Dutch Bloggies als Idols

bloggiesTwintig Dutch Bloggies zijn er de afgelopen week vergeven. Welk potentieel hebben de winnaars om betaalde publicaties met een gezonde exploitatie op te leveren? Dat is tenslotte mede het perspectief van deze gesubsidieerde uitgave De Nieuwe Reporter.

Bij elkaar dagenlang pro deo jureren voor de Dutch Bloggies was dit jaar niet ondankbaar gezien beperkte kritiek en des te meer persaandacht.

Welk gewicht hebben de 20 winnaars in het medialandschap? Op persoonlijke titel probeer ik dat te enigszins duiden, hopend op afkeuring en andere reacties.

Op de eerste plaats is de wedstrijd begonnen door nerds. Daar is niets mis mee, maar ‘weblog’ is technologie: namelijk software om eenvoudig te publiceren. En wel in chronologische volgorde. Het jongste bericht staat bovenaan, relevant of niet. Dat is later wel danig verrijkt.

Gezien de lage drempel gebruikt vrijwel iedere amateurpublicist deze software met de bijbehorende vorm. Professionele uitgaven gebruiken ook vaker weblogsoftware. En anderzijds doen ook amateurs het soms zonder ‘blogware’. Dutch Bloggies ontkomt wellicht niet aan een keuze: doorgaan met het weblog als uitgangspunt, of kiezen voor een criterium op basis van inhoud en/of makers.

Persoonlijk zie ik meer in een Idols-achtig uitgangspunt: je kiest de beste amateurpublicaties en makers op internet en mogelijk apart nog wat ‘professionals’. Met behoud van de diepgang in beoordeling, maar met leukere accenten. De prijsuitreiking – die Den Haag goed ondersteunt – wordt ieder jaar al iets minder nerdy. Maar het mag veel sprankelender.

Talent scouten
Je hebt in Nederland weblogexploitanten als Web-log.nl en MSN en Volkskrant die hun bloggers normaliter niet betalen. Daarnaast zijn er partijen als
Blog.nl en Blogo en JouwMedia en Small Media die publicisten selecteren, ondersteunen en laten delen in reclamegeld.

Vreemd genoeg leverden deze organisaties geen prijswinnaars op, ofschoon ook de betaalde krachten net als betaalde bloggende journalisten wel meedoen. Betaalde winnaars waren het beste zakenblog van Bizz.nl en publiekswinnaar Viva.

Webloguitgevers scouten ongetwijfeld talent. Spelen de Dutch Bloggies daar een rol in of helemaal niet? Zijn er mogelijkheden om van winnende amateurs professionals te maken?

Te beginnen met algemene winnaar Moois. Die zegt zelf: “Iedereen die schrijft voor Moois Magazine heeft betere dingen te doen. Journalist spelen, of projectmanager, of student zijn.” De charme is hier het en passant even stil staan, niet het jagen op Moois als beroep. Maar als uitgeefconcept lijkt het me, in al zijn simpelheid, goed over een breed front in te zetten. Als verzameling van observaties van gelijkgezinden. Of niet?

Winnaar met nieuws Amsterdam Centraal kan zo te zien wel wat stimulans gebruiken van een uitgever. Het is een mooi concept, bij vlagen heel goed uitgewerkt, maar ook vrijblijvend. Maar hoe zet je zoiets op als uitgever? En krijg je de mensen mee in een sjabloon dat weliswaar geld maar minder vrijheid biedt dan zonder uitgever?

Vrijwel dezelfde vraag voor Zapruder, met Zaplog winnaar in de categorie ‘politiek’. Lekker reclamevrij nu, en moet je dat vooral zo houden?

Of durven uitgevers en bloggers wellicht te weinig? Want al jaren gaat het goed met exploitatie van vroegere winnaars van Dutch Bloggies als GeenStijl en Spunk (zelfstandig).

Het lijkt er wel op of we collectief vinden dat het weblogdom de vergaarbak is van publicisten die amateurs zijn. En dat blogs voor professionals, zoals journalisten, een hobby zijn om lekker te freewheelen en te publiceren wat ze in hun medium officieel niet kwijt kunnen.

Pas vernam ik dat Philips Freriks bij de (gedwongen?) start van zijn weblog bloedserieus zinnen aan het formuleren was met serieuze onderwerpen, teneinde zijn kijkers ook op internet een professioneel niveau te bieden. Daarop zeiden collega’s: “Maar Philip toch, het is maar een weblog hoor!”

