De kracht van foto’s: Abu Ghraib

Een foto zou meer zeggen dan duizend woorden. Niet alle communicatiewetenschappers zijn het hier echter mee eens. Een groot aantal van hen vindt dat foto’s slechts een ondersteunende of aanvullende rol hebben bij nieuwsverhalen. Foto’s zijn namelijk vaak niet eenduidig. Het ‘verhaal’ dat een foto vertelt is afhankelijk van de verdere informatie die gegeven wordt over wat op de foto te zien is. Het bijschrift, het verhaal binnen het bijbehorende artikel of item, de gegeven context; kortom, de manier waarop het verhaal van de foto – zoals dat in wetenschappelijke termen heet – wordt geframed.

Maar er zijn ook communicatiewetenschappers die wel van mening zijn dat foto’s krachtiger kunnen zijn dan tekst en zelf het gegeven frame van een nieuwsbericht kunnen overstijgen. Kari Andén-Papadopoulos van de universiteit van Stockholm is een van hen. In het huidige nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Journalism staat een artikel van haar hand over wat misschien wel de bekendste foto’s van de afgelopen paar jaar zijn: die waarop te zien is hoe Amerikaanse soldaten Irakese gevangen vernederen en martelen in de Abu Ghraib gevangenis. Op 2 november jongleden sprak Andén-Papadopoulos hier ook over tijdens een debat over fotojournalistiek in het Amsterdamse de Balie. Het artikel is niet vrij toegankelijk; de url verwijst naar de abstract.

‘Rotte appels’-frame
Om haar punt over deze foto’s te maken begint Kari Andén-Papadopoulos met een analyse van de manier waarop de foto’s aanvankelijk in de Amerikaanse media werden geframed. Er waren twee journalistieke instellingen die het verhaal, ongeveer tegelijkertijd, als eerste brachten: de show 60 minutes II van tv-zender CBS en het magazine The New Yorker. In de televisie-uitzending werd sterk nadruk gelegd op wat Andén-Papadopoulos het ‘rotte appels’-frame noemt: de mishandelingen in Abu Graib waren individuele acties van de op de foto’s getoonde soldaten. Dat was ook de draai die de regering Bush uit alle macht aan het verhaal wilde geven. The New Yorker kwam echter met een ander verhaal. Onderzoeksjournalist Seymour Hersh onthulde enkele feiten waaruit zou blijken dat het gedrag van de soldaten werd gestimuleerd en goedgekeurd door de legertop. Wat de betrokken soldaten zelf ook beweerden. Andere Amerikaanse verhalen negeerden dit echter grotendeels. Het rotte appelverhaal werd het dominante nieuwsframe in de reguliere media.

Is dit ook hoe een meerderheid van het publiek de foto’s zag? Nee, volgens Andén-Papadopoulos. Er vond na het verschijnen van deze foto’s binnen de Verenigde Staten een kentering plaats in de publieke opinie over het oorlogsbeleid van de Bush-regering. Het volk begon hier negatiever tegenaan te kijken. Er is wel geroepen dat de foto’s deze kentering hebben veroorzaakt. Zo ver wil Andén-Papadopoulos niet gaan. Ze wijst erop dat er al voor het openbaar worden van de foto’s steeds meer stemmen opdoken die de oorlog in Irak veroordeelden. Maar de foto’s versterkten dit effect volgens haar wel. En dat dus terwijl het dominante nieuwsframe beweerde dat de foto’s slechts incidentele acties van individuen weergaven. Bewijs, volgens Andén-Papadopoullos, dat foto’s de gegeven context van een nieuwsframe kunnen ontstijgen en dus belangrijker zijn dan veel communicatiewetenschappers denken.

Iconen
graib1Andén-Papadopoulos bespreekt in haar artikel verder nog hoe foto’s kunnen uitgroeien tot symbolen of iconen. Op een van de foto’s was bijvoorbeeld een gevangene te zien die rechtop stond, armen wijd, gekleed in een soort donker kleed met een puntige kap over zijn hoofd, terwijl er draden aan zijn gespreide vingers waren bevestigd. Deze figuur is opgedoken in muurschilderingen in onder meer Irak en Iran, als aanklacht tegen de Amerikaanse kijk op ‘vrijheid’ en ‘democratie’. Ook in de Verenigde Staten zelf is deze figuur als symbool gebruikt. In het bekendste geval maakte een kunstenaarsgroepering in de lente van 2005 posters van het silhouet van de gevangene volgens het design van posters voor de iPod – met de tekst iRak. De posters werden in de straten en metro’s van Los Angeles en New York opgehangen, midden tussen de normale iPod-posters.

graib2Op een andere bekende foto staat soldaat Lynndie England voor een rij naakte mannelijke gevangenen met papieren zakken over hun hoofd. England lacht naar de camera terwijl zij de duim van haar ene hand opsteekt en met haar andere hand een pistoolgebaar maakt richting de genitaliën van een van de mannen. Ook deze foto is in een populair symbool geworden, zij het op een heel andere manier. Op de website ‘Doing a Lynndie’ zijn talloze foto’s te zien van jongeren die de houding en gebaren van Lynndie nadoen; maar dan bij een vriend of vriendin, familie, huisdieren, bekende personen, daklozen, etcetera. In de introductie van de website valt te lezen: ‘This image has captured the imagination of young men and women all around the world who don’t give much of a shit about anything. The result is a new craze called “doing a Lynndie”. If you aren’t doing a Lynndie now, you soon will be.’ Hoewel deze site en rage volgens Andén-Papadopoulos niet al te serieus genomen moeten worden, vraagt zij zich toch af wat dit zegt over hoe de participerende jongeren de Abu Ghraib foto’s zien. Is het een teken van verzet tegen de foto’s? Een teken van goedkeuring? Of laat de achtergrond van de foto’s de jongeren totaal koud?

3 reacties

  1. Pingback: Rood Petje

  2. Een verschijnsel waar journalisten een soort professionele blindheid voor schijnen te hebben, namelijk groepspolarisatie (het opschuiven van de eigen mening naar een extreem op de schaal, onder invloed van de eigen groep), doet zich volgens mij even hard voor wanneer foto’s worden geïntroduceerd. Het is dan niet de discussie die de mening polariseert, maar de foto, omdat die het saillante detail net zo scherp uitlicht. Dit is IMHO de gevaarlijkste vijand van de mens op dit moment, vooral ook omdat hij de meeste invloed kan uitoefenen en dus als beloning veel aandacht oplevert. Het opschuiven naar de rand van wat nog waar is, en daar geleidelijk en dan definitief overheen, kan niemand verweten worden, dus blijven de inkomsten voor de journalistieke bron binnenstromen. Nog gevaarlijker wordt het als relatief onbeschreven bladen de wereld worden ingestuurd met grote idealistische journalistieke ambities. Want of zij zich ervan bewust zijn of niet (denk van wel), de journalistiek dicteert de politiek, de politiek de bestuurders en de bestuurders ons, als sluitstuk der begroting. In langs die hele lijn is geen kip meer verantwoordelijk voor de gevolgen, die niettemin uiteindelijk geïncasseerd moeten worden, als tegenwicht voor de prinsjes en prinsesjes van de redactie.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>