De Nieuwe Reporter presenteert: de Nieuwemedia-Uitdaging 2008

Bent u een journalist die het internet nog uitsluitend voor websurfen en e-mailen gebruikt? Doe dan mee aan de Nieuwemedia-uitdaging 2008 van De Nieuwe Reporter. De eerste verslaggever van de oude stempel die onderstaande zeven stappen zet wint eeuwige roem en een klein prijsje. Lees hieronder het artikel en het stappenplan van Jaap Stronks; helemaal onderaan vindt u de kleine lettertjes.

Januari is halverwege. Nu de traditionele goede voornemens weer zijn vergeten en iedereen terug is van Gran Canaria is het tijd voor verbeterplannen van serieuzere signatuur. In 2008 transformeert u, een journalist van de oude stempel (waarbij ‘oud’ zeker niet slaat op leeftijd), tot een heuse web2.0-minded nieuwemediareporter. En verzekert u zich in één moeite door van een arbeidzaam bestaan in 2009 – ook niet verkeerd. De Nieuwe Reporter schenkt zelfs een waardebon van 100 euro, vrij te besteden bij Bol.com, aan de vlugge vogel die zich dit jaar als eerste van de deelnemers weet te bekwamen in de webjournalistiek. Dan weet u niet alleen waar Bert van der Veer het over heeft als hij uitlegt hoe het incident met Joran van der Sloot en Peter R. de Vries via Twitter, Flickr en de blogosfeer in de openbaarheid kwam, maar kunt u dergelijke middelen zelf ook toepassen. Een terzijde: dit initiatief is dankbaar gejat van Howard Owens die een vergelijkbaar tienpuntenplan presenteerde. Zie eventueel de reacties daarop van Poynter, nog eens Poynter, Steve Outing, Alfred Hermida en Mincy McAdams.

Wat die baan betreft: wellicht zijn er betere motieven voor deelname denkbaar dan louter lijfsbehoud. Wat dacht u van de mogelijkheid om veel beter uw werk te doen? Nieuwe internettoepassingen kunnen worden ingezet om kwalitatief hoogwaardigere journalistiek te bedrijven, meer en jongere lezers te bereiken, transparanter en betrouwbaarder te opereren en de kloof met het publiek te slechten. Door goede journalistiek beter toegankelijk te maken en als journalist de lezer op te zoeken krijgt het publieke debat op internet een hoognodige kwaliteitsimpuls. Ja, eigenlijk bent u het aan uw stand verplicht om deel te nemen.

Doemdenkers op leeftijd die vrezen de internetboot onherroepelijk te hebben gemist, kan ik geruststellen. Zo ingewikkeld is het allemaal niet, en de achterstand op jongere vakgenoten is in een tijdsbestek van luttele weken in te lopen. Met behulp van onderstaande tips, Google (zoekwoorden als ‘howto’, ‘tips’ en ‘tutorial’ doen het erg goed) en hulp van DNR-bezoekers moet het prima te doen zijn. Lastiger zal het zijn het om de onvermijdelijke cultuurshock te boven te komen; als een volleerd antropoloog dient u een leven op te bouwen, een digital native te worden in een wereld met regels, gewoonten, waarden en normen die de uwe niet zijn. Nog niet, tenminste. Succes!

