Half werk uit Afghanistan

De Nederlandse berichtgeving over de oorlog in Afghanistan voldoet niet aan de kwaliteitseisen van de journalistiek. Journalisten laten zich censureren, ze hebben moeite onpartijdig te berichten en de Afghanen zelf komen te weinig aan het woord.

‘Erg mager,’ luidt het oordeel van oorlogsverslaggeefster Antoinette de Jong over de berichtgeving uit Afghanistan in de Nederlandse pers. De Jong, die al sinds 1992 in Afghanistan komt, werkt freelance voor NRC Handelsblad en Radio 1. ‘De Nederlandse berichtgeving is uitgesproken simplistisch. De pers focust zich op onze jongens en meisjes in Uruzgan, maar laat heel veel liggen over de Afghaanse regio, de regionale context en de geopolitieke context. Om te kunnen begrijpen wat daar gebeurt, zijn al die verschillende lagen noodzakelijk. En om te begrijpen wat er in Uruzgan gebeurt, is het bezoeken van de Nederlandse missie nauwelijks relevant. Daar haal je niet zoveel informatie vandaan.’

Halve journalistiek
Joeri Boom, oorlogsverslaggever van De Groene Amsterdammer noemt de berichtgeving uit Afghanistan ‘op z’n best halve journalistiek’. ‘In het ideale geval is het mijn taak om hele journalistiek te bedrijven,’ legt hij uit. ‘Voor hele journalistiek moet je alle partijen in een conflict aan het woord laten. Je moet de Nederlandse krijgsmacht volgen, je moet op onafhankelijke wijze de effecten van de werkzaamheden van het leger op de bevolking rapporteren en je moet in contact komen met de tegenstander.’ Nog geen enkele Nederlandse journalist is dat volgens Boom helemaal gelukt.

Dat evenwichtige verslaggeving over het werk van het Nederlandse leger ontbreekt, komt vooral door de journalisten zelf: verslaggevers die met het Nederlandse leger meegaan tekenen een gedragscode waarmee ze Defensie het recht geven om hun stukken door te lezen en daaruit ‘gevoelige informatie’ te schrappen. Embedded journalisten laten zich dus censureren.

Niet iedereen is het echter met die harde conclusie eens. AD-redacteur Olof van Joolen erkent dat embedded journalistiek geen compleet beeld oplevert van de oorlog in Afghanistan, maar de censuur in Kamp Holland valt volgens hem best mee. ‘De afspraken met Defensie stellen niet zoveel voor. Ik heb persoonlijk niet vaak discussie gehad over mijn stukken. (…) Maar het is natuurlijk wel frustrerend als je iets niet mag opschrijven of als je niet mee mag op een bepaalde patrouille. Bij de slag om Chora mochten er bijvoorbeeld geen journalisten mee. Defensie zegt dan dat de veiligheid voorop staat: ze willen je graag heel naar huis sturen. Daar zit wel wat in. Ik neem zelf ook liever het zekere voor het onzekere. Binnen die beperkingen probeer ik zo goed mogelijk mijn werk te doen.’

‘Het is gewoon censuur. Punt.’
Joeri Boom, die zowel onafhankelijk als met behulp van Defensie verslag doet uit Afghanistan, vindt het typerend voor de naïviteit van veel journalisten. ‘Heel veel collega’s bagatelliseren het, maar hoe ze die gedragscode ook noemen, het is gewoon censuur. Punt. Ik heb het er in de dikke Van Dale maar eens op nagezocht. De definitie van censuur is dat je autoriteiten inzicht geeft in je publicaties met de bevoegdheid daaruit dingen te schrappen of te verbieden. Daarvoor hebben we getekend. En dat hoort niet. Ik doe er ook aan mee, maar onder protest.’ In september beschuldigde Boom Defensie op de radio en in drie kranten van propaganda, waarna er volgens hem in het voorlichtingsbeleid meer aandacht aan de gevechten werd besteed.