12 reacties

  1. Voor de tigste keer: Philip Freriks is niet gedwongen te bloggen. Het bewonderenswaardige is dat hij na twijfel maar gedreven door nieuwsgierigheid uit eigen beweging is begonnen. Gewoon proberen, om te ervaren hoe het is, bloggen. Inderdaad zeer serieus, maar met een Philipeske ironie. Zes keer in de eerste week, twee keer in de tweede week, en ik ben benieuwd hoe het in zijn derde week zal gaan.

    Dwang heeft geen enkele zin. Bloggen moet een lust zijn, niet een last. Philip heeft met zijn stukjes veel collega’s enthousiast gemaakt. Op moment van schrijven bloggen dertig NOS-collega’s. Dertig! En dat terwijl we pas een maand bezig zijn. Vanaf komende week gaan alle NOS-standplaatsen over, en achter de schermen zijn collega’s van enkele radio-programma’s aan het droogoefenen. Onder hen ook grote twijfelaars, die echter willen ontdekken wat het is.

    NOS-weblogs zijn sterk in beweging, en zijn als onderdeel van de publieke omroep niet afhankelijk van een commerci”ele doelstelling. Maar als journalistiek middel heeft het wel degelijk een economische noodzaak, omdat weblogs luistercijfers kunnen opkrikken en loyaliteit van kijkers kan versterken. Dat beginnen de meeste bloggers langzaam maar zeker te ontdekken.

    Mijn voorspelling nu over de NOS weblogs: We gaan de komende twee maanden een kwantitatieve groei zien. Meer bloggers, meer uitingen. Tegelijkertijd zien we de eerste afhakers, en wie weet zit Philip daar ook wel bij. Geeft niks, want het werkelijke ijkpunt komt ergens in mei, als je een kwalitatieve structuur ziet ontstaan. Effectief, helder en met toewijding bloggen, waarbij niemand bij de NOS meer zal zeggen: Het is maar een weblog. Nee, dan realiseert iedereen zich de journalistieke (en dus economische) waarde.

    (En in de tussentijd blijven we collega’s op de redactie met een zweep achtervolgen. Maar dat heb je niet van mij.)

  2. Olaf schreef op 24 maart 2008 om 07:24

    Wauw, een kwantitatieve groei van NOS bloggers. Dat ontbrak nog op de internets. En Peter, zet die marketing-o-magic bril eens af voor de gein.

  3. @Olaf De Nieuwe Reporter kreeg, naar ik vermoed, subsidie om een bijdrage te leveren aan vernieuwing van de journalistiek zodat deze beter in staat is om – economisch – te overleven. Dat is de reden dat dit stukje een economisch – en geen marketing – uitgangspunt heeft.

    En is het wel zo ‘wauw’ dat zoveel NOS’ers willen bloggen?

    @ Tim (overigens een favoriete correspondent van me): Is dat bloggen nu werk of privé? Of is dat een ouderwetse vraag? Als het werk is, ten koste waarvan? Als het privé is, ten koste van wie of waarvan?

    In het beste geval publiceren correspondenten dat wat ze opdoen en niet (meer) kwijt kunnen in de schaarse zendtijd. De webfilters zijn immers een stuk milder dan de tv-filters

    Misschien moet je de beste ‘Dutch’ blogs wel gaan subsidiëren, want waarom wel NOS-blogs betalen met belastinggeld en niet sterke andere blogs? Of de vraag omkeren: als er, zoals Tim beweert, economische waarde in de NOS-blogs zit, moet je ze dan subsidiëren?

  4. Tim Overdiek, “Op moment van schrijven bloggen dertig NOS-collega’s. Dertig!”

    Het strand is afgezet, er worden nog draagkoetsjes gebruikt, maar de héle koninklijke familie kan nu gaan zwemmen als zij daar zin in heeft!!! En nog betaald ook. Of?

  5. Ik schrijf zelf ook voor DB-winnaar Amsterdam Centraal. Je schrijft daarover: ‘Het is een mooi concept, bij vlagen heel goed uitgewerkt, maar ook vrijblijvend.’

