Stilte middenin de orkaan
Afgelopen vrijdag werd bij de Master opleiding Journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam gediscussieerd over journalistieke keurmerken en codes. Je zou daar een flinke sense of urgency bij verwachten; de pers zit immers klem tussen drie oprukkende krachten: adverteerders en marketingafdelingen, burgers die journalistieke taken op zich nemen, en overheden die berichtgeving co-financieren of zelf verzorgen. Redactiebudgetten krimpen, het domein van de onafhankelijke journalistiek krimpt mee en wordt nu omringd door glibberige schemergebieden. Stelselmatig druppelen uit deze gebieden berichten binnen als:
- Defensiefotograaf wint journalistieke prijs
- Provincie Zuid-Holland gaat zelf journalistieke radio- en televisie maken en artikelen schrijven
- Europees Parlement gaat eigen verslaggeving verzorgen
- Palm Invest kocht zich met interviews in bij tv-programma Business Class (Harry Mens)
- Tweakers, Volkomenkut en Geenstijl blijken tegen betaling extra aandacht te geven aan adverteerders.
- Algemeen Dagblad plaatst filmpje met moord op Scheveninger op internet
- Items in SBS Shownieuws te koop
- CNN komt met site voor burgerjournalistiek
- Staat steekt miljoenen in producties omroepen
- Volkskrant kreeg geld van ministerie voor twee tv-programma’s over de kwaliteit van de zorg
Terug naar de UvA. In de collegezaal heerste een onwerkelijke kalmte. Zeker, een paar sprekers bonsden bij de pers op de ramen. Marc Josten (hoofdredacteur KRO Reporter) waarschuwde dat burgers afhankelijke en onafhankelijke journalistiek niet meer uit elkaar kunnen houden; hij vindt dat de pers voor zichzelf een soort ISO-normering moet organiseren. Alexander Pleijter (RU Leiden) deelt die bezorgdheid maar ziet meer in het toekennen van een keurmerk aan journalistieke produkten. En hoogleraar Informatierecht Egbert Dommering vindt dat journalistieke media een vereniging moeten oprichten die op het gedrag van de eigen leden gaat toezien. Zo niet, dan zal de overheid ongetwijfeld een eigen normering gan ontwikkelen, met alle gevaren vandien.
Maar de persvertegenwoordigers – Arendo Joustra (Elsevier), Birgit Donker (NRC Handelsblad), Thomas Bruning (NVJ) en Kees Spaan (NDP) – bleken onverstoorbaar, hadden ieder zo hun redenen om de goede raad af te slaan. “Het huidige systeem is het minst slechte dat mogelijk is” (Joustra), “Laat ieder medium zijn eigen oplossing zoeken, wij bij NRC Handelsblad hanteren ons eigen stijlboek” (Donker), “De pers heeft een groot zelfreinigend vermogen” (Bruning), “Wie moet de rekening van zo’n ISO-systeem betalen?” (Spaan).
Freelance “knakker” Brussen wilde Alexander Pleijter nog wel bijvallen maar meer bewegingen of fantasievolle openingen zaten er niet in.
Conclusie: middenin de orkaan is het onwerkelijk stil. Misschien komt het doordat de pers nog altijd veel vertrouwen bij het publiek geniet; er is op dat vlak geen dramatische terugval merkbaar zoals in de Verenigde Staten. Het vertrouwen wordt gestut door een zich vernieuwende Raad voor de Journalistiek, door ombudslieden en een instituut als De Leugen Regeert.
Maar schijn bedriegt. Het normendebat gaat nu eens niet over een onterecht beschuldigde verdachte hier en een verkeerd geciteerde burgemeester daar. De fundamenten van de onafhankelijke pers lijden onder economische betonrot, daarop moet een collectief antwoord worden gevonden.