Volgens Boom censureert Defensie niet alleen na het schrijven, maar is er ook censuur vooraf. ‘De voorlichters van het Ministerie van Defensie zeggen tegen journalisten dat ze hun een kijkje in de keuken van de krijgsmacht gunnen. Nou, dat is precies wat het is. Je mag even om de hoek van de keuken kijken. Op allerlei plekken wordt daar aan gerechten gewerkt, maar dat krijg je lang niet allemaal te zien. Vervolgens komt er één gerecht uit de keuken. Dat mag je bekijken en je mag ook met één kok praten, maar je mag het niet proeven. Het is immers bedoeld voor de bevolking. Je komt er ook nooit achter hoe het eten smaakt, want als je dat aan de bevolking wilt vragen, staat de restaurantmanager ernaast. Dan krijg je natuurlijk geen eerlijk antwoord.’

Antoinette de Jong erkent dat: ‘Als je alles kan controleren, is de verleiding groot dat ook te doen. Toen ik afgelopen jaar een weekje in Kamp Holland was moest ik echt mijn best doen om mee te kunnen op een patrouille. Dat wil je natuurlijk, want dan kan je zien hoe de wisselwerking tussen de Nederlandse militairen en de lokale bevolking is. Maar je mag niet zelf je patrouilles kiezen. Met sommige mag je wel mee, met andere niet. Dan zeggen ze dat het te gevaarlijk is.’

Tijdens de patrouilles mag je volgens Boom wel overal bij zijn. ‘Om de analogie door te trekken: die ene kok vertelt je alles. Oók alle geheime ingrediënten. Maar die mag je dan weer niet opschrijven.’ Zo wil Boom bijvoorbeeld graag vertellen hoe de Taliban de Nederlandse militairen gek maken met psychologische oorlogvoering tijdens de patrouilles. ‘Je mag niet eens opschrijven dat Nederland radioverkeer afluistert van de Taliban, al weet de Taliban dat natuurlijk best. “Enemy are you listening?”, werd er op een gegeven moment gevraagd over de radio toen ik een keer mee was. “Als jullie terugkeren ligt de hinderlaag klaar,” voegde de Taliban-commandant er aan toe. Vijf keer is er dan niks aan de hand, maar de zesde keer liggen ze er wel. Ik wil daar graag over schrijven, maar dat mag niet.’

Partijdigheid
Embedded journalisten hebben niet alleen last van de door Defensie opgelegde censuur. Volgens Boom is het ook lastig om je onafhankelijkheid te behouden als je vanuit het Nederlandse kamp werkt. ‘Partijdigheid is iets wat haast onoverkomelijk is als je embedded werkt. Kennelijk identificeer ik me veel meer met de Nederlanders. Dat is dus gevaarlijk, maar door er niet over te praten bedwing je dat gevaar niet. Laten we de notie van onpartijdigheid dus maar gewoon ter discussie stellen.’

Boom beweert ook niet dat hij zelf objectief verslag kan doen vanuit Uruzgan. ‘Als ik embedded werk, signaleer ik die beperkingen en dat laat ik de lezer ook weten. Ik vind dat je moet vertellen dat het stuk is doorgelezen door Defensie, maar ook dat je de feiten in het stuk niet hebt kunnen voorleggen aan onafhankelijke en Afghaanse bronnen. Bij De Groene staat dat er altijd bij, maar bij het Algemeen Dagblad (waar Boom freelance voor schrijft, MvdS.) laten ze dat laatste zinnetje altijd weg.’

De oorlogsjournalisten die onafhankelijk werken lijken geen partij te kiezen voor Nederland. Hun sympathie ligt eerder bij de Afghanen. Antoinette de Jong: ‘Ja, is dat zo raar? We zijn daar heus niet alleen omdat we die arme Afghanen nu zo nodig willen helpen. Nee, we doen aan containment. Het probleem van fundamentalisme en terroristen moet dáár blijven. Sinds 9/11 weten we dat het mogelijk is dat de ellende ook hier op de stoep kan staan, maar dat willen we natuurlijk niet. Maar zelfs als de Afghanen je niks kunnen schelen en je alleen in de Nederlandse belangen geïnteresseerd bent, dan nog heb je de Afghaanse kant van het verhaal nodig. Je kan de problemen daar pas oplossen als je weet hoe de samenleving in elkaar zit. Met de berichtgeving over onze jongens en meisjes maak je niet zo veel duidelijk. Dat is ook niet waar het probleem zit.’

Eenzijdig beeld
Daar waar nieuws over de Nederlandse militairen in Afghanistan regelmatig de buitenlandpagina’s vult, ontbreekt de Afghaanse stem vaak in de Nederlandse pers. Woordvoerders van de Taliban komen al helemaal nooit aan het woord. Daardoor blijft een belangrijk deel van het verhaal over de oorlog onverteld. Die omissie kan grotendeels worden verklaard door de enorme risico’s die journalisten lopen in Afghanistan. Sinds 9/11 zijn journalisten zelf een doelwit geworden in de Arabische wereld. Toch zouden er veel meer Afghanen aan het woord moeten komen in de krant, vind De Jong. ‘Echt iedereen kan een Afghaan leren kennen’, zegt ze spottend. ‘Een goed netwerk is cruciaal voor een journalist; in oorlogsgebieden is dat niet anders. Een netwerk opbouwen hoort gewoon bij je journalistieke handwerk. Dat kan ook in Afghanistan. Je moet wel je huiswerk doen, netwerken en lezen.

Provincialisme
De gebrekkige kwaliteit van de berichtgeving is volgens de verslaggevers ook het gevolg van de bezuinigingen bij de media. De Jong: ‘De buitenlandverslaggeving is daarvan de dupe geworden. Op redacties wordt gewoon een rekensommetje gemaakt. Als je een redacteur met Defensie meestuurt kost het je haast niets. Ze reizen met Defensie, ze slapen bij Defensie en ze eten bij Defensie. Ondertussen kan je wel een dateline Uruzgan in de krant zetten. Dat is lekker goedkoop.’

Toch verbaast De Jong zich er over dat er geen journalisten van de grote nieuwsmedia vast in Afghanistan zitten. ‘Het is toch heel raar dat er niet drie, vier journalisten in Kabul gestationeerd zijn. Nederland is in oorlog en we hebben er niet één journalist zitten. Ik vrees dat er iets heel gevaarlijks met onze democratie aan de hand is als we niet meer geïnteresseerd zijn in waarheidsvinding.’

Joeri Boom deelt die verbazing. Boom: ‘Het is toch bizar? Op de redacties hebben ze het over Uruzgan-moeheid, maar dat is jammer voor de lezer. Je kan wel alleen nog maar marktgericht denken, maar je hebt ook een verantwoordelijkheid. De Volkskrant heeft nu sinds 1 januari Deedee Derksen vast in Kabul zitten. Hèhè, eindelijk. Gewoon geld vrijmaken en daar iemand neerzetten. Heel goed.’ Volgens De Jong ligt het ambitieniveau bij de Nederlandse media te laag. ‘Op de redacties hoor ik vaak: “Ja, maar we zijn de BBC niet.” Dan denk ik, ja, maar waarom eigenlijk niet? Want we kunnen het natuurlijk gewoon zelf. Het is de keuze van de Nederlandse media om provinciaals te zijn.’

Lees ook de scriptie van Maarten van der Schaaf en Jasper Karman, ‘Berichten van het front. Een historisch onderzoek naar de kwaliteit van oorlogsverslaggeving in Nederlandse dagbladen’.

9 reacties

  1. Vraagje: als je waarheidsgetrouw bent maar eenzijdig, waarom is dat dan fout? Hoeveel kanten zitten er aan een situatie die je allemaal eenzijdig kunt belichten? Hoe politiek ben je als je daar zelf over wilt gaan? Waarom zou de lezer niet mogen lezen wat hij wil lezen, namelijk de feiten en argumenten die hij nog niet kende danwel bevestigd zou willen zien, van zijn eigen eenzijdige, partijdige, culturele visie?

  2. jose schreef op 12 maart 2008 om 23:15

    Jack de Vries,staatssecretaris van defensie was laatst op bezoek bij “de jongens en meisjes”. Hij liep daar rond en bezocht ook een kliniek wat met Europees geld betaald was. Er was een jongetje te zien die lag te slapen. Hij zou blaasontsteking hebben en aan de beterende hand zijn. Jack wenste hem nog beterschap. Hoe aandoenlijk.
    Hij heeft vergeten te vermelden dat er geloof ik 2miljoen Afghanen een te kort aan voedsel hebben en de voedselprijzen enorm gestegen zijn. De gezondheid van de Afghanen wordt bedreigd door hongersnood. Toch iets anders dan een “blaasontsteking”. Komt trouwens niet zovaak voor bij jongetjes en het moet dan wel heel erg zijn om daar voor opgenomen te worden en geen kuurtje te krijgen.
    Ik word er zo moe van,moe van de leugens en moe van de propaganda. Alsof de Taliban hier in Luttebroek een aanslag zou plegen. Wie heeft die Taliban zo sterk gemaakt,wie heeft hen bewapend,wie heeft er voor gezorgd dat er zoveel papaverteelt is ?
    Waarom heeft Dick Berlijn ooit eens tegen enkele mensen waaronder mijzelf gezegd dat er Taliban met een grote en kleine T is en de pijpleidingen naar de Indische oceaan?
    Er zijn zoveel artikelen te lezen op internet,zoveel boeken die laten zien hoe belangrijk de regio is en de olie en gasvoorraden in omringende landen. Geen enkele politicus hoor ik daar in het openbaar over spreken.
    Tijdens de aanvullende hoorzitting over de verlening waren niet eens alle politieke partijen aanwezig,ze hebben niet eens de beleefdheid in acht genomen om te luisteren naar andere argumenten.
    Geen onderzoek naar de gevolgen van de zware bombardementen op de bevolking ,niets nada noppes.
    De meisjes moeten weer naar school en de democratie moet geintroduceerd worden,gelijk aan Irak?
    VNO-NCW vertelde onderhand met tranen in de ogen dat het hun maatschappelijke plicht is om de Afghaanse economie weer een steuntje in de rug te geven,natuurlijk wel met geld van ontwikkelingssamenwerking. Makkelijk en ook opmerkelijk dat Afghanistan geprivatiseerd is door aandringen van de Wereldbank en IMF. Wie gaat er geld verdienen?
    Is de Taliban trouwen niet een containerbegrip geworden voor criminelen,corrupte overheidsfuntionarissen en drugsbaronnen?

  3. Inger Stokkink schreef op 13 maart 2008 om 00:25

    Al zou een embedded journalist willen, dan kan zij/hij nog niet zelfstandig van Kamp Holland af want zij/hij heeft geen visum voor Afghanistan. Dat is een praktisch probleem. Ik ben er van overtuigd dat de meeste embedded journalisten de grenzen van het mogelijke opzoeken, maar het hebben/bemachtigen van een visum is zo’n keiharde grens. Hier ligt een uitdaging voor de Nederlandse hoofd-/eindredacties :-)

    Wat mij ook verbaast is de geringe belangstelling in de Nederlandse pers voor de partners van Nederland in Afghanistan. Tijdens mijn verblijf in Duitsland begin dit jaar was daar een forse discussie gaande over de aanwezigheid, wijsheid en rol van de Duitse militairen in het noorden van Afghanistan.