    Dat is natuurlijk een heel ‘vrijblijvende’ opmerking als je vervolgens niet toelicht wat je met dat ‘vrijblijvend’ bedoelt. Moet ik als lezer daar nu gaan raden? Het blijft toch anders een beetje als negatieve connotatie aan onze broek hangen.

    En waarom moet een ‘mooi concept’ zo nodig met behulp van een uitgever te gelde worden gemaakt? Voor zover een uitgever al invloed kan hebben op de inhoud (dan willen we natuurlijk een redactiestatuut), de site ontleent z’n charme nu juist aan de volstrekte onafhankelijkheid en en een gezond brok idealisme.

    Aan Amsterdam Centraal werken veel mensen mee die zelf professioneel werken of werkten bij de reguliere media. Dat genereert regelmatig ook de nodige zelfkritiek en introspectie.

    Ik heb je er eerlijk gezegd al vaker op betrapt dat je vanuit een zekere hoogmoed andere weblogs beoordeelt.
    Al twee keer heb ik nu gezien hoe je in een juryrapport een weblog zuinigjes en met nauw verholen tegenzin tot winnaar verklaarde, om vervolgens in datzelfde juryrapport godbetert over te gaan tot een lofzang op GeenStijl! Ja, dat is nog eens echte opsteker voor de winnaars, alsof GS de maat der dingen is. Voor jou blijkbaar wel, voor anderen (zoals ik) dus juist niet!

    Je hoopte op kritiek op die ‘duiding’ van jou. Bij deze dus. ;-)

  6. @ Peter
    Het is werk, maar niet echt ten koste van… Wat ik hoor van collega-correspondenten is dat ze die extra uitlaatklep waarderen. Stukjes die ze niet kwijt kunnen op televisie of radio. Journalistieke gedachten waarmee ze hun werk verklaren. Reacties kunnen beantwoorden. Uitbreiding van hun werk, maar niet ten koste van hun eigenlijke job (het kan er makkelijk bij of tussendoor). Je vraag of je die zou moeten subsidi”eren, kun je omdraaien. De nieuwsconsument krijgt meer voor zijn belastingeuro – een favoriet argument dat ik graag mijn critici (hey Overdiek, ga ‘s aan het werk. Ik betaal jou) voor de voeten werp.

  7. @Arnoud
    Webloggers paren kritiek meestal met spelen op de man. Wat de vrijblijvendheid van AmsterdamCentraal betreft:
    1. Voor veel artikelen wordt niet gebeld voor extra feiten of wederhoor. Een standaard voor het niveau van berichten ontbreekt (zie colofon);
    2. Voor sommige stadsdelen is wekenlang niets gepubliceerd, zoals bijvoorbeeld voor Noord (vier weken), Oud-Zuid (zes weken) en Westpoort (half jaar).
    3. Follow-ups ontbreken te vaak.
    4. Niettemin heb ik zelf voor deze site gestemd.
    5. In juryrapporten staan lof en kritiek naast elkaar, dus ook over GeenStijl. Lees maar.

    En nogmaals: het artikel is uitgegaan van mogelijkheden van exploitatie van winnende blogs. het hoeft niet ;-)

  8. “Webloggers paren kritiek meestal met spelen op de man.” Dat doen juryvoorzitters soms ook: “Maar buiten de eigen partij kijkt Rietveld nauwelijks.” Ik heb op mijn weblog al omstandig aangegeven waarom die uitspraak volgens mij onjuist is – of moet ik zeggen: ‘een leugen’?

    Voor de tweede keer op rij weet de DB-jury zich geen raad met de categroie politiek. Dit jaar moest ik concureren met weblogs die in de Blog50 in de categoriën ‘nieuws’ en ‘fun’ zijn terug te vinden. Om vervolgens te verliezen van een weblog dat geen weblog (niet eens opgenomen in de Blog50) maar een social-bookmarkingsite is – een feit dat door Olsthoorn hierboven gemakkelijk wordt omzeild door twee sites in één adem te noemen.

    En wat wordt me in dit artikel aangeraden? Ik moet een ‘professional’ worden en reclame maken op mijn weblog. Ik vraag me af: als ik een paar Google-Ads op mijn weblog zet, ben ik me dan wel aan het ontwikkelen? Ik was het niet van plan, omdat ik reclame niet vind passen op een weblog van een politicus. Mensen die bij mij op bezoek komen wil ik interesseren voor mijn eigen verhaal, niet voor dat van adverteerders (waarbij ik natuurlijk graag een uitzondering maak voor mensen die op zoek zijn naar de film van Wilders: http://www.wildersfilm.nl). In die zin zie ik mezelf als een professional: een professionele politicus dan, geen journalist natuurlijk. De boodschap van de DB-jury dit jaar is echter dat een goed politieke weblog zich vermomd als amateurjournalist die complotten inventariseerd. Petje af.

