Debat over auteursrecht gaat voorbij aan belang auteur

De Tweede Kamer doet onderzoek naar de praktijk van het auteursrecht in Nederland. Mondjesmaat dringt iets daarvan door in de media. Tot nu toe gaat het daarbij vooral over de druk die bedrijven en instellingen zeggen te ervaren als zij auteursrechten moeten afdragen en over de bureaucratie waarmee dat gepaard zou gaan. Omdat het in de praktijk vooral de horeca is die klaagt, beperkt de blik van de parlementaire werkgroep auteursrecht zich tot beeld en geluid. Aan de minstens zo belangrijke vraag hoe het is gesteld met tekst wordt gemakshalve voorbijgegaan. Daardoor blijft onopgemerkt wie het zijn die daar in de knel komen: niet de betalingsplichtigen maar de auteurs die individueel een recht hebben op vergoeding.

Een goed functionerend auteursrecht is een noodzakelijke bestaansvoorwaarde voor alle schrijvers, vertalers, scenarioschrijvers, journalisten en columnisten. Met name voor de kleine zelfstandigen onder hen. Omdat hun werk van grote economische en culturele betekenis is, heeft de Nederlandse samenleving als geheel er baat bij dat hun positie goed is geregeld en dat hun rechten worden beschermd.

Van de totale redactionele inhoud van de gedrukte media in Nederland wordt ongeveer eenderde geleverd door auteurs die zelf de rechten hebben op hun werk. Vaak betreft het bewerkelijke stukken die alleen kunnen worden geschreven door iemand met specialistische kennis en een onafhankelijk oordeel. Wie zich het maatschappelijk belang daarvan realiseert, zal niet licht voorbijgaan aan de noodzaak om de juridische positie te beschermen van de auteursrechthebbende schrijver.

Freelance journalisten
Toch is het met die positie slecht gesteld in Nederland. Neem de situatie van de naar schatting 2500 freelance journalisten. Voor de goede orde: zij zijn dus geen werknemers maar ondernemers, en genereren inkomen door actief de rechten op hun teksten te beheren. De gemiddelde jaaromzet van zo’n “vrije schrijver” bedraagt ongeveer 27.000 euro. Daar moet alles nog van af: bureaukosten, inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, pensioen, arbeidsongeschiktheid, etcetera.

Hun inkomen bestaat in hoofdzaak uit de vergoedingen die zij van uitgevers ontvangen voor de licenties om hun stukken te gebruiken voor een welomschreven doel, meestal om het eenmalig af te drukken in krant of tijdschrift. Een klein deel (variërend van een paar tientjes tot enkele duizenden euro’s per persoon per jaar) bestaat uit additionele vergoedingen die zij krijgen voor hergebruik van hun teksten, uit hoofde van het reprorecht, het leenrecht en soms de kabelgelden.

Slechts een deel van deze rechten is individueel en kan door de auteurs zelf worden geregeld met hun opdrachtgevers. Nu heeft zich in de uitgeverswereld de afgelopen jaren een enorme schaalvergroting en rationalisering voorgedaan. Richting auteurs worden steeds meer zaken geregeld in standaard leveringsvoorwaarden. Maar weinig uitgevers kunnen de verleiding weerstaan om daarbij zoveel mogelijk naar zich toe te harken: het recht op hergebruik in andere bladen en websites van het concern waarbij schrijvers soms zelfs hun eigen stukken niet meer op hun eigen website mogen zetten, een exclusiviteitsperiode van soms wel een half jaar waardoor een artikel nergens anders meer te verkopen is, het recht om namens de auteur het stuk door te verkopen, te bundelen, te laten vertalen – en dat allemaal voor niets of tegen een vergoeding van vaak niet meer dan 1,5 of 2 procent van het oorspronkelijke honorarium.

Rechtszaken tegen uitgevers die misbruik maken van hun marktmacht slepen jaren en leiden zelden tot een bevredigend resultaat. Van contracteervrijheid voor de auteursrechthebbende is geen sprake. Voor de schrijver is het slikken of stikken: “Voor jou tien anderen!” Zelfs gerenommeerde bladen gooien zonder pardon freelancers op straat die tegen zulke knevelarij bezwaar maken.

Collectieve rechten
Een belangrijk deel van de rechten kan echter niet individueel door de auteurs te gelde worden gemaakt. Daarvoor zijn zij aangewezen op de organisaties die de collectieve rechten innen en verdelen, zoals de Stichting Reprorecht, de Stichting Lira en de Stichting Nieuwswaarde. Dat systeem staat nu onder druk door de commotie rondom de heffingen. En niemand die de klagende partijen eens uitlegt waarom we in Nederland al honderd jaar auteursrecht hebben, waarom dat van eminent maatschappelijk belang is en waarom die auteurs gewoon recht op hebben op betaling voor het gebruik van hun teksten – net zoals bakkers recht hebben op betaling voor de broden die zij bakken. Toegegeven, sommige van de collectieve beheersorganisaties zouden met wat minder overhead toe kunnen, maar in het algemeen doen zij voor de rechthebbenden zinvol werk op een faire manier.

