Commercieel denken, juist voor de kwaliteit
Piet Bakker aanvaardde gisteren, met een oratie onder de titel “Ruimte voor kwaliteit? Media en journalistiek op het digitale kruispunt“, zijn lectoraat aan de faculteit Communicatie & Journalistiek aan de Hogeschool in Utrecht. Bart Brouwers mocht na afloop van de openbare les een coreferaat geven. Hieronder een samenvatting van zijn betoog.
Het mag een klein wonder genoemd worden dat er tijdens de oratie van Piet Bakker geen spontaan volksoproer uitbrak in de met klassiek geschoolde journalisten gevulde zaal. Bakker wond er, nota bene in een betoog over de kwaliteit van de crossmediale journalistiek, geen doekjes om: “De journalistiek zal zich moeten aanpassen en waar mogelijk moeten meedenken over commerciële toepassingen”. 20, nee 10 jaar geleden nog, was heel wat minder nodig geweest om iemand die dit beweert met pek en veren te laten afvoeren. En eerlijk is eerlijk, in die tijd zou ik nog geholpen hebben ook. Nu denk ik dat Piet Bakker op dit punt nog te voorzichtig is geweest.
Dat besef komt trouwens minder voort uit andere principes dan uit realisme en vooral pragmatisme. Want laat ik maar meteen zeggen dat ook ik meteen zou tekenen voor een situatie waarin een hoofdredacteur de beschikking heeft over een onbeperkt aanbod aan goed geschoolde, vaardige journalisten die de hele dag in totale onafhankelijkheid bezig zijn met het ontrafelen van misstanden en het informeren van hun publiek over relevante gebeurtenissen en ontwikkelingen.
Helaas, zo zit de wereld niet in elkaar. Want een toevallige uitzondering daargelaten, heeft geen enkele redactie de beschikking over een weldoener die onbeperkt geld wil pompen in producten waarvoor commercieel succes niet te verwachten valt. Nee, of het nu tv, radio, een krant of een site is die gemaakt wordt, aan het einde van iedere maand wordt keihard de balans opgemaakt van inkomsten en uitgaven. En zijn die niet naar wens, dan volgen maatregelen. Soms offensief, maar meestal defensief: minder uitgaven dus.
Met de rug tegen de commerciële muur
Het businessmodel dat gebaseerd is op inkomsten uit adverteerders en abonnees, hapert. We hebben allemaal te maken met hogere uitgaven, minder inkomsten, een overkill aan media en het feit dat veel media in de handen van investeerders in plaats van liefhebbers zijn gekomen. Het resultaat daarvan is dat redacties meer en meer met de rug tegen de commerciële muur zijn komen te staan.
We hebben het zien gebeuren, riepen er schande van maar moesten desondanks elke keer weer een stapje verder terug. Kijk naar de kranten van vandaag (ook de betaalde) en zie het resultaat van al die fermheid. Kijk naar de vorm en positie van de advertenties, kijk naar de vele commerciële of semicommerciële bijlagen over horloges, auto’s en reizen. Of naar wekelijkse extra’s onder weinig verhullende namen als De Verleiding of Goed Wonen. Soms kopen we onze ziel nog af door er in de kleine lettertjes van het colofon bij te vermelden dat een en ander “niet onder de verantwoordelijkheid van de redactie” valt, maar wie nog denkt dat er ook maar 1 lezer is die dat leest, laat staan begrijpt, leeft op een andere planeet.
Symbiose van commerciële en redactionele activiteiten
We hebben met z´n allen dus al heel wat stappen gezet, maar blijven er nogal besmuikt over doen. Eigenlijk schamen we ons ervoor, zeker binnen de muren van de eigen redactie. Je zou bijna gaan denken dat lezers in de praktijk al lang en breed hebben geaccepteerd wat voor redacties nog een heikel punt is.
Het wordt tijd dat we inzien dat een andere koers wellicht meer effect heeft. De oplossing ligt, zeker voor de korte termijn, in een gezonde symbiose van commerciële en redactionele activiteiten. Zelfs klassiek geschoolde journalisten hoeven niet meteen bang te worden van zo´n gedachte. Sterker nog, het kan ook hun positie krachtiger maken doordat ze verder wegblijven van die eerder genoemde muur en dus meer bewegingsruimte houden. En daarmee, hoe gek het ook klinkt, juist de kwaliteit bevorderen.
