Krantensites moeten geen reacties toestaan onder artikelen

Bezoekers van krantensites die op een artikel reageren, doen dat niet om het artikel te verbeteren, maar om het plezier van het reageren. Het publiek van de gemiddelde krant is bovendien zo groot dat er al snel een Babylonische spraakverwarring ontstaat. Een discussie tussen mensen met totaal verschillende achtergronden die elkaar niet (willen) begrijpen kan spannend en spectaculair zijn, maar het informatieve of constructieve gehalte ervan is beperkt. Kranten doen er daarom verstandig aan de online discussies over te laten aan sites waar wel een goede discussie op gang kan komen, vindt Reinder Rustema.

Een tijdje geleden zei ik tijdens een discussiebijeenkomst over anonieme reacties en trollen dat het beter is als kranten geen reacties toestaan onder hun artikelen. Maar waarom niet en hoe zou het dan wel moeten?

Kranten zijn vooral goed in het bepalen van de nieuwsagenda en verslag doen van het politieke proces. Webfora op internet zijn vooral heel geschikt om aan veel verschillende gezichtspunten ruimte te bieden, signaleerde Tamara Witschge vorig jaar in haar proefschrift (In)difference online – The openness of public discussion on immigration over de openheid van de publieke sfeer op internet. Omdat veel diverse perspectieven niet makkelijk in één krantenartikel passen, een journalist heeft daar immers nooit genoeg tijd en ruimte voor, stel ik voor dat de lezers van een artikel moeten kunnen teruglinken naar discussies waar het artikel centraal staat. De door Witschge bij kranten gesignaleerde nadruk op proces ten koste van inhoud kan zo gecompenseerd worden door ingangen te geven naar inhoudelijke discussies elders.

Netiquette
Mijn uitspraak was onder andere gebaseerd op mijn ervaringen met Usenet. In nieuwsgroepen zijn er weinig mensen die een discussiedraad starten met een eigen vraag of stelling. Behalve in de nieuwsgroepen die over iets technisch of persoonlijks gaan, is iets uit de massamedia meestal de aanleiding voor discussie: een tv-uitzending, een krantenartikel, een nieuwe film of een reclamecampagne bijvoorbeeld. Zo was in het onderzoek van Witschge het nieuws over ‘eerwraak’ de aanleiding voor discussie in kranten en webfora. Maar ook in de niet-algemene nieuwsgroepen is het nieuws over een nieuwe computer of een documentaire over een ziekte eerder de aanleiding voor de grote discussies dan ‘tijdloze’ postings.

Hoewel krantenartikelen goed functioneren als aanleiding, raken de discussies die erop volgen snel off-topic. Volgens ‘de netiquette’ zou een discussie moeten beginnen met een goed gedocumenteerde originele vraag waarin men demonstreert dat een antwoord onvindbaar is. De reacties op de vraag moeten dan naar degene die de vraag stelt, die dan weer een samenvatting post. Een reactie in het openbaar mag dan een verwijzing zijn met het ultieme antwoord of een betere formulering van de vraag. In de praktijk werkt dat zelden zo en wordt de tijd van lezers die geen tijd hebben voor ‘gezellig kletsen’ op grote schaal verspild met discussies die alle kanten op gaan.

Het vraag-antwoord model is ook achterhaald door de opkomst van het web en zoekmachines. Degenen die op zoek zijn naar concrete antwoorden vragen het een zoekmachine en stellen het niet zelf in een nieuwsgroep of webforum. De antwoorden die boven komen drijven zijn doorgaans afkomstig van een kleine klasse van specialisten en hobbyisten die nog wel antwoorden toevoegen aan het web op webfora, in eigen blogs of in artikelen bij gerenommeerde uitgevers. Gelukkig is die percentueel kleine klasse van schrijvers absoluut nog steeds heel groot en blijft het web zo een gezonde informatie-ecologie.