1 Gebruik RSS
Een makkie om het spits mee af te bijten. Goede kans dat u RSS al gebruikt, wellicht dat het nog beter kan. Voor niet-ingewijden: RSS is een vehikel waarmee content wordt verspreid. Nieuwswebsites en weblogs gebruiken RSS om op een gestructureerde wijze nieuwe artikelen aan te bieden; lezers kunnen zich via de RSS-feed abonneren op een nieuwsbron, en merken bij het checken van hun RSS-lezer welke nieuwe artikelen er zijn gepubliceerd. De voordelen voor journalisten zijn legio: het is met RSS domweg veel efficiënter om het algemene nieuws en specifieke bronnen bij te houden. RSS is echter veel méér dan een notificatiesysteem om trouwe bezoekers van dienst te zijn. Artikelen worden verspreid, elders hergepubliceerd, gemixt en doorzocht. Via News.Google.nl kunt u bijvoorbeeld ‘het nieuws’ (een bundeling van RSS-feeds van vele nieuwsmedia) doorzoeken op een woord als ‘verrommeling‘. Bij Blogsearch.google.nl worden ook weblogs in de resultaten opgenomen. Bij beide zoekmachines kunt u zich op de automatisch gegenereerde RSS-feed abonneren, om al het nieuws over een onderwerp, ongeacht de bron, direct en automatisch voorgeschoteld te krijgen.
Uitdaging: neem een RSS-lezer. Abonneert u zich op minstens 20 RSS-feeds.
Hoe: neem een RSS-lezer. NetNewsWire of Vienna voor Mac of Feedreader voor Windows zijn goede desktopprogramma’s; een goed online-alternatief is Google Reader. Abonneert u zich op de RSS-feeds van enkele nieuwsmedia, weblogs en zoekopdrachten. Zie het overzicht van feeds van de Volkskrant en het oranje XML-knopje links op deze pagina voor de feed van de Nieuwe Reporter.
Tip: het is handig u ook te abonneren op de zoekopdracht naar uw eigen naam in Google News en Google Blogsearch. Altijd leuk om te weten wanneer u ergens wordt genoemd; nuttig bovendien als iemand commentaar heeft op een van uw stukken.
Extra links:
- Wat is RSS?
- RSS for journalists

2. Gebruik mobiel internet
Hoewel Japanners ongeveer al in 1993 pizza’s bestelden per GSM, beleefde mobiel internet pas in 2007 zijn grote doorbraak, geforceerd door de vernieuwende iPhone van Apple. 2008 wordt jaar van het alomtegenwoordige web. Dat heeft hoe dan ook grote consequenties voor mediaproductie en -consumptie alsook voor interpersoonlijke communicatie. Waar het schip heengaat of strandt weet niemand, maar ik adviseer aan boord te stappen.
Uitdaging: Ga een redelijk moderne GSM gebruiken om mobiel nieuws en blogs te lezen, te communiceren en de verschillende diensten te gebruiken die in latere tips aan bod komen, waaronder in elk geval Flickr (mobloggen) en Twitter.
Hoe? Hoewel ik persoonlijk het kleinood uit Cupertino warm kan aanbevelen aan zowel veeleisende gadgetfreaks als digibete grootouders, is de iPhone niet de gedroomde multimediale reportermobiel. Video en audio opnemen doet-ie namelijk niet. Nokia’s vlaggenschip N95 doet dat wel en méér; ook verkrijgbaar met professionele reporterkit.
Tip: Neem tevens een databundel zodat u voor een vaste lage prijs onbeperkt (en zonder schuldgevoel over oplopende rekeningen) kunt internetten. T-mobile lijkt met het Web ‘n Walk-product de beste papieren te hebben; zie Bellen.com voor alle mogelijkheden.

