De Masteropleiding Journalistiek van Universiteit van Amsterdam hield vrijdag een symposium over de zin en onzin van gedragscodes en keurmerken voor journalisten. Hieronder de debatbijdrage van Bert Brussen (voormalig medewerker van GeenStijl).
Alweer veel meer dan anderhalf jaar geleden was ik nog een GeenStijl-knakker. Ik werkte voor dat weblog en was mij bewust van mijn status als journalistieke outlaw. Alles wat ik maakte was wat ik wilde maken en ethische normen en waarden of voorwaarden voor echte journalistiek waren voor mietjes en verdienden een nekschot.
Heden ten dage ben ik niet meer werkzaam voor dat deksels leuke weblog maar nog wel en knakker. Een freelance-knakker. Dat betekent dat ik voor diverse media stukjes tik, die inlever en dat ik daar geld voor krijg. Mensen vinden daardoor dat ik een ‘journalist’ ben. Ik vind dat allemaal prima, al geef ik de voorkeur aan aan de term scribent. Of gewoon knakker.
Maar ondanks mijn zelfgekozen status van scribent en voormalig outlaw, heb ik wel een mening over een nieuwe ethische code (anders zat ik hier niet). Die mening klinkt als volgt:
Betuttelend
Ik ben van mening dat een ethische code leidt tot misbruik. Ik ben er zo eentje die denkt dat deze ethische code beknellend en betuttelend zal werken. Ik denk dat die code nog meer macht geeft aan snorren en brillen boven de vijftig om met hun opgeheven vingertje te wapperen.
Ik weet dat dit wordt afgedaan als ‘goedkope retoriek om eens lekker om je heen te kunnen slaan’, maar ik ben er echt bang voor. Ik ben bang dat we met zo’n nieuwe code straks op zaterdagavond naast ‘Kassa’ en ‘De Leugen Regeert’ ook kunnen kijken naar een journalistiek consumentenprogramma waarin Francisco van Jole en Henk Blanken met een verborgen camera bij ‘foute’ journalisten op huisbezoek gaan om hen eens flink de ethische waarheid te zeggen en met het vingertje te wapperen.
Want het gevoel dat al deze ‘ethische codes’ en eigenlijk het hele, voortdurende debat over codes, normen, waarden en regels vooral bij een kleine groep uitverkorenen gevoerd wordt, die hun metafysische idee van het goede perse aan de man willen brengen, bekruipt mij steeds meer. En ik ben niet de enige.
Gezeur
Een van de studenten op deze opleiding zei laatst tegen me: ‘Leuk hoor, dat gezeur over ethische codes, maar waarom vallen ze ons daar mee lastig? Zijn ze soms door de onderwerpen heen dat ze daar een heus symposium over organiseren?’
Ik kon deze persoon goed volgen.Want onlangs de grote waarde van zo’n debat, blijft het voer voor ethici. Oftewel: voor hen die zich er graag druk over maken. De denkers en debaters die zich geroepen voelen de chaos tot een acceptabele ethische homogene massa te ordenen. Maar hou dat binnen de eigen salon a.u.b.
Wat dat betreft sluit ik me ook aan bij medeknakker Alexander Pleijter: Het publiek schiet er niets mee op.
En inderdaad: zet een stempel op de media, of de producties, die zich aan een of andere, al dan niet ethische, leidraad hebben gehouden en val de journalist er niet mee lastig.
Dan kan het publiek zelf bepalen welk medium waar haar ethische grenzen stelt en kan de journalist vooral dat doen wat een journalist moet en wil doen: mooie dingen maken.
Pingback: Journalistieke code leidt niet tot misbruik, wel tot vertraging | Jaap Stronks