Naar een beroepscode voor fotojournalisten?

Na al het gedoe rondom de inzending van “defensiefotograaf” Sjoerd Hilckmann, was de uitreiking van de Zilveren-Cameraprijzen zondag een verademing. Mooie winnaars, veel publiek en grote aandacht van alle media. Dat moet bestuursvoorzitter Hans Kouwenhoven goed hebben gedaan.

De week daarvoor was hij beduidend minder vrolijk. Aanleiding was de boosheid die onder meer in het NVF-bestuur was ontstaan over een van de inzendingen in de categorie buitenlandse documentaire fotografie. Een serie van Sjoerd Hilckmann, in dienst van het ministerie van defensie, had het geschopt tot de laatste drie. En dat was tegen het zere been van de mensen die zich hard maakten voor fotojournalistiek die in totale onafhankelijkheid kan worden bedreven. De Zilveren Camera, zo klonk het, kon toch niet het terrein worden van bedrijfsfotografen?

De klap van Hilckmann was blijkbaar zo groot, dat betrokkenen even vergaten het feitenonderzoek en het bijbehorende debat eerst in eigen gelederen te voeren. Nee, het was direct tijd voor Grote Conclusies en de talrijke fotojournalistieke weblogs droegen daar graag hun steentje aan bij.

Uiteindelijk wist Kouwenhoven de gemoederen tot bedaren te brengen met een analyse van een jurist en een verklaring waarin hij toezegde dat er een nader onderzoek zou komen naar de voorwaarden waaronder iemand kan meedoen aan de Zilveren Camera. Zondag voegde hij daar nog aan toe dat dat proces op 12 februari wordt ingezet met een openbaar debat in Nieuwspoort. Die gebaren bleken ruim voldoende om de rust te laten terugkeren. Het gejoel bij het afroepen van Hilckmanns naam als winnaar van de derde prijs in zijn categorie, werd zelfs naar de achtergrond gedrukt door het applaus van een minstens zo grote groep in het publiek.

Kruiwagen met kikkers
Het kan verkeren. Waar het een week geleden nog leek dat het Zilveren-Camerabestuur pardoes in tweeën zou breken, was zondag de blik weer op de toekomst gericht. Dat zal veel te maken hebben gehad met de feeststemming van het moment, maar ook met Kouwenhovens diplomatieke talenten. Die talenten zal hij de komende tijd nog hard nodig hebben, want eerlijk gezegd ligt het niet voor de hand dat er in december – als de foto’s voor de Zilveren Camera 2008 ingestuurd moeten worden – een sluitend reglement uitgebroed is.

Die somberheid kent een dubbele oorzaak. Ten eerste: een kruiwagen met kikkers is nog makkelijker te managen dan een zaal met fotojournalisten. Hun gedrevenheid, eigengereidheid en solisme zijn weliswaar doorslaggevende gedragskenmerken bij het maken van de beste nieuwsfoto, maar blijken niet altijd even handig als het gaat om onderling overleg. Zoveel fotografen, zoveel meningen.

Daar komt nog bij, en dat is de tweede factor die dit proces lastig maakt, dat de materie zelf alles behalve eenduidig is. Fotojournalistieke ethiek is geen wiskunde: afhankelijk van iemands perspectief in een zaak, kan met even goede argumenten voor een zaak gestreden worden als er tegen. Er zijn geen natuurkundige formules te bedenken die bepalen of iemand zich een waar fotojournalist mag noemen.

Het is, kortom, verstandig om de verwachtingen enigszins te temperen.

Verwrongen werkelijkheid
Maar dat laat onverlet dat we er alles aan moeten doen om alle aspecten van het debat nu aan bod te laten komen. Met als concreet doel om de jury van volgend jaar een aanbod voor te schotelen waar fotojournalistieke kwaliteit de boventoon voert. Zonder werk van fotografen die er geen moeite mee hebben hun waarheid te laten inkleuren door de commerciële of levensbeschouwelijke wensen van een opdrachtgever.

Hoort Sjoerd Hilckmann daar dan in thuis? Niet als zijn materiaal tot doel heeft een verwrongen werkelijkheid te tonen. Als onderdeel van het leger is de kans daarop groot, dat geef ik direct toe. Maar wat als Hilckmann zelf bij hoog en laag volhoudt dat hij kon gaan en staan waar hij wilde, alles heeft kunnen fotograferen wat voor zijn lens kwam en dat zijn beelden dus wel waarheidsgetrouw zijn? Of als hij vergezeld werd door een embedded fotograaf die exact dezelfde keuzes maakte? Ik wil maar zeggen: goed en fout kennen vele varianten, zeker in een wereld die meer en meer in handen is van door geld of macht gedreven instanties.

