Kan filantropie de journalistiek redden?

Nemen de media hun klassieke taak als waakhond van de democratie nog wel serieus genoeg? Beschrijven ze de wereld om ons heen, of creëren ze een eigen werkelijkheid? En hoe moeten zij reageren op de opmars van de ‘burgerjournalisten’? Het zijn enkele vragen die vandaag, zondag 27 februari, centraal staan tijdens het symposium ‘De tandeloze waakhond, Over de crisis in de oude media‘. Hieronder de bijdrage van Frits van Exter, oud-hoofdredacteur van dagblad Trouw.

De aankondiging van dit symposium was tobberig: ‘Tandeloze waakhond, over de crisis in de oude media’. Ik zag mijzelf al, als oud-hoofdredacteur (wat een vreselijk nietsige titel is dat trouwens) op een druilerige zondag enigszins vermoeid de reis aanvaarden naar het conferentie-oord om ook nog eens een duit in het malaisezakje te doen: Ja, crisis, tandeloos, gezag kwijt, kompas dol, hypernerveus hypend, contact met publiek verloren, boot van de nieuwe technologie gemist, ondergeschoffeld door bloggende burgers. Vreselijk, vreselijk.

Moeten we het daar echt over hebben? Een trouwe kerkganger ben ik nooit geweest, maar zelfs ik begrijp dat een samenscholing op deze dag – het korte pauzemoment in het zo jachtige leven – niet slechts bedoeld kan zijn om elkaar met klamme handen te condoleren met het verscheiden van de journalistiek. ‘Een stukje bemoediging’ is dringend gewenst.

En zie, het goede nieuws diende zich aan en helpt mij nu een handje.

Chirurgische precisie
Dinsdag werd wereldkundig dat president George Bush en zijn naaste medewerkers hebben gelogen over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak en de vermeende banden van het regime van Saddam Hoessein met Al Quaida.

Oud nieuws? Wacht even, Bush cs. hebben sinds 11 september in twee jaar tijd tenminste 935 keer iets beweerd dat in strijd was met de feiten waarover zij op dat moment beschikten of konden beschikken. Deze leugens zijn stuk voor stuk gedocumenteerd en opgeslagen in een database die elke burger gemakkelijk kan doorzoeken. Wat zij al wisten of dachten te weten, kunnen zij nu verifiëren aan de hand van feiten en de daarbij gebruikte bronnen. En uiteraard biedt het ook de beschuldigden de kans die feiten te weerleggen, voor zover mogelijk.

Het onderzoek legt met chirurgische precisie bloot hoezeer de president het in hem gestelde vertrouwen heeft geschonden om zich te verzekeren van een mandaat voor een oorlog waarvan het einde nog niet in zicht is. En dat alles waar het hoort: in de openbaarheid van het publieke domein.

Publiek belang
Het goede nieuws voor vandaag is dat dit onderzoek het werk is van journalisten. Zij maken deel uit van het Amerikaanse Centre for Public Integrity dat ‘onderzoeksjournalistiek in het publiek belang’ wil bedrijven zonder winstoogmerk. Het centrum bestaat al sinds 1990, maar lijkt nu de wind echt in de zeilen te hebben. Inmiddels zijn 92 journalisten verbonden aan het centrum en dijt de stroom van omvangrijke onderzoeken snel uit: de financiering van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, de wijze waarop het bedrijfsleven van de oorlog in Irak en Afghanistan profiteert, de praktijken van de lobby-industrie, enzovoorts.

Er zijn wat mij betreft drie redenen om dit recente voorbeeld ‘ter bemoediging’ aan te halen.

1. De journalistiek kan de publieke zaak een grotere dienst bewijzen door zich met hernieuwde energie en vastberadenheid te concentreren op de kern van het oude ambacht: selecteren, verifiëren, analyseren en presenteren van feiten in het publieke belang. Daarin kan de professionele journalistiek het grote verschil maken. Meningen zijn immers gratis, feiten zijn kostbaar. Het genoemde Centre for Public Integrity heeft geen ander doel dan het versterken van de rol van waakhond van de media. Het heeft geen mening.

