Wanneer hebt u voor het laatste gebulderd bij het lezen van uw gazet? Of nog voorzichtiger: geglimlacht? Wanneer stootte u besmuikt uw partner aan vanwege een goeie witz in de krant? Humor blijkt een van de belangrijkste ingrediënten voor succesvolle media. Kranten hebben er echter nooit serieus over nagedacht. Wanneer komt het eerste congres over ‘de lach in de krant’?
Al met al is een gemiddeld Nederlands dagblad nogal een treurig apparaat. Boordevol ellende, streng gepresenteerd. Wie een krant leest heeft nou niet direct ‘the time of his life’. Zeker, een dagblad is er om te informeren. Maar moet dat nou altijd zo bloedeloos?
Naast informeren heeft een krant ook nog andere nobele taken. Amuseren is er een van. En niet een onbelangrijke, gezien de inmiddels uitdijende hoeveelheid sudoko’s en de traditionele strips. Het is in een krant niet allemaal ‘heavy stuff’ dat de klok slaat. En dat is maar goed ook, anders zou een consument er nog depri van worden. Zo zijn daar de recepten. De strips, columns, kruiswoordraadsels, hersenkrakers, tv-programma’s, horoscopen, citaatrubriekjes, fotowedstrijdjes en ga zo maar door.
De krant, kortom, is er ook voor ontspanning. Dat is niet nieuw. Denk aan het vroegere feuilleton, de cursiefjes (waar is dat genre eigenlijk gebleven) en de bric-a-brac-rubrieken. Jarenlang was de humoristische rubriek ‘Geknipt voor U’ de bestgelezen pagina in Vrij Nederland.
En eigenlijk is het niet zo vreemd. Als een consument zijn krant leest, zou hij, naast dat hij geïnformeerd wordt over het wereldnieuws, eigenlijk ook eenmaal gelachen moeten hebben. Het moet immers ook een plezier zijn om de krant te lezen.
Onderzoek
Maar is dat wel zo? Een paar jaar geleden liet de Duitse krant Main Post uitgebreid onderzoek doen naar de onderwerpen waar lezers belangstelling voor hadden. De redactie besloot uit de enorme berg cijfers een aantal hoofdregels voor het maken van een krant te destilleren. Een van die hoofdregels luidt: “Onderwerpen die het op televisie goed doen, doen het ook goed in de krant”. Geen vreemde gedachte.
En dus is het interessant de blik te richten op de kijkcijfers van de diverse televisiegenres. Op de beeldbuis doet nieuws het traditioneel goed. Daar blaast de krant inderdaad ook volop z’n partij mee. Vervolgens blijkt sport een favoriet onderwerp. En ook dat hebben kranten al lang geleden begrepen. Maar het succes van humor (cabaret, sitcoms, satire) ontbreekt bijkans geheel in de dagbladen. Laten kranten hier een enorme kans liggen?
Hoe goed doet humor het eigenlijk op televisie? Volgens onderstaande grafiek (met dank aan onderzoeker/beleidsadviseur Allard Welmers van NPO / KLO Informatie & Advies) doet de ‘verzamelgroep’ cabaret-satire het inderdaad niet slecht: een vierde plaats (na nieuws, serieuze informatie-
/educatie en sport). Omgerekend naar ‘matktaandelen’ (of juister gezegd: kijktijdaandelen) staat de verzamelgroep ‘cabaret-satire’ op een 7e plaats met een aandeel van 8,9 procent (na nieuws/actualiteiten, serieuze informatie/educatie, human interest, sport, spellen en quizzen en muziek).

Van de nieuwe internet-zenders blijkt de VARA-zender Humor-tv inmiddels de best bekeken zender met maandelijks ruim een miljoen kijkers (bron: Broadcast). Internetsites met humor of grappige filmpjes blijken razend populair.
Goede mix
Nogal wat krantenjournalisten zullen uitroepen dat de krant niet geschikt is voor lol. Maar op televisie, radio en internet laten serieuze onderwerpen zich soepel afwisselen door lichter vertier. Daar blijkt een goede mix (soms) mogelijk. Het is alleen de vraag wat een goede smaakvolle vorm is.
Dan mag dus met recht de vraag gesteld worden waarom in het traditionele medium krant zo weinig plaats is ingeruimd voor humor. Het antwoord moet misschien deels worden gezocht in onze eigen cultuur. De Nederlandse pers heeft nooit een traditie opgebouwd – zoals in Frankrijk (Le Canard Enchaîné) en Engeland (Punch, Private Eye) – van de geschreven satire.
