Media-ombudsman verdrinkt in eigen ambities

Iedereen die serieus wil meepraten over de ethiek van het vak, heeft bij voorbaat mijn sympathie. Maar soms kan het ook te veel worden. Gisteren (9 januari) was zo´n moment.

In een statige bovenzaal van de Industrieele Groote Club, pal aan de Dam in Amsterdam, was de presentatie van de Stichting Media-Ombudsman Nederland. Na een dik jaar van voorbereidingen (inclusief het vergaren van twee forse subsidies van het Stimuleringsfonds voor de Pers) kregen we een inkijkje in de plannen van dit gezelschap grijze & wijze journalistieke zwaargewichten.

Van de plannen kan in elk geval gezegd worden dat die ambitieus zijn. Tegelijk is geen van de concrete ideeën nieuw. Waarmee de vraag voor de hand ligt wat de toegevoegde waarde zou kunnen zijn van deze Media-Ombudsman. En daaraan gekoppeld: of het, zoals de oprichters beweren, überhaupt wel klopt dat er een grote maatschappelijke behoefte zou bestaan aan deze club. Daar komt nog bij dat de Stichting met de naam die ze gekozen heeft, ten onrechte de indruk wekt dat het een particuliere belangenbehartiger is. Wat ze, als ik de presentatie van vanmiddag goed heb gevolgd, totaal niet is.

Kern van de taak van deze – door zichzelf benoemde – Media-Ombudsman is immers “de journalistieke producties van alle nieuwsmedia, gedrukt, audiovisueel dan wel electronisch, te toetsen aan de vigerende en/of nieuwe standaarden van ethiek en deontologie”. Nou, ga er maar aan staan. Om dat te bereiken “formuleert de Media-Ombudsman een zelfstandig en onpartijdig oordeel dat op regelmatige tijden in gedrukte vorm en via de eigen website kenbaar wordt gemaakt”. Die website is er overigens vooralsnog slechts in basale vorm (de opdracht voor de uitbouw is vandaag gegeven, aldus vice-voorzitter Kees Haak) en de “gedrukte vorm” (een kwartaalschrift, volgens Haak) komt er pas als er geld voor wordt gevonden. De ombudsman wil vooral ingaan op algemene zaken en niet op specifieke klachten van burgers. En laat dát nou net de suggestie zijn die voor een gemiddelde burger (en journalist) uitgaat van de term ombudsman. Zeker nu er al enige tijd, op basis van signalen uit het veld, specifiek onderzoek plaatsvindt naar het nut van zo´n al dan niet aan de Raad voor de Journalistiek gekoppelde ombudsman. Kortom, de naam had wat handiger gekozen kunnen worden.

Geen vooruitgang
Even terug naar de ambities van de stichting. Op zoek naar de toegevoegde waarde, is het goed even puntsgewijs door de meest in het oog springende voornemens te lopen:
1. Onderzoek naar de haalbaarheid en effectiviteit van journalistieke codes in Nederland (geplande duur van dit onderzoek is 4 jaar, waarvoor het stimuleringsfonds 134.000 euro heeft vrijgemaakt en de UvA nog eens 90.000 euro). Elk onderzoek is welkom, maar wie nu het debat volgt naar aanleiding van de publicaties van de leidraad van de Raad voor de Journalistiek en de conceptcode van het Genootschap van hoofdredacteuren, kan op zijn vingers natellen wat daar uit gaat komen. Bovendien hebben Nijmeegse onderzoekers er vorig jaar al een stevige studie aan gewijd. Toegegeven, die nam geen vier jaar in beslag, maar was desondanks waardevol.
2. Een onderzoek naar het functioneren van ombudslieden in binnen- en buitenland (uitgevoerd door Huub Evers, subsidie 54.000 euro). Wederom: elk onderzoek brengt ons dichter bij de waarheid, maar er loopt al een onderzoek naar de waarde van ombudslieden. Uitgevoerd door de Raad voor de Journalistiek.
3. Organisatie van symposia en conferenties. Die zijn er al voldoende, lijkt me. Georganiseerd door een breed scala aan initiatiefnemers die met elkaar alle ethische debatten die nodig zijn kunnen entameren. Alleen de komende weken vinden er rond dit thema al een stuk of vier plaats. Nogmaals: soms is het gewoon genoeg.
4. Het verzorgen van gastcolleges op journalistieke scholen en universiteiten: altijd handig, maar het staat de scholen vrij daar op elk moment elke beschikbare deskundige voor te charteren. Hetgeen ook nu al volop gebeurt.
5. Het opstellen van een gedetailleerde gedragscode voor journalisten: onzin en overkill. Het debat over de leidraad van de Raad voor de Journalistiek en de conceptcode van het Genootschap van Hoofdredacteuren is nog in volle gang. Wie er een mening over heeft, kan die volop kwijt.

