Weemoed om wrede vragen

Column no. 6 van Anneke van Ammelrooy

Meestal wanneer ik in Nederland ben, kijk ik alleen Nederlandse televisie. Eindelijk word ik bijgepraat over de wereld in mijn eigen taal, met Nederlanders in de hoofdrol in plaats van Irakezen aan wie ik maar niet kan wennen.

Maar dit keer – het was januari – voelde ik me overvoerd met reality programma’s, slappe talkshows en weinig spannende Britse misdaadseries. Uiteraard had ik geen programmagids van precies een jaar geleden bewaard om objectief vast te stellen of er inderdaad meer gewone mensen in ziekenhuizen, Wittemannen en bijna gepensioneerde Britse detectives op het scherm waren.

Was er iets mis met mij of met de programma’s?

Ik moet bekennen: ik heb nooit van reality programma’s gehouden maar ik kijk af en toe als professional: hoe doen ze het? Het ging mij er in januari alleen maar om dat het er onder het zappen zovéél leken te zijn, ruwweg vergelijkbaar met het aantal komische soaps op de Iraakse televisie (maar de Irakezen moeten nu eenmaal veel kunnen lachen thuis, anders wordt iedereen gestoord).

Vreselijk leuk en gezellig
Wat me opviel bij de talkshows van Pauw en Witteman en De Wereld Draait Door dat het zo vreselijk leuk en gezellig tegenwoordig is in Nederland. Vroeger begon je een gesprek met een Nederlandse politicus of andere ‘responsable’ zoals de Fransen zeggen, met enkele opwarmende, aardige maar de facto onbenullige vragen waarop je het antwoord al wist, om te eindigen met de ‘wrede vragen’.

Nu blijven de laatste vragen het ook gezellig houden – waar ik niks op tegen zou hebben als de gasten geen (ex-) ministers, kamerleden, ziekenhuisdirecteuren en zakenlieden zouden zijn.

Ongetwijfeld worden de vragen deels voorbereid door mindere goden dan Pauw, Witteman en Van Nieuwkerk maar deze uitermate goed ingelichte mannen zouden wel wat scherper mogen wezen, vond ik. Nu doen ze net alsof ze pas in de wereld komen kijken. Misschien een gevolg van het feit dat de vragen-voorbereiders goedkoop moeten zijn om de salarissen der sterren te kunnen betalen en allemaal rond de dertig zijn?

Je kan het ook vanuit een andere invalshoek bekijken: waar blijft ons zelfrespect als journalisten als we de kijkers vooral moeten vermaken? Wil niemand meer wat echt weten dan?

Clown
Eerlijk gezegd kwam ik geen enkel interviewprogramma op het spoor waar niet bijna voortdurend gelachen werd. Maar ouderwets cabaret waarin de machtigen der aarde op de hak worden genomen, dat was het dus ook niet. Misschien willen zij die over ons dagelijks leven en dood besluiten, niet meer langskomen in ongezellige programma’s? Van Balkenende weten we dat hij alleen door zichzelf of een vrolijke landgenoot die geen kranten leest, geïnterviewd wil worden, maar van al die anderen?

Ik denk dat het ook door de formule komt: lichte en zware onderwerpen in een enkel programma: rookloze sigaret op batterijen naast de hypothekencrisis in de VS, meer dan twintig patienten dood tijdens experiment naast het jongste Tweede Kamerlid. Voorspelbaar lijdt dan het zware onderwerp onder het lichte, vooral omdat het even lang moet zijn en ook verstoken moet blijven van meer achtergrondinformatie. Maar ook omdat, hoe zal ik het zeggen, slachtoffers en daders aan dezelfde tafel zitten, waarschijnlijk een onbedoeld gevolg van infotainment. Dat was al zo zichtbaar bij Barend & Van Dorp, waar men zelfs een tot clown gereduceerd, voor het publiek plaatsvervangend slachtoffer had, Jan Mulder, die dan af en toe getergd een wrede vraag mocht stellen.

Autistische kroeglopers
Een van de suggesties van Pauw & Witteman en Barend & Van Dorp is/was dat je naar een discussie van min of meer interessante Nederlanders kijkt/keek, maar ze gaan/gingen in feite amper op elkaars ontboezemingen in, alsof iedereen op zijn eilandje en zeer individualistisch bezig is/was. Naar dergelijke ‘discussies’ kijk ik dus nooit in het echte leven, al wil ik wel eens in een café autistische kroeglopers observeren. De suggestie van discussie onder interessante Nederlanders is gewoonweg oneerlijk!

