“Dat de krant anno 2008 nog op papier uit komt mag je best een bizar wonder noemen. Die stampende drukmachines en die jongens met die fietstassen, dat is echt nog 19e eeuwse massaproductie.” Jan Bierhoff, directeur van het onderzoeksinstituut EC/DC leidt het project MePaper, waarin vijf vooraanstaande kranten samen experimenteren met nieuwe informatiedragers. De Iliad, het e-paper, de miniatuur laptops, Bierhoff wil weten wat ze voor de krantenjournalistiek gaan betekenen: “Die techniek vind ik minder interessant dan de enorme maatschappelijke implicaties.”
“Toen de eerste auto’s op de markt kwamen, leken die nog heel erg veel op de koets. Zo beschouw ik de krantensites van vandaag ook een beetje, ze lijken nog zo veel op de krant. De organisatie is nog zo redactiegeoriënteerd, met al die conventies. Dat is in dit stadium ook heel begrijpelijk, maar dat gaat heel anders worden.”
Deconditioneren
Bierhoff legt uit dat de manier waarop papier de journalistiek kan bedienen zowel in ruimte als in tijd de grens bereikt heeft: het is veel te ingewikkeld om vaker dan eens per dag te publiceren, en de krant past nauwelijks meer door de brievenbus. Het papieren pakket is simpelweg te dik geworden voor het beperkte leesvermogen, en dat trekken met name de jongeren niet meer. “Het is onzin dat zij geen journalistiek meer tot zich nemen, maar de vraag naar informatie is wel bijzonder inelastisch. We besteden, ondanks alle moderne ontwikkelingen, al jaren ongeveer 3 uur per dag aan media. Maar jonge mensen ruilen informatie uit met communicatie. Ze zijn in die tijd veel fragmentarischer, ze vinden merkentrouw onzin en eisen variatie. Ze hoppen. Soms mag het serieus, later moet het kort of amusant zijn. Een E-reader is simpelweg beter in staat deze nieuwe nieuwsconsumenten te bedienen, want daarop kun je je informatie echt anders organiseren.”
In het door het Stimuleringsfonds gesubsidieerde MePaper project leveren de Volkskrant, de Barneveldse Krant, Spits, het Eindhovens Dagblad en het FD nu een half jaar geld en menskracht. En al die tijd heeft Bierhoff nodig gehad om samen met de betrokken journalisten los te komen van de conventies. Hij noemt het deconditioneren: alles wat op de school voor journalistiek is geleerd, zit in de weg. Er moet echt vrij gedacht worden. Maar inmiddels lijken er, als een feniks uit de as, alweer wat principes boven te komen drijven.
Lezersonderzoek
Anke Eyck, onderzoekster bij het MePaper project benadrukt dat veel afhangt van het lezersonderzoek dat EC/DC parallel organiseert: “We hebben via de kranten mensen geworven, want de niet-krantenlezer is te divers. Er zitten immers ook lezers bij van de gratis kranten en we hebben ouderen en jongeren geselecteerd, zodat er een brede groep is ontstaan. Die laten we in een lab reageren op nieuwe vondsten en apparaten. Ik vermoed dat we zullen zien dat de verschillen tussen ouderen en jongeren vervagen.”
Slechte journalisten
Allereerst: personalisering. Bierhoff vindt het vanzelfsprekend dat de journalistiek zich op het publiek gaat aanpassen: “Hele volkstammen gooien direct de sportbijlage weg. Dat kan vast handiger. Maar personalisering gaat verder. Soms ben ik meer in de stemming voor diepgravende artikel en het volgende moment heb ik alleen tijd voor de korte berichten. Vaak is de keuze van de redactie prima, maar misschien wil ik vandaag wel lezen wat iedereen leest en ga ik uit van de hits. Of bekijk ik juist de bijlage van de gasthoofdredacteur. Het MePaper project gaat uit van een ‘dash-board’ als beginpagina, waar de nieuwsconsument dat soort keuzes kan maken.”
Informatie wordt in de toekomst volledig anders georganiseerd, daarvan is Bierhoff overtuigd. Op het gebied van navigatie gaat hij ervan uit dat het scrollen tot het verleden gaat behoren, en het oude bladeren weer terug komt. Maar radicaler is zijn doodsbedreiging aan het adres van ‘het artikel’. Journalistieke artikelen zullen volgens Bierhoff binnenkort niet meer het basiselement van de journalistiek zijn: “een artikel is ideaal als je een beperkte ruimte optimaal wil benutten. Je maakt een stuk met een kop en een staart en een foto als illustratie. Heel effectief. In het MePaper project denken we in termen van ‘collecties’, dat wordt het nieuwe atoom. Een collectie is een verzameling van 3 of 4 kernzinnen die aangeven wat je kunt verwachten als je verder gaat lezen. Dat kunnen saillante details zijn, conclusies of een indicatie van beeldmateriaal. Op grond daarvan gaat de auteur een relatie aan met de lezer, verleidt hem om een tijdsinvestering te doen en verder te lezen. En dat kan dan in een aantal richtingen: je kunt terug in de tijd en de achtergronden van het nieuws bekijken, en vooruit naar de implicaties: wat betekent het voor de wereld en voor mij? De andere principiële keuze is die tussen opinie en feit: heb ik zin om de meningen van mijn peer group tot me te nemen of wil ik alleen maar de droge feiten weten? De lezer zal steeds meer switchen tussen die verschillende mogelijkheden. En de collectie is een wegwijzer voor dat soort keuzes.”
Het nieuwe verbond tussen de techniek en de nieuwe wispelturige consument media verlangt naar een andere toekomst. Toch, over de journalistiek is hij niet somber. Maar de versplintering van het journalistieke werk kan wel serieuze consequenties hebben voor redacties, waarschuwt hij. Door de nieuwe mogelijkheden kan de noodzaak om een journalistiek product centraal te vervaardigen helemaal vervallen. De fysieke dimensie verdwijnt. Bierhoff: “Ik zie journalisten aan meerdere titels tegelijk werken. Het freelance bestaan wordt de hoofdvorm in de journalistiek. En ook: de drempel om te publiceren is spectaculair afgenomen. Daardoor hoeven freelancers niet alleen toeleveranciers te zijn, maar kunnen ze ook aan een rol als producent denken. Goede journalisten kunnen hun eigen publiek gaan zoeken. Eigenlijk is het allemaal goed nieuws voor de journalistiek: het worden heel lastige tijden voor slechte journalisten.
Techniek
Bierhoff gaat er van uit dat de oplossing voor de distributie ligt in het loskoppelen van de drager en de ontvanger. De mobiele telefoon wordt dan de server: “die is daar krachtig genoeg voor”, volgens de onderzoeker. “Zoiets als de Iliad is ook nog helemaal niet uitontwikkeld. Dat is duidelijk nog door ingenieurs gemaakt, met die onduidelijke navigatie, en er komen nog 6 software updates per week. Het is echt de vraag of Philips de ontwikkelingen voor blijft.”
Anke Eyck,
Bierhoff gaat er van uit dat de oplossing voor de distributie ligt in het loskoppelen van de drager en de ontvanger. De mobiele telefoon wordt dan de server: “die is daar krachtig genoeg voor”, volgens de onderzoeker. “Zoiets als de Iliad is ook nog helemaal niet uitontwikkeld. Dat is duidelijk nog door ingenieurs gemaakt, met die onduidelijke navigatie, en er komen nog 6 software updates per week. Het is echt de vraag of Philips de ontwikkelingen voor blijft.”
4 reacties