Kortom: de achterliggende gedachten zijn meestal niet verkeerd, de bedoelingen zijn vast oprecht, maar in concreto is er geen enkele vooruitgang mee te boeken. Sterker nog, met haar initiatieven gaat deze stichting de reeds actieve partijen flink voor de voeten lopen.

Oppervlakkigheid
Ook de introductie die de voorzitter van de stichting, Jan van Groesen, vanmiddag uitsprak, droop van de ambitie. Dat hij daarbij feit en fictie steevast vermengde om het belang van zijn geesteskind te benadrukken, is waarschijnlijk terug te voeren op zijn enthousiasme en geloof in de goede zaak. Alle begrip dus daarvoor. Maar er waren te veel aspecten in zijn verhaal die in een Amerikaanse rechtszaal aanleiding zouden geven voor de kreet “leading the witness, your honor!”.

Zo stelde Van Groesen dat “het journalistieke handwerk in het gedrang is gekomen”, dat “de selectie en presentatie van het nieuws minder worden ingegeven door de wil te informeren maar meer om in het gevlij te komen”, dat “de sensatie het gaat winnen van de kwaliteit” en dat “de gebruikelijke fora voor het regelen van journalistieke verantwoordelijkheid hebben deze ontwikkelingen niet kunnen bijhouden”. Spreek voor jezelf, Jan van Groesen. Natuurlijk zijn er incidentele voorbeelden te geven van bovenstaande beweringen, maar feiten zijn het allerminst. Van Groesen gaat verder met zijn als waarheden verpakte meningen: “Journalistieke verdieping moet het steeds meer afleggen tegen scoringsdrift en oppervlakkigheid”, “snelheid wint het van zorgvuldigheid”, “de autonome nieuwsselectie van de journalist komt in gevaar evenals zijn professionele kritische vermogen”. Conclusie van al dit lelijks, wederom volgens de ombudsman: “Dit gaat ten koste van de onafhankelijke serieuze journalistiek en van het democratisch gehalte van de samenleving”. Toe maar.

Veel (te) Grote Woorden, gestoeld op kort door de bocht geformuleerde aannames met als enig doel de legitimiteit van de nieuwe stichting te bewijzen. Quod non.

Paard achter de wagen
Nog even een blik op de initiatiefnemers. Buiten de al genoemde Jan van Groesen en Kees Haak, zitten ook Willem Breedveld, Redmar Kooistra en Hans Goslinga in het bestuur. Daarnaast is er een “Curatorium” met Hans Dijkstal als voorzitter, Richard van der Wurff (media-onderzoeker bij de UvA), Hans Renders (hoogleraar RUG), Jan Renkema (hoogleraar UvT), Dolf van Harinxma Thoe Slooten (UvT) en Huub Evers (media-ethicus Fontys Tilburg). Opvallenderwijs worden drie zetels in dit curatorium vrijgehouden voor de voorzitters van de NVJ, de Raad voor de Journalistiek en het Genootschap van Hoofdredacteuren. Toevallig ben ik lid van alle drie genoemde gremia en bij deze zou ik mijn voorzitters willen adviseren voor die eer te bedanken. Ze kunnen hun tijd echt wel beter besteden.

Hoe belangrijk het journalistiek-ethische debat ook is en hoe welkom elke inhoudelijke bijdrage daaraan, op deze manier spannen we echt het paard achter de wagen. Daar schiet, om met Jan van Groesen te spreken, noch de journalistiek noch het democratisch gehalte van ons land een centimeter mee op.

Tot slot een inschatting: over een jaar is de Media-Ombudsman verdronken in zijn eigen ambities en hoort niemand er nog ooit iets van.


6 reacties:

i.j. newsman
10 januari, 2008

Dank Bart Brouwers, voor dit onthullende verslag van die presentatie.

Ach, wat een feest der herkenning!

Wat we precies herkennen: het terugverlangen van een deel van de – met name parlementaire – journalisten naar de leunstoeljournalistiek. Eerst rustig eens een dagje nadenken over het nieuws, een etentje en goed gesprek met een bevriende deskundige, we lezen er een boek nog eens op na en komen dan aan het eind van de week met een ‘diepgravende analyse’ over ‘prangende aangelegenheden’ die grote indruk zal maken op collega’s en betrokkenen. Of de lezer ermee geholpen is, is minder relevant – dat is kwalijk marktdenken.

“Journalistieke verdieping moet het steeds meer afleggen tegen scoringsdrift en oppervlakkigheid” – het is het standaard antwoord op het verwijt aan journalisten dat ze de connectie met de samenleving aan het verliezen zijn en dat ze ook eens buiten hun eigen cirkeltje moeten kijken en luisteren. Er is tegenwoordig meer, véél meer journalistieke verdieping dan pakweg 25 jaar geleden. Journalisten hebben, godzijdank, wel geleerd om met veel minder omhaal van woorden de diepte in te gaan.

