Carl Bernstein en ‘the best obtainable version of the truth’

perugia Journalisten zijn vaak ‘lui’ en kunnen niet luisteren. Maar kom bij hem niet aan met de stelling dat de Amerikaanse pers voor, tijdens en na de Irak-oorlog verzaakte. Carl ‘Watergate’ Bernstein vindt dat de grote kranten van nu beter zijn dan in zijn glorietijd. Er is een ander groot verschil: de democratische instituten in zijn land functioneren niet meer naar behoren. Waardoor presidenten van nu ongestraft kunnen liegen. Dat was in zijn tijd wel anders. En voor wie nog een wijze collegiale tip wil van de ‘living legend’: een journalist moet vooral veel schoenzolen verslijten.

“Het gaat er in de journalistiek vooral om de best verkrijgbare versie van de waarheid te krijgen.” Een plausibele uitspraak. Maar wie Carl Bernstein (64), legende van professie, op twee bijeenkomsten in Perugia tijdens het International Journalism Festival bezig zag, kon die uitspraak wel twintig keer noteren. En nog sterker: de maestro bleek een meer dan gemiddeld acteur die geroutineerd zijn verhaal op de plank zette. “It must not be easy to be Carl Bernstein”, had Alaister Campbell, voormalig spindoctor van Tony Blair, tijdens een forumdiscussie treffend opgemerkt. Het slachtoffer sprak het niet tegen. Hij is immers al een slordige 34 jaar ‘de’ Carl Bernstein. Overal waar hij verscheen, vielen de mensen in bewondering aan de voeten van de halfgod van de journalistiek. Halfgod, omdat hij de eer moet delen met die andere grootheid: Bob Woodward.

Belerende toon
Wat doet dergelijke faam met een mens? Misschien ongemerkt, sluipt langzaam een belerende toon in de uitspraken. Bernstein vertelt niet: hij geeft college! En neem het hem maar eens kwalijk. Iedereen hing immers altijd en overal aan zijn lippen. Of-ie nog een keer wilde vertellen hoe dat nou ging: een Amerikaans icoon worden door journalistiek graafwerk.

En dus zit er voor de meester weinig anders op dan keer op keer dezelfde verhalen te vertellen. Voor een publiek dat het weinig kan schelen. Dat alles prachtig vindt. Verrukt dat het de man in levende lijve mag aanschouwen. Of even kan aanraken, tijdens het passeren in het herentoilet, zoals de verslaggever van De Nieuwe Reporter gebeurde.

bernstein Het is, kortom, niet alleen moeilijk om Carl Bernstein te zijn. Maar het is ook moeilijk om de man op twee gelegenheden te zien optreden. Dan valt op dat de anekdotes wel heel erg dubbelen. De intonatie zelfs soms overeenkomt. Maar nogmaals, wat moet je anders als de journalistieke wereld aan je lippen hangt?

En dus herhaalde de goeroe het nog maar eens: “The best obtainable version of the truth”! Daar moet een journalist aan werken. “Dat is altijd de standaard geweest in de journalistiek en ik hoop dat het ook zo zal blijven, ook op internet.”

En natuurlijk neemt het fenomeen vooral ook afstand van zichzelf. Want wat moet je anders. “Bescheidenheid is een belangrijke karaktertrek voor een journalist. Het gaat er niet om beroemd te worden. Het gaat erom ‘the best obtainable version of the truth’ te presenteren. Ook in mijn gloriedagen was goede journalistiek een uitzondering. Goede journalistiek is altijd een uitzondering geweest. Nu dus ook.”

Winst op de eerste plaats
Al is er wel een verandering gaande, stelt het idool vast. “Grote mediaconglomeraten hebben niet meer op de eerste plaats hun loyaliteit liggen bij ‘the best available version of the truth’. Daar staat tegenwoordig winst op de eerste plaats.”