Goede fles wijn
Nu het voor kranten en tijdschriften steeds moeilijker wordt om structureel geld vrij te maken voor grote fotoreportages, zouden we zonder dit soort geldschieters zelfs heel veel prachtig fotojournalistiek werk nooit hebben kunnen zien. Ik durf er een goede fles wijn om te verwedden dat menige foto in de categorie kunst & cultuur gemaakt is in opdracht van een instantie die slechts tot doel heeft haar kunstvorm zo mooi mogelijk in beeld te krijgen. Geen mens heb ik er over horen klagen. Tevens staat vast dat NGO’s en ministeries (ook andere dan defensie) er elk jaar weer veel geld voor over hebben om fotografen hun belangrijk werk te laten vastleggen; ook daarvan hebben we de resultaten bij de Zilveren Camera voorbij zien komen. Verschil met Hilckmann of de DSM-fotograaf is wel dat hier meestal geen sprake is van een structurele werkrelatie. De fotograaf kan tot zekere hoogte doen wat hij wil maar moet ook niet zeuren als de betaler vriendelijk verzoekt om bepaalde beelden niet te gebruiken. Wie nog eens zo’n opdracht wil krijgen, stemt toe. Niet eens tandenknarsend waarschijnlijk.

Nog een voorbeeld, nu fictief. Stel dat een fotograaf in opdracht van het ministerie van Algemene Zaken een portrettenserie maakt van ministers die iets laten zien van hun privé-hobby. De een verzamelt postzegels, de ander schoffelt in de tuin, een derde staat op het korfbalveld. Het levert een prachtige fotoserie op maar duidelijk is dat Balkenende blij is dat deze mensen hun spaarzame vrije uren niet besteden aan het bezoeken van parenclubs of het verzamelen van hakenkruizen. Een krant is geïnteresseerd in publicatie, maar vraagt de fotograaf wel de serie te “completeren” met enkele hobby´s van prominente oppositieleiders. Is daarmee het geheel ineens wel journalistiek geworden?

Of pak de (eveneens fictieve) bedrijfsfotograaf van DSM die in opdracht van zijn baas in China een reportage maakt over de vele vestigingen die deze chemiereus inmiddels in dat land heeft. Gaandeweg maakt hij een serie foto’s die een groter verhaal vertellen dan dat van dat bedrijf. Hij legt vast hoe het dagelijks leven van de gemiddelde DSM-werknemer in China er uit ziet en levert daarmee tegelijk een waardevol journalistiek document af over de snel veranderende Chinese economie. DSM vindt dat ook en biedt de serie (gratis) bij ANP aan. Waarna ze in de kranten verschijnt en daarmee een belangrijke bijdrage levert aan onze beeldvorming over China. Er kan, kortom, nogal wat licht zitten tussen de journalistieke waarde van een foto(serie) en de journalistieke inbedding van de maker.

Najagen van illusies
De werkelijkheid is niet zwartwit. Waar het om gaat is een zo helder mogelijk zicht te krijgen op de intenties van de fotograaf én de waarde van zijn producties. Helemaal waterdicht moet je dat overigens niet willen krijgen, het najagen van illusies is immers niet zo heel erg nuttig. Maar om enigszins te kunnen inschatten hoe serieus een fotojournalist zijn vak neemt en hoe (on)afhankelijk hij is van zijn geldschieters, kan het helpen eens te kijken naar het debat dat momenteel onder schrijvende journalisten wordt gevoerd over een nieuwe beroepscode. Zeker omdat het in de komende ethische discussie zeker niet alleen zou moeten gaan over de vraag bij wie de fotograaf in dienst is. Nee, serieus met je vak omgaan betekent bijvoorbeeld ook dat je de werkelijkheid niet naar je hand zet (noch ter plekke, noch achter de computer), dat je open en eerlijk bent in je bedoelingen, dat je geen misbruik maakt van je positie, dat je je onderwerpen fair tegemoet treedt en dat je de privacy van mensen niet onnodig schaadt. Om maar een paar zaken te noemen.

Je zou er uiteindelijk toe kunnen komen dat deelname aan de competitie voor de Zilveren Camera slechts openstaat voor fotografen die dit soort bepalingen, al dan niet vastgelegd in een beroepscode, willen onderschrijven. Voor de jury van volgend jaar geeft dat in elk geval enig houvast, maar nogmaals: helemaal waterdicht krijg je het nooit. Al is het alleen maar omdat noch Hans Kouwenhoven noch de jury ooit de mogelijkheid heeft om precies te onderzoeken hoe een fotoproductie exact tot stand is gekomen.


4 reacties:

Gerard Smit
23 januari, 2008

Het lijkt me een miskenning van de fotografie als je stelt dat alleen fotografen die zich aan een beroepscode houden in aanmerking komen voor een prijs. Fotografie is verbeelding van de werkelijkheid. Een code helpt niet om de afstand tussen beeld en werkelijkheid te dichten – als dat al wenselijk zou zijn. De beste foto is de foto die volgens de toeschouwer het best de werkelijkheid verbeeldt. Hoe “juist” die verbeelding is hangt niet af van de intenties van de fotograaf, maar vooral van de perceptie van de toeschouwer.

Rood Petje
23 januari, 2008

Beroepscode voor fotojournalist wordt moeilijk…

Net zoals Wim Schoonen eerder al zei dat het moeilijk wordt om een eenduidig reglement voor de Zilveren Camera op te zetten, stelt ook Spits hoofdredacteur en jurylid van de Zilveren Camera Bart……

Beroepscode voor fotojournalist wordt moeilijk…

Net zoals Wim Schoonen eerder al zei dat het moeilijk wordt om een eenduidig reglement voor de Zilveren Camera op te zetten, stelt ook Spits hoofdredacteur en jurylid van de Zilveren Camera Bart Brouwers dat het moeilijk zou worden een waterdicht syste…


Laat een reactie achter »