Moeten alle journalisten zich vanaf vandaag dan maar bij elk verhaal dat ze maken, gaan afvragen hoe daar specifiek geld mee verdiend kan worden? Nee, liever niet. En zeker niet allemaal tegelijk. En om nu redacteuren maar meteen ook volledig omzetverantwoordelijk te maken, zoals de Pioneer Group van Wegener schijnt te willen, lijkt me ook niet de oplossing. Maar van het journalistiek management (hoofdredacteuren op de eerste plaats, maar zeker ook de chefs van de deelredacties) mag inmiddels méér verwacht worden dan een reflexmatig ‘nee’ tegen elk voorstel van een directeur of een sales-jongen. En niet alleen omdat er – zucht, zucht – inmiddels niets anders meer opzit, maar zeker ook omdat het wat nieuwe schwung in ons werk kan brengen. Anders gezegd: het geeft veel voldoening (en lol) om een aantrekkelijk product te maken waar ook nog eens geld mee verdiend wordt.
Compleet afgeslacht
Wat moet er dan wèl gebeuren?
Allereerst mag er wel iets veranderen in ons (voorbeeld)gedrag op de werkvloer. Ik onderschat dat trouwens niet. We hebben jaren nodig gehad om de muur tussen redactie en commercie zo dik en zo hoog te maken dat er geen doorkomen meer aan was. En nu zouden we onze mensen ineens moeten vertellen dat dat allemaal maar onzin was? Ga er maar aan staan, zeker als je beseft dat we dit ook nog eens met overtuiging en enthousiasme zullen moeten brengen. Want duidelijk is dat we bij de minste of geringste fout die we maken compleet afgeslacht worden door redactieraden en plenaire vergaderingen. De messen worden nu al geslepen. Zeker als toegevendheid van onze kant gaat leiden tot steeds hogere verwachtingen van commerciële zijde.
Een paar praktische punten kunnen helpen. Een structureel, creatief overleg bijvoorbeeld rond een aantal relevante thema’s tussen vertegenwoordigers van redactie, sales en marketing. Met input op basis van gelijkheid, maar ook van gescheiden kennis en aparte verantwoordelijkheden. Daarnaast zouden actuele en betrouwbare redactionele en commerciële planningslijsten kunnen helpen. Wie beter plant en daarover open communiceert, kan zichzelf beter voorbereiden en bereikt journalistiek èn commercieel betere resultaten.
Wat drastischer: stap af van het onrealistische verbod op sponsoring van de redactionele kolommen. Niet alleen is het onhoudbaar geworden, het is bovendien door de praktijk ingehaald. En wat erger is: we foppen door onze houding niet alleen onszelf (toegegeven, dat is wel lekker voor de gemoedsrust), maar ook onze lezers. Elke krant heeft de commercie al lang en breed in de kolommen toegelaten. Is het niet via gesponsorde reizen, dan wel via artikelen over onderwerpen die door handige voorlichters of pr-bureaus zijn ingestoken. Je hoeft er echt geen geld voor te krijgen om een onderwerp – in elk geval in de perceptie van de lezer – tot een ogenschijnlijkee sponsorbijdrage te laten verworden. Dan kun je er beter echt geld voor krijgen.
Zwarte kousencalvinisme
Nog fundamenteler is een grondige herziening van het redactiestatuut. Je weet wel, dat document dat pas uit die diepe la tevoorschijn komt als er stront aan de knikker is. Het is onwenselijk het maar af te schaffen, zoals werkgevers her en der suggereren. Juist in een tijd dat commercie en redactie noodzakelijkerwijs naar elkaar toegroeien, is het verstandig iets af te spreken over de afbakening van taken en verantwoordelijkheden van de betrokkenen in dat spel. Maar de aard van het statuut moet wel anders. Het is nu een aaneenschakeling van uiterst formele en vaak negatief ingestoken bepalingen die het geheel een gecombineerde toon geven van zwarte kousencalvinisme met jaren zeventig-vakbondskenmerken. Niet de meest inspirerende context, als je het mij vraagt. En ook niet bepaald een uitnodiging om zelf te blijven nadenken; iets dat fnuikend is in deze moeilijke tijden. Daarom: maak het statuut korter, crossmedialer, benadruk de vele mogelijkheden en geef slechts indicaties voor de grenzen. Stimuleer een eigen invulling per medium en creëer enthousiasme voor het vak en het medium.
Zo´n nieuw statuut kan verder in kracht winnen als het gekoppeld wordt aan een document dat wat dieper ingaat op de wijze waarop commercie en redactie elkaar raken. Wat dat betreft hoeven we het wiel trouwens niet zelf uit te vinden. Het commissariaat voor de media heeft al een prima richtlijn gemaakt voor de commerciële televisie. Kern daarvan: sponsoring van programma´s is acceptabel als je er naar je publiek maar helder over bent. Uitzonderingen maakt het commissariaat voor nieuws, actualiteiten, politieke programma´s en consumentenrubrieken met min of meer objectieve beoordelingen. Ook andere media zouden daar prima mee uit de voeten kunnen.
Tot slot wil ik pleiten voor meer dubbele petten voor hoofdredacteuren. Het grote voorbeeld wat dat betreft is hoofdredacteur Peter Vandermeersch van De Standaard, die vorig jaar een belangrijke Vlaamse marketingprijs won. Hij had namelijk niet alleen zijn krant redactioneel flink verbeterd, maar ook nog eens laten zien dat met gerichte marketingacties die aansluiten bij de inhoud, daadwerkelijk een groter publiek kan worden bereikt. De reflex vanuit de beroepsgroep was klassiek: schande dat Vandermeersch zo´n prijs accepteert! Maar vanuit zijn eigen redactie kreeg hij steun en zelf zegt hij dat hij liever twee petten op heeft dan te moeten werken in een voortdurende spanning en concurrentie met de uitgever of oplagedirecteur. Veel is natuurlijk afhankelijk van de persoon in kwestie, maar er is zeker wat te zeggen voor de benoeming van een gecombineerde uitgever/hoofdredacteur. Eén persoon die verantwoordelijk is voor strategie van de onderneming, inhoud van het product en vermarkting ervan. Daarnaast blijft natuurlijk een commercieel directeur nodig die het advertentiebedrijf aanstuurt.
Slikken of stikken
Voor de goede orde: mijn pleidooi voor meer commercie op de redactie is natuurlijk niet uit luxe geboren. Maar wel uit realisme en uit de vaste overtuiging dat het de beste weg is zolang we er niet in zijn geslaagd nieuwe, werkzame businessmodellen te bedenken. En in de overtuiging dat het de kwaliteit uiteindelijk ten goede komt.
Nu is er nog volop ruimte aan redactionele kant om platformonafhankelijke, crossmediale initiatieven te ontplooien die de commerciële kansen vergroten zonder dat het publiek daar schade van ondervindt. Redactionele leiders die de noodzakelijke stappen met realisme èn enthousiasme bij hun eigen mensen en – niet minder belangrijk – óók bij de collega´s van commercie kunnen uitleggen, hebben een wereld te winnen.
Maar als we die ruimte nu niet gebruiken, komen we vanzelf, stap voor stap, een stukje dichter met onze rug tegen de muur te staan. En dan is er uiteindelijk geen houden meer aan, dan wordt het slikken of stikken. Het gevolg laat zich raden: opstandige redacties, sneuvelende hoofdredacteuren, grootschalige reorganisaties, verziekte verhoudingen binnen de onderneming en slechtere eindproducten.
De keuze lijkt mij eerlijk gezegd niet zo moeilijk.










12 reacties:
21 maart, 2008
Ik lees dit en ik vind mezelf niet gek.
Eerder is hier het ijkpunt waar redactie in commercie transformeert of andersom, genoemd, wat ik samenvat als “make-believe” [1].
Bij commercie met een open moraliteit (democratisch liberalisme) kan ik me voorstellen dat op z’n McLuhan’s het medium, net als een zuil destijds, de boodschap wordt. “I see where you are coming from” kan de inhoud naar believen voor de burger relativeren, als die hem niet aanstaat. Hij blijft vrij en wordt niet make-believe gemanipuleerd. De combinatie krant en commercie (of tv en commercie) is dus in principe niet kwalijk riekend. Anders ligt dat bij politiek, want die is willens en wetens niet op zoek naar koophonger, maar wil zo rechtstreeks, ongemerkt en effectief mogelijk manipuleren. Daar laten momenteel 98% van de media hun oren gewillig naar hangen. De overheid is dus toch hun laatste overlevingskans, denk ik dan. En die overheid heeft bepaald, ook niet onafhankelijk trouwens: wij zijn van politieke soort X. Als je het daar niet mee eens bent, doorsta je de orkaan niet. Wat dan als die beslissing steeds fouter blijkt maar ook onomkeerbaar is? Dan werken de media dus willens en wetens mee aan de decompositie van onze cultuur. Hoe heette dat ookweer in Faust?
[1] http://www.denieuwereporter.nl/?p=1544#comment-136663
21 maart, 2008
Om het eenvoudig te houden: Onafhankelijkheid in de journalistiek was altijd al een illusie. Het enige verschil met vroeger is dat de waarheid nu in de schijnwerpers komt te staan. ‘Voor de vorm’ kun je je nog verzetten. Uiteindelijk zal het oude adagium weer gelden: De baas bakt koekjes.
23 maart, 2008
“Het is nu een aaneenschakeling van uiterst formele en vaak negatief ingestoken bepalingen die het geheel een gecombineerde toon geven van zwarte kousencalvinisme met jaren zeventig-vakbondskenmerken.”
Hear hear!
5 april, 2008
Ik ben zelf geen dagblad journalist. Ik ben me echter wel bewust van de gang van zaken bij de Nederlandse pers, omdat ik jarenlang bij een commerciële organisatie heb gewerkt waar collega’s op de afdeling P.R. wekelijks bepaalde verhalen in Sp!ts, De Telegraaf, RTL Boulevard of SBS Shownieuws wisten te krijgen en dat vooraf ook trots via e-mail aan alle collega’s meedeelden.
Ik kan me ook heel goed voorstellen dat als je jarenlang bij dezelfde werkgever aan hetzelfde ‘kindje’ hebt gewerkt, je daar moeilijk afstand van kunt doen. En dat je je, na door de waarheid te zijn ingehaald, maar neerlegt bij de huidige situatie en met voorstellen komt die zowel je redactie als je werkgever en de aandeelhouders tevreden zouden kunnen stellen.
Maar ik blijf het een zorgelijke ontwikkeling vinden. Ik denk dat zowel de mediaconsumenten als journalisten beter verdienen dan een dagelijkse nieuws- en informatiestroom die grotendeels wordt bepaald door voorlichters, P.R.-afdelingen en commerciële belangen (alsmede door politici die heel handig keer op keer de media weten te bespelen).
Ik ben dan ook blij om te zien dat in bijvoorbeeld de Verenigde Staten een flink aantal journalisten wél weigeren de huidige situatie te accepteren en ontslag durven te nemen, om vervolgens bij meer onafhankelijke mediaorganisaties als bijvoorbeeld Al Jazeera English te gaan werken.
Sommigen durven zelfs echt een risico te nemen door zelf een alternatieve nieuwsorganisatie op te zetten die volledig onafhankelijk is van commerciële (en politieke) belangen. Gewoon door creatief te denken over de financiering en lef te tonen, komen zij met een beter alternatief voor de ‘mainstream media’. Een goed voorbeeld van zo’n initiatief is The Real News [ http://therealnews.com en http://www.youtube.com/user/TheRealNews ].
Ik denk dat de bevolking ermee gebaat zou zijn als er ook in Nederland (meer?) journalisten zouden zijn die risico’s durven nemen, wél echt durven te weigeren toe te geven aan commerciële belangen en de waan van de dag, en zelf de nieuwsagenda durven te bepalen.
Ik denk dat zeer binnenkort heel veel consumenten betrouwbare, niet-commerciële informatie gaan eisen …en dat ze, als ze die niet kunnen krijgen via de gevestigde media, ze die media massaal de rug toe gaan keren en die informatie elders gaan zoeken, bijvoorbeeld via internet.
5 april, 2008
Risico’s nemen en echt durven weigeren, maar dan niet zonder dat de imam van Al Jazeera zijn goedkeuring uitspreekt en gegarandeerd zodra nodig zijn roedel mobiliseert tegen de tegenstanders? Daar zal de onafhankelijkheid van de journalist niet mee gediend zijn, maar wel het belang van het islamisme. Blijf dan in Godsnaam maar liever gewóón links. Blijf je toch veilig en droog, zoals blijkbaar gewenst. “Risico’s nemen”, laat me niet lachen!
6 april, 2008
@ Ron C. de Weijze
Ik durf het niet stellig te beweren, maar ik vermoed dat je nog nooit naar Al Jazeera English hebt gekeken.
Het is het station waarnaar een aantal grote namen van de BBC (bijv. Sir David Frost en Rageh Omaar), CNN (bijv. Riz Khan en Lucia Newman) en bijvoorbeeld ABC News (Richard Gizbert, Dave Marash) naar zijn overgestapt. Mensen die het echt niet voor het geld hoefden te doen.
Het is een station dat wél durft af te wijken van de nieuwsagenda die alle andere media lijken te volgen, het station dat wel live bericht vanuit Noord-Korea, Somalië of een klein eilandje in de Stille Oceaan. Het station waarvoor NOS Journaal-correspondente Step Vaessen wél een reportage kan maken in een verafgelegen gebied in Indonesië. Het station dat landen en gebieden laat zien die bij bijvoorbeeld BBC World of CNN nooit voorbij komen.
Al Jazeera laat bijvoorbeeld wél zien dat er in veel ‘zwarte Afrikaanse landen’ wel degelijk een behoorlijke sociale middenklasse, succesvolle multinationals, enorme moderne winkelcentra en bijvoorbeeld geweldige ‘modern art scenes’ te vinden zijn.
En van het Midden-Oosten laat het ook het normale leven zien, ook de positieve kanten. Aan de enorme problemen in het gebied wordt uiteraard ook veel aandacht besteed, maar dan wel op zo’n manier dat écht alle kanten van een conflict of debat belicht worden.
Al Jazeera English zendt uit vanuit enorme, moderne studiocomplexen in Doha, Kuala Lumpur, Londen en Washington.
Het station wordt voor het grootste deel bekostigd door de Emir van Qatar. Die verlangt dat het station niet al te kritisch bericht over Qatar, heb ik begrepen. Maar verder hebben de topjournalisten en andere medewerkers van het station de vrije hand en zijn niet gebonden aan welke commerciële belangen dan ook, simpelweg omdat de Emir het station ook blijft financieren als de reclame-inkomsten tegenvallen.
Het bovenstaande zal voor veel bezoekers van De Nieuwe Reporters een bekend verhaal zijn, niet in de laatste plaats door toedoen van Joris Luijendijk. Jammer dat dat voor jou, Ron, niet het geval lijkt te zijn.
Geef het eens een kans. Als je het niet via de kabel kunt ontvangen, kijk dan eens via http://www.youtube.com/aljazeeraenglish of http://english.aljazeera.net/English/
Om bij het onderwerp van het bovenstaande artikel te blijven: zowel Al Jazeera English als The Real News zijn voorbeelden van nieuwsorganisaties die werken zonder (echt) afhankelijk te zijn van reclameinkomsten en andere commerciële of politieke belangen. Al Jazeera wordt dus gefinancierd door een rijk staatshoofd, maar The Real News alleen door donaties van kijkers. En zo zijn er vast ook in Nederland wel manieren te verzinnen om de financiering van een goed, onafhankelijk, journalistiek gedegen en origineel nieuw initiatief rond te krijgen.
Ik denk dat het de moeite waard is om er in ieder geval over na te denken, om te gaan brainstormen met collegajournalisten en te kijken hoe het eventueel wél mogelijk is zonder druk van commerciële belangen.