6 reacties:
6 februari, 2008
Wat heerlijk moet het zijn om een Hansje Brinkers te zijn en een dijk te creëren, alsmede een gaatje, waarbij jij dan signaleert dat er een vinger in gestopt moet worden. Standbeeld voor onze nationale held Theo van Stegeren!!!
6 februari, 2008
Theo, zoals jij het beschrijft lijkt de roep om codes, toezichthouders en normeringen meer op de wens om snel stutwerk om een bouwval aan te leggen, dan op een vitale impuls voor kwaliteitsverbetering. Ik denk dat een revitalisering van de journalistiek – zo je dat nodig acht – eerder moet komen van gefundeerde beroepstrots, dan van opgelegde codes.
En aan beroepstrots, wat natuurlijk iets anders is dan zelfgenoegzaamheid, ontbreekt het soms. Zeker als journalisten zelf menen dat hun democratische taak is overgenomen door virulent bloggende burgers.
Hoogste tijd dus dat journalisten zelf duidelijk maken waarom journalistiek belangrijk is, en waarom we er baat bij hebben als het vak wordt uitgeoefend door mensen die verstand van zaken hebben.
Alleen: wat is dan goede journalistiek? Binnen de beroepsgroep bestaat er wel consensus dat nieuws betrouwbaar, relevant en nauwkeurig moet zijn. Maar daarmee is nog niet gezegd welke zinvolle bijdrage journalisten kunnen leveren.
Journalisten lijken die vraag te schuwen. Wie zijn zij om te vertellen wat nuttig is en wat niet? De ideologie lijkt te zijn dat de journalist informatie verstrekt en het publiek bepaalt wat het met die informatie doet.
Dat is een fatale vergissing. Informatie op informatie stapelen leidt nergens toe als je niet weet wat je ermee wilt doen. Alleen als journalisten zich weer druk maken over het nut van hun vak en zelf de richting aangeven waarin het vak zich moet ontwikkelen, kunnen ze weer trots zijn op hun vak. En dan komen die codes vanzelf wel. Codes zijn eerder het resultaat van een trotse beroepsgroep, dan dat ze een bodem leggen voor die trots.
6 februari, 2008
beste Theo van Stegeren,
je meest intrigerende opmerking in het stuk vind ik dat ‘de pers, anders dan in Amerika, nog altijd veel vertrouwen bij het publiek geniet’. Waar baseer je het op? Het is een misvatting. Als je ervan uitgaat dat het aantal abonnees van kranten misschien dan wel teruggelopen is, maar bijvoorbeeld gratis kranten een toename in lezers zien, en lezersaantallen (dus) over de hele linie genomen redelijk gelijk gebleven zijn, moet je wel afvragen of niet juist die versplintering het signaal is dat mensen het vertrouwen in de pers verloren hebben.
Als het doel van journalistiek informeren is, zoals Frits van Exter elders op DNR schrijft (www.denieuwereporter.nl/?p=1433#comments) maar dit informeren slechts beperkt blijft tot het informeren van een min of meer gelijkgestemden, dan vraag ik mij af of journalistiek niet een middel is geworden om een doel te bereiken; waarbij dat doel wat mij betreft omschreven kan worden als het afstemmen van de lezers- en adverteerdersmarkt op elkaar.
Als krant doe je toch je best om erachter te komen wie je doelgroep is, zodat je weet wie je bedient. En op basis van die doelgroep wordt toch het nieuws/de invalshoeken van de artikelen geselecteerd?
Maar, als het publiek het vertrouwen in de pers dan, zoals jij schrijft, niet verloren heeft, dan zou dat zelfs een wonder mogen heten en slechts een kwestie van tijd. Is het arrogantie, dommigheid, een volkomen gebrek aan visie, of misschien zelfs egocentrisme van de aanwezige persvertegenwoordigers dat zij niet bereid zijn om na te denken over een beroepsgroep en beroepsuitoefening als geheel. Het failliet van de journalistiek ligt op de loer! Willen, kunnen of durven zij daarover niet de diepte in te gaan?