    Naast de Duitsers zijn er ook nog Denen, Australiers en Engelsen (denk prins Harry) – naast de overbekende Amerikanen. Hoe pakken zij het aan? En, niet onbelangrijk: hoe is het persbeleid van die landen voor bezoekende journalisten? En wat kunnen wij journalisten daar van leren?

  4. bert schreef op 13 maart 2008 om 02:35

    Ik beschouw het grootste deel als waardeloos. Men moet de Nederlandse troepen gewoon links laten liggen. Men is er bezorgder om dat een Nederlander een teennagel verliest, dan dat er weer honderden burgers worden gedood. (Dat laat het ANP gewoon weg als ze een slap uittreksel maken van een AFP of een AP verslag, ook het aantal van 6.000 doden vorig jaar lieten ze steeds weg).

    Vaak merk ik dat interviewers ook niet “doorvragen”. Zijn ze te kritisch, dan zijn ze misschien een volgend keer niet welkom, en ze zijn voor de bescherming van hun leven afhankelijk?

    Een mooi voorbeeld zijn die doden door “eigen vuur”. erg natuurlijk. 80.000 keer wordt hetzelfde verhaal uitgekauwd, maar niemand heeft door dat Asadullah Hamdam en Wilfred Rietdijk gelijktijdig stinkende leugens vertellen over burgerdoden in Uruzgan. (Die zogenaamd niet gevallen zouden zijn bij de operatie Spin Ghar).

    En niemand haakt erop in, dat Nederlandse instructeurs “smakelijk verhalen vertelden” over Afghaanse recruten die op elkaar gingen vuren, dan is het humor. Maar nu worden de Indie veteranen zelfs uit de kast getrokken om te getuigen.

    Ben je kritisch, dan doen Defensie, of bepaalde elementen in de politiek wel alsof je de soldaten dood wil hebben?

    De Telegraaf is helemaal erg: valt er weer een dooie Nederlander, staat er een hele lijst met “Zij stierven, of gaven hun leven, voor een betere wereld”, ja, een betere wereld voor het corrupte tuig en de krijgsheren die nog steeds aan de macht zijn in Afghanistan, en een wapenhandel die weer floreert na de afschaf van de Koude Oorlog.

    En inderdaad, alleen Uruzgan lijkt te bestaan, en die teennagel dan die een soldaat kan verliezen.

    Is de pers gehoord, over Nederlandse militairen die in Afghanistan over de radio mee laten delen “dat ze naar een dorp komen om de vrouwen te verkrachten”?

    Defensie kwam met een “primeur”, beelden van gevechten. Heeft er 1 krant geschreven dat een week daarvoor Australie ook met een video was gekomen? Dat er een jaar terug al een video stond in de New York Times?

    Wat al bekend is via de buitenlandse media, moet hier geheim worden gehouden. Maar niet omdat de Taliban het dan zou ontdekken, nee, dat de bevolking het hier gaat ontdekken. Het is niet geheim voor de Taliben, maar voor de mensen, die rustig moeten slapen, terwijl er een smerige bloedige slachtpartij plaatsvindt in Afghanistan.

    Op een enkeling na, is het braaf aan het leibandje lopen van de generaals.

    Er zijn trouwens wel Pakistaanse journalisten die embedded zijn geweest bij de Taliban.

    Voor informatie over Afghanistan moet men dus vooral bij de buitenlandse bladen zijn.

    In Duitsland heet het al lang “Oorlog tegen de Taliban”, en in Belgie worden Amerikaanse soldaten gewoonweg “Amerikaanse strijders” genoemd.

    “Wij” moeten meleven, of een ander land komt helpen, alsof “we” met een werelkampioenschap bezig zijn. Duitsland, spanje, Italie hebben geen zin in die moordpartij. Kamp en Balkenende wilden zo graag meedoen.

    Maar we moeten “achter onze jongens en meiden staan”. Maar als ik nu eens een Afghaanse burger ben, wat dan?