Hongerige reaguurders
Met nieuws en opinie is iets vergelijkbaars aan de hand. Het starten en beheren van een gemeenschap op internet is heel eenvoudig geworden, alleen het bij elkaar houden is lastiger, want er moet continu input zijn om de hongerige reaguurders te voeren. Die input komt doorgaans uit de actualiteit, waarbij het werk van journalisten, bloggers en dergelijken dankbaar wordt gebruikt. Ook hier is er een kleine klasse die iets nieuws toevoegt aan het web en de meerderheid reageert en kopieert. Onder andere grote sites zoals fok.nl, tweakers.net en nujij.nl zijn gebaseerd op die behoefte om te reageren. Gezellig kletsen over het nieuws ter ontspanning en vermaak. Het nieuws leent zich immers uitstekend als bron voor gespreksonderwerpen om het met vreemden over te hebben en die websites faciliteren dat uitstekend.

Hetzelfde mechanisme dat we op Usenet al zagen zien we ook weer op die sites; een begin maken is veel moeilijker dan reageren. Sterker nog, ook journalisten maken zich daar schuldig aan. Reageren op het werk van anderen met een eigen bijdrage is makkelijker dan met origineel werk komen. Het risico dat je werk geen erkenning krijgt is groter dan wanneer je je aansluit bij iets wat al geaccepteerd is als onderwerp.

Die behoefte van mensen om te reageren op geaccepteerd nieuws lijkt op het eerste gezicht een ideale manier voor kranten om lezers vast te houden. Kranten in Nederland zijn, samen met de politieke agenda van het parlement, immers toch bepalend voor de nieuwsagenda en zo ‘voeren’ ze het web. Maar kranten met een forum of een reactiemogelijkheid onder artikelen gaan de concurrentie aan met eerdergenoemde websites die het bijhouden van en reageren op ‘het nieuws’ tot doel hebben. Op die sites is het ‘off-topic’ raken minder een probleem omdat verstrooïng op basis van het nieuws daar het doel is.

Vreemde stam
Reacties op krantenartikelen volgens de oude netiquette kunnen wel nuttig zijn; een correctie, een aanvulling of doorverwijzing van lezers kan een artikel heel eenvoudig verbeteren, maar dat kan goed via een e-mail aan de auteur.

Het lastige van nieuws in de krant is dat heel veel mensen kunnen en willen reageren. Niet om het artikel te verbeteren, maar voor het plezier van het reageren. Bijvoorbeeld om verschillen aan te scherpen en te provoceren of om zichzelf te horen en ‘bezig te zijn’ met het nieuws. Het nadeel van een dergelijke discussie tussen ‘reaguurders’ is dat het inhoudelijk vaak minder interessant is dan een discussie tussen gelijkgezinden. Een discussie tussen mensen met totaal verschillende achtergronden die elkaar niet (willen) begrijpen kan spannend en spectaculair zijn, maar het informatieve of constructieve gehalte ervan is er rechtevenredig negatief aan gerelateerd. Doelgerichte gelijkgezinden die ook nog eens goed geïnformeerd zijn leveren veel eerder een interessante discussie op dan een horde ‘doelloze’ reaguurders. Zo’n discussie vind je eerder in kleinere gemeenschappen, stammen, die een bepaald artikel bespreken. Een artikel kan zo een meerwaarde in die andere context krijgen.

Als buitenstaander meelezen bij een vreemde stam waar een artikel wordt besproken kan veel beter voor begrip en betrokkenheid zorgen dan een discussie tussen de afgevaardigden uit verschillende stammen die het belang en de positie van de stam naar buiten denken te moeten verdedigen. De respondenten in het eerdergenoemde onderzoek van Witschge noemen de toegang tot andersdenkenden ook als een grote meerwaarde van discussies op internet.

Onbetaalde ambassadeur
Het is dus zaak om onder elk artikel links naar die gemeenschappen elders op het web te maken. Maar dat is moeilijk voor de journalist omdat zij of hij nog niet weet door wie het artikel besproken zal worden. Het blijft nu ook grotendeels onzichtbaar omdat kleine gemeenschappen doorgaans alleen voor leden toegankelijk zijn. Zoekmachines krijgen geen toegang en als ze het wel zouden krijgen dan vinden ze de discussie over een artikel pas wanneer het niet meer in de actualiteit is.