“snelheid wint het van zorgvuldigheid” – een enorme dooddoener: snelle journalisten zijn over het algemeen niet minder zorgvuldige dan ‘langzame’. De zeperd van de Volkskrant had niets te maken met snelhijd, en alles met onzorgvuldigheid (althans: dat laatste valt te hopen!).

“de autonome nieuwsselectie van de journalist komt in gevaar evenals zijn professionele kritische vermogen” en ,,de autonome nieuwsselectie van de journalist komt in gevaar evenals zijn professionele kritische vermogen” – hier staat: de journalist zou zich niets aan moeten hoeven trekken van zijn chef die een bepaald item wil, van zijn hoofdredacteur die een bepaalde invalshoek wil of van zijn collega’s met wie hij één samenhangend journalistiek product zou moeten maken. Hij bepaalt zelf wel wat goed is voor de lezertjes en welke onderwerpen hij ter hand neemt.

Wiens belang gaat deze Stichting eigenlijk behartigen? Het lijkt vooral een offensief tegen journalistieke vernieuwing en tegen de tijdgeest.

Carel Brendel
10 januari, 2008

Gaan de oprichters gastcolleges geven in het vak Politiek correcte journalistiek?

Peter Olsthoorn
10 januari, 2008

De pers gaat naar de haaien. En dus de democratie. Maar de redder dient zich aan: de Media-ombudsman.

http://www.leugens.nl/2008/01/09/geenstijl-effectonder-de-loep/

Theo
10 januari, 2008

Het is weer gelukt! Weer een nutteloos initiatief van achterhaalde bovenlieden met vooral zelfachting, waar veel subsidiegeld aan wordt gespendeerd (in de sloot wordt gegooid).

Maar ja, de elite die over het geld gaat komt uit dezelfde kring. Doorbreek dat maar eens!

[...] Some critical comments in the Dutch media: http://www.leugens.nl en http://www.denieuwereporter.nl  [...]

Mark Deuze
12 januari, 2008

Sterk verslag Bart. Hoewel ik de nobele journalistiek-interne motieven en idealen van deze groep heren (!) niet in twijfel trek, zet ik vraagtekens bij de aanpak van de betrokken wetenschappers. Vooral Richard van der Wurff en Huub Evers zouden beter moeten weten, en doen beiden al jarenlang belangrijk en nuttig werk op het gebied van, respectievelijk, mediabeleid en ethische toetsing. Ik vermoed dat de zak met geld van het Stimuleringsfonds voor hen de doorslaggevende factor was, aangezien je tegenwoordig als wetenschapper niet meer onafhankelijk onderzoek mag doen, maar je moet hoereren op de markt van derde geldstroomgevers en daardoor telkens in de zak van dezelfde goedbedoelende herenclubs terecht komt opmerking: ik heb zelf ook onderzoek gedaan met de steun van het Fonds en hoop dat weer te doen – dus ik ben zelf absoluut mede-schuldig aan deze praktijken).

Het grootste probleem bij dit alles is wel de impliciete aanname dat het nog steeds nuttig, mogelijk dan wel reeel is om het over ‘de’ journalistiek te hebben. Misschien heeft juist daarom dit ambitieuze initiatief wel zo’n muf luchtje: al kijk je in de publikaties van de Nederlandsche Journalisten Kring van het begin van de 20ste eeuw zal je nagenoeg exact dezelfde ambities en retoriek terugvinden (samen met een betoog dat vrouwen toch echt niet in de journalistiek thuis horen – lees daarvoor de stukken van ex-NJK voorzitter Doe Hans).

Mag ik tot slot verwijzen naar een uitgebreide studie naar het functioneren van ombudslieden en lezersredacties in binnen- en buitenland welke Arjan van Dalen recentelijk deed? Wat daar uit kwam? Dat ombudslieden op hun eigen redacties volstrekt niet voor vol worden aangezien, en daardoor ook naar ‘het publiek’ toe geen geloofwaardigheid genieten. Ombudslieden willen de journalistiek beoordelen als ‘advocaat van de burger’ maar dat doet de hedendaagse mondige burger zelf (en dat is een goede zaak), maar hun aanstelling dient ook als een marketinginstrument om de idee van “geloofwaardigheid” van de journalistiek beter te verkopen aan een in toenemende mate wantrouwing publiek.

Problematisering van die spagaat, plus theoretisering van de veranderende verhouding tussen journalistiek en publiek (als twee imaginaire concepten), daar zit mijns inziens de wetenschappelijke meerwaarde van dit probleem.


Laat een reactie achter »