2. Het journalistieke ambacht mag oud zijn, het instrumentarium is drastisch verbeterd. Nieuwe technologie maakt het niet alleen mogelijk om goedkoper (geen papier, geen drukpers, geen vrachtwagen, geen bezorger) te publiceren, het maakt ook nieuwe vormen van onderzoeksjournalistiek mogelijk. Wie zelf de database over de leugens van Bush doorzoekt zal dat kunnen onderschrijven. Juist in de nieuwe media, kunnen de oude media hun werk beter doen.

3. Het voorbeeld laat zien hoe journalistiek ook gefinancierd kan worden. Het Centre for Public Journalism is een organisatie zonder winstoogmerk die steunt op particuliere fondsen. De journalistieke onafhankelijkheid is verankerd in de statuten. In Amerika groeit het animo voor deze en andere vormen van ‘nonprofit journalism’. Afhankelijkheid van filantropie heeft vast ook nadelen, maar lijkt, zeker in de benarde Amerikaanse dagbladjournalistiek, verre te verkiezen boven de afhankelijkheid van adverteerders.

De situatie in Nederland is anders, maar het onderzoek naar de 935 leugens van Bush cs. kan ook al degenen die zich in dit land bekommeren om de publieke rol van de journalistiek inspireren en, vooruit, ‘bemoedigen’.


10 reacties:

lia
27 januari, 2008

nee Frits, filantropie kan de journalistiek niet redden, filantropie kan mensen redden. Zorgvuldigheid, veelzijdigheid en eerlijkheid, dat kan de journalistiek redden.

Tim van de Rijdt
28 januari, 2008

Op Davos werd al het idee geopperd om naar overheidssteun te gaan kijken: http://socialnewsmedia.blogspot.com/2008/01/aardverschuiving-van-print-naar-online.html

stan van houcke
28 januari, 2008

Deze uitspraak van Frits, gedaan toen hij nog hoofdredacteur was, vind ik ook ijzersterk, geplukt uit Extra, een tijdschrift dat de media kritisch volgde. Onder de kop: ‘De conditionering van de kudde’ stond het volgende: ‘Lezers horen wantrouwend te zijn tegenover de media … De aandacht van de media [wordt] natuurlijk voor een belangrijk deel gestuurd … door de politieke machten … Dat geldt voor de nationale politiek, maar natuurlijk ook voor de internationale politiek … Het heeft voor een deel te maken met de vluchtigheid van het medium. Deels ook volgen de media elkaar, sommige zijn dominanter, en andere lijden aan kuddegedrag … Als je volgend bent, dan betekent dat als een autoriteit, of iemand die gekozen is om een bepaald gezag uit te oefenen, zegt “ik vind dit een belangrijk onderwerp, daar gaan we nou es wat aan doen,” dat je dat ook bekijkt. De dingen waar hij (sic) het niet over heeft, die volg je dus minder… het werkt voor een deel reflexmatig. Reflexen zijn het, je bent daar geconditioneerd in.’

Hoe kan het dat ik op deze weblog niet zulke bekentenissen van prominente journalisten van de commerciele massamedia lees?

Ides Debruyne
28 januari, 2008

Inderdaad, de onderzoeksjournalistiek zal niet door de klassieke media gered worden, wel door organisaties zoals Public Integrity en dergelijke. Fondsen, trusts en dergelijke springen in het grote gat dat media achterlaten: de diepgravende journalistiek. Media handelen immers volgens een eigen logica. Alles wat te duur is, past niet in hun kraam. Alleen wat betaalbaar is, raakt door de nieuwspoort. En het goedkoopste nieuws wordt geleverd door PR-bedrijven.

Lia
29 januari, 2008

Als de uitspraak dat journalistiek bij uitstek niet neutraal is, ooit al is gedaan, dan onderschrijf ik hem van harte: alleen al het bestaan van de criteria om nieuws te selecteren (”conflict actualiteit bekendheid afstand” en nog een paar leren ze je op de school voor journalistiek) is daar het bewijs van.

Onder de titel van iedere krant, ieder tijdschrift en welk radio- en televisie-programma zou daarom moeten staan: “Opnieuw een pluriforme lappendeken aan gebeurtenissen en verhalen. Maar vergeet u niet dit: uw wereld is groter dan de bosatlas”.

Men zegt al heel lang dat de verzuiling voorbij is. Maar dat is hij niet. Hij presenteert zich alleen niet meer langs religieuze maar langs commerciele en gemarketeerde lijnen.

