De BBC en het onderbuikgevoel bij UGC

bbcDe BBC wordt door velen beschouwd als een mondiale voorloper op het gebied van User Generated Content. De Tilburgse student Jannes Goedbloed interviewde (in het kader van een reflectiewerkstuk) Vicky Taylor, ‘Editor Interactivity’ bij de BBC. Hoe zorg je ervoor dat in een groot aanbod het kaf van het koren gescheiden wordt?

Op internet is een groeiend aantal initiatieven met UGC. Maar nog los van de discussie over het wel of niet slagen en de wenselijkheid van deze initiatieven, bereikt UGC nog maar nauwelijks de traditionele media. Toch zit het er wel aan te komen. Goedkope videocamera’s worden steeds beter en toegankelijker, moderne mobieltjes bevatten een redelijke kwaliteit camera, sommige telefoons hebben zelfs de mogelijkheid om gelijk te monteren en het resultaat via internet door te sturen. Je zou kunnen zeggen dat UGC ‘de toekomst’ is. Maar wat moeten de media, en dan vooral de televisiejournalistiek, met dit gegeven?

De BBC wordt door sommigen aangeduid als de voorloper op het gebied van UGC in de wereld. Vicky Taylor zou dat zelf niet zo zeggen. “Voorloper is een groot woord, maar er zit wel een kern van waarheid in: we staan hier bij de BBC middenin interessante ontwikkelingen op dat gebied.”

Die ontwikkelingen zijn allemaal begonnen bij de aanslagen in Londen in 2005. “Voor die aanslagen waren we ook al bezig om te experimenteren met User Generated Content, maar dat stelde nog niet erg veel voor. Ter illustratie: voor de aanslagen kregen we zo’n drieduizend berichten per dag. Op de dag zelf kregen we meer dan 21.000 berichten. Die enorme golf van foto’s, berichten en videobeelden schudde ons wakker: we moesten iets met de potentie gaan doen.”

Vallen en opstaan
Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. “Via meerdere projecten hebben we geprobeerd om er meer mee te doen, maar dat is een traject van vallen en opstaan geweest. En in feite zitten we nog steeds in dat traject. We zitten nu tussen de 10.000 en 15.000 berichten per dag.”

Voor het grootste gedeelte worden die bijdrages gebruikt voor de website. “Van de binnenkomende berichten bestaat maar een klein gedeelte uit multimedia. Gemiddeld krijgen we nu slechts zeshonderd stuks audiovisueel materiaal binnen per week. Maar bij bepaalde gebeurtenissen wijkt het daarvan af. Zo kregen we bij de overstromingen in de zomer van 2007 op één dag 11.000 foto’s en 236 filmpjes binnen. Van dat materiaal komt het grootste gedeelte terecht op de ‘Have Your Say’-website. Slechts een zeer klein gedeelte daarvan wordt gebruikt voor televisie. Maar dat aantal groeit.”

Op dit moment valt dus ook bij de BBC de winst nog vooral te halen op het internet. Toch vindt Taylor de burgerbijdragen ook waardevol voor televisie. “De spreekwoordelijke ‘users’ zijn bijna altijd wel bij belangrijke gebeurtenissen en tegenwoordig heeft bijna iedereen een opnameapparaat bij zich. Technologische ontwikkelingen maken het steeds makkelijker om videobeelden te produceren en daardoor neemt de hoeveelheid UGC op televisie toe.”

Aandacht
De hoeveelheid door buitenstaanders aangeleverd materiaal neemt dus toe, maar dat komt niet alleen door de technische ontwikkelingen. “Je moet ook altijd rekening houden met de reden waarom mensen het doen, gratis content publiceren. Het is belangrijk dat die leverancier van content er iets voor terug krijgt. Voor de meeste UGC-leveranciers is dat aandacht. Daarom noemen we bijvoorbeeld altijd de naam van degene die de content leverde. Dat is dan ook de reden waarom we meer UGC binnenkrijgen dan de concurrentie, terwijl zij wel betalen en wij niet. Verder maken we het zo makkelijk mogelijk voor de gebruikers om content te publiceren. We zijn nu zelfs bezig om het mogelijk te maken om direct vanaf telefoons materiaal door te sturen.”

De drempel ligt dus laag, maar dat betekent niet dat alles zomaar gepubliceerd wordt: “Toen we de keuze hadden gemaakt om meer met UGC te gaan doen, hebben we een redactie op poten gezet van 15 man sterk, ‘The Hub’, die als enige taak heeft het checken van binnenkomend materiaal. En dat geldt dus ook voor het materiaal dat op televisie terecht komt.”

Digitale trucage
Hoe dat checken precies gebeurt, wil Taylor niet zeggen. “Ik zal niet in details treden, maar globaal gezien controleren we eerst of degene die het inzendt, is wie hij of zij zegt te zijn. Vervolgens kijken we ook of hij of zij die beelden daadwerkelijk gemaakt kan hebben, door onder meer de locatie van de persoon te bepalen. Vervolgens stellen we vast of er geen sprake is van digitale trucage. Meestal zit er ook een verhaal bij het materiaal. Die feiten worden natuurlijk uitvoerig gecheckt op gangbare journalistieke wijze. En als laatste is er altijd nog het onderbuikgevoel. De mensen die dit werk doen zijn zo langzamerhand zo getraind dat ze een bijna bovennatuurlijke gevoeligheid hebben voor het checken van audiovisueel materiaal. Mocht op één of meer van die controlepunten iets niet helemaal zeker zijn, dan wordt het simpelweg niet gepubliceerd.”

Toch is ook dit proces is niet vlekkeloos. “Zo bleek iets wat wij in een fotoserie over vluchtelingen die terugkeren in hun huizen in Libanon in 2006 op de ‘Have Your Say’-website een mijn noemden, een lithiumbatterij te zijn. Dat liet een kritische lezer gelijk weten via een reactie op het artikel. Maar dergelijke gevallen zijn zeer zeldzaam en we weten ze tot een minimum te beperken.”

Maar verificatie van het juistheidgehalte is niet het enige dilemma dat aan UGC verbonden is. Want hoe zit het met auteursrechten en privacy? “Het heeft wat tijd en moeite gekost, maar uiteindelijk zijn wij bij de BBC tot duidelijke gebruikersvoorwaarden gekomen die tot dusver in alle gevallen effectief is gebleken. De auteursrechten blijven van de aanbieder en eigenaar van het materiaal, de BBC krijgt alleen toestemming om te publiceren. De verantwoordelijkheid voor de privacy en portretrecht ligt juridisch gezien niet bij de BBC, maar bij de aanbieder, producent en eigenaar van het materiaal, zoals vastgelegd in de gebruikersvoorwaarden. Hij of zij moet zelf zich ervan verzekeren dat de geportretteerde(n) akkoord gaat met de publicatie van het materiaal. Op die manier zijn wij bij de BBC goed ingedekt tegen de juridische gevaren van het gebruik van UGC.”

Meer tijd van de journalist
Al met al heeft de BBC behoorlijk moeten investeren om meer gebruik te kunnen maken van UGC. Vicky Taylor denkt dan ook dat het omarmen van UGC geen manier is om te bezuinigen. “Als je het goed wilt doen vergt gebruik van UGC meer tijd van de journalist, niet minder. Het filteren van die massa UGC, het verifiëren van de informatie en het materiaal op de juiste platforms zien te krijgen is een enorme opgave. Niet voor niets hebben we een aparte redactie van rond de vijftien man die zich fulltime daarmee bezighoudt.”

Bij de BBC zullen de journalisten dan ook niet worden ingeruild voor de ‘user’. De journalist blijft, als we Taylor mogen geloven, bestaan, ook in de toekomst. “Voor een omroep als de BBC is het juist belangrijk dat er journalistiek van hoog niveau blijft bestaan om het publiek te verzekeren van de beste content. En dat zal ook zeker niet veranderen door de komst van bijdragen van burgers of een toenemende crossmedialiteit. Het is juist van belang dat er gescheiden spacialismen binnen de journalistiek blijven bestaan. Goede tekstschrijvers en designers voor teksten op het web, goede cameramannen en interviewers voor televisie, etcetera. Maar deze gescheiden media moeten in een crossmediale toepassing veel vaker naar elkaar verwijzen, dat is waar crossmediaal voor mij voor staat.”

Eigen voorpagina
Taylor heeft een duidelijke toekomstvisie. “Ik zie een tv-uitzending voor me waar de kijker met een druk op een knop naar bijbehorende artikelen op het web surft, met relevante reacties van andere kijkers. Ik zie een toekomst voor me waarin de gebruiker zijn eigen voorpagina volledig naar eigen wensen heeft ingericht met alleen feeds waarin hij of zij geïnteresseerd is. En in al die toepassingen zal UGC een geïntegreerd onderdeel zijn.”

“En ja, zelfs in die nieuwe wereld is er ruimte voor gedegen (video)journalistiek. Want journalistiek blijft een vak en naar kwalitatieve journalistiek zal altijd vraag blijven. Men wil altijd op de hoogte gehouden worden van wat er gebeurt, men wil altijd dat die gebeurtenissen in een relevante context worden geplaatst. Maar dat nieuws zal wel op maat gemaakt zijn. Nieuws wanneer ze het willen en waar ze het willen, dat is de toekomst!”

Jannes Goedbloed

Jannes Goedbloed is student aan Fontys Hogeschool Journalistiek.

Alle artikelen van Jannes Goedbloed op De Nieuwe Reporter.