En journalistiek, zo vertelt hij wellicht voor de duizendste keer aan een zwijmelend gehoor, is vooral ook een kwestie van veel schoenzolen verslijten, veel op deuren kloppen en wachten. En vooral goed luisteren. “Ik ben zelf nogal eens geïnterviewd. En dan merk je hoe slecht veel journalisten kunnen luisteren. Ik vind het misschien wel de belangrijkste eigenschap voor een journalist: goed kunnen luisteren!” En daarnaast: eigenwijs zijn. “Bob Woodward heeft eens gezegd: bijna alle grote journalistiek gebeurt niet dankzij, maar ondanks het redactioneel management. Vergeet ook niet dat veel goede verslaggeving in de eigen tijd van de journalist gebeurt. Ik moest vroeger vijf stukken op een dag schrijven. Als ik daarmee klaar was, maakte ik in m’n eigen tijd afspraken met bronnen.”

Carl Bernstein zegt niet negatief te zijn over de kwaliteit van de huidige Amerikaanse pers. “Je kunt zeggen dat onze pers het in de aanloop naar de Irak-oorlog niet goed heeft gedaan en dat is ook zo. Maar daarna is er goede journalistiek bedreven. Alles wat we nu weten over die oorlog, weten we dankzij de pers en niet dankzij de president, vice-president of hun woordvoerders. In de Watergate-tijd had je moedige rechters, senatoren en leden van het congres die ingrepen toen de president de wet overtrad. Nu zie je dat het Amerikaanse systeem niet meer werkt. De instellingen grijpen niet meer in. Maar dat kun je de journalistiek niet kwalijk nemen. Bush is een leugenaar en de pers heeft genoeg feiten verzameld om dat aan te tonen. Daarmee houdt het werk van de journalistiek op. Je bent er als pers niet om presidenten of regeringen te laten vallen. Je bent geen aanklager. Moet niet overal een ‘gate’ van willen maken. Het is je werk om te bepalen wat het nieuws is. En natuurlijk is dat subjectief. Bij de Watergate-affaire deden we gewoon ons journalistieke werk. Het was aan anderen om daarop te reageren en dat gebeurde. Op dit moment is er genoeg informatie door de pers verzameld om zo’n zelfde proces in gang te zetten tegen Bush. Maar de instanties laten het nu liggen. Ik denk overigens ook niet dat de pers in de VS deze oorlog zou hebben kunnen tegenhouden.”

Weblogs
Bernstein benadrukt nog maar eens dat goede journalistiek tijd en geld kost. En dat dat precies is wat uitgevers in steeds mindere mate beschikbaar stellen aan journalisten. En dus lokt het web. Dat volgens Bernstein gevaren maar ook kansen met zich brengt. “Weblogs laten zien wat wij journalisten fout doen en dat is geweldig, daar worden we alleen maar beter van. Maar ik hoop dat ergens een instituut op het internet zich opwerpt om de oude standaard te beschermen. Want het gaat uiteindelijk om ‘the best obtainable version of the truth’.

En dan, na ruim een uur op de auto-piloot te hebben gedraaid, staat de meester op. “Ik dank u voor het feit dat ik bij u aanwezig mocht zijn. Misschien zien we elkaar nog eens. Dank u.” Een armzwaai volgt. De discussieleider daarmee in vertwijfeling achterlatend. Want de gespreksleider hoort toch te eindigen en te danken? Maar Carl Bernstein heeft helemaal geen gespreksleider nodig. Hij voert z’n eigen stuk wel op. En als het genoeg is, is het genoeg. En dus beent de meastro het podium van de schouwburg in Perugia af. Nagestaard door bewonderende blikken van enkele honderden aanwezigen. Die zich vast en zeker allemaal voor hebben genomen op zoek te gaan naar ‘the best obtainable version of the truth’.

Carl Bernstein werkte de afgelopen zeven jaar aan een boek over Hillary Clinton (‘A woman in charge’). Over zijn leven en werk zijn twee speelfilms gemaakt: ‘All the presidents man’ over de Watergate-affaire en de film ‘Heartburn’ over zijn mislukte huwelijk met de Amerikaanse schrijfster Nora Ephron. Bernstein publiceert op zijn eigen website: www.carlbernstein.com.

14 reacties

  1. Lia schreef op 14 april 2008 om 20:22

    Huh, ‘the best obtainable version of the truth’? Mij wilden ze toch echt bijbrengen dat journalistiek over voorbarig conclusies trekken gaat, en vooral niet over het verdiepen in willekeurig welke inhoud dan ook, misschien omdat het dan wetenschap zou worden in plaats van verhaaltjes vertellen. Hahaha, ‘the best obtainable version of the truth. What a joke. Wat een nullen. Zeker te moeilijk, om te bedenken dat studenten ook al bedacht zouden kunnen hebben wat ze willen.