Dit probleem is typisch iets wat goed is op te lossen met de hulp van lezers. In de analoge wereld is het heel normaal om een stuk uit de krant te scheuren en mee te nemen naar een bijeenkomst. Helaas maken kranten het nu juist moeilijk om een krantenknipsel elders op het web te plaatsen. Op het web is het nu lastig om te linken naar een krantenartikel omdat je eerst voor de krant moet betalen. Daar sta je dan met je goede gedrag als betalend abonnee van een kwaliteitskrant. Je wilt een artikel graag in je eigen gemeenschap op het web laten lezen, maar dat mag niet van je krant.

Als de krant het wel makkelijk zou maken dan heeft de krant een onbetaalde ambassadeur in die lezer. Maak het mogelijk voor een abonnee om een artikel op een bepaalde plek te plaatsen en dan kunnen andere lezers zien op welke websites er gereageerd wordt op een artikel, als een soort ‘trackback’ zoals hier op De Nieuwe Reporter ook in gebruik is.

Reinder Rustema

Reinder Rustema is docent media aan de Universiteit van Amsterdam en webmaster van de website http://www.petities.nl

Alle artikelen van Reinder Rustema op De Nieuwe Reporter.

  • Theo

    Ik vraag me af of ik moet reageren. Ik ben immers een ongeinformeerde trol, die louter voor zijn vermaak en de provocatie bezig is.

    Reaguren is vaak een uilaatklep, een dorpscafe met borrelpraat. Soms serieus, soms niet. Heer Rusterna (of Rustema)gaat ervan uit dat reageren op krantenartikelen uitsluitend nuttig moet zijn en, omdat het dat niet altijd is, maar achterweg moet blijven. Wat een hopeloos achterhaalde stelling.

    Het mooie van het internet is dat het ALLEMAAL kan en dus aan eenieder een vrije keus geeft waar hij zich aan discussie overgeeft. En kranten weten natuurlijk allang dat hun reactierubriek niet de beste en meest geëigende manier is om een goede discussie te krijgen. Ze houden het in stand om mensen het gevoel van tweerichtingsverkeer te geven, het gevoel van mee te kunnen praten en stoom te kunnen afblazen. En soms ontstaat daarbij een nuttige discussie. Maar Rusterna begrijpt dat niet en wil het zelfs afschaffen! Hilarisch!

    Maar goed, ik ben dan ook maar een ongeïnformeerde trol die hier alleen maar is om te kunnen provoceren.

  • “Dit probleem is typisch iets wat goed is op te lossen met de hulp van lezers. In de analoge wereld is het heel normaal om een stuk uit de krant te scheuren en mee te nemen naar een bijeenkomst. Helaas maken kranten het nu juist moeilijk om een krantenknipsel elders op het web te plaatsen.”

    Zie ook: http://www.geencommentaar.nl/index.php/2008/01/07/p26396#more26396

  • Melle Gloerich

    Grote verbetering van de zichtbare discussie is het implementeren van een ‘karma’ of ‘mod’ systeem, zoals respectievelijk bij Slashdot.org en Tweakers.net . Ik denk dat zelfs Geenstijl met grote sprongen vooruit kan gaan in kwaliteit van de zichtbare reacties door zo’n systeem zonder het voor het gros van de ‘reaguurders’ minder leuk te maken.

    You can have your cake and eat it too, met zo’n karma-systeem.

  • Ik ben het eens met Theo dat je dit onderwerp van twee kanten moet bekijken. Ik vind wel dat reacties op populaire artikelen snel onoverzichtelijk worden. Bij meer dan 10 reacties verlies je al snel het beeld over wie op wie reageert etc. Een mogelijke oplossing die bijvoorbeeld ook op http://tweakers.net wordt toegepast is om reacties te ‘nesten’. Als je reageert op een reactie van iemand anders, komt je post ook direct onder die reactie te staan.