Persoonlijk ben ik voor een gezelschap met vertegenwoordigers van hoog tot laag, mooi en lelijk, jong en oud, rijk en arm, autochtoon en allochtoon, bekend en onbekend, dat één onderwerp bij de kop heeft. Dat komt het echte leven nader, want dit zijn discussies waarin je eventueel geïnteresseerd bent, luistert en je mond dichthoudt, en waarin de showmaster de vragen stelt – als het goed is, die vragen je zelf zou willen stellen. Is er nog zo’n programma op televisie? Tip mij voor mijn volgende bezoek!

8 reacties

  1. Inderdaad zijn kritisch rationalisme en common-sense realisme in dit land (Nederland) uitgebannen. Er mag alleen lief gedaan worden tegen elkaar. De nieuwe afsluitende zin van email-brieven is “lieve groetjes”. Dat is code voor: wij zijn multicultureel, wij zijn lief naar elkaar en gemeen tegen de gemenerds, dat zijn zij die tegen multicultureel zijn. Dit fenomeen heeft de laatste jaren flink om zich heen geslagen. Als ik een schatting moet geven, zou ik zeggen daags na het optreden van Volkert uut Harderwijk. Dus eigenlijk is het begonnen op 9/11. Geen kritiek meer zoals alleen mogelijk is als er één leidende cultuur is, waar je trots op kan en vooral mag zijn, geen of zo min mogelijk schuldgevoel in de vorm van cultuurpessimisme meer door teveel NSB gedrag, dat oud gevoel. Nee, alles liefjes, rozigjes, jaren 60jes maar dan weer met de bloem in het haar en niet het roots-gevoel dat toen overboord werd gesmeten. Want het is die generatie die nu aan de touwtjes trekt, de vragen stelt, en het als journaloconomy rondpompt.

  2. lia nijenbanning schreef op 8 februari 2008 om 13:55

    Beste Anneke,

    Zolang zelfs grote persvertegenwoordigers als Henk Blanken (“publiek moet media weer kunnen vertrouwen” (http://www.henkblanken.nl/?p=501) en Theo van Stegeren (“Misschien komt het doordat de pers nog altijd veel vertrouwen bij het publiek geniet”) (http://www.denieuwereporter.nl/?p=1482 ; eennalaatste alinea) het in relatie tot journalistiek en media hebben over ‘publiek’ valt er weinig te tippen ben ik bang.

    Pers, journalistiek, media zijn hun identiteit kwijt, en dan valt er kennelijk nog weinig te confronteren. Ze vragen zich niet af waarom burgers nog geinteresseerd zijn in het nieuws dat ´de waakhond´ (woorden van Frits van Exter http://www.denieuwereporter.nl/?p=1433; eennalaatste reactie) brengt, ze brengen het, en daar houdt het mee op. Journalistiek gaat niet over codes of leidraad, zoals Blanken schrijft, maar over identiteit, en over het daarvoor uit durven komen, zodat de burger weer weet met wie hij te maken heeft, weer weet van wie -lees: uit welke hoek- het nieuws afkomstig is. Als de journalistiek het vertrouwen van de burger terugwinnen wil, dan moet ze hem iets te kiezen geven. Daar gaan voor de media duidelijke en eigen keuzes aan vooraf, al, maar beter níet beinvloed door commercie en adverteerdersgeld. Zolang pers, journalistiek en media zelf die keuzes niet maken, en dus ook niet achter die keuzes willen/kunnen/durven staan, blijft het gezelligjes in Nederland. Totdat de bom barst. Want zo werkt het dan ook weer ben ik bang.

  3. Welkom in 2008 mevrouw Van Ammelrooy! De praatgroep is gestorven, de discussie structureel naar de vliering getild en het moralisme afgevoerd naar het dichtstbijzijnde afvalputje. Dat ruimt toch lekker op? Of wilt u ons in poncho bij een haardvuur laten blauwbekken tot we de zin van het leven via unanieme stemming in een onweerlegbaar tractaat hebben gegoten? Wees verzekerd, ik ween met u mee… Ik trek vanavond, uit protest, mijn spijkerbroek met indianenmotief weer eens aan.

