Column no. 5 van Anneke van Ammelrooy
Vorige maand was het dan zover: een grote demonstratie van Koerdische journalisten tegen de nieuwe mediawet die op stapel staat. De demonstratie was het goede nieuws dat ik nodig had om 2007 nog enigszins hoopvol af te sluiten. Studenten, onderwijzers, arbeiders in de olie-industrie en verwanten van politieke gevangenen hadden al eerder in Irak het voortouw genomen, wegens andere grieven.
De Koerdische mediawet voert een soort collectieve straf in voor fouten en wangedrag van journalisten: de journalist, de hoofdredacteur, de eigenaar en het medium zelf zullen gestraft worden. En dit is maar een van de pijnpunten, bedacht door het bestuur van de staatsvakbond voor journalisten in samenwerking met de twee dominante Koerdische partijen, PUK en KDP. De minister van Cultuur is tegen de wet, maar kan hij het parlement overhalen tegen te stemmen? De president heeft de wet gevetoed maar of dat helpt?
Zoals in Nederland, waar journalisten zich min of meer even onmisbaar voelen als artsen op een ziekenhuis-ehbo, behoren ook Iraakse journalisten niet tot het luidruchtigste deel der natie en zijn zij nimmer de eerste die de straat op gaan.
In tegenstelling tot romantische misvattingen over ons vak, zijn wij journalisten geen avantgarde, geen leiders, niet eens opinieleiders. Het gewone volk is ons in vredestijd altijd jaren vooruit, terwijl het in revolutionaire periodes ons maanden tot weken achter zich laat.
Hersenspoeling
De Amerikaanse ondernemer-intellectueel Noam Chomsky maakte onlangs in een interview met Le Monde Diplomatique een voor hem zeldzaam rake opmerking: alleen voor het meer intellectuele deel der natie geven westerse media de toon aan, niet voor de massa’s. De “hersenspoeling in westerse democratieën” treft vooral het hoger opgeleide deel van de mediaconsumenten, aldus Chomsky, die “hersenspoeling” in deze context letterlijk leek te nemen, terwijl het feitelijk een aan dictaturen ontleende metafoor is. Een normale dictatoriale hersenspoeling is onontkoombaar, maar zelfs een warrige westerse poëziecriticus weet de off-knop van de televisie te vinden, terwijl ons artistieke volksdeel niet per definitie een abonnement op een kwaliteitskrant heeft.
Opgevoed in de strenge leer van “Wij maken het nieuws niet, wij volgen het”, hebben journalisten wereldwijd de conclusie getrokken dat initiatief nemen iets voor andere beroepsgroepen is. Wij zijn universeel een uitermate volgende, volgzame beroepsgroep. Vroeger betekende dat bijna blinde loyaliteit aan regering, partij of vakbond, tegenwoordig gehoorzamen wij, met andere excuses zoals tijd- en geldgebrek, aan oppervlakkige trends in de maatschappij en onzichtbare spin doctors. Is dit onze enige toekomst?
Softenon
In The People’s Witness, een geschiedenisboek over enkele titanen van de Amerikaanse en Britse journalistiek in de twintigste eeuw, wordt Harold Evans gevierd als een van de laatste vertegenwoordigers in Groot-Brittannië van de campagne-journalistiek, zo niet de laatste.
Ik moet waarschijnlijk vele lezers uitleggen wat campagnejournalistiek is. Ik geloof niet dat het ergens aan scholen voor journalistiek gedoceerd wordt.
Het misverstand is dat een enkele reportage over een corrupte minister of gif in voedsel of een vliegtuigramp al een campagne is. Zo zien de boosdoeners het natuurlijk vaak, maar een enkele onthulling is geen langdurig volgehouden campagne.
Toen Harold Evans hoofdredacteur van de Sunday Times was, ondersteunde zijn krant – met onderzoek, reportages – jarenlang de ouders van door het medicijn thalidomide (softenon) misvormde kinderen. Na tien jaar kregen de ouders gelijk van het Europese Hof voor de Mensenrechten plus compensatie, terwijl de Britse journalistiek het wettelijk recht kreeg verslag te doen van zaken die bij de burgerrechter spelen. Kijk, dat is nou een campagne.
Dat Harold Evans naar de Verenigde Staten verhuisde, is een veeg teken dat hij zich niet meer welkom in eigen land voelde. Er was veel kritiek op zijn campagnejournalistiek – is niet objectief, partijdig etcetera. Na zijn glorietijd bij de Sunday Times werkte hij slechts een jaar als hoofdredacteur bij de Times, benoemd door Rupert Murdoch, en verliet deze krant wegens meningsverschillen over journalistieke onafhankelijkheid.
Vluchtelingen-journalisten
Ik moet zeggen dat er buiten Europa en de Verenigde Staten vele media zijn die aan campagnejournalistiek doen. We kunnen iets leren van al die naties waaraan we ons superieur voelen. Natuurlijk trekt campagnejournalistiek lezers of kijkers, maar dat resultaat zou ook in Nederland een motief kunnen zijn. Niettemin kennen ook wij amper campagnes. De problemen in armere landen zijn groter maar met de onze zijn veel meer miljarden dollars gemoeid.
Wij zijn nog om advies gevraagd over de Koerdische ontwerp-mediawet maar dat verzoek kwam rijkelijk laat, een dag voordat de sahafien de straat opgingen. Bovendien zijn wij, als Arabische vluchtelingen-journalisten in Koerdistan, door de staatsvakbond voor journalisten nooit bij het opstellen van deze wet betrokken geweest, alsof het niet ook andere dan Koerdische media zal treffen, inclusief buitenlandse.
Dankzij live-uitzending van het mediadebat zijn de Koerdische journalisten op tijd wakker geworden. Gelukkig Nieuwjaar!