De actualiteitenrubriek NOVA zie ik als een soort voorhoede van de televisiejournalistiek in Nederland. Een beetje zoals je heel vroeger het NOS-Journaal als autoriteit beschouwde. In 1996 heb ik de toenmalige redactie een korte cursus mogen geven over het destijds splinternieuwe internet en het mogelijke journalistieke nut ervan. Zelf was ik een beginnend internetredacteur bij de NPS. De NOVA-redacteuren vormden toen een overwegend welwillend maar gelukkig ook sceptisch publiek. De tijden veranderen.
Vrijdagavond 1 februari bracht NOVA een interessant item over de terreur van extreme dierenactivisten tegen medewerkers van onder meer farmaceutische bedrijven. Nu laten dierenactivisten zich niet zomaar in beeld brengen – laat staan herkenbaar – maar het internet bracht uitkomst. NOVA toonde een aantal filmpjes dat de redactie van YouTube had gehaald. Prima, uitstekende bron zou je zeggen, niets mis mee. Maar hoe zat het met de bronvermelding? Doodleuk bracht NOVA enkele malen een titeltje boven in beeld. Bron: YouTube. Jazeker! We hebben een nieuwe deep throat en hij heet YouTube. Het deed me denken aan hoe de Nederlandse dagbladen tot voor kort meenden te mogen verwijzen naar online bronnen (erger nog, ze doen het vaak nog steeds): “het staat op het internet”.
Bron: De Krant
De reacties zouden misschien feller zijn als het andersom is en bijvoorbeeld een weblog als bron vermeldt: ‘de krant’. Niet alleen ‘het staat in de krant, het is gedrukt en dus waar’, maar gewoon: Bron: De Krant. Want dat is natuurlijk de vergelijking. Ja, NOVA heeft de dierenactivistenfilmpjes ongetwijfeld op YouTube gevonden maar stonden ze alleen daar? Staan ze nog ergens anders op internet en zo ja op welke websites? En belangrijker nog: wie heeft ze op YouTube gezet, wie is de uploader en wat valt daarover te zeggen?
Dat raakt ook gelijk de kwestie van de betrouwbaarheid van de beelden. Want door YouTube als bronvermelding te gebruiken toon je je tegelijk dom en lui. Dom omdat je een distributiekanaal als bron opgeeft (Bron: de krant; bron: een boek; bron: de radio, in plaats van de naam van de krant, het boek of het radiostation of programma te geven) en lui omdat je je verschuilt achter datzelfde YouTube en niet nagaat wie de filmer is, de boodschapper en je daarmee een weging of waardering van je bron achterwege laat – of in elk geval niet deelt met je publiek.
Geschiedeniscollege
Zolang zelfs onze collega’s van een gerenommeerde actualiteitenrubriek als NOVA zo omgaan met bronvermelding en internet is het pure noodzaak dat hoofd- en eindredacties meer doen aan internetscholing op redacties: door internetresearch maar ook online vaardigheden nog meer deel te laten uitmaken van het dagelijkse journalistieke handwerk. Of door redacties een eerstejaars geschiedeniscollege te laten volgen, waar je leert hoe je verantwoord naar je bronnen verwijst. Naar geschreven bronnen en naar bronnen die online staan, want ook die hebben een titel, meestal een auteur (al is het een raar pseudoniem), een jaartal en een website-adres of uitgeverij. Uitgeverij YouTube bijvoorbeeld, maar dat is dus nog geen titel.
12 reacties