Debat over code heftig maar niet productief

2008 wordt zoals Huib Evers hier eerder suggereerde een boeiend jaar voor wie geïnteresseerd is in journalistiek en maatschappelijke verantwoordelijkheid. In 2007 zijn een aantal discussies gestart of op scherp gezet die volgens sommigen de toekomst van het vak raken. De grootste gemene deler is dat ze de reikwijdte van de persvrijheid aangaan. Wie de discussies overziet, merkt dat ze vaak heftig maar niet zo productief zijn. Theo Dersjant wijst erop dat het een herhaling van zetten is. Het beroep op persvrijheid smoort in deze discussies het gesprek veelal eerder dan dat ze het verder helpt. Dat kan vast anders.

Wat voorbeelden. De discussietoon in de discussie naar aanleiding van de conceptcode van het Genootschap van Hoofdredacteuren is heftig. “Nieuwe code is beter dan de vorige, maar even zinloos”, “Regelfetisjisme” luidden twee reacties. Interessant, misschien niet zo heftig maar evenmin heel productief was de recente studiedag ‘Code, keurmerk of beroepsvereniging’ van de Masteropleiding Journalistiek van de Universiteit van Amsterdam waar Theo van Stegeren hier eerder over schreef. Veel participanten zochten over en weer meer bevestiging van het eigen gelijk dan dat ze creatief op zoek waren naar de goede toekomst van het vak. Hier is uiteraard geen sprake van onwil, maar eerder een teken van vermoeidheid met het zoveelste rondje. Tenminste, dat was mijn indruk.

Dialogische aanbevelingen
Op zich best begrijpelijk, die hakken-in-het-zand-toon. In de eerste plaats is het belangrijk om te realiseren dat de persvrijheid (overigens evenals andere grondrechten) onder druk staat. Ook in het Westen. Journalisten hebben daar beroepshalve een antenne voor. Dit klassieke grondrecht is een verworvenheid waar we in onze democratische rechtsstaat zuinig op moeten zijn, temeer waar we zien dat internationaal dit mensenrecht met de voeten getreden wordt.

Maar dat is niet alles. De journalistieke alertheid is pas echt te verklaren als je ziet dat de persvrijheid voor velen nauw verbonden is aan wat journalistiek is. Het gaat om de journalistieke cultuur en identiteit. De discussie raakt het zelfbeeld van journalistiek, of meer nog: van de journalist. Blijft dat de discussie stagneert. Waar de journalistieke taak steeds vaker uitgedrukt wordt met woorden zoals ‘het faciliteren en modereren van de maatschappelijke dialoog’ zou het mooi zijn als de dialoog binnen de journalistiek zelf constructief en creatief gevoerd wordt. Een aantal dialogische aanbevelingen.

Bepaal het speelveld van de discussie
Misschien is het goed om het eerst eens over het speelveld van de discussie te hebben en niet te snel af te stevenen op concrete oplossingen (ombudsman, aangepaste code, certificering en colofon als bijsluiter buitelen over elkaar heen). Ik denk hierbij aan bijvoorbeeld:
- Oplossingen moeten – uiteraard – passen binnen de grondwettelijke persvrijheid;
- Journalistieke kwaliteitscriteria komen voort uit het beroep zelf; ze zijn intrinsiek aan het vak en worden niet van buiten opgelegd;
- Journalistiek is journalistiek en niet communicatie zonder meer. Zoals Bart Brouwers schreef: je hebt publicisten en journalisten.
Dat laatste roept vragen op, of niet? Waar hebben we het eigenlijk over bij journalistiek? Laten we het nu eerst eens over dat soort voorvragen hebben. Bill Kovach en Tom Rosenstiel spreken in hun The Elements of Journalism (aanrader!) over het belang van een theorie van de journalistiek. Journalisten voelen het best wel zo’n beetje aan wat (goede) journalistiek is en wat niet, maar om het nu te verwoorden is vaak toch best lastig. Wat is bijvoorbeeld de kernwaarde van het vak? We moeten niet te snel de voorvragen van het vak overslaan vanuit ideologische vrijheidsbeelden bij het vak.

Denk voorbij het dilemma
De heftigheid is misschien begrijpelijk, maar daarmee nog niet constructief. In de discussies rondom bijvoorbeeld verschoningsrecht, Leidraad, conceptcode en geschillenbeslechting (commissie Dommering) lijkt er telkens sprake van een patstelling of dilemma, waarin het om de spanning tussen persvrijheid en zelfregulering gaat. Klopt dit dilemma echter wel? Is het zo dat bijvoorbeeld het handhaven van beroepsstandaarden (vgl. rapport van de commissie Dommering) automatisch op gespannen voet komt te staan met de persvrijheid? Klopt de intuïtie dat (kwaliteit)regels de persvrijheid beperken? Waarom wel of niet? En: waar hebben we het eigenlijk over? Durf creatief te denken. Ik vermoed dat er meer dan één zelfreguleringmechanisme is dat zich binnen het boven geschetste speelveld thuis zou kunnen voelen.

Maak helder waar je het over hebt
Persvrijheid is ‘het grote woord’, maar wat bedoelen we ermee? Het helpt al als we een onderscheid gaan maken tussen juridische persvrijheid en ideologische persvrijheid. Wat bedoelen we met de grondwettelijke persvrijheid? In mijn ervaring weten te weinig journalisten echt uit te leggen wat het recht inhoudt. Zeker niet: ‘ik mag schrijven wat ik wil’. Ook dat voelen journalisten wel zo’n beetje aan, maar om het nu uit te leggen… Juist waar persvrijheid onder druk is, is het essentieel om zorgvuldig te zijn met het inzetten van het persvrijheidargument. Anders verwordt het van institutionele garantie tot een retorische truc waarmee je je eigen beroepstrots te grabbel gooit. Grondwettelijke persvrijheid moet onderscheiden worden van persvrijheid als aanduiding van het journalistieke zelfbeeld. Voor veel journalisten is het vrije-jongens-en-meisjes-gevoel waar we bij het woord persvrijheid aan denken misschien wel centraler dan het specifieke grond- en mensenrecht. Dat heeft echter weinig met art. 7 van de Grondwet te maken, maar alles met je visie op het vak en je eigen identiteit (als journalist). Overigens zou het ook niet gek zijn als we in discussies specifieker zijn over wat we nu bedoelen met ‘code’, ‘zelfregulering’, etc. Dan zal vanzelf blijken waar illusies en karikaturen een belangrijke rol in de heftigheid spelen.

Heftige discussies zijn prima, maar ze moeten wel ergens toe leiden. Binnenkort wil ik graag eens een aanzet voor wat voorwerk doen. Ik vermoed dat een analyse van de journalistiek als sociale en normatieve praktijk in de lijn van de bekende filosoof Alasdair MacIntyre verheldering biedt en zelfs helpt bij het zoeken naar praktische en duurzame oplossingen. Da’s nogal wat, maar iedereen is dan ook uitgenodigd om er heftig op te reageren.

Eén reactie

  1. Ik vraag me af waarom het zo ingewikkeld moet. Is niet de laatste toetssteen het gevoel van de lezer? Diens oppakken of laten liggen van een krant, van een actualiteitenrubriek (zappen of niet zappen)? Wat overtuigt hèm! Waar heeft hij wat aan! Hij weet zelf heus wel wanneer er partijdigheid in het spel is en of het spel inmiddels al tot een Big Lie is verworden waar de hele linkse omroep droogmalend aan mee doet. Dùs hij laat het liggen of hij moet zin hebben om zich te vermaken en The Games te laten beginnen. Maar dat is heel gevaarlijk, want dat is het spinnen, dan is de geest uit de fles, dan komen de risky-shift, de extremisering en de volslagen groepspolarisering in sneltreintempo op ons en op de sleeper-cells af. Dùs hij heeft informatie nodig die hij meest waardevol vindt, òm zijn onzekerheid mee op te heffen. Dan geldt opnieuw: hij weet heus wel wanneer hij dat doet door gewoon zijn eigen soort op te zoeken en dus ‘bevestiging’ te krijgen van zijn tweelingbroer of 10% verschillende cultuurgenoot (en niet 90% verschillende allochtone buurman in ‘de wijk’). Dus hij zoekt, hij zoekt naar wat betrouwbare en valide informatie is op het terrein dat hèm aangaat en niet wat de journalist in zijn ivoren minaret voor hem verzint of meent dat goed voor hem is. De neerbuigendheid!! Dùs dat en dat alleen, die betrouwbare en valide informatie over waar hij mee zit, moet hem aangereikt worden, zonder pedagogie, zonder meerderwaardigheidscomplex, zonder een economie binnen het eigen cirkeltje dat de boel wel (voor osm) lekker draaiende houdt. En de houding moet zijn, dat je die burger WEL vertrouwt.

    Een betere politiek begint bij jezelf, als journalist.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>