Waar blijven de journalistieke databases?

Verhalen vertellen met behulp van toegankelijke digitale kaartenbakken: in de VS een voorzichtig succes, in Nederland vooralsnog wishful thinking.

Het Amerikaanse opinieweekblad US News & World Report brengt elk jaar een studie uit naar de beste universiteiten in eigen land. Dat is op zich niet bijzonder: het weekblad Elsevier doet in Nederland al tijden precies hetzelfde. Wél uitzonderlijk is de manier waarop US News & World Report de eigen nering aan de man brengt. Op de site van het tijdschrift kan de printeditie worden besteld voor 9,95 dollar. Er is ook een online editie beschikbaar, maar die kost de helft meer: 14,95 dollar.

Uitzonderlijk, want papieren nieuwsproducten lijken duurder om te produceren dan hun online tegenhangers. Ze moeten immers worden gedrukt en verzonden. Niet voor niets is het de gewoonte om voor online nieuwsproducten minder – of zelfs niets – te vragen in vergelijking met hun gedrukte tegenhanger. Zo kost de papieren The Economist tegen de huidige aanbiedingsprijs 132 euro. Voor het webabonnement hoeft echter maar zo’n 53 euro te worden neergeteld. De online versies van de Elsevier-onderzoeken zijn zelfs gratis.

Nog vreemder: wie de online editie van het US News-universiteitenonderzoek koopt, raakt zijn toegang tot de dienst op 13 augustus kwijt. Maar wie de gedrukte versie heeft, hoeft deze (uiteraard) niet terug te sturen. Kortom, lezers betalen meer, maar krijgen minder tegen ongunstiger voorwaarden.

Althans, zo lijkt het. Want in werkelijkheid biedt de online universiteitenspecial van US News & World Report een rijkdom aan informatie die op papier niet of veel moeilijker te realiseren zou zijn. Kopers van de online special kunnen hun academische interesses invoeren, en krijgen vervolgens informatie op maat getoond. Die informatie is ook nog eens veel gedetailleerder dan die in de gedrukte versie. Logisch, want op papier is de ruimte beperkt. De redactie moet dus noodgedwongen een keuze maken

Stemgedrag
US News & World Report is niet de enige Amerikaanse journalistieke uitgave die scoort met wat databasejournalistiek genoemd kan worden: het vertellen of aanvullen van een journalistiek verhaal met behulp van een toegankelijke, ook door leken eenvoudig te gebruiken, database.

Zo won WashingtonPost.com, de website van de bijna gelijknamige krant, in 2006 de Knight-Batten Honor for Innovation voor een database waarin lezers op eenvoudige wijze het stemgedrag van hun volksvertegenwoordigers kunnen analyseren. Die informatie was al beschikbaar via internet, maar voor de komst van de ‘Congressional Votes Database’ moesten geïnteresseerden meerdere sites bezoeken. De redacteuren van WashingtonPost.com maakten met hun site dergelijke zoektochten makkelijker, en geven daarmee hun lezers – althans in theorie – meer politieke macht.

De database van WashingtonPost.com blinkt niet uit in visuele aantrekkelijkheid. Hoe anders is dat met de reportage Broken Trust, een project van de Floridase krant The Herald-Tribune, eigendom van de New York Times. Broken Trust vertelt het weinig opwekkende verhaal van 1958 gevallen waarbij leerlingen werden mishandeld of aangerand door hun docenten. Lezers van de krant hoeven die informatie niet passief op te nemen, maar kunnen via de knop ‘Data search’ snel zoeken naar details over incidenten op scholen in hun eigen buurt. En wie daarna boos een klacht wil indienen bij de overheid, kan dat eenvoudig doen dankzij de e-mailknop met voorgeprogrammeerde adressen van alle relevante organen en personen.