Meteen negatief reageren en een ongefundeerde mening ventileren doen al genoeg mensen. Dát levert in ieder geval niets positiefs op…
P.s.: Ron, de tijd dat de meeste mensen heel gemakkelijk in de hokjes ‘links’ en ‘rechts’ te plaatsen waren, ligt ver achter ons. Veel mensen laten zich goed informeren door veel verschillende bronnen en bepalen hun mening per onderwerp, zonder zich druk te maken over de vraag of die mening nou toevallig ‘links’ of ‘rechts’ is (of welke kwalificatie een ander er ook aan zou geven). Toegegeven, er zijn ook heel veel mensen voor wie dat niet opgaat…
6 april, 2008
Dennis, hun code of ethics ziet er op het eerste gezicht goed uit. Zolang puntje niet bij paaltje is gekomen, lijkt of is ook alles mogelijk [1]. Maar onafhankelijkheid, je kunt er naar streven als je het niet hebt, maar niet zijn als je het niet hebt. Je zou kunnen (willen) zeggen, dat het er dan ook moet zijn als je er naar streeft. Dan moet het er ook zijn als je het niet bereikt, en ook, als het er niet is [2]. Afhankelijkheid komt in vele gedaanten: financiëel, economisch, sociaal, politiek en zelfs religieus. Zo schrijdt de islamisering voort in Nederland [3] en ik zou aan de lijst nu dus de inkapseling van v/h westerse journalisten willen toevoegen. Wel eens gezien hoe … wordt aangepakt? [4]
[1] http://www.hetvrijevolk.com/?pagina=5799
[2] vrij naar Wittgenstein, met dank aan WFHermans
[3] Nahed Selim
http://www.trouw.nl/deverdieping/letter-geest/article958428.ece/Islamisering_is_allang_binnengeslopen
[4] Wafa Sultan
http://www.dumpert.nl/mediabase/44038/2df9ec2d/index.html
en http://europenews.dk/en/node/8159
7 april, 2008
Ron, ik hoopte met mijn commentaar het nadenken over NIEUWE initiatieven en financieringsvormen te stimuleren aan de hand van een aantal voorbeelden. Als je met een schone lei begint, kun je wel degelijk onafhankelijk zijn, denk ik (of er althans naar streven zo onafhankelijk mogelijk te zijn, in ieder geval onafhankelijker dan bestaande nieuwsmedia).
Ik ben me er daarnaast terdege van bewust dat er in Nederland een pittige discussie gaande is over ‘islamisering’. Maar daarover heb ik met geen woord gerept, noch de schrijver van het bovenstaande artikel.
Ik haalde Al Jazeera ENGLISH aan, omdat ik dat een verfrissend objectief station vind, met een vaak originele kijk op het nieuws, ondanks het feit dat het gefinancierd wordt door de emir van Qatar. (Over het Arabischtalige zusternieuwsstation en de andere Al Jazeera-kanalen kan ik niet oordelen, omdat ik de Arabische taal simpelweg niet machtig ben. Wel vind ik het opvallend dat in een aantal Arabische landen het ARABISCHtalige Al Jazeera-nieuwsstation verboden is.)
Voor mij heeft het Engelstalige station met al z’n voormalige BBC-, CNN- en ABC News-coryfeeën net zo weinig (of veel) te maken met de Islam als bijvoorbeeld BBC World met de Anglicaanse kerk. Ik snap dus totaal niet waarom jij met het onderwerp ‘islamisering’ komt aanzetten.
Nogmaals, kíjk eens een tijdje naar het Engelstalige nieuwskanaal (niet alleen even vluchtig wat informatie over het station lezen of op vooroordelen afgaan). Laat dan alsjeblieft nog eens weten of je het met me eens bent dat Al Jazeera English een verrassende kijk heeft op de wereld, veel meer van die wereld laat zien dan de blik die de gevestigde media bieden, en opvallend objectief is, veel objectiever dan bijvoorbeeld de meeste Nederlandse media. En dat het een goed voorbeeld is van een (vrij) nieuw initiatief dat veel minder afhankelijk is van commerciële en andere belangen dan de meeste Nederlandse media vandaag de dag.
Kijk nou gewoon eens. (Ver)oordelen kan altijd nog.
7 april, 2008
Dennis, nou gewoon eens kijken doe ik regelmatig al is het niet vaak en aan sympathie of waarneembare objectiviteit geen gebrek. Maar staat en islamkerk zijn niet gescheiden; die laatste mag verregaande kritiek hebben op de samenleving maar niet omgekeerd; en die baseert zich op voorschriften die anti-westers zijn. Zoals ik zojuist via deze site vernam, heeft een voormalig ABC journalist AJE weer verlaten vanwege toenemend anti-Amerikanisme.* Maar ik ben best bereid deze theorie nog een lange tijd zo zelfkritisch mogelijk te toetsen en te zien wat ik dan overhoud. Verwacht wel dat dat dan keihard is!
* http://www.cjr.org/the_water_cooler/dave_marash_why_i_quit.php
7 april, 2008
Ik denk serieus dat het ontbreken van een scheiding tussen “islamkerk” en staat in Qatar bij Al Jazeera English in de praktijk geen invloed heeft, en al helemaal niet bij de Al Jazeera English ‘news centres’ in Londen, Kuala Lumpur en Washington.
Bedankt voor de link naar het CJR-interview met Dave Marash, naar mijn mening een ontzettend oprechte, integere Amerikaanse journalist. Hij noemt daarin een aantal interessante redactionele beslissingen die zeker kritische aandacht verdienen. Het zou een zorgelijke ontwikkeling zijn als er bij AJE te vaak over de Verenigde Staten bericht zou worden zoals de ‘westerse media’ bijna standaard berichten over ‘niet-westerse’ landen. (Je zou je overigens ook kunnen afvragen of een land als Amerika meer aandacht verdient dan bijvoorbeeld Rusland, Indië, China, Indonesië en andere landen met grote bevolkingsaantallen.)
Ik vind het overigens opvallend dat je in je laatste reactie twee keer ‘anti-’ gebruikt: anti-westers en anti-Amerikaans. Ik weet niet of een andere(!) inrichting van een maatschappij of berichtgeving vanuit een ander(!) gezichtspunt noodzakelijkerwijs ‘anti’ hoeven te zijn.
Het is naar mijn mening een heel verkeerde ontwikkeling dat zowel bijvoorbeeld veel invloedrijke imams als politici als Geert Wilders zo’n karakterisering verspreiden. Zoals bekend heeft het herhalen van een bepaalde woordkeus vaak tot gevolg dat de grote massa zo’n typering gaat overnemen, inclusief journalisten.
De term ‘islamisering’ is daarvan een goed voorbeeld, maar er zijn vele duizenden voorbeelden te noemen van woorden die ook in de journalistiek gebruikt worden die een subjectieve bijklank hebben en dus van invloed zijn op de perceptie van nieuwsconsumenten en dus de bevolking.
Zo denk ik dat je objectief kunt vaststellen dat het aantal moslims in Nederland snel gegroeid is, zoals ook bijvoorbeeld het aantal Polen woonachtig in Nederland razendsnel toeneemt. In hoeverre de Nederlandse maatschappij, het ‘leven van alledag’, de media en de politiek zijn veranderd onder invloed van die aantallen, daarover valt te discussiëren. Maar als zo’n subjectieve term als ‘islamisering’ door veel journalisten wordt overgenomen in het standaardvocabulaire (bewust of onbewust, maar zeker onder invloed van bijvoorbeeld Geert Wilders, die de term heel bewust blijft herhalen) en wordt gebruikt als een objectieve waarheid, dan is dat denk ik een gevaarlijke ontwikkeling.
Ik vind dit een interessante discussie, en ik ben ook oprecht geïnteresseerd in jouw opinie over Al Jazeera English nadat je wat vaker (kritisch) naar de zender hebt gekeken.
Ik vind het alleen jammer en vervelend dat deze discussie vrijwel niets meer te maken heeft met het onderwerp in het bovenstaande interessante artikel van Bart Brouwers. Hiervoor mijn oprechte excuses aan de auteur.
13 april, 2008
Dennis, “P.s.: Ron, de tijd dat de meeste mensen heel gemakkelijk in de hokjes ‘links’ en ‘rechts’ te plaatsen waren, ligt ver achter ons. Veel mensen laten zich goed informeren door veel verschillende bronnen en bepalen hun mening per onderwerp, zonder zich druk te maken over de vraag of die mening nou toevallig ‘links’ of ‘rechts’ is (of welke kwalificatie een ander er ook aan zou geven). Toegegeven, er zijn ook heel veel mensen voor wie dat niet opgaat…”
Of dat denken in ‘links’ en ‘rechts’ ver achter ons ligt, wordt vanavond door Peter Sloterdijk en Rudiger Safranski in “Das Philosophische Quartett” besproken. Jammer dat Nederland niet zo’n programma heeft of ooit heeft gehad.
http://www.zdf.de/ZDFde/inhalt/28/0,1872,7168092,00.html
7 mei, 2010
[...] krant heeft de commercie al lang en breed in de kolommen toegelaten.” Uit: De Nieuwe Reporter, 21 maart 2008 Share and [...]