  4. Meneer Van Willigenburg: u wilt geen wrede vragen meer stellen, u wilt geen onderzoekje meer doen naar de dood van een X-aantal patienten, u wilt niet meer weten waarom een Israelisch vliegtuig niet op het IJsselmeer wilde landen en liever op de Bijlmer neerstortte, u bent bereid belasting te betalen voor miljardensubsidies aan de Rabobank en Philips, u bent niet geinteresseerd in oorlogsmisdaadjes door Nederlandse soldaten, u heeft geen behoefte aan een reportage over Hollands laatste whistleblower die het kartel van bouwbedrijven aan de kaak stelde en nu in een caravan leeft? Welkom in 2008 dan, waar u, niet ik, zich als een vis in het water zult voelen. Wrede, kritische vragen stellen was werkelijk niet alleen iets van de journalistiek uit de jaren ’60 of ’70 (indianenbroeken, geitenwollen sokken) zoals u probeert te suggereren, maar van alle tijden. Als u een geheel nieuwe moraal wilt invoeren om talkshows vorm te geven – stelen mag, moorden mag, bedriegen mag, plunderen mag, manipuleren mag – laat het dan vooral uw werkgevers en publiek weten, in plaats van mijn kritiek zo voor te stellen als heb ik de afgelopen dertig jaar niks gemerkt van nieuwe weldadige ontwikkelingen in de media.

  5. Beste Lia

    Je spreekt over keuzes maken en daar voor staan, als journalist, als omroep, als krant, als tijdschrift. Maar ik zou voor geen geld terug willen naar de tijd van de partijmedia (ik zie hier in Irak een herhaling van onze jaren ’50 en ’60). Wat dan? Ik denk dat er los van alle partijen en identiteiten enkele morele maatstaven of waarden zijn waaraan we gedrag afmeten. Ach, zelfs de mafiabaas wil niet door zijn huishoudster verlinkt worden! Alleen tussen dagelijkse werkelijkheid en kritiek op de daarin tevoorschijn tredende (anti-)moraal zitten de media met hun eigen waarden: kijkcijfers, is het visueel boeiend of niet, zijn deze beelden acceptabel voor kinderen onder de tien jaar, verhoogt dit de verkochte oplage van onze krant etcetera. Heel af en toe is er een onthulling over mogelijke manipulatie, zoals enkele jaren geleden de geregelde bijeenkomsten van zekere PvdA-ers met journalisten van NRC en Volkskrant. Ik heb nooit geloofd dat journalistieke en commerciele criteria elkaar per se in de weg hoeven te zitten. Dat ze het nu wel lijken te doen, ligt niet aan de diepste overtuigingen van degenen die televisieprogramma’s maken, maar aan hun gebrek aan creativiteit en ook behendigheid in de omgang met superieuren. Het ligt ook aan, vrees ik, veel te hoge salarissen voor simpele nieuwslezers en presentatrices, die voor sterren doorgaan. Zoals je weet hebben de rijken der aarde geen vaderland…

  6. Ron,
    misschien ligt het aan het feit dat ik al bijna vijf jaar weg ben uit Nederland maar ik weet niet wat journaloconomy is.

    Begrijp ik goed dat je een fan van Pim Fortuyn was – dat was ik ook in de hoop dat ons politiek systeem zichzelf onder zijn druk zou hervormen.
    Dat van het weggooien van onze roots in de jaren ’60: joh, iedereen ontdekte ze toen juist. Of laat ik het zo zeggen: wilden vele mensen tot aan de jaren ’60, ’70 van hun roots af omdat hun roots hen beperkten (zwaar-christelijk gezin, altijd stamppot lekker moeten vinden i.p.v. Vietnamese loempia’s, arbeidersvader die nooit gestudeerd had, moeder de vrouw die een dag per week nodig had voor de was) – na de jaren ’70 bezongen opeens sommigen de lof der religie, stamppot, de gelijkhebberige vader en hun moederende moeders.
    Dat zijn van die pendulum-bewegingen in de cultuur waarin je zelf je plaats moet bepalen. En ik heb toch niet de indruk dat driekwart van Nederland ontworteld rondloopt, al is er flink wat afgehakt van onze soevereiniteit als land (een heel andere maar daarmee wel verbonden kwestie, een gevolg van veramerikanisering, EU, globalisering etc.)
    Heel wat anders dan roots zijn morele maatstaven die bijna universeel en van alle tijden zijn en laat je door niemand op dit gebied wat wijsmaken. Dat politieke partijen aanpappen met minderheden (moslims, grootaandeelhouders) om hun stemmen te winnen en dan ook vervolgens alles goed willen praten wat in het oog lopende vertegenwoordigers van deze minderheden fout doen, plus vervolgens iedere criticus uitmaken voor fascist, racist of communist dan wel ongeneeslijke leftie, dat is een spel dat je moet willen winnen i.p.v. boos het hoofd in de schoot te leggen.