    Overigens is Tweakers.net voor mij een goede illustratie van een ander groot voordeel van de mogelijkheid om te kunnen reageren. Vooral bij technisch ingewikkelde onderwerpen is het voor mij vaak lastig te bepalen of het nieuws nu relevant voor mij is. De reacties onder het bericht helpen mij daarbij. Vaak worden daar relativeringen of alternatieven geboden, die niet in het oorspronkelijke bericht staan. Bij dat laatste kun je je overigens afvragen of dat niet een fout van de journalist is…

  • Ik ben er 1000% vóór dat de spammers dichtgetimmerd worden, met spijkers door planken recht in hun onder en bovenkaak. Maar laat ons WEL de mogelijkheid om OVERAL zinnig commentaar los te laten en een ECHTE discussie te doen ontbranden. Met feiten en argumenten. Met zonder geheime agenda’s, met zonder ingewilligde belangen in de aanloop naar het ‘optreden’, met zonder die vreselijke ijdelheid van kijk toch eens wat ik verdien en hoe (de aandacht). Nee, gewoon uitgangspunten op tafel, bespreken, tegen het licht houden, en mogelijk verwerpen. Emoties daarbij zijn niet echt nodig, meer iets voor thuis. Ik vind dat de Fransen hier vèr in zijn en ik mis naar ons toe uitgewerkte voorbeelden. Ischa was een kei maar helaas werkte hij zich dood. Theo was een juweel maar helaas stond de elitekultimul hem niet toe langer te blijven bestaan.

  • Een visualisering van reacties zodat met ook steeds op voorgaande moet argumenteren lijkt me ook een oplossing, zoals eerder besproken op DNR.nl (zie: http://www.denieuwereporter.nl/?p=1026)

  • Een echte visualisering van een gesprek ziet er eerder zo uit: http://www.pmm.nl/Screenshots.htm#complex

  • Wordt betaald voetbal of stadionbezoek afgeschaft omdat een kleine groep hooligans het voor de massa verpest ?

    Nee, gelukkig niet.

    Voor een krant is een goede moderator het halve werk. Een discussie in de Rode Hoed of bij Rondom Tien wordt toch ook niet gevoerd zonder gespreksleider ? Dat discussies op het net al snel off-topic gaan is niet anders dan in de kroeg of in de kring op een verjaarsdagfeestje.

    In dat opzicht is het internet een afspiegeling van de maatschappij. Ook daar willen de Rustema’s alles tot achter de komma met regeltjes en betuttelende richtlijnen dichttimmeren. Zullen we dan maar gelijk een ‘Thought police’ instellen ?

  • Oeps

    Ik gun reageerders hun plezier. En niet elke discussie hoeft informatief of constructief te zijn. Dus na twee zinnen was ik bijna klaar met dit lange stuk.
    Ik juich het enorm toe wanneer media-sites niet alleen eenrichtingsverkeer informatie willen doorpompen maar ook eens tweerichtingsverkeer discussieplatform willen zijn.
    Dat veel discussies gezwam, gezeur, gescheld en ander ongerief bevatten, is een probleem dat al ver voor internet bestond, namelijk in het cafe en op verjaardagsfeestjes.
    Voor de rest: prima artikel Reinder; je beweert iets dat een beetje de kant raakt en elders op de wal botst, maar veel reacties oproept. Als het goed afloopt maak je zo een discussie los over het nut van moderating en van debatspelregels. Een thema waar filosefen al eeuwen mee bezig zijn.

  • Willem, for your information: de ‘thought police’ is alive and kicking. Zie bijv een willekeurig artikel op http://www.hetvrijevolk.com/

  • Een oplossing voor domme reacties is reeds voorhanden, maar werkt vooralsnog alleen nog maar in het Engels: http://stupidfilter.org/main/

  • Zoals Jeroen al aangeeft is threading een heel goede oplossing.
    Niet alleen is het “gesprek” daardoor veel beter te volgen, maar vooral versterkt dat het zelfreinigend vermogen van een community.
    Stelt u zich voor, een Troll:
    #456 — StommeHollander
    Ga toch lekker dheaudt stomme k–belgen
    …heel veel andere schreeuwlelijken en misschien een paar goede reacties.
    #780 — SlimmeBelg
    @StommeHollander en, heeft u ook nog argumenten bij die friet? Of serveert u hem altijd zo ongenuanceerd?