3. Begin een weblog
De smaak te pakken? Tijd voor het steviger werk: webloggen – dat zou elke journalist moeten doen. U bent een persoon die maatschappelijk relevante, nieuwswaardige verhalen (in tekst, audio, video of anderszins) produceert die een publiek verdienen; een blog is een persoonlijk publicatieplatform dat elke sterveling kan bereiken. Ik zou het moeten omdraaien: noem maar eens een reden waarom een journalist niet zou moeten bloggen. Dat behelst meer dan het zelf publiceren van artikelen: lees ook andermans weblogs.
Uitdaging: begin een weblog met reactiemogelijkheid. Link naar uw journalistieke producten elders (of plaats ze integraal met een begeleidend schrijven) maar plaats ook oorspronkelijke artikelen.
Hoe? Er zijn twee manieren om een weblog te beginnen. Veeleisende bloggers die op een eigen domeinnaam zonder enige restricties hun blog willen draaien, moeten webhosting huren en daar zelf een weblogsysteem (tip: WordPress) op plaatsen. Dat vereist technische kennis, al bieden aanbevelenswaardige webhosters als Bluehost en Media Temple de mogelijkheid om WordPress met 1 druk op de knop te installeren. Nóg eenvoudiger – en gratis – is bloggen bij een ‘gehoste’ weblogdienst bij web-log.nl, Blogger.com of (tip) WordPress.com, waar u binnen een minuut online bent.
Tip: sta lezers toe te reageren en vragen te stellen, ga met ze in gesprek. Publiceer interesssante achtergrondinformatie die het definitieve journalistieke product niet heeft gehaald, keer terug naar eerder behandelde onderwerpen. Zie de publicatie van een artikel als het (mogelijke) begin van een conversatie met lezers en andere bloggers, niet als de eindfase van een productieproces. Zorg verder voor contactinformatie en andere relevante persoonlijke gegevens.
Extra links:
- Every Newspaper Journalist Should Start A Blog
- Blogging tips for beginners
- Blogging starter checklist

4. Maak foto’s en video’s
Ja, ook schrijvende journalisten moeten met foto’s en video’s aan de slag. Overtrokken verhalen over cross- en multimedia en de alleskunnende journalist mag u met een korrel zout nemen – er bestaat ook zoiets als vakmanschap – maar het is evenwel noodzakelijk om foto’s en video te kunnen schieten, bewerken en online publiceren. Al is het maar om te begrijpen hoe nieuwe productiemethoden, distributiemodellen en consumptiepatronen de media en de journalistiek veranderen.
Uitdaging: schiet, bewerk en publiceer tenminste drie video’s en twintig foto’s. Zet deze ook op uw weblog.
Hoe: Eerst de apparatuur. Zoals in tip nummer twee beschreven, is de Nokia N95 de ideale journalistentelefoon. Met de 5-megapixelcamera die ook puike video’s schiet hebt u geen extra apparatuur meer nodig. De reguliere digitale pocketcamera bijvoorbeeld is door de snelle opmars van GSM-camera’s overbodig geworden; wie betere productiekwaliteit wil neemt een digitale spiegelreflexcamera (Canon’s instapmodel de EOS 400D bijvoorbeeld) en voor video een camcorder. (voor internet is elk model geschikt, mits voorzien van een microfooningang). Plaats de foto’s op Flickr.com en de video’s op YouTube (voor betere kwaliteit, kies Blip.tv)
Tip: plaats foto’s van uw gsm direct op Flickr door ze naar deze fotodienst te e-mailen vanaf uw telefoon. Dat kunnen eenmaal ingelogde gebruikers hier instellen. Een alternatieve methode is het gebruik van Flickr in combinatie met het programmaatje Shozu. Video’s bewerken doet u bijvoorbeeld met iMovie (Mac), Windows Movie Maker of de software die bij de videocamera werd meegeleverd.
Extra links:
- Flickr: How do I post photos to my blog?