Drankvergunningen
In Nederland is het zoeken naar soortgelijke initiatieven, zeker buiten de vakbladen. Het AD heeft enkele database-projecten, zoals de Wachtlijsthulp en de Misdaadmeter. Wie naast de laatste echter de LA Times Homicide Map legt, zal in de Misdaadmeter nog veel mogelijkheden tot verbetering zien.

Ook Elsevier zet gegevens van enkele onderzoeken online, maar deze bevatten in hun online gedaante lang niet zoveel informatie als de digitale versies van de US News & World Report-onderzoeken.

Een veelgeprezen Nederlands voorbeeld van databasejournalistiek is Misdaadkaart. Lezers kunnen in deze op ChicagoCrime.org geïnspireerde site op zoek naar criminaliteit in hun eigen buurt.

Een mooi initiatief, maar de makers van ChicagoCrime.org hebben inmiddels een stap vooruit gedaan die in Nederland (nog) niet is gezet. En wel met de site EveryBlock.Com. Daarop is voor de steden New York, San Francisco en Chicago een enorme hoeveelheid informatie te raadplegen: zelfs de laatst verstrekte drankvergunningen zijn erop te zien.

Nederlandse journalistieke organisaties laten databases met veelomvattende informatie echter links liggen. Zo zou een site als Statline van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) baat hebben bij een toegankelijker interface. Het CBS heeft zelf een poging gedaan om een deel van deze informatie beter te ontsluiten via de site CBS in uw buurt, maar die kan niet tippen aan de veelomvattendheid van EveryBlock.Com. Een integratie van CBS-informatie met Trouw’s Nieuws in de buurt ligt voor de hand, maar bestaat vooralsnog niet.

Sportuitslagen
Buiten de deur zoeken naar interessante databases om te ontsluiten, hoeft echter niet eens. Veel journalistieke organisaties produceren zelf kostbare informatie die echter slechts eenmalig kan worden gebruikt omdat ze niet in een database wordt gestopt. Sportuitslagen zijn een berucht voorbeeld. Die worden niet aangeboden in een eenvoudig doorzoekbare databank, maar in de ouderwetse lijstvorm. Voor de krant van vandaag maakt dat niet uit. Maar de vader die wil uitzoeken of de voetbalclub waartegen zijn zoontje zaterdag speelt, in het verleden goed of slechts heeft gepresteerd, heeft geen gemakkelijke manier om antwoord te krijgen op die vraag. En ouders die op zoek zijn naar de beste school voor hun kind, moeten zich bij Trouw door een tabel worstelen. Zelf voorkeuren specificeren om een lijst op maat te krijgen, is er niet bij.

Dat journalisten verkregen informatie nog steeds invoeren in een veredelde tekstverwerker, en niet in een database die hergebruik eenvoudiger maakt, heeft veel te maken met de bedrijfscultuur van Nederlandse journalistieke organisaties. Dat meent althans Dick van Eijk, chef economie bij NRC Handelsblad: ‘De initiatiefnemer van Misdaadkaart, Robert Jan de Heer, werkte bij krantenuitgever PCM, maar heeft Misdaadkaart buiten het concern gemaakt.’ (Ondanks herhaalde pogingen per telefoon en e-mail is het niet gelukt om Robert Jan de Heer zelf te bereiken.)

Volgens Van Eijk deed Den Heer dat niet voor niets: ‘Een van de grote problemen bij het tot stand komen van databasejournalistiek is dat nieuwsredacties meestal niet de baas zijn over de technologie in een grote organisatie.’ Zelf experimenteren zit er daarom vaak niet in, aldus Van Eijk: ‘Dat is meestal strijdig met het bedrijfswijd vastgestelde IT-beleid.’

Speeltuintjes
Een andere verklaring zit in de doelen die Amerikaanse journalistieke organisaties zich stellen. Van Eijk: ‘Journalistieke managers in Amerika hebben meer het idee dat hun medium ook service moet verlenen aan hun lezers.’ Daarbij horen databases waarmee lezers zichzelf eenvoudig kunnen informeren over meer dan alleen het geijkte nieuws van persagentschappen.