  2. afgezien van het feit dat nederlandse journalisten nooit de oorzaken van de illegale inval in irak serieus hebben onderzocht, maar wel veel politici klakkeloos hebben nagepraat, is de vraag of onderstaand bericht ooit serieus is geanalyseerd door mijn immer wakkere collega’s:

    Nederlandse kranten weigeren advertentie vredesbetoging aan te kondigen
    21 maart 2008 (MO) – Het Nederlandse PCM-mediaconcern heeft geweigerd om advertentie die oproept tot een vredesbetoging te plaatsen in haar dagbladen.

    De vredesdemonstratie met de slogan Laat IRAK niet lopen! is een initiatief van het Platform tegen de ‘Nieuwe Oorlog’ – een samenwerkingsverband van tweehonderdtwintig middenveldorganisaties en linkse politieke partijen. Bedoeling van betoging is de vijfde verjaardag van de oorlog in Irak te herdenken. Volgens de advertentieafdeling van de drie kranten roept de advertentie op tot burgerlijke ongehoorzaamheid.

    PCM vroeg bovendien of de organisatoren wel een vergunning hadden voor het organiseren van de manifestatie -een vraag die de organisatoren extra irriteerde omdat zo’n vergunning zelfs niet wettelijk vereist is. Vorig jaar nog veroordeelde de Nationale Ombudsman het toenemend gebruik van vergunningen, als een beperking op de vrijheid om te betogen.

    “Het is volstrekt van de ratten besnuffeld dat advertentieafdelingen van gerenommeerde kranten als de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw deze politiepraktijk hebben overgenomen”, zegt Meindert Stelling, de advocaat van het Platform. “Dat ze [de betreffende media] gemakshalve elke betoging waarvoor geen ‘vergunning’ kan worden getoond tot een daad van burgerlijke ongehoorzaamheid verklaren en de betreffende oproep weigeren te plaatsen’ vindt Stelling ongehoord, aangezien zelfs een niet-aangemelde betoging geen verboden activiteit is.

    Bij vorige betogingen slaagde het Platform tegen de ‘Nieuwe Oorlog’ er wel in om haar advertenties in de PCM-kranten te laten publiceren. “Dat heeft nooit eerder problemen gegeven”, zegt Jan Schaake van de organisatie.

    Het Platform heeft een onderzoek geëist.

    ‘Laat IRAK niet lopen’ vindt plaats op paasmaandag 24 maart in Delft.
    Meer informatie op: http://www.platformtegendenieuweoorlog.nl

  3. ‘En dus herhaalde de goeroe het nog maar eens: “The best obtainable version of the truth”! Daar moet een journalist aan werken. “Dat is altijd de standaard geweest in de journalistiek en ik hoop dat het ook zo zal blijven, ook op internet.”’

    Toemaar, het kan niet op. Daarom ter ontnuchtering de realiteit:

    Al in de jaren twintig van de vorige eeuw had de befaamde Amerikaanse columnist Walter Lippmann geschreven dat journalisten als ‘gespecialiseerde klasse’ de taak hebben om de ‘gemeenschappelijke belangen… die voor het overgrote deel de publieke opinie ontgaan’ zo te presenteren dat ze door de massa aanvaard werden, waarbij natuurlijk de ‘gemeenschappelijke belangen’ vooral de rijken dienden. Met andere woorden: de media moesten de visie van de machtigen propageren. De toonaangevende Lippmann, een fervent adept van de imperialistische presidenten Theodore Roosevelt en Woodrow Wilson, was uiterst sceptisch over de mogelijkheid van een ware democratie in een complexe moderne samenleving. Het gewone volk kon zijn eigen belangen niet zomaar gaan formuleren, want dan zou het een chaos worden. ‘Het publiek moet zijn plaats weten,’ zodat ‘verantwoordelijke mensen… niet gestoord door het gestamp en het gebrul van een verbijsterde kudde’ hun beleid kunnen bepalen. De enige ‘functie’ in een democratische samenleving van ‘onwetende en bemoeizuchtige buitenstaanders’ was die van ‘geïnteresseerde toeschouwers.’ Zij mochten tijdens verkiezingen hun stem geven aan – door coöptatie gekozen – beleidsbepalers en verder niets. Om dit proces mogelijk te maken moest de pers worden gebruikt. Zij was verantwoordelijk voor ‘het fabriceren van consensus… een zelfbewuste vaardigheid en standaard instrument van een regeringen die namens het volk besturen.’ Keer op keer onderstreepte Lippmann het belang dat journalisten de juiste ‘reflexen’ ontwikkelden en voldoende ‘geconditioneerd’ zouden worden waardoor ‘de aandacht van de media natuurlijk voor een belangrijk deel gestuurd’ kon worden ‘door de politieke machten.’ Hij besefte de propagandistische waarde van een gecontroleerde pers, die er diep van doordrongen is dat ze ‘moet… kiezen.’ Als lid van Wilson’s Commissie voor Publieke Informatie, speciaal in het leven geroepen om de oorlogspropaganda te coördineren, was hij erin geslaagd de sentimenten zo te bespelen dat de Amerikaanse bevolking deelname aan de Eerste Wereldoorlog uiteindelijk accepteerde. Maar niet alleen Lippmann, die onder president Wilson als assistent van de minister van Oorlog diende, was zo negatief over de wenselijkheid van een echte democratie. Het was de heersende opvatting in brede kringen van de Amerikaanse elite. Zo verklaarde Robert Lansing, minister van Buitenlandse Zaken onder president Wilson, dat de grote massa van de bevolking ‘onwetend en geestelijk onvolwaardig’ was en dus via de pers in de juiste richting gemanipuleerd moest worden. En ook Reinholdt Niebuhr, hoogleraar Praktische Theologie uit New York, de ‘officiële theoloog van het establishment,’ waarschuwde voor ‘de domheid van de gemiddelde mens… het proletariaat,’ die niet de rede volgde maar het geloof en daarom door de media gevoed moest worden met ‘emotioneel krachtige oversimplificaties,’ die dienden om de ‘noodzakelijke illusie,’ in stand te houden. De illusie dat de VS een echte democratie was, waarbij iedere burger in alle vrijheid de politieke koers van zijn land bepaalt. Volgens deze vooraanstaande adviseur van degenen die ‘de verantwoordelijkheden van de macht onder ogen zien,’ moest dit een ‘noodzakelijke illusie’ blijven, wilde tenminste de economische en politieke elite ongestoord haar werk kunnen doen, wat in de praktijk neerkwam op het uitbuiten en onderdrukken van het ‘proletariaat’ dat wereldwijd ‘onwetend en geestelijk onvolwaardig’ was. Het volk moest door de media gedisciplineerd worden en gedirigeerd, anders zou de Westerse beschaving ten onder gaan, zo vreesde Niebuhr. Het resultaat van deze strategie is niet uitgebleven, want ondanks of beter nog dankzij de overvloed aan massamedia is de constatering van de Britse auteur John Berger correct dat ‘er grote delen van de… arbeiders en middenklasse bestaan die zich niet helder kunnen uitdrukken als gevolg van de grootscheepse culturele deprivatie. De middelen om datgene wat ze weten te vertalen in gedachten is hen ontnomen… Ze bezitten geen voorbeelden die ze kunnen volgen, waarbij woorden ervaringen duidelijk maken.’ Een avondje televisie kijken en men weet wat Berger bedoeld. ‘Wat kan er, uitgezonderd halve waarheden, grove simplificaties of onbenulligheden, overgebracht worden aan dat halfgeletterde massale gehoor, dat… overal de voorstelling mag bijwonen?’ zo schreef de hoogleraar George Steiner, die aan Yale en Oxford doceerde. Op zijn beurt noemt de auteur Milan Kundera journalisten ‘termieten van de reductie,’ die ‘over de hele wereld dezelfde simplificaties en clichés uit[strooien], waarvan mag worden verwacht dat ze door de meerderheid zullen worden aanvaard, door allen, door de hele mensheid.’ Iedereen die deze consensus verbreekt, iedereen die weigert de rol van propagandist te spelen, vormt per definitie een bedreiging en moet dan ook met alle wapens bestreden worden.

    Zo, na al die praatjes van een ‘goeroe’ staan we nu weer met beide benen op de grond. theo dersjant, daal af naar de aarde, en interview volgende keer kritisch!

