Column no. 8 van Anneke van Ammelrooy
Ik droom wel eens stiekem van een leven zonder media. In een democratie van de overdaad zoals Nederland, waar ik alles heb, tot en met twintig tijdschriften over mode, kan ik dat straffeloos dromen natuurlijk. Ik mag best eens vakantie houden van iedereen die mij feiten en meningen, auto’s en parfums wil verkopen.
Ook in Irak is er zo’n overdaad aan media, dat je voldoende stof voor ergernissen en rechtvaardigingen voor persoonlijke boycots hebt. In Irak zouden we weinig missen als de helft van de partijgebonden kranten en de omroepen verdween. Maar als de media hier zouden verdwijnen, zouden we helemaal terug zijn in de tirannieke middeleeuwen.
Dus ik vast af en toe en voor de rest houd ik mij aan een wijs woord van een vroegere vriend: als een krant verdwijnt omdat de regering ‘m sluit, vind ik dat erg. Als de krant moet sluiten, omdat niemand ‘m meer wil kopen, zal ik er geen traan om laten.
Wat temidden van alle overdaad een illusie is gebleken, is het ideaal van de goed geinformeerde burger die soeverein zijn standpunten bpeaalt. Niet alleen de religieuze burger, ook de seculiere staat onder invloed. Ik laat de invloeden van zijn familieachtergrond, klasse, nationaliteit, zijn land’s geschiedenis, ouders en vrienden nu even voor wat ze zijn en beperk mij tot de media en het gesproken woord (en tegenwoordig dus ook de films) van opinieleiders, die zich regelmatig tot de burger wenden met commentaren op en verklaringen voor de gebeurtenissen. De media en opinieleiders selecteren die gebeurtenissen en bedden ze in een groter verhaal in, want zonder zingeving en verklaringen zouden we in een totaal onsamenhangende, irrationele en soms angstwekkende, dan weer komische wereld leven.
Rampenselectie
Mij bevallen de grote verhalen van de media niet, ik zou er graag van verschoond blijven. Want met dezelfde opdringerigheid als waarmee religieuze sekten het einde van de wereld van deur tot deur verkondigen, krijg ik de rampenselectie van de media opgedist: ‘Islam & Terrorisme’, ‘De Kredietcrisis’ of ‘De Val van de Dollar’ – om enkele recente variaties te noemen. Al deze grote verhalen hebben veel gemeen met de vroegere politiek- en religieus-ideologische grote verhalen over Socialisme, Vrede, Broederschap, Vrijheid, Gelijkheid of Democratie.
Maar er zijn verschillen: ten eerste zouden de grote media-verhalen niet bestaan zonder hun seculiere voorgangers en predikers: de journalisten. Het zijn een soort verhalen die de meeste mensen feitelijk niet raken maar om onbekende redenen moeten raken. De meeste Nederlanders zullen nooit van hun leven met een terrorist in aanraking komen, geen geld voor de aankoop van een huis of een eigen bedrijf lenen en zelden of nooit met een zak dollarbiljetten thuis zitten – terwijl zij vroeger wel allemaal met de grote verhalen van politiek en religie leefden.
Ik heb wel behoefte aan informatie maar liever over zaken die mijn leven en dat van miljoenen anderen wel raken, maar die geen of slechts mondjesmaat aandacht krijgen, zoals de corruptie bij de Verenigde Naties. Ik weet wel dat dit een ‘eeuwig’ groot verhaal is van bepaalde rechtse denktanks in de VS met wie ik verder weinig gemeen heb, maar de agenda-setting op grote-verhalen-gebied door overheden en la haute finance neemt naar mijn smaak veel te grote vormen aan en overwoekeren de eigen selectie van belangrijke onderwerpen door de media zelf. Daardoor leef ik een soort abstract ver-weg-bestaan naast mijn eigen concrete ‘echte’ bestaan, wat ook de bedoeling is van grote verhalen, maar het punt is dat de kloof tussen die twee te groot is geworden.
Een veelheid van opinies
Een ander verschil is dat het journalistieke grote verhaal uit een veelheid van opinies bestaat die het slechts eens zijn over het belangrijkste: dat onderwerp A of B een groot verhaal is. Er zijn mensen die geen enkel verband zien tussen de kern van de islam en terrorisme en er zijn de Wilders-adepten. De kredietcrