Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door bier

Sinds enkele weken prijkt bij elk bericht dat Marco Derksen op het weblog Marketingfacts schrijft, de merknaam en het typenummer van de laptop waarop hij dat doet. Die vermelding staat er niet voor niets. “Het gaat hierbij om een experimentele sponsorcampagne waarbij HP (via Zed Digital en Adfactor) mij de HP Compaq 2710 voor 3 maanden in bruikleen geeft om deze te testen”, legt Derksen uit in een blogposting met de kop ‘ADV: Marco blogt op een HP Compaq 2710‘. “Naast de gesponsorde link bij mijn postings, zal ik mijn bevindingen op Marketingfacts beschrijven.”

Deze week plaatst Adformatie een artikel van mij over de opmars van commercie op weblogs. Daarin zegt Derksen dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat redactie en commercie door elkaar heenlopen. “Zolang het maar relevant en transparant is.” Daarmee bedoelt hij dat de commercie wel bij een weblog moet passen en dat een blogger openheid van zaken moet geven over zijn commerciële belangen.

“Het vervagend onderscheid tussen commerciële en redactionele informatie op blogs zou je een opportunity voor adverteerders kunnen noemen”, schreef Léon Bouwman, hoofdredacteur van Adformatie, onlangs in een commentaar waarin hij alvast een voorschot nam op het artikel van deze week. “Je kunt ook zeggen dat die toenemende vermenging de behoefte aan autoriteit en betrouwbaarheid van de afzender juist zal voeden, omdat de lezer in verwarring raakt. Als een wal die het schip keert. Maar dat is natuurlijk een gedachte die elke journalist in die zogenaamde ‘oude’ mediawereld graag koestert.”

Ik denk dat het meer is dan een romantische gedachte van een traditionele journalist. Lezers worden namelijk inderdaad achterdochtig als ze lucht krijgen van de vermenging van redactie en commercie. Zo vraagt één van de lezers van Marketingfacts zich in een reactie af of Derksen wel eerlijk zal berichten over zijn ervaringen met de HP-laptop.

Stickers
Overigens denk ik dat de ‘oude’ mediawereld nog wel degelijk het één en ander kan leren van bloggers. Dat adverteerders bij weblogs meer mogelijkheden hebben om door te dringen tot de redactionele inhoud dan bij traditionele media is namelijk maar één kant van het verhaal. Uit mijn rondgang langs een aantal grote Nederlandse weblogs blijkt namelijk dat zij wel degelijk eisen stellen aan adverteerders. Eén van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen adverteren op veel blogs is: wees niet al te irritant.

Dat beleid zou ook veel andere internetmedia (zoals krantensites) niet misstaan. Want daar zijn irritante reclames al jaren schering en inslag. Het overkomt me bijvoorbeeld geregeld dat ik een paar seconden moet wachten met het lezen van een artikel omdat een advertentie mij het zicht op (een deel van) de tekst ontneemt. Dat gebeurt me vrijwel altijd op krantensites; ik kan me daarentegen niet heugen dat ik een vergelijkbare ervaring heb gehad op een weblog.

Geen lezer zit te wachten op dergelijke opdringerige commerciële uitingen. Dat sommige (kranten)sites hun adverteerders zoveel ruimte geven, is onbegrijpelijk. Het is toch een beetje alsof een bedrijf in de papieren krant de mogelijkheid krijgt om stickers over artikelen heen te plakken. Ook dan kun je de teksten nog lezen, je moet alleen even die stickers er af pulken. Hoeveel redacties zouden daarmee instemmen?

Maarten Reijnders

Maarten Reijnders (1976) is freelance journalist.

Alle artikelen van Maarten Reijnders op De Nieuwe Reporter.

  • “Zo vraag [t] één van de lezers van Marketingfacts zich in een reactie af of Derksen wel eerlijk zal berichten over zijn ervaringen met de HP-laptop.”