  7. lia schreef op 18 februari 2008 om 21:42

    Hoi Anneke,

    Nee, geen partijmedia alsjeblieft. Als informeren beperkt blijft tot een groep min of meer gelijkgestemden, wordt journalistiek een middel tot, ja tot wat: macht? zelfbehoud? Dogma bestrijdt dogma zeg maar, door het middel van ‘journalistiek´. Ten tijde van de verzuiling was dat zo, maar nog steeds is journalistiek er een mooi middel voor ben ik bang. We zijn niet zoveel anders bezig hoor, nu, de verzuiling (van dale: het verschijnsel dat een maatschappij uiteenvalt in scherp gescheiden levens- en wereldbeschouwelijke groeperingen, welke scheiding zich in alle facetten van het maatschappelijk leven doet gelden) bestaat nog steeds. In Nederland, en in de journalistiek. Ze presenteert zich alleen niet meer (alleen) langs religieuze lijnen, maar langs commerciele en gemarketeerde.

    Laat ik het volgende voorbeeld geven:
    “De HBO-opleidingen journalistiek zijn (…) in staat om journalisten op te leiden die (…) ervaring hebben in het doelgroepgericht publiceren over die onderwerpen. (…) De toenemende doelgroepgerichtheid in alle journalistieke media heeft grote gevolgen voor vorm in inhoud van journalistieke producten.” Uit http://www.hbo-raad.nl/upload/bestand/journalistiek.pdf (pagina 5)

    Wat nu als je de journalist bent die zich wil specialiseren in het meenemen van mensen over hun eigen referentiekaders (van dale: het geheel van waarden en normen binnen een bepaalde groep) en de (daaruitvoortvloeiende) subjectieve interpretaties heen?

    Als je het vertrouwen van de burger terug winnen wilt, dan moet je ze iets te kiezen geven. Waarmee ik bedoel: naast de eenzijdigheid van het denken in doelgroepen omdat dat zo lekker verkoopt, moet er voor de burger óók ruimte zijn om níet te hoeven kiezen voor één van de honderdtien doelgroepgerichte tijdschriften, twintig kranten, gratis of niet en talloze televisieseries.

    Zonder te moeten zappen of een abonnement op -tig kranten te moeten nemen om van alle gezichtspunten iets mee te krijgen, moet de burger ook kunnen kiezen voor veelzijdigheid, voor het over de eigen kaders heen kunnen (durven/willen) kijken. Ook dát is een identiteit.

    vriendelijke groet,
    Lia

  8. Anneke,

    Met journaloconomy bedoelde ik wat Lia zo treffend verwoordde als “[De journalistiek] presenteert zich alleen niet meer (alleen) langs religieuze lijnen, maar langs commerciele en gemarketeerde … de eenzijdigheid van het denken in doelgroepen omdat dat zo lekker verkoopt”. Samentrekking van journalistiek en economomie dus.

    Inderdaad, Pim Fortuyn gaf hoop dat het beter kon. Doorprikken al die ballonnen. Aangeven waar het echt om gaat. Hoe de molens draaien en de hazen rennen. Niet méédraaien en méérennen. Stop, ander woord. Maar het werd stop-stop-stop-stop-stop. Want zo had Volkert beslist, en de linkse top vóór hem.

    Je ziet inderdaad geen driekwart Nederlanders met afgehakte roots rondlopen. Het is meer een soort Tubleweed geworden dat samenklontert in de Vinex wijken en de nieuwe polders, met een oogje op het Gooi, waar de zittende elite gewoon blijft zitten dus die hoop is ijdel. Er komen eerder hekken bij (Lage Vuursche) dan er af gaan. En over dat rondlopen: in de wijk waar ik woon (waar en wanneer Mohammed B opgroeide) is de kans een andere Nederlander tegen te komen op straat zo klein geworden dat ik er echt naar moet zoeken en als ik er een zie, ik denk, ha dat was weer een echte.

    Trouwens, ik ben het geheel eens met die pendulum-swings en ik ben mijn theorie daarover online aan het opschrijven: http://www.pmm.nl/philo/philo.htm Maar het gaat verder dan je plaats erin kiezen. Het gaat om terug naar af, terug naar ECHT. Daarom ben ik ook hier op dit journalistenforum aan het rondkijken. Dat zijn tenminste ook waargeren, tenminste dat was vroeger zo. Het is dus voor mij ook geen spel meer dat ieder voor zich moet willen winnen. Daarvoor zijn we nu echt te ver héén.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>