Zoals het nu in Nederland gaat lopen auteurs voortdurend vergoedingen mis waar zij juridisch en moreel het volste recht op hebben. Bij alle opwinding over de druk van de auteursrechten en de al dan niet vermeende misstanden bij het collectieve beheer daarvan wordt de zwakste partij vergeten: die van de individuele rechthebbenden. Het zou een goede zaak zijn als de parlementaire werkgroep ook aan hen aandacht zou besteden.

7 reacties

  1. Pingback: Ymerce » Recht hebben op

  2. Pierre Spaninks schreef op 20 februari 2008 om 12:23

    Yme vraagt zich af waarom we in Nederland eigenlijk zo iets als auteursrecht hebben. Dit naar aanleiding van mijn pleidooi om in het parlementaire onderzoek naar auteursrecht nu eens niet alleen aandacht te besteden aan de kroegbazen die klagen dat ze rechten moeten afdragen voor de muziek die ze in hun zaak spelen, maar ook aan degenen die recht hebben op een vergoeding voor het gebruik van hun geestelijk eigendom. Schrijvers bijvoorbeeld.

    Waarom auteursrecht dus. Tsja, waarom houden we er uberhaupt een rechtsstaat op na? Kennelijk vinden we het met zijn allen (nou ja, bijna allen) in dit land belangrijk dat prive-eigendom wordt beschermd. Om te voorkomen dat dieven ermee aan de haal gaan.

    Ook iemands oorspronkelijke gedachten en de vorm waarin hij of zij die vastlegt zijn het beschermen waard. Ze krijgen die bescherming door het auteursrecht. Dat wil zeggen: dankzij het auteursrecht hebben “auteurs” (ook: componisten, tekstdichters, architecten, fotorafen) tenminste een poot om op te staan als anderen te lui zijn om zelf wat te maken en geld proberen te verdienen met hun werk.

    Stel dat Yme eens een leuk melodietje bedenkt, en er wat leuke regeltjes bij verzint. Zijn vrienden vinden het enig en hij laat zich overhalen om het een keer ten gehore te brengen op het Podium voor Ongekend Talent. Stormachtige toejuichingen, maar hij heeft wel wat beters te doen dan carrière te maken in de muziek. Laat nou toevallig die dikke van Idols in de zaal zitten en er wat in zien. Die sleurt een puber mee de studio in, neemt het nummer op, en verdient er bakken met geld mee.

    Ik vroeg Yme via zijn eigen blog of hij dan eerst een uurtje tevreden gaat zitten glimmen van trots en daarna meteen naar zijn zolderkamertje rent om nog een liedje te verzinnen? Of neemt hij een advocaat in de arm en stapt hij naar de rechter? Dankzij het auteursrecht zou hij dan namelijk een goede kans maken om ook een deel van de verdiensten overgemaakt te krijgen.

    Yme liet weten dan NIET naar de rechter te gaan. Dat vind ik heel consequent van hem. Hij vervolgt (kort door de bocht samengevat) dat hij zijn stukjes ook gratis en voor niks voor iedereen op internet zet. Prima, maar dan laat hij zich in de kaart kijken: hij zegt dat te doen in de hoop opdrachten als adviseur of spreker te krijgen. Betalende opdrachten, neem ik aan. Als ik me in Yme’s situatie verplaats kan ik me prima indenken dat hij er geen behoefte heeft om het auteursrecht op zijn internetpublicaties strikt te handhaven of te gelde te maken. Als je zoals hij vooral schrijft om reclame te maken voor jezelf als adviseur of als spreker, kan die aanpak heel goed werken.

    Maar hoe zit het dan met het werk dat Yme vervolgens als adviseur doet of als spreker? Dan produceert hij namelijk ook werken die auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn. Als hij voor een klant een fantastische oplossing bedenkt en die in een mailtje beschrijft, mag dan een collega-adviseur die dat toevallig onder ogen krijgt gratis en voor niks zijn advies overnemen en het voor 450 euro per uur aan een van zijn eigen opdrachtgevers navertellen? En mag ik als Yme ergens een verhaal houdt met een videocamera in de zaal komen zitten, er DVD’s van maken, en die voor 49,95 per stuk op internet te koop aanbieden?

    Als dat allemaal mocht, zou Yme met zijn talent, kennis en ervaring al gauw geen cent meer kunnen verdienen. En met hem geen enkele internetpublicist, adviseur of spreker. Zou de samenleving daar slechter mee af zijn? Ik denk het wel.