5. Word lid van sociale netwerken
Hoewel er nog deskundigen zijn die een webdienst als Hyves met droge ogen een ‘hypje’ durven te noemen, kunnen we er veilig van uit gaan dat een drukbezocht sociaal netwerk met vijf miljoen Nederlandse gebruikers het nog wel even weet uit te zingen – of men moet massaal overstappen naar de Amerikaanse concurrent Facebook. Journalisten hebben veel aan een lidmaatschap: zij kunnen er verhalen, bronnen en expertise vinden, hun netwerk uitbreiden en een publiek vinden. Let op dat de nadruk niet op het laatste aspect komt te liggen: sociale netwerken zijn geen afzetplekken voor journalistieke eindproducten.
Uitdaging: Word lid van Hyves en/of Facebook. Maak vrienden (ik sta hier en hier), probeer de verschillende functies uit en plaats ook hier uw journalistieke producten.
Hoe: Welk netwerk te kiezen? Begin bij Hyves, dat is in Nederland alomtegenwoordig. LinkedIn heeft veel zakelijke leden maar wordt hoofdzakelijk gebruikt om het curriculum vitae te updaten en het contactenlijstje uit te breiden. Nieuwkomer en snelle stijger Facebook valt eerder aan te raden, al wordt daar wat te véél gecommuniceerd in de vorm van virtuele en uitnodigingen voor vampiergevechten en persoonlijkheidstestjes.
Tip: wees niet bang dat het u te veel tijd kost. Een Hyves-weblog kan automatisch worden gevuld met een RSS-feed van uw normale weblog; een in LinkedIn ingevuld CV automatisch kan worden gesynchroniseerd met concurrenten als Plaxo en Facebook.
Extra links:
- social networking for journalists
- Beat Reporting With a Social Network: Can it Work?
- Reporters need two Facebook pages

6. Ga twitteren
Twitter is een microblog-tool. Het houdt het midden tussen instant messaging (wie tegelijkertijd online is en elkaar toestemming heeft gegeven kan chatten in een klein venstertje) en webloggen. Via de website, een los programmaatje of per gsm is het mogelijk berichten van maximaal 140 tekens te publiceren die worden gelezen door ‘twitteraars’ die u ‘volgen’. Anders dan wel eens gedacht draait het niet om het publiceren van uw huidige lokatie of bezigheid; Twitter bestaat voornamelijk uit gesprekken. Ideeën, meningen en ontdekkingen worden realtime gedeeld door voortdurend op elkaar reagerende Twitter-gebruikers. Onder de actieve Nederlandse Twitterpopulatie bevinden zich veel (internet)journalisten, webloggers en marketingspecialisten – een alleszins relevant publiek, gezien de aard van uw goede voornemens. Er zijn altijd mensen die direct uw artikel willen lezen, commentaar of tips willen geven. Niet in de laatste plaats wordt Twitter gebruikt voor breaking news: nieuwtjes verspreiden zich razendsnel.
Uitdaging: ga twitteren, plaats minstens 75 tweets; ga daarbij ook gesprekken aan met andere twitteraars. Het is mogelijk dat Twitter niet helemaal uw ding is: het is zeer bruikbaar voor sommigen, nutteloos voor anderen, zonder veel ruimte daartussen. In elk geval even proberen.
Hoe: neem een account, plaats eerst een aantal berichten en ga dan mensen volgen (ik sta hier; zie de Twitter-top30 voor Nederlandse grootverbruikers.
Tip: aparte software als Snitter of Twitterific is zeer aan te raden
Extra links:
- Experimenting with Twitter: How Newsrooms Are Using It to Reach More Users
- A Quick Introduction to Twitter for Bloggers
- Breaking Twitter News, Citizen Journalism and NPR

7. Gebruik social bookmarking
Social bookmarking betekent: het delen van uw favoriete internetpagina’s. De journalistieke relevantie is evident: mensen geven aan welke artikelen goed zijn door ze in hun bookmarks op te nemen, waardoor goede en nieuwswaardige verhalen zich razendsnel verspreiden. Diensten als del.icio.us en Digg zijn erop gebaseerd. Er zijn twee interessante manieren om social bookmarks van anderen te gebruiken: enerzijds is het mogelijk de bookmarks van specifieke personen te bekijken (en daarop een RSS-abonnement te nemen), anderzijds worden de geaggregeerde data verwerkt tot lijstjes van kennelijk erg populaire verhalen, die dus op de voorpagina van Digg of in de hotlist van del.icio.us terechtkomen. Het laatste is interessant om te zien hoe journalistieke relevantie wordt gecreëerd door de massa, het eerste is interessant om zelf te gebruiken als journalist, en de lezer een kijkje in de keuken te gunnen.
Uitdaging: Gebruik social bookmarking. Gebruik het voor websites die u particulier interessant vindt en tevens voor webpagina’s die zijn gebruikt voor professionele research.
Hoe: neem een account bij del.icio.us. Indien u Google Reader als RSS-lezer gebruikt is het ook handig om hiermee te bookmarken door onder het artikel in kwestie op ‘share’ te klikken.
Tip: kijk ook eens naar Publish2, een social-bookmarkingwebsite exclusief voor journalisten, in bèta-fase.
Extra links: Social Bookmarking Helps Users Organize and Share Favorite Content
- Social News Sites, an Act of Journalism?