    De verwachtingen raken nu wel zeer hooggespannen. Wat, o wat, gaat er gebeuren als Derksen dat ding de grond inschrijft? Hebben we dan de poppen aan het dansen, of niet ? Misschien schrijft hij wel een heel uitgebalanceerd verhaal, met allemaal hoor- en wederhoor erin. Met mitsen en maren. Smullen… Maar: wat moeten we daar dan van zeggen? Spannend!

  • De schoorsteen moet ook roken bij weblogs, maar het gemak waarmee commercie door de redactie wordt vervlecht is opmerkelijk. Marco Derksen is een autoriteit op zijn vakgebied, maar moet waken voor overkill. En overmoed. Want toen ik als journalist op deze Marketingfacts-discusie reageren, kreeg ik weer de gebruikelijke dooddoener als reactie: “Wel grappig overigens dat de negatieve reacties vooral komen van traditionele uitgevers en journalisten. Hoe zou dat nu komen?”

    Daarop reageerde ik met deze tekst: “Grappig? Ik denk eerder dat dit te maken heeft met een rechte rug. Journalisten verzetten zich eerder tegen de oprukkende commercie dan bloggers omdat die bloggers tegelijk ook uitbater en advertentieverkoper zijn, oftewel: een commercieel belang hebben en hun eigen portemonnee bewaken. Probeer dan maar eens objectief te blijven als blogger. Ik heb waardering voor hen die dat kunnen, maar vrees dat het merendeel het geld laat prevaleren.”

  • “Zo vraag [t] één van de lezers van Marketingfacts zich in een reactie af of Derksen wel eerlijk zal berichten over zijn ervaringen met de HP-laptop.”

    Heb de t inmiddels toegevoegd aan de oorspronkelijke tekst. Dank!

  • als Marco er duidelijk en open in is pakt hij het beter aan dan de kranten waar de commerciële invloeden ook aanwezig zijn maar nooit open voorgelegd worden aan de lezers.

  • Denk dat Marco Raaphorst hier de kern raakt…

  • Over kranten gesproken, lees ook nog eens het betoog over de rol van de commercie dat Bart Brouwers een maand geleden op DNR plaatste: http://www.denieuwereporter.nl/?p=1569

  • @Marco: right on target
    @Maarten & Marco: wat het allemaal zo aardig maakt (voor mij althans) is dat ik sinds die publicatie werkelijk overstelpt word met bewijzen van mijn stelling (“De journalistiek moet direct accepteren dat commercie een wezenlijk onderdeel van het vak geworden is”). Tot nu toe gebeurt dat nog enigszins besmuikt (niet echt voor de bühne), maar het is een begin, zullen we maar zeggen. (Hoofd)redacteuren melden mij sinds kort allerlei voorbeelden uit hun eigen praktijk, waardoor ik inmiddels heb kunnen vaststellen dat er hoogstens een of enkele kranten zijn waar nog steeds alles in het werk wordt gesteld om de muur tussen commercie en redactie zo hoog mogelijk te houden; dat dat slechts in beperkte mate lukt; en dat de rest (betaald én gratis) al lang om is.
    Ik zeg niet dat dat goed is, ik wil er ook mijn gelijk niet mee halen (nou ja, misschien een beetje ;-)) maar ik stel wel vast dat we op het gebied van redactioneel/commerciële vermenging veel verder zijn dan we tijdenlang hebben willen doen geloven.

  • Trouwens, dat voorbeeld van Marco Derksen is interessant maar tegelijk ook maar halfslachtig. Hij mag drie maanden een laptop gebruiken, in ruil voor naamsvermelding. Daar lijkt me geen businessmodel op te baseren. Anders gezegd: HP krijgt hier wel héél makkelijk zijn free publicity. Daar had Marco veel meer uit kunnen (moeten) slepen.