Met een beetje goede wil mogen Annie M.G. Schmidt en Simon Carmiggelt tot ‘lichte schrijvers’ gerekend worden. Na de ‘Parool-generatie’ zijn er maar weinig opvolgers van dit genre opgestaan. De Nederlandse literatuur kent een paar moderne humoristische auteurs (Kees van Kooten, Youp van ’t Hek), die meteen mega-sellers blijken te zijn.
Is het in de Nederlandse dagbladjournalistiek dan allemaal kommer en kwel? Nee! Her en der mogen ingehuurde cabaretiers als Youp van ’t Hek, Jörgen Raymann, Raoul Heertje of Vincent Bijlo dagbladcolumns vullen. Het blijken bijdragen die doorgaans in trek zijn. Visueel mogen traditioneel de cartoonisten hun gang gaan. En achterin de meeste dagbladen is doorgaans wel een hoekje vrijgemaakt voor de strips. Maar daarmee lijkt de humor-koek op. Slechts de Volkskrant blijkt in deze op zaterdag een uitzondering te kennen in de column (Magazine) van Sylvia Witteman en in de sportrubriek ‘Het Nieuwste Schavot’. Een halve pagina satire. Over sport en de rest van de maatschappij.
Britse satire
Bedenker Bert Wagendorp legt uit dat hij zijn inspiratie uit het Verenigd Koninkrijk haalde. Hij was er jarenlang correspondent en maakte er kennis met de Britse satire. Wagendorp begon aanvankelijk met Paul Onkenhout Het Nieuwe Schavot (dat in het begin slechts een halve kolom besloeg). De sportjournalisten maakten de rubriek volgens Wagendorp deels in de eigen tijd en waren daarbij afhankelijk van anderen op de redactie (vormgevers) die er plezier in schepten er een steentje aan bij te dragen. “We werden op de redactie wel eens vreemd aangekeken”, herinnert Wagendorp zich. Inmiddels mag Het Nieuwste Schavot zich in een razende belangstelling verheugen. “Onderzocht hebben we het nooit. Maar wij horen dat mensen soms speciaal op zaterdag de krant kopen voor de rubriek.” Het ‘lidmaatschap’ van HNS kent inmiddels een lange wachtlijst. Wagendorp zegt zich er echter bewust van te zijn dat het succes wel heel erg op personen berust. “Als je dit door anderen zou laten maken, zou het waarschijnlijk niet werken. Het moet klikken. Wij liggen hier met z’n drieën op de redactie regelmatig in een lachstuip, terwijl anderen ons nietsbegrijpend aanstaren.”
De rubriek is in de loop der tijd wel wat van karakter veranderd, mede door de komst van John Schoorl. Er wordt nu ook meer over de muren van de sport heengekeken. Maatschappelijke ontwikkelingen worden naar de sport ‘getrokken’, waardoor er indirect ook commentaar wordt gegeven op die ontwikkelingen zelf, aldus Wagendorp. Nog steeds halen de drie hun inspiratie uit buitenlandse satirische websites als The Fiver van The Guardian, The Ironic Times en Private Eye .
Niettemin blijft de Volskrant-rubriek, hoewel het gevolg van het initiatief van individuele redacteuren, vooralsnog een uitzondering in de Nederlandse dagbladsector. En dat is vreemd en jammer tegelijk. Wanneer vraagt een redactie bij het dagelijkse beraad of het satirisch element die dag voldoende is verzorgd? Of er ook nog wat te (glim)lachen valt? Is er ooit een congres gehouden over humor in de pers (zou wat mij betreft hoognodig tijd worden). Toegegeven: niets zo moeilijk als de goede toon vinden in humoristisch bedoelde stukken of rubrieken. Talent op dat terrein is schaars en wellicht eerder buiten de journalistiek te vinden. Samenvattend: gemiste kansen. Terwijl het leven zoveel vrolijker kan zijn. Daar is helemaal geen goednieuwsdag voor nodig.
Verder lezen:
- Een speech van de Amerikaanse journalist Rick Horowitz over humor in dagbladen.– Brian J. O’Connor over humor in een column op een financiële pagina.
- Interview met Pulitzer-winnaar en humoristisch schrijver Dave Berry.
- The Spoof (satirisch dagablad op internet).
- The Onion (satirisch dagblad VS).
10 reacties