Tot slot: schrijf over uw vorderingen. Dat kan in een afsluitend artikel na het succesvol doorlopen van de stappen, maar zeker ook tussendoor. Wat valt u op? Denkt u anders over de manier waarop content wordt geproduceerd en geconsumeerd, de wijze waarop de publieke opinie wordt gevormd, de positie die journalisten en journalistieke organisaties innemen in de maatschappij? En hoe zit dat over een jaar of tien? Want deze Nieuwemedia-Uitdaging is weliswaar overwegend praktisch van aard, maar enige diepgang en reflectie is niet weg. Maar daar mag u zelf voor zorgen!

De kleine lettertjes
- Journalistiek is een breed begrip. Verslaggevers, radiomakers, televisiepresentatoren, camjo’s, publicisten, eindredacteuren, studenten: u mag allen meedoen.
- Uiteraard kan iedereen bovenstaande stappen zelfstandig uitvoeren. Wie echter wil meedingen naar de prijs dient zich op te geven door een mail te sturen aan redactie@denieuwereporter.nl. Alleen journalisten die het internet alleen gebruiken om te websurfen en te e-mailen kunnen deelnemen, en niet veel meer dan dat. Vertel daarin welke internettoepassingen u nu gebruikt.
- U moet de eerste deelnemer zijn die bovenstaand stappenplan met succes heeft uitgevoerd, en wel vóór 1 januari 2009.
- De namen van de deelnemers (en het adres van hun weblogs) worden gepubliceerd op de Nieuwe Reporter. Deins daar niet voor terug: het gaat er immers om om transparant en benaderbaar te opereren; bovendien is het alleen maar een pre dat u als journalist kenbaar maakt dat u nieuwe technieken en communicatiemiddelen uitprobeert. Het stimuleert verder om de moed niet halverwege te laten zakken. Dat zou overigens ook niet nodig zijn: er zullen ongetwijfeld voldoende bezoekers komen via de Nieuwe Reporter om u bij problemen uit de brand te helpen.

16 reacties

  1. Pingback: DNR: word een moderne journalist in zeven stappen | Jaap Stronks

  2. Steeph schreef op 14 januari 2008 om 14:58

    Volgens mij heb je dan geen tijd meer voor het “echte” werk ;-)

  3. @Steeph: nee, maar dat is natuurlijk ook veel minder belangrijk! ;-)

  4. Erick schreef op 14 januari 2008 om 15:59

    wie gaat er nou twitteren? zo 2007!

  5. Bèr Kessels schreef op 14 januari 2008 om 16:04

    Oei, Jaap. Vergeet je nu echt het belangrijkste (knipoog), of is dit voor een vervolgverhaaltje bewaard? Digg, Nujij, Ekudos: Oftewel een lezerspubliek opbouwen.
    Journalistje spelen is alleen maar relevant met publiek. Lijkt me. En hoewel je het in het Hyves/netwerk stuk wel aantipt vergeet je dus het belangrijkste verspreidingsmedium van het hedendaagse web: de democratische nieuwssites.

