je met RSS wel 500 sites van topjournalisten kunt volgen?

FF kijken wat van Jole te zeggen heeft? Kijk hier maar:

http://www.2525.com/log/index.html

Kijk nou toch eens, He-le-maal geen links of referenties naar oude media en een schoolvoorbeeld van uitmuntende internetjournalistiek!

“Buiten Bieslog en Geenstijl is de nieuwe media m.i. quantité negligable”

Ben ik ab-so-luut niet met je eens. Kijk eens naar Kleintje Muurkrant, naar de Website van een Stan de Jong, een Arnold Karskens etc. Je vindt er verdiepeing en duiding van het nieuws zoals je bij de oude media echt niet tegenkomt.

Frontaal Naakt, Hoeiboei, Sargasso en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan produceren wel degelijk regelmatig eigen content van hoge kwaliteit. De kwaliteit gaat omhoog naarmate mensen meer ervaring krijgen: They’re gaining on You.

En daarbij: Vlak ook de weblogs van de dames en heren journalisten, deskundigen etc. zelf niet uit. Ik heb er inmiddels een paar honderd onder de RSS reader staan.

Goede content is er wel, je moet het alleen wel weten te vinden.

“Het gescheld van de nieuwe op de oude media vindt vaak plaats in stukjes op internet die wemelen van de links naar informatie bij de oude media. Zonder die informatie zijn de juweeltjes van de flitsende internetboys onbegrijpelijk.”

uhm… die links naar stukjes oude media is inherent aan het feit dat het medialandschap vanwege de technologie aan het veranderen is?

Dat webloggers hier worden weggezet als incapabele content-dieven geeft alleen maar te denken: Hoeveel marktaandeel zal de nieuwe media verwerven wanneer de ‘competence-gap’ eenmaal gedicht is en de oude rotten in het journalistieke vak ermee ophouden?

Wat dat betreft kan de oude media er ook wat van, schelden op de nieuwe media.

Eerst wordt het afgedaan als irrelevant, dan doet men met tegenzin mee, en vervolgens klopt men zichzelf op de borst vanwege de superieure kwaliteit die men levert en die o-zo oneerlijk vervolgens ‘gestolen’ wordt doordat men er links naar maakt. Boe-hoe. Vervolgens sluit men de rijen en is men het o-zo-eens met elkaar.

Dan gaat men naar huis om zelf vervolgens blogs te lezen en te hyven. De statistieken spreken voor zich.

“Maar in het mediadebat klinkt voortdurend een andere opvatting door, namelijk dat nieuwe media per definitie superieur zijn aan de oude.”

Dat is op bepaalde punten natuurlijk ook zo: Realtime information, gratis, overal op de wereld beschikbaar, en een oneindige hoeveelheid reporters beschikbaar in alle soorten, maten, kleuren en talen.

Er komt een dag dat de oude media zou wensen dat de nieuwe media vaker melding van haar maakt en dankbaar zou moeten zijn voor de referenties die mensen maken naar haar content. Het bevestigt tenminste nog enigzins de relevantie van de oude media en daar zou zij zuinig op moeten zijn.

Immers, 1 ding is zeker en dat is dat het mediaconsumptiepatroon van de consument ingrijpend aan het veranderen is, en dat de oude media dit als dreiging voor de eigen verouderde businessmodels ervaart. En dat is terecht.

“If you don’t like change, you certainly won’t like irrelevance”

Bert Brussen
25 januari, 2008

“nergens op het Nederlandse deel van internet tref je een site aan die als het om eigen nieuws en journalistiek gaat er echt toe doet. De enige uitzondering die deze regel bevestigt is Elsevier. Dat is een huiveringwekkende constatering (???????)”

Nog afgezien van de vraag waarom dat nou zo’n huiveringwekkende constatering is, is het opzettelijk niet vermelden van een succesvolle site als GeenStijl.nl ronduit ziekelijk.

Nu zijn we dat wel gewend van bedlampje Van Jole, maar je vraagt je als lezer toch af waarom wij al deze bagger telkens over ons heen moeten krijgen. Het is natuurlijk leuk dat meneer Van Jole dolgelukkig is in zijn autistische wereld en keizer is van zijn leger gefantaseerde onderdanen maar waarom dergelijk psychotisch gebrabbel terug te vinden is op een kwaliteitsweblog als De Nieuwe Reporter ontgaat mij volledig.

De kille, laffe en bijna berekende arrogantie die in zijn stukken doorklinkt, de alwetende wijsheid van zijn tirades, waarin elke onderbouwing volledig ontbreekt, wordt elke column ziekelijker.