  5. Bert, “Maar als ik nu eens een Afghaanse burger ben, wat dan?”

    Dan zou ik Afghaanse journalist tussen de Afghaanse burgers voor die Afghaanse burgers zijn en hen geven wat ze graag willen lezen of bevestigd zien. Dan zou ik geen morele verontwaardiging tonen over de slachtoffers aan Nederlandse kant want dat is het laatste waar die Afghaanse burgers en hun zonen af en toe in doodsnood nodig hebben, als ze de oorlog willen winnen.

  6. bert schreef op 13 maart 2008 om 22:36

    @ Ron

    Ik al met mijn bronnen komen, wanneer ik Hamdam en Rietdijk beschuldig van “onwaarheden”.

    En nog een aantekening: “Autochtone” Nederlandse journalisten krijgen niet voor mekaar wat journalisten als Amir Shah, of Noor Khan, of Fishnik Abrassi kunnen: namelijk je gewoon anoniem kunnen begeven door Kandahar, Peshawar, Kabul, en Pashtoe en Arabisch spreken. Daarom zit Oukbi volgens mij op een juiste plaats?

    Arnold Karskens, bijvoorbeeld, wordt door velen gezien als de hedendaagse Poncke Princen (nou ja)?

    ———-

    Nederlands leger en bestuur in Uruzgan liegen over burgerslachtoffers

    Gouverneur Asadullah Hamdam en de Nederlandse legertop zijn niet eerlijk over burgerslachtoffers in de provincie Uruzgan in Zuid-Afghanistan waar Nederland het PRT leidt van de ISAF-strijdmacht.

    Gouverneur Hamdam liegt in een interview met de Volkskrant. Luitenant-kolonel Wilfred Rietdijk, de commandant van het ISAF Provinciaal Reconstructie Team in Uruzgan, liegt tegen het blad Time.

    Zo beweerde de gouverneur van Uruzgan in een interview met de Volkskrant dat er “naar zijn weten al drie maanden geen burgerslachtoffers waren gevallen in zijn provincie”, terwijl Defensie hem citeert in een periodiek overzicht en meedeelt “dat er bij de operatie Spin Ghar een aanvaardbaar aantal burgerslachtoffers is gevallen”.

    Luitenant-kolonel Wilfred Rietdijk maakt het in een interview met Time heel erg bont. Hier loopt hij een heel verhaal op te hangen dat de Nederlandse aanpak (pamfletten uitdelen) ertoe heeft geleid dat er geen burgerslachtoffers zijn gevallen bij Spin Ghar, terwijl die dus wel zijn gevallen.

    Rietdijk suggereert bovendien dat Nederland dit beter aanpakt dan de andere landen.

    Luitenent-kolonel Gino van der Voet, de voormalige bevelvoerder van het PRT in Uruzgan, betoogde tijdens de hoorzitting over het Uruzgan-besluit dat er gealfabetiseerd moet worden in Uruzgan, zodat er een “pers kan ontstaan die het bestuur controleert”.

    Militaire geheimen doorgeven waardoor soldaten in gevaar kunnen komen, dat kan in tijden van oorlog niet. Maar onwaarheden verkopen, zoals Hamdam en Rietdijk over burgerslachtoffers, dan moet dit bestuur volgens de “Van der Voet-filosofie” ook worden gecontroleerd.