    Bèr

  6. @Bèr: oh ja. Ik schaar het enigszins onder social bookmarking, waar ik ook Digg noem. Maar inderdaad, bij dezen: gebruik ook de Nederlandse versies van Digg.

  7. coen schreef op 14 januari 2008 om 19:23

    Dit kost allemaal heel veel tijd en levert journalistiek NIETS op.

  8. @Coen, verklaar je nader.
    Wat kost tijd en levert niets op? Het gebruik van weblogs als publicatiemedium, wil je dat beweren? Of van RSS, juist getipt als manier om tijd te besparen? Is het onzin om mobiel internet te gebruiken, omdat je verwacht dat het niet zal aanslaan? Is het met 1 druk op de knop toevoegen van een interessante pagina aan del.icio.us verlies van kostbare tijd, of is het onzinnig om je bronnen te delen met lezers die meer willen weten?
    Dat je niets in Twitter ziet: prima, ik vraag het me ook wel eens af. En dat je als schrijvend journalist geen zin hebt om met foto’s of video aan de slag te gaan: ook goed. Deels waren bovenstaande tips immers ook bedoeld om kennis te maken met bepaalde fenomenen, zonder ze direct dagelijks te moeten gebruiken. Maar het zou aardig zijn als je kunt specificeren welk van de genoemde zaken je precies overbodig vindt.

  9. Pingback: Poste Restante

  10. doe toch niet zo raar man, ik heb toch al die onzin niet nodig om een zo goed mogelijk stukkie voor in de krant te tikken? ik heb je verhaal niet eens gelezen, hierboven. rssfeed, of rrsfeed, ik weet niet wat dat is, en nu nog niet. ik wil al helemaal niet meer informatie dan ik aankan. het elektronische blad waarin ik dit vond is al net-an. maar goed, dat moet dan maar. als ik eens een keer wat nodig heb in al die elektronische ellende waarvan ik denk dat m’n stukkie er beter van wordt, dan kom ik daar vanzelf wel een keer achter. ik heb bijvoorbeeld een mobiele telefoon, al een hele tijd trouwens, dat is best handig. en ik heb nexislexis, da’s handig als archief, naast wat mijn onvolprezen archiefcollega’s presteren. en dan google nog, en youtube voor mijn part.
    kortom, je ziet, ik ben van alle markten thuis, eigenlijk. maar goed, misschien ben ik in 2009 van nog meer markten thuis. de groeten verder, succes, maurits.

    ps beroepshalve heb ik me inmiddels toch even door bovenstaand geklets heengeworsteld, en ik (59, volgende maand oudste redacteur van mijn krant) begrijp er nog steeds hoegenaamd geen reet van. interesseert me ook niet, zoals ik al zei, maar andere mensen misschien wel. dus zal ik er een keer een interviewtje met jou tegenaan gooien in mijn krant wellicht?
    lamaarhore

  11. Pingback: Favorieten en bookmarks voor 15th januari tot 17th januari | Cafe del Marketing

  12. Pingback: Een reactie op Francisco van Jole | Jaap Stronks

  13. Pingback: De nieuwe reporter » Blog Archive » De arrogantie van de nieuwe media

  14. An De Jonghe schreef op 18 maart 2008 om 14:27

    Dag Jaap,

    Moest even glimlachen bij je artikel: het klopt dat journalisten vaak achterlopen op/ te weinig gebruik maken van nieuwe media. Ik hoop dat jouw post hun interesse zal opwekken! Gr An

    nb Wat punt 5 betreft over sociale netwerken: vaak zie je dat journalisten maar een beperkt aantal sociale netwerken kennen. Ik heb er een boek over geschreven (over sociale netwerken, niet over journalisten ;-). Ik ben gestopt bij 1000 netwerken, maar er is dus heel wat meer op de markt dan Hyves of Facebook…

  15. Pingback: Met welke webapplicaties moeten studenten journalistiek leren werken? | Jaap Stronks

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>