  • Pingback: Marco Derksen blogt tegen betaling. Is dat slim? | Jaap Stronks()

  • @Bart: “wat het allemaal zo aardig maakt (voor mij althans) is dat ik sinds die publicatie werkelijk overstelpt word met bewijzen van mijn stelling”

    Ik zou wel eens een inventarisatie willen zien met voorbeelden van de invloed van de commercie op redactionele stukken in kranten. Wat is er nu allemaal mogelijk? Dat die vraag zo boven de markt blijft hangen, is volgens mij niet echt bevorderlijk voor het vertrouwen dat lezers in kranten hebben.

    Overigens, in het Adformatie-artikel komt ook Dominique Weesie aan het woord. Die stelt dat er wel degelijk een verschil is tussen kranten en blogs (bij GS is de scheiding tussen redactie en commercie volgens hem minder strikt dan bij De Telegraaf).

  • Goede discussie. Ik weet dat kranten best ver kunnen gaan als het gaat om de invloed van commercie. Denk hierbij aan het 1 op 1 doorplaatsen van door copywriters geschreven artikelen over een urgency (de Aziatische economie is booming), die in de buurt geplaatst worden van advertenties met de oplossing (een beleggingsproduct bijvoorbeeld). Sowiezo worden er deals gesloten rondom redactionele aandacht.

    Ik ben het helemaal eens met het feit dat de commercie een wezenlijk onderdeel moet/kan vormen van een professioneel blog. Transparantie is alles, maar de blogger moet wel, want zijn reputatie is alles. Nieuwe marketing is volgens mij goede producten maken waar je als bedrijf in geloofd en waar je een blogger betaald zijn ongezouten mening over durft te laten geven.

    Wat trouwens niet moet worden vergeten in deze discussie is het grijze gebied van PR. Iederaan kan makkelijk de reputatie (technorati/digg/blog50/etc) van een blog achterhalen en het netwerk waarmee het is verbonden. Commerciele invloed uitoefenen op belangrijke influencers is en wordt alleen maar belangrijker.

  • Maarten, denk je echt dat lezers zich massaal afvragen hoe het gesteld is met de eventuele vermenging van commercie en redactie? Voor hen hangt die vraag helemaal niet boven de markt, zoals je suggereert. Nee, voor die lezer zijn heel andere zaken van belang: een mooie mix aan lichte en zware berichten, in een toon die ze gewend zijn van hun krant, dit alles tijdig bezorgd en graag zonder fouten in de puzzels en de strips.
    Die discussie over redactie en commercie is daarmee niet minder belangrijk of minder interessant, integendeel. Maar het is wel heel sterk een vakbroedersdebat.

  • Bart, volgens mij zijn er wel degelijk veel lezers die geinteresseerd zijn in de vraag hoe het nu precies zit met de vermenging van commercie en redactie. Vandaar dat Marco Derksen ook openheid van zaken geeft over de HP-deal: zijn lezers willen dat weten.

    Natuurlijk zijn er tal van andere zaken die ook belangrijk (of misschien wel belangrijker) zijn voor lezers. Ik noem niet voor niets de irritante lay-overs op veel dagbladsites in bovenstaand artikel.

  • Om mijn vermoeden dat lezers wel degelijk zijn geinteresseerd in de (commerciele) belangen van nieuwsbrengers te staven: het verhaal van de NY Times van gisteren over de belangenverstrengeling bij militaire analisten is op dit moment het NYT-artikel waarover het meest wordt geblogd (in de top10 met vaakst doorgestuurde artikelen staat het op de tweede plaats).

  • Voordat we in welles-nietes verzanden: ik vermoed dat jij je opmerkingen koppelt aan de lezers die sowieso al van zich laten horen. De elite binnen je vaste publiek. In het geval van Marco Derksen is dat waarschijnlijk, vanwege de aard van zijn publicaties, een aanzienlijk deel van zijn publiek (misschien wel de helft). Maar bij kranten is dat heel anders. 95% van de lezers is min of meer passief consument en maakt zich alleen bij hoge uitzondering zorgen over de zaken waar wij ons nu zo druk over maken. Daar zitten zeker wat nuances in en ik geef meteen toe dat dat percentage onder Trouwlezers minder hoog zal liggen dan bij – pakweg – het Metropubliek.
    Jouw NYT-voorbeeld sluit daar bij aan: het feit dat er volop wordt geblogd over het belangenverstrengelingsverhaal, wil nog niet zeggen dat het onderwerp een buitengewone snaar raakt bij de gemiddelde lezer van de papieren versie van de NY Times.
    Maar nogmaals: dat ontslaat onszelf niet van de plicht om er wel degelijk volop mee bezig te zijn.