Het trauma dat deze man heeft opgelopen in zijn mislukte internet tijdperk is zo groot dat voor een verdere gezonde toekomst gevreesd moet worden. En dan is het aanlaten van een bedlampje alleen waarschijnlijk niet meer afdoende om de spoken in het hoofd te verjagen.

Cicirca
28 januari, 2008

@bert brussen
Geenstijl is een (erg leuke) verzameling fait-divers. Dat is toch echt wat anders dan ‘journalistiek’ of ‘nieuws’.

De persoonlijke aanval stoort me ook mateloos: jij bent degene zonder forum of verwezenlijkingen, niet FvJ. Jouw verdienste is elke kans aangrijpen om jezelf voor schut te zetten. In geenstijl-speak: het perifere alu-hoedje ben jezelf…

Okke Ornstein
1 februari, 2008

Wat is dat toch een ontstellend gezeur in Nederland over “internet journalistiek” versus “oude journalistiek”.

In Amerika zijn voorverkiezingen. Reuze spannend. En het medialandschap wordt beheerst door de televisie en het internet. Elke zichzelf respecterende publicatie heeft op zijn minst één journlist aan het bloggen gezet. Vanity Fair heeft James Wolcott. Time heeft Ana Marie Cox, die ook voor het blad de campagne volgt, met vodcasts en blogposts vanaf de campaign trail. Time heeft ook Mark Halperin – de ene scoop na de andere – en bij Politico is het Ben Smith, terwijl Al Giordano’s kersverse blog op Ruralvotes na slechts enkele weken al meer dan 100.000 bezoekers per dag trekt. En dan zijn er natuurlijk de DailyKos en een hele verzameling andere sites.

Wat ze bijna allemaal gemeen hebben is dat “oude” en “nieuwe” journalistiek niet als geheel verschillende werelden worden behandeld, maar in elkaars verlengde liggen. Journalisten, schrijvers en andere media-personen hebben de nieuwe media omarmd in plaats van er, zoals in Nederland, arrogant over te doen. Schrijver Norman Mailer blogde op de Huffington Post, en acteur Alec Baldwin is er een veelgelezen auteur. In Nederland is Elseviers inderdaad de enige die het begrijpt (Leon de Winter etc.), en verder is het totale creatieve armoe. Waarom is er geen Den Haag Vandaag blog bijvoorbeeld? Waarom hield geen enkele krant een blog bij over de rellen in Slotervaart, of de scholierenstakingen, met constant ge-update informatie en observaties, video en/of audio fragmenten om het informatie-hongerige publiek (de F5ers, zeggen ze bij GeenStijl) te informeren? Als ik hoofdredacteur was van een krant of weekblad of actualiteitenrubriek had ik het journaille al lang aan het bloggen gezet, speciale blogs gestart voor specifieke onderwerpen door specialisten, enzovoorts.

Nogmaals, de zogenaamde tegenstelling tussen oude en nieuwe media bestaat helemaal niet anders dan in de hoofden van diegenen die het aan creativiteit ontbreekt om met een nieuw medium te werken. Het publiek leest nog steeds de krant en kijkt naar het 8 uur journaal. Maar het wil nu ook voortdurend op de hoogte gehouden worden, wil weten wat er speelt, wie wat zegt, wat het debat of de discussie is. Het verversen van de ANP feed op de krantensites voorziet niet in die behoefte, net zomin als lezers de gelegenheid te geven een eigen blog te starten. Het is gerommel in de marge.

valentine
8 mei, 2008

Wat een verwarring onder de mensen van de poney express
Brand het internet af!

Mensen zijn niet gek. De intuitie wordt steed groter onder de bevolking.
Als kranten zo blijven liegen over cruciale informatie en eindeloze zever in de plaats geven dan weet ik wel dat hun lot beschoren is;

Kranten en Tv hebben een aura van waarheid en betrouwbaarheid om zich heen hangen dat steeds meer inzakt ook dankzij het internet.
De new york times pakt uit met een voorpagina op 20 april waarop 75 pundits gepubliceerd worden, ex generaals rechtstreeks betaald door het Pentagon en zgn experts in de media.Hun taak is voor oorlogspropaganda te zorgen en de nodige support onder de bevolking Wapens worden nog altijd alleen met belastinggelden betaald.
Ook u wordt bij de neus genomen als journalist. Het is een grote massa hypnose die aan het uitkomen is. Mensen stellen het zo lang mogelijk uit om de bittere waarheid onder ogen te zien. Ik begrijp dat.

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat de ondergang van een gebouw dat in een grote wolk stof op 12 seconden instort, nu als brand in de geschiedenisboeken staat?
Hoe is het mogelijk dat de meeste mensen niet eens weten dat er drie torens zijn ingestort op 11 sept 01;
Waar zijn die kranten en journaliten om dat uit te zoeken?


Laat een reactie achter »