Van Eijk pleit voor ‘speeltuintjes’, waarin redacties kunnen experimenteren met nieuwe verhaalvormen zoals databasejournalistiek. Voor zover dergelijke speeltuintjes er nu zijn, richten ze zich echter vooral op integratie van bestaande mediavormen. Zo leidt navraag bij Wegener naar database-initiatieven dat de uitgever zich hier niet mee bezighoudt. Wel zet het bedrijf zwaar in op zogeheten ‘Media Asset Management’, oftewel een systeem waarin alles wordt verzameld wat Wegener-journalisten ‘afscheiden’, in de woorden van Rob de Spa, groepsdirecteur Redactionele Ontwikkeling en Beheer Wegener Dagbladen.

Bijscholingsprogramma’s
Niet alleen in de organisatie, ook op de redacties zelf mag nog wel het een en ander veranderen, meent Van Eijk: ‘Het is geen onwil van redacties, maar een gebrek aan kennis. In de Verenigde Staten zie je dat veel meer journalisten dan hier kunnen programmeren.’

Het technisch bijspijkeren van journalisten wordt in de Verenigde Staten dan ook actief aangemoedigd, net als het journalistiek bijspijkeren van programmeurs. Zo zijn er beurzen voor techneuten met journalistieke belangstelling.

Een dergelijke integratie van twee disciplines lijkt in Nederland echter nog ver weg. De NVJ-opleidingskaart vermeldt vooralsnog geen technische bijscholingsprogramma’s voor journalisten.


10 reacties:

Jeroen Trommelen
11 maart, 2008

Arjan ziet een interessant voorbeeld over het hoofd: de splinternieuwe verpleeghuiskaart van de Volkskrant: http://www.vk.nl/verpleeghuizen
De site geeft direct toegang tot de volledige inspectierapporten van 340 verpleeghuizen; biedt de mogelijkheid om huizen zelf op vier verschillende kwaliteitsaspecten te wegen en laat zien hoe goed een huis presteert ten opzichte van anderen.
In de voorheen volstrekt gesloten wereld van verpleeghuizen (zowel de Inspectie als branchevereniging Actiz lagen dwars bij het vergaren van de gegevens) is de site een eye-opener – hoewel ik als mede-samensteller misschien enigszins bevooroordeeld ben :-)
Dit alles met dank aan ondermeer de technische ondersteuning van Voelspriet & de webredactie van de Volkskrant.

Gerard Smit
11 maart, 2008

Zo’n prachtige ontwikkeling als hierboven beschreven spruit toch maar weer voort uit het doel dat journalistieke organisaties zich stellen. Alle reden dus om over die doelen te blijven praten.

Ron C. de Weijze
11 maart, 2008

Hier nog een voorbeeld van een journalistieke T-Bone, van Muriel Muyres (schrijft op Het Vrije Volk).

http://www.gemeenteanalyse.nl/
http://www.hetvrijevolk.com/index.php?pagina=2513

Wilbert
13 maart, 2008

Je kunt ook publieke databases gebruiken om juist een verhaal te ondersteunen of illustreren, het verhaal blijft hetzelfde (lineair), de elementen niet die komen uit een dynamische publieke database. Ik heb wat dingen uitgeprobeerd met de database van Flickr.

http://www.wilbertbaan.nl/flickrcities/
(uitleg: http://www.hypernarrative.com/wordpress/2008/02/22/interactive-storytelling-experiment-2-the-urban-areas-of-tomorrow/)

en http://www.wilbertbaan.nl/flickrapi/
(uitleg: http://www.hypernarrative.com/wordpress/2008/02/16/storytelling-with-the-flickr-api/)

Waarna Erik Borra als reactie weer een ander verhalen vertellend experiment heeft gemaakt http://wordpress.justlol.net/?p=572, een ticker die headlines linkt aan de Flickr database http://www.justlol.net/devel/cvs/flickrNews/index.php?lang=nl

Roeland Stekelenburg
16 maart, 2008

Arjan, nog een niet onbelangrijk voorbeeld dat je over het hoofd ziet:
Sinds eind 2007 slaat de NOS alle nieuws- en sport items (zowel video als audio) op in een database. Eerste toepassingen zijn bijvoorbeeld:

- Laatst toegevoegde sportclip: http://player.nos.nl/index.php/media/play/category/sport
- laatst toegevoegde video-item van NOS Journaal: http://player.nos.nl/index.php/media/play/

De komende tijd zullen vele toepassingen volgen. Ook artikelen slaan we inmiddels op in een centrale database.