Ooit had ik eens een interview met een man die tijdens WOII in het verzet zat en vervolgens naar Indie ging om daar uiteindelijk mee te vechten tijdens de politionele acties. Zijn uitgangspunt was niet veranderd -hij streed in beide gevallen voor de vrijheid van volk, vaderland en koningin- maar zo hij om zijn daden in Nederland werd geroemd, zo werd hij om zijn daden in Indie verguisd.

Ik bedacht het me toen, dat het niet de ideologieen zijn die veranderen maar de maatschappelijke kaders, en dat het amongst others de journalistiek is die de geschiedenis maakt: door te berichten over de geschiedenis van vandaag.

Daarom nogmaals: Men zegt al heel lang dat de verzuiling voorbij is. Maar dat is hij niet. Hij presenteert zich alleen niet meer langs religieuze maar langs commerciele en gemarketeerde lijnen. Hoe ethisch verantwoord is zoiets eigenlijk?

Lia
29 januari, 2008

Het is naief om te veronderstellen dat journalistieke publicaties geen invloed zouden hebben noch reacties oproepen/uit zouden lokken. Marketeers, politici, spindoctors en communicatiemedewerkers maken er hartelijk gebruik van.

Wel eens van mediaplanning gehoord? “Mediaplanning is de vakkundigheid om te weten welke media en kanalen, in welke combinatie, ingezet moeten worden om een advertentie / boodschap op een dusdanige manier bij de consument te laten overkomen dat deze zich betrokken gaat voelen.”(bron: http://www.mecglobal.com/output/Page65.asp). Hoe ethisch verantwoord is zoiets eigenlijk?

Kijkend naar de honderden tijdschriften op de markt, de versplintering van de kranten, die vele commerciele zenders (waar ik woon, is geen kabel, wij hebben hier een schotel, met zo’n 300 zenders a day. Dat is pas spam) en het afhankelijk zijn van adverteerders, bestaat die commerciele en gemarketeerde verzuiling ook of misschien zelfs wel dankzij dat wat op dit moment in Nederland ‘journalistiek’ wordt genoemd. Hoe ethisch verantwoord is dát eigenlijk?

Kijkers willen we hebben, lezers, luisteraars. Dat is de omgekeerde wereld. We willen niet meer berichten over dat wat er gebeurd, we willen kijkers, lezers, luisteraars, en hen laten zien, lezen, horen dát er wat gebeurd, wat dat dan ook is.

Daarom moet er onder de titel van iedere krant, ieder tijdschrift en welk radio- en televisie-programma dan ook staan: “Opnieuw een pluriforme lappendeken aan gebeurtenissen en verhalen. Maar vergeet niet dit: uw wereld is groter dan de bosatlas”.

Tim van de Rijdt
29 januari, 2008

@Lia: erg interessant punt! Het kan heel ethisch verantwoord zijn om ‘het goede’ te berichten of om ‘neutraal’ of ‘pluriform’ te berichten, maar wanneer dat systeem financieel niet onafhankelijk levensvatbaar is of wordt ondergesneeuwd door initiatieven die meer lezers/kijker/luisteraars aan zich weten te binden zal dat toch tot nadenken stemmen.

Uiteindelijk blijft er ook een bepaalde behoefte in de maatschappij aan plat, lokaal, egocentrisch, vermakelijk nieuws. Er is ook behoefte aan de onafhankelijke diepgravende onderzoeksjournalistiek, maar die behoefte is in aantallen gebruikers waarschijnlijk een stuk kleiner…

Trouwens: zijn er al online nieuws initiatieven ontdekt die hun financiele steun van lezers ipv organisaties krijgen? Dat type filantropie lijkt prima te werken voor Radiohead en de verkoop van hun album :)

lia
29 januari, 2008

Voor Frits:

Organisaties kennen meestal in meer of mindere mate een hierarchie. Een moreel oordeel geef ik daar even niet over. Wel zou je kunnen zeggen dat ten tijde van de oude zuilen (waarvan de grootste: socialistische, liberale, katholieke, protestantse) de samenleving tot op zekere hoogte een ´organisatie´ was, van samen leven (ik schrijf dit met opzet los van elkaar).