    StommeHollander, in reactie #456 zal waarschijnlijk niet eens weten dat iemand hem ter verantwoording roept, laat staan dat dit hem overhaalt tot een wat meer onderbouwde tegenreactie.

    Stelt u zich ditzelfde voor op een threaded reactie-lijst. De SlimmeBelg zijn reactie komst nu direct onder reactie #780 te staan. Hiermee wordt StommeHollander niet alleen veel duidelijker, maar vooral veel persoonlijker tot de orde geroepen. Temeer als er niet slechts één SlimmeBelg is, maar de gemeenschap bestaat uit een merendeel van nette, goed-argumenterende bezoekers.

    Hierdoor kan een gemeenschap dus altijd de reacties en reageerders sturen. In de richting waarin het merendeel van die gemeenschap dat wil dus. Trollen krijgen hierdoor veel minder kans, of raken eerder gefrustreerd. Het gaat een Troll in eerste instantie om het ontwrichtende effect dat zij of hij teweeg brengt. Als een troll echter telkenmale persoonlijk moet reageren op terchtwijzingen is de lol er al snel af.

  • Het lijkt erop dat een nieuwe startup met de naam Twingly iets doet dat vergelijkbaar is met wat ik hier voorstel:

    “What’s Twingly? Twingly is a ping service and blog search engine that connects traditional media to the blogosphere. We give news media the possibility to link back to blog posts linking to their articles.”

    De blogosphere wordt door Twingly gekoppeld aan artikelen uit gevestigde nieuwsbronnen die geblogged worden als ik het goed begrijp.

  • Pingback: Column MF: De kracht van reacties | What if?()

  • Pingback: Pingback, Refback en Trackback « Sanne Brand()

  • Pingback: UvA Docent Nieuwe Media wil verbod op gratis nieuws | Bert Brussen()

  • Bezopen verhaal. Informatievoorziening is nou eenmaal geen top/down verhaal meer.

  • Eric

    Het gaat er niet om of het ‘plebs’ een mening heeft, het gaat erom dat een aantal van hen zonder aanwijsbare kennis van zaken zijn mening spuit onder allerlei artikelen en het niet kan laten de schrijver met hun onwetendheid aan te vallen. Daarbij wordt dan soms nog naar allerlei obscure links verwezen die men gevonden heeft om het eigen gelijk te onderstrepen, maar meestal is er helemaal geen bronverwijzing. Dat vind ik buitengewoon ergerlijk.

    Is het nou echt zo moeilijk te erkennen dat je niet over alles een mening kunt en hoeft te hebben? Is het nou echt zo moeilijk gewoon even je mond te houden als er iemand spreekt die over een onderwerp beter is voorgelicht/ingelezen dan jij? Dat heeft niks met arrogantie naar het ‘plebs’ te maken, maar met respect voor degene die zich in de informatie heeft verdiept.

    @Jabir: Is ‘reaguren’ informatievoorziening dan? Ik zou willen dat je beter was voorgelicht over dat informatievoorziening geen top/down verhaal meer is. Dat is lang niet altijd zo en er zijn geen tekenen dat dat helemaal zal verdwijnen. Waar zit bij jou de top en de down overigens in het schrijven van nieuwsartikelen?

  • Pingback: RdB Communicatie » Blog Archive » Wat zijn de voor- en nadelen van lezersreacties op nieuwssites en hoe kunnen de nadelen geëlimineerd worden?()

  • D.M. Boomsma

    Het lijkt wel alsof de media bang zijn voor reacties … wat is dat toch dat ik op sommige artikelen wel mag reageren en op andere niet? Angsthazen ….