Jaap Stronks
17 maart, 2008

@Roeland: dat de NOS dingen opslaat in een database is één ding; een database die toegankelijk is voor gebruikers, welke mbv een slimme interface zelf betekenis kunnen toekennen aan ruwe data door te filteren, te combineren en te mixen, is geheel iets anders. Anders bedrijft NU.nl ook databasejournalistiek omdat dat een website is die, zoals de meeste sites, content opslaan in een mysql-database… Hoe dan ook moet de gebruiker aan de knoppen kunnen zitten. En zelfs meer dan dat, want anders is elke dynamische website met een zoekfunctie ook al ‘databasejournalistiek’. Maar wat je bij NOS doet met content in databases heeft natuurlijk wel enorm veel potentie, dus ik ben benieuwd!

Arjan Dasselaar
17 maart, 2008

@Roeland: dat is niet wat ik bedoel met databasejournalistiek. Zoals in het intro staat, gaat het bij de definitie die ik in dit artikel heb gehanteerd, om om ‘Verhalen vertellen met behulp van toegankelijke digitale kaartenbakken’. Een archief is dus geen databasejournalistiek. Pas wanneer een database wordt ingezet in de context van een thema of verhaal. dus om de mediaconsument meer greep te geven op het onderhavige onderwerp, zou ik het databasejournalistiek willen noemen. Niet de techniek staat dus voorop, maar het gebruiken van die techniek om een journalistiek doel te bereiken (de burger meer inzicht geven in het stemgedrag van zijn volksvertegenwoordigers, bv).

Daarmee zij overigens niet gezegd dat mijn definitie zaligmakend is, alleen dat het wel handig is om bij een discussie duidelijkheid te scheppen wie wat met welke term bedoelt :-)

Dennis
1 april, 2008

De site Statline van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) is per 27 maart 2008 vernieuwd. Het interface is toegankelijker gemaakt en de snelheid van de website is verbeterd.

Voor Statline zie http://statline.cbs.nl/StatWeb
Voor uitleg zie: http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/organisatie/website/mededeling/aankondiging-statweb5.htm

[...] De ontwikkeling op het gebied van visualisaties is verwant aan de opkomst van database-journalistiek, die we hier eerder beschreven http://www.denieuwereporter.nl/?p=1543. Beiden bieden de journalistiek een nieuwe mogelijkheid: in plaats van een verhaal te schrijven waarin een enkel voorbeeld wordt uitgelicht, kan een database worden samengesteld – of geanalyseerd – waarin talloze voorbeelden naast elkaar staan, of juist bij elkaar worden gevoegd om een grotere ontwikkeling inzichtelijk te maken. Stem of voeg toe aan: Trackback [...]

Stefan van der Kamp
28 september, 2008

Zeer interessant.

Database-journalistiek wordt ook wel beschreven als de derde trede in Computer-Assisted Reporting(CAR). Waarin de eerste trede een simpele zoekopdracht is. De tweede trede gegevens geordend opslaan in een spreadsheet/database. En de derde trede deze gegevens vervolgens slim combineren/analyseren om tot nieuwe inzichten/primaire journalistiek te komen.

Lees ook:

▪ CAR als middel voor primaire journalistiek / CAR as a means for primary journalism
Authors: Steve Paulussen Tijdschrift voor Communicatiewetenschap. 35(3),219-231


Laat een reactie achter »