De ‘toppen’ van de zuilen overlegden met elkaar, sloten compromissen (of niet) en bepaalden, de mensen binnen de zuilen volgden maar zochten de mensen in de andere zuilen niet op. Omdat ze niet durfden, niet konden, niet wilden of niet mochten. Wie kent het verhaal niet van de leerlingen van de katholieke meisjesschool die van de ene naar de andere stoep werden gezet omdat er op de stoep waar ze eerst liepen kinderen van de protestantse school aan kwamen.

Hier nu, komt onze veelgeroemde ‘tolerantie’ vandaan. We geven, zeggen we, anderen ruimte. Maar betrokken bij anderen dan onze gelijkgestemden waren we niet.

Het is naief om te veronderstellen dat journalistieke publicaties geen invloed zouden hebben noch reacties oproepen/uit zouden lokken. Marketeers, politici, spindoctors en communicatiemedewerkers maken daar gebruik van. Dat is niet altijd slecht, op het interpretatiekader van veel journalisten is ook een boel af te dingen, maar goed is het ook niet.

In iedere samenleving zijn er mensen die aan de rand van die samenleving leven. Wij, als samenleving met elkaar, kunnen zelf bepalen hoe groot we die groep willen laten zijn. En dus moeten we bruggen bouwen. Dat deden we ten tijde van de religieuze verzuiling niet -hoe we samen leefden werd door de hoogsten in hierarchie bepaald- en we doen het nu, ten tijde van de gemarketeerde en commerciele verzuiling, nog niet. Want de kiezer is consument geworden en efficiency de nieuwe ideologie. En als je dat, om welke reden dan ook -onwetendheid, gehandicapt, geboren in dat deel van de wereld waar de zon zoveel schijnt dat gewassen er niet groeien, geboren in dat deel van de wereld waar het zo hard vriest dat gewassen er niet groeien- niet bij kunt benen, dan is’t kebeurd. We geven, zeggen we, anderen ruimte. Maar betrokken bij anderen dan onze gelijkgestemden zijn wij niet.

Jij hebt hoop, zeg je, en Ides onderschrijft het, dat initiatieven als het Centre for Public Integrity de journalistiek zouden kunnen redden. Maar leg mij, mij even positionerende aan de kant van de ontvanger, eens uit waar beeldvorming ophoudt, en waar betrokkenheid, van burgers bij burgers, begint? Het kan zijn dat ik erover heen lees, maar die ontvangende kant kan ik uit je stuk niet halen.

Met groet en dank,
Lia

Frits van Exter
30 januari, 2008

Beste Lia,
Journalistiek is voor mij geen middel maar een doel: het informeren van burgers. Dat doel dreigt verder buiten bereik te komen, mede doordat de klassieke financiering van de journalistiek (abonnementen, advertenties) op de tocht staat. Alternatieve financieringvormen worden daardoor interessanter. En dan wat mij betreft in de eerste plaats ter versterking van de waakhondfunctie van de journalistiek.
Met vriendelijke groet,
Frits van Exter

Lia
30 januari, 2008

Beste Frits,

Dank voor je reactie. Ik stel het op prijs.

Als het doel van journalistiek informeren is, maar dit informeren slechts beperkt blijft tot het informeren van een min of meer gelijkgestemden, dan vraag ik mij af of journalistiek niet juist toch een middel wordt?

Als krant doe je toch ook je best om erachter te komen wie je doelgroep is, zodat je weet wie je bedient. Op basis daarvan selecteer je toch je nieuws/de invalshoeken van de artikelen?

Maar misschien is journalistiek teveel een middel geworden de laatste jaren en is dit de reden waarom er juist naar andere financieringsmogelijkheden wordt gezocht, om meer ruimte aan het inhoudelijke te kunnen geven?

Toch blijf ik met het gevoel zitten dat er te weinig vanuit de ontvangers wordt gedacht. Daarmee bedoel ik niet, integendeel zelfs, dat je hen moet bedienen in de zin van hen “vertellen wat zij (denken te) willen horen om zich betrokken te voelen en daarmee abonnee blijven van de krant”, maar bedoel ik:

Wat maakt dat je denkt dat men (nog) geinteresseerd is in het nieuws dat de waakhond brengt? Zien zij dat niet steeds vaker als: wiens nieuws is dat eigenlijk?

Dank je, en groet,
Lia


Laat een reactie achter »