Wat in de discussie over de toekomst van de journalistiek ontbreekt, en dat kan eigenbelang zijn van de gevestigde pers, is dat er te weinig vanuit de ontvangers wordt gedacht. Ik bedoel daarmee niet, integendeel zelfs, dat je het publiek moet bedienen in de zin van hen “vertellen wat zij (denken te) willen horen om zich betrokken te voelen en daarmee lezers te blijven van een krant, luisteraars van de radio, kijkers van de tv”, maar ik bedoel:
Wat maakt dat je denkt dat het publiek (nog) geinteresseerd is in het nieuws dat de waakhond brengt? Ziet zij dat niet steeds vaker als: wiens nieuws is dat eigenlijk?
Het is naief om te veronderstellen dat journalistieke publicaties geen invloed zouden hebben noch reacties oproepen/uit zouden lokken. Marketeers, politici, spindoctors en communicatiemedewerkers maken er hartelijk gebruik van. Dat is niet altijd slecht, op het interpretatiekader van veel journalisten is ook een boel af te dingen, maar goed is het ook niet. Wel eens van mediaplanning gehoord? “Mediaplanning is de vakkundigheid om te weten welke media en kanalen, in welke combinatie, ingezet moeten worden om een advertentie / boodschap op een dusdanige manier bij de consument te laten overkomen dat deze zich betrokken gaat voelen.”(bron: http://www.mecglobal.com/output/Page65.asp).
Kijkend naar de honderden tijdschriften op de markt, de versplintering van de kranten, die vele commerciele zenders en het afhankelijk zijn van adverteerders, bestaat die commerciele en gemarketeerde verzuiling ook of misschien zelfs wel dankzij dat wat op dit moment in Nederland ‘journalistiek’ wordt genoemd.
Wij geven, zeggen we, anderen ruimte. Maar betrokken bij anderen dan onze gelijkgestemden zijn we niet. Waarmee de ‘lucht’ uit onze samenleving verdwenen is, en het slechts stikstof is, wat ons omringt. Mede dankzij de pers, in wie, zeg jij, het publiek het vertrouwen nog niet heeft verloren.
7 februari, 2008
[...] Posted by Bert Brussen on Feb 07 2008 5 , 5 | Tagged as: Media Voor die Volkskrant-lezers die het nog niet helemaal snappen, hier wat geestelijke bijstand: het Forum-stuk van Henk Blanken Publiek moet media weer kunnen vertrouwen, pagina 12, bevat een citaat van een column die ik voordroeg tijdens een symposium voor de UvA, vrijdag 1 februari. De volledige column staat hier online. Henk Blanken was zelf niet aanwezig bij het debat, ik zag hem althans niet tussen de andere brillen en snorren, dus hij zal citeren uit de online column. Het debat zelf was ernstig saai en tegen de tijd dat ik wat kon zeggen, zat de voor de helft gevulde collegezaal ontspannen met elkaar te babbelen, te slapen of te gapen. Dat lag niet aan ons panelleden (Arendo Joustra van Elsevier, Birgit Donker van NRC Handelsblad en Thomas Bruning van de NVJ) maar meer aan de voorafgaande voorlezers. [...]