  4. Theo Dersjant schreef op 14 april 2008 om 22:39

    @ Stan:
    Het staat er toch echt: het betrof een forumdiscussie en een podiuminterview (door een Italiaanse journalist). Ik was daar slechts als reporter aanwezig. Niet meer en niet minder. Maar misschien had Bernstein nog wel iets moeten toevoegen aan zijn uitspraak dat veel journalisten niet kunnen luisteren. Nogal wat kunnen er ook niet lezen ;-)

  5. beste theo

    en jij kon geen scherpe vraag stellen toen de ‘halfgod’ je toesprak vanaf het podium?

  6. Theo Dersjant schreef op 15 april 2008 om 11:18

    Stan,

    Een scherpe vraag stellen is iets anders dan een interview. Dit was geen interview en een scherpe vraag had er ook geen interview van gemaakt. Ik wilde juist laten zien dat hij zich niet laat sturen. Bovendien heeft Bernstein in de 34 jaar na Watergate wel zo’n beetje alle denkbare vragen over zich heen gehad, hoor. Daar hoeven jij en ik geen enkele illusies over te hebben. Ik wilde slechts het theatrale optreden van de man registreren.

  7. helemaal naar perugia om een stukje te maken over de theatrale aspecten van carl bernstein? theo, doe dat niet meer. als je naar perugia gaat dan in godsnaam voor een gedegen analyse van de theatraliteit van de westerse journalistiek, desnoods aan de hand van carl bernstein. er is genoeg interessants over de westerse media te melden. bijvoorbeeld dat het voor een deel propaganda is geworden voor de bestaande macht. daar is uitstekend over gepubliceerd. laat de nieuwe reporter nu een klankbord worden van dit soort analyses. lees deze website eens regelmatig. http://www.medialens.org/
    waarom kan dat niet in nederland? had het optreden van bernstein geplaatst in de context van wat ik hierboven heb geschreven, dan kun je verder serieus over ons vak debatteren.

  8. Theo Dersjant schreef op 15 april 2008 om 19:51

    @ Stan:

    Het is ook nooit goed of het deugt niet. Ik stel vast dat per comment de argumenten wisselen. Want ieder artikel moet uiteindelijk eindigen bij de Van Houcke-doctrine dat de journalistiek propaganda is geworden voor de gevestigde macht. Maar simpel vaststellen dat je iets verkeerd las, is waar het allemaal mee begint, hoor!

  9. ga eens in op mijn argumenten in plaats van te zeuren. wil je nu een discussie over de journalistiek, of wil je deze weblog als jouw forum gebruiken? doctrines heb ik niet, ik heb ook niet geschreven dat ‘de journalistiek propaganda is geworden’. lezen dersjant, lezen wat ik schrijf. laat enige twijfel toe en probeer niet elke fundamentele kritiek meteen weg te wuiven met denigrerend bedoelde opmerkingen. ga gewoon in op de kritiek. of was het toch een snoepreisje?

  10. Theo Dersjant schreef op 15 april 2008 om 22:10

    @ Stan:

    We komen er niet uit als je ook al ontkent wat je een paar regels daarvoor nog zelf schreef. I rest my case!

  11. Lia schreef op 15 april 2008 om 23:05

    Journalistiek is geen communicatie, zoveel is wel duidelijk.

  12. Botte van Friesland schreef op 16 april 2008 om 13:24

    Moeten jullie zo langzamerhand niet eens de Tweede Wereldoorlog er bij halen?

  13. theo
    volg medialens een tijdje
    dan begrijp je wat ik bedoel met serieuse mediakritiek
    stan

  14. Beste Theo en Stan
    We worden allemaal bij de neus genomen…
    Read the New York Times’ front-page exposé 20 april: http://www.nytimes.com/2008/04/20/washi … rals.html.

    The more than 75 analysts exposed by the New York Times have become fixtures of war coverage on CBS, NBC, ABC, CNN, Fox News Channel and MSNBC. The front-page article reveals the many ways that the Pentagon fed them pro-war talking points and misinformation. The White House even has a name for these covert propagandists: “message force multipliers.”
    keep up the good work

    The pundits trade on their access to the media and the White House to secure high-paying jobs as lobbyists, consultants and contractors — vying for hundreds of billions of dollars in military business generated by the war.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>