    (Dit zal een verslaggever niet populair maken “embedded”, want Defensie wil natuurlijk niet ook nog een onderzoek naar burgerslachtoffers tijdens Spin Ghar”)

    Noten en Bronnen:

    “De bij deze Shura’s aanwezige stamoudsten spraken meerdere malen hun tevredenheid uit over de bereikte resultaten. Met name de geringe schade en het “beperkte aantal burgerslachtoffers” stemden de oudsten tot tevredenheid.” (Periodiek overzicht Defensie, 15 november 2007).http://www.mindef.nl/actueel/nieuws/2007/11/20071115_weekoverzicht.aspx

    “De laatste drie maanden zijn er geen bombardementen geweest waarbij burgerslachtoffers zijn gevallen, voor zover ik weet.” (Interview Hamdam in Volkskrant, 8 december 2007 ).http://www.volkskrant.nl/binnenland/article485230.ece

    “Rietdijk concedes that giving notice of the operation might have put troops at risk, but says “the advantage of avoiding casualties among civilians was more important.” (…) “Rietdijk says Spin Ghar uncovered many weapons caches without a single civilian casualty” (Rory Callinan: Mission Difficult; in: Time, Jan. 24, 2008).http://www.time.com/time/magazine/article/0,9171,1706484,00.html

    Ja, geen burgerslachtoffers bij bombardementen en het zoeken naar wapenopslagplaatsen. Retorisch passen ze een truck toe? En die verklaring van Defensie dan?

    Rietdijk en Hamdam spreken dus niet de waarheid. Beter gezegd: ze liegen gewoon?

    (Tsja, beetje bronnenonderzoek en “close reading”)

  7. We zijn vanaf het begin besodemieterd met Afghanistan. Elke boerenlul met internet kon met een middagje googlen voldoende informatie vergaren om te snappen dat Afghanistan, Uruzgan, een complex gewelddadig wespennest was. De term ‘wederopbouw’ kon je na zo’n google middagje als apekool aanduiden. Al was het maar omdat er weinig tot niets te wederopbouwen stond. Als politici werkelijk dachten dat het vooral een wederopbouwmissie zou worden, zijn ze nog dommer dan ik al dacht. Als ze het met opzet vals voorstelden, zijn ze zo doortrapt als ik al dacht.

    Embedded zijn hoeft geen beletsel tot eerlijke verslaggeving te zijn lijkt me. Dat Defensie censuur pleegt, manipuleert en doofpotten gebruikt, hebben we met de affaire Fred Spijkers wel kunnen zien. Eerder schreef journalist Oscar van der Kroon een goed boek, ‘Ziek van Defensie’, dat het ‘systeem’ bloot legde. Nederland is bij uitstek een voorbeeld van ‘er bestaan geen slechte soldaten, alleen slechte generaals’. Inmiddels hebben we behoorlijk goede soldaten, te weinig overigens, maar aan de ‘generaals’ schort het nog wel eens. Of anders aan de naamloze ambtenaren zonder uniform, met macht en invloed (teveel Sir Humphrey Appleby’s).

    Als je als journalist Afghanistan en het Nederlandse aandeel goed wilt verslaan, moet je naar mijn idee ook meer en diepere kennis van de krijgsmacht hebben. Ook wordt er veel te weinig op van der Kroon wijze in het reilen en zeilen achter de schermen gegraven. Hoe Tjibbe Joustra landelijk coördinator terrorismebestrijding kon worden bijvoorbeeld. Ook al iemand die goed gedocumenteerd in een van der Kroon boek, ‘Ministerie in Crisis’, tot commotie had moeten leiden na zijn benoeming. Nagenoeg de voltallige pers zweeg hierover. Dat maakte mijn vertrouwen in brede, diepe en eerlijke verslaggeving elders er niet beter op.

  8. Ik lees in de NL pers vrijwel alleen maar verhalen over “onze jongens” en bijna niets over wat er in Afghanistan nou eigenlijk aan de hand is. Het is van een onvoorstelbare armoe. Ik was in Kabul eind 2006 voor een Amerikaans blad (en niks niet embedded), en wie ik ook tegenkwam die onafhankelijk journalistiek bedreef, er zat geen Nederlander bij. Er zitten niet eens vaste correspondenten, terwijl “we” in dat land in een oorlog zijn verwikkeld. Onvoorstelbaar.

  9. Pingback: ‘Het is gewoon censuur’ |

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>