9 februari, 2008
Op zijn weblog henkblanken.nl kondigt Blanken aan een dezer dagen met weer een stuk te komen: “Zo heb ik vorig weekend goeddeels besteed (naast de boodschappen en een paar uur op de tennis- en squashbaan) aan een artikel over de Code voor de Journalistiek. Dat stuk verscheen afgelopen donderdag in de Volkskrant en was tegelijkertijd mijn voorbereiding voor een lezing in Leiden, op een werkconferentie over mediaregulering van het ministerie van OC&W. (…) Ongetwijfeld zijn er onderwerpen die ik verwaarloos, die buiten mijn focus vallen, dat nu eenmaal volloopt met een mix van media, recht, innovatie, ethiek, technologie en journalistiek. (…) Ik denk liever twee keer langer na over kwesties die me wel interesseren. Stuk van Volkskrant-collega Peter Giesen bijvoorbeeld, vandaag, over de “Kermis van de moraal”. Giesen beschrijft hoe onderbuiksentimenten mainstream zijn geworden en de beschavende disciplinering van de zuilen is geweken voor de grenzeloze ruimte van internet. Ga ik vandaag of morgen dieper op in.” http://www.henkblanken.nl/?p=502
Waarom zal me het niet verbazen als het stuk waar Henk het over heeft, zal gaan over pers, journalistiek en media die hun identiteit kwijt zijn, over duidelijke en eigen keuzes voor de media zelf, om het vertrouwen van de burger terug te winnen, over een eigen identiteit, en het daarvoor uit durven komen, zodat de burger weer weet met wie hij te maken heeft, weer weet van wie -lees: uit welke hoek- het nieuws afkomstig is. Waarom zal het me niet verbazen als Henk zijn stuk zal gaan over de ‘toppen’ van de zuilen die overlegden met elkaar, compromissen sloten (of niet) en bepaalden, over de mensen binnen de zuilen die volgden maar de mensen in de andere zuilen niet opzochten, omdat ze niet durfden, niet konden, niet wilden of niet mochten. Over de ´ruimte´ die we, zeiden we, anderen daarmee gaven en de ‘tolerantie’ die uit die tijd stamt, maar hoe we ondertussen vergaten hoe betrokkenheid bij anderen dan onze gelijkgestemden voelt.
Waarom zal het me niet verbazen als Henk gaat opmerken dat als er enigszins meer structuur aangebracht wordt, internet kan helpen die betrokkenheid bij anderen dan onze gelijkgestemden meer vorm te geven, en het daarmee heel goed naast de gevestigde pers kan bestaan, die door de komst van internet het richtinggeven, het sturen, dat ze altijd zo graag deed en eigenlijk nog zo graag wil doen verloren zag gaan want daar door de komst van internet niet meer toe bij machte is.
En heel misschien zal Henk dan in zijn stuk ook nog reppen over hetgeen in de discussie over de toekomst van de journalistiek op dit moment ontbreekt, namelijk dat er te weinig vanuit de ontvangers wordt gedacht. Waarmee ik niet bedoel, integendeel zelfs, het publiek bedienen in de zin van hen “vertellen wat zij (denken te) willen horen om zich betrokken te voelen en daarmee lezers te blijven van een krant, luisteraars van de radio, kijkers van de tv”, maar waarmee ik bedoel: Wat maakt dat de gevestigde journalistiek denkt dat de burger (nog) geinteresseerd is in het nieuws dat de waakhond brengt?
Als het doel van journalistiek informeren is, zoals Frits van Exter op DNR schrijft (www.denieuwereporter.nl/?p=1433#comments) maar dit informeren zoals dat in de tijd van de verzuiling slechts beperkt blijft tot het informeren van een groep min of meer gelijkgestemden, dan vraag ik mij af of journalistiek niet meer een middel was om een doel te bereiken, en nu nog steeds een middel is om een doel te bereiken. Misschien is dat wat de pers eens moet doen: haar doelen herformuleren. Wat niet perse betekent dat er nieuwe doelen moeten komen, het kan ook heel goed betekenen dat oude doelen nieuw leven ingeblazen moeten worden.
11 februari, 2008
[...] Hoe je het ook noemt – een journalistieke code, een keurmerk, een leidraad of professionele ethisch kader – iedere poging om te komen tot zelfregulering blijkt bij de beroepsgroep op tegenstand te stuiten. Dat bleek vrijdag 1 fenruari weer eens tijdens het symposium van de Masteropleiding Journalistiek van de Universiteit van Amsterdam, waarvan Theo van Stegeren voor DNR verslag deed. [...]