  • In onze attentie-economie kan met internet makkelijk worden nagegaan waar de (geldelijke) waardering van de consument naar uitgaat. Tel de clicks en de stickyness van de pages waar de bemiddeling van commercie en redactie suspect zijn versus waar dat niet zo is. Mensen zijn zó weg met hun aandacht en hun portemonnaie als dat vermoeden alleen al bestaat, denk ik. Zo is trouwens al eerder onderzoek gedaan naar leesgedrag op niet-digitale manier. De lezer heeft een eigen onderzoeksfaculteit waar hij voortdurend betrouwbaarheid en validiteit meet van wat hem wordt voorgeschoteld, ook al lijkt hij ‘passief’.

  • “Denk je echt dat lezers zich massaal afvragen hoe het gesteld is met de eventuele vermenging van commercie en redactie?”

    Of het lezers uit hun slaap houdt weet ik niet, maar uit een onlangs gepubliceerd onderzoek onder Amerikanen die het lokale nieuws online volgen, blijken lezers massaal voorstander van het duidelijk scheiden van advertenties en nieuws. 88% vindt dit namelijk belangrijk. Maar vermoedelijk is dit ook een sociaal wenselijk antwoord. Het zou aardig zijn om eens uit te zoeken of lezers zich tijdens het lezen daadwerkelijk storen aan gesponsorde berichtgeving.

    Hier is het genoemde onderzoek te vinden: http://www.apme.com/credibility/online/

  • Een vergelijkbaar onderzoek onder het publiek van Amerikaanse lokale nieuwstelevisie staat ook online. Wat opvalt: de kritiek van het publiek zit ‘m vooral op het niveau van transparantie en interactie (of beter: het gebrek daar aan).

    Dat is toch de kern van dit verhaal (los van de niet onbelangrijke maar tamelijk abstracte “muur”-discussie tussen redactie en commercie): in hoeverre laat je je publiek zien wat en waarom je doet?

    Beter nog: hoe goed weten journalisten eigenlijk wel waarom ze dingen doen die ze doen? Want daar begint het mee. Reflectie is niet eenvoudig – al is het maar omdat we altijd de neiging hebben niet diep genoeg te graven als het gaat om de motivaties en beweegredenen van onszelf of van de mensen waarmee we samenwerken (en -leven).

    Bart suggereert dat de meeste lezers passief zijn. Ik denk dat daar een nuance bij hoort: elk mediapubliek is “passief” (wat dat dan ook moge betekenen in de huidige digitale cultuur). Alleen, soms is elk mediapubliek “aktief”. Die wispelturigheid is boeiend en biedt creatieve (en dus economische) ruimte: hoe betrek je mensen bij je verhaal en je produkt (of dat nu een krant, een site, of een programma is)? En hoe voorkom je dat de enige persoon die deze vraag stelt een marketingjongen of – meisje is, en niet de betrokken journalist?

  • “Het is toch een beetje alsof een bedrijf in de papieren krant de mogelijkheid krijgt om stickers over artikelen heen te plakken. Ook dan kun je de teksten nog lezen, je moet alleen even die stickers er af pulken. Hoeveel redacties zouden daarmee instemmen?”

    Je bedoelt zoals Metro geregeld doet? (en altijd net op dat ene artikel dat ik wilde lezen…)

  • @Jeroen Doorn: verdomd… nu je het zegt bedenk ik me ineens dat ik idd wel eens zoiets ben tegengekomen.

  • Pingback: BijlBrand()