    Daar is auteursrecht nou goed voor. Je kunt er ingewikkelde rechtsfilosofische verhandelingen over ophangen, je kunt er postmodern roofkapitalistisch smalend over doen, maar als het er op aankomt is het niets anders dan: als iemand geld wilt verdienen doetie het maar op eigen kracht en niet door van een ander te jatten.

  3. Kees Spaan schreef op 20 februari 2008 om 17:14

    Het zou goed zijn als de auteur van het stuk over auteursrecht zich ook zou informeren bij het NUV en Stichting Pro sectie Clip. Allemaal op internet te vinden. Ook dagbladuitgevers zijn doordrongen van het feit dat de auteursrechtelijke belangen van zowel uitgevers als auteurs moeten worden verdedigd. Daar spant het NUV zich ook voor in. De positie van de freelancers blijft met veel emoties omkleed. Dat is ook mede de achtergrond van de samenwerking met Nieuwswaarde.

  4. Pierre Spaninks schreef op 20 februari 2008 om 19:45

    Met zijn opmerkingen geeft Kees Spaan extra reliëf aan mijn stelling dat de parlementaire werkgroep auteursrecht (met zijn focus op beeld en geluid en op de al dan niet reële problemen van een deel van de betalingsplichtigen) maar een deel van de werkelijkheid te pakken heeft. Met mogelijk funeste gevolgen voor het stelsel van collectieve beheersorganisaties (zoals Reprorecht) waar het NUV samen met de organisaties van auteurs verantwoordelijkheid voor draagt.

    Spaan wijst terecht op het Nederlands Uitgevers Verbond. Een open, eerlijke organisatie met heldere standpunten, waar de FreeLancers Associatie en de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (om het even te beperken tot de clubs die ik van binnenuit ken) graag en goed mee samenwerken. Bijvoorbeeld in het bestuur van de Stichting Reprorecht.

    CLIP is een heel ander verhaal. Die zijn opgericht om de rechten te innen te verdelen die gemoeid zijn met het maken van knipselkranten. De inkomsten van CLIP slinken, omdat steeds meer uitgevers bilateraal afspraken maken met grote afnemers van knipsels en omdat er steeds maker virtueel ipv fysiek wordt geknipt, en daar gaat CLIP niet over. Bovendien lukt het CLIP niet om de bedragen die aan de auteurs toekomen ook daadwerkelijk uit te betalen, omdat de uitgevers niet op artikelniveau kunnen of willen aangeven wie wat heeft geschreven. Dus met CLIP schieten de freelancers voorlopig niks op.

    Vraag aan Spaan: hoe denken de georganiseerde uitgevers te voorkomen dat het auteursrecht en zijn instituties bezwijken onder de toenemende maatschappelijke druk?

  5. Intellectueel eigendomsrecht is RÁÁRRR. Ik zie het net als dna: we bezitten het allemaal, maar boetseren er voor onszelf en onze kinderen (als je die hebt) onze eigen constructies van, die we vervolgens een leven lang zíjn en waar we het dus maar mee moeten doen in dit benedenhemelse. Je kunt hooguit een merkje hangen aan een herkenbaar patroontje dat er nog niet eerder was en maar hopen dat dat de aandacht verdient, als mensen daar aandacht voor willen betalen (‘to pay attention’). Oplichten en de boel verzieken is gewoon het verhaal van de stok en de hond: niks an te doen.

  6. Martin van de Wardt-Olde Riekerink schreef op 17 juni 2009 om 09:53

    Zodra er geld verdiend wordt met bezit in plaats van werk zal het gemor een aanvang nemen. Het is de taak van schrijvende ondernemers om geen genoegen te nemen met een hongerloon op basis van de belofte van gouden copyrightbergen. Laat je betalen voor het werk, en ga anders iets anders doen. Op basis van economische wetten blijkt kennelijk dat schrijven geen bijzonder beroep is.

  7. Erik schreef op 21 juni 2009 om 11:42

    Als de verpleging over schandelijke betaling klaagt, zeg je dan ook dat verpleegkundige kennelijk ‘geen bijzonder beroep’ is, Martin?
    Vechten voor redelijke betaling roept als het om auteurs gaat heel vaak de reactie zeur toch niet zo op. Maar zonder vechten lukt het niet. Dan stonden er nog steeds kinderen in duistere fabriekshallen de hele dag smerig werk te doen.

    Het probleem zit hem in de organisatie van het protest. Voor arbeiders hebben de vakbonden geweldige dingen gedaan. Schrijvers lopen achter. Althans, schrijvers die niet in dienst schrijven. Voor journalisten die gewoon een baan bij een uitgever hebben zijn er keurige cao’s. Zij hebben ook het auteursrecht op hun werk niet. Uitgevers mogen hun werk verkopen en opnieuw publiceren zoveel ze willen. Het is daarom een beroepsgroep met heel verschillende belangen. Dat is een van de oorzaken van het achterlopen van freelance journalisten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>