  9. Willem schreef op 25 maart 2008 om 12:19

    @ David Rietveld

    Waar maak je jezelf druk om, waarom zou je überhaupt een Dutch Bloggie willen winnen ?

  10. @Willem: dat is een misverstand. Ik hoef niet per sé te winnen, als ik maar eerlijk verlies.

  11. @Peter:
    Dat ‘spelen op de man’ is hier geheel niet aan de orde. Jij schrijft dit artikel, jij was de voorzitter van de jury, jij bent dus de man aan de bal hier. Hier komt de volgende sliding:

    1. Dat je voor weblogs journalistieke maatstaven moet aanleggen is een hardnekkig misverstand, doorgaans gehanteerd vanuit de ‘traditionele’ journalistiek. Dat er niet gebeld wordt voor het checken van feiten en hoor/wederhoor is een aanname van jouw kant die je helemaal niet kunt controleren.
    Sterker nog: er zijn in het verleden zelfs kritische artikelen geschreven over de ontoegankelijkheid van de Amsterdamse overheid voor het checken van feiten of het toepassen van hoor en wederhoor.
    Bovendien zit in het medium weblog een ingebouwde wederhoor: iedereen kan reageren en politici die onderwerp zijn van een artikel of discussie krijgen het artikel nog eens per mail toegestuurd met het verzoek om een reactie. Een andere werkwijze, maar daar moet de traditionele journalistiek dan maar aan wennen.

    ‘Een standaard voor het niveau ontbreekt’: nu moet je ons geen eisen gaan opleggen die ook niet voor andere media gelden. Waar vind ik de niveau-standaard voor het NOS-journaal, voor Het Parool, de Volkskrant, de NRC?
    De niveau-standaard is die van de redactie en die hebben we.

    ‘Follow-up’ ontbreekt dikwijls: alweer gedacht vanuit de krantentraditie. Allereerst pretenderen wij helemaal niet een nieuwssite te zijn (ik zou bij god niet weten wie ons in die categorie heeft aangemeld), in elk geval niet een nieuwssite die het actuele nieuws van dag tot dag verslaat. Je zou eigenlijk beter kunnen spreken van een ‘opinie-weblog’.
    Ten tweede is het met het ideaal van de ‘follow-up’ in traditionele media dikwijls ook droevig gesteld. Zodra iets uit de actualiteit verdwijnt en er geen nieuw schandaal of sensatie te melden is, is de follow-up eveneens van de baan.

    ‘Je hebt voor deze site gestemd’: mooi, dat is je geraden ook! ;-)

    Uiteraard staan in een juryrapport kritiek en lof naast elkaar. Niets mis mee. Daar gaat ook mijn kritiek niet over. Mijn bezwaar is dat die kritiek zo dikwijls uitdraait op een vergelijking met GeenStijl, zo te zien jouw persoonlijke favoriet. De ‘taalkundig en inhoudelijk meest gelezen originele benadering van het nieuws in Nederland.´ Afgezien van deze ietwat kromme zin uit het juryrapport, valt er op die ´kwaliteit´ nog wel wat af te dingen. Maar goed, daarover kunnen de meningen verschillen.
    Het is alleen tamelijk flauw en weinig objectief om dat telkens weer in juryrapporten terug te moeten lezen. Je zou je als juryvoorzitter kunnen verplaatsen in mensen die GS helemáál niet zo´n fijne website vinden: vrouwen, mensen met een ander kleurtje, progressief denkende mensen, moslims etc.
    Of dacht je dat deze groepen dag in dag uit weer fijn genieten van die ‘taalkundig en inhoudelijk originele benadering’?

    Laat ik tot slot nog even duidelijk stellen: bovenstaande is dus uitdrukkelijk niet persoonlijk bedoeld, discussie moet kunnen, maar wél als een voorzet om eens te doen aan wat kritische zelfreflectie.

  12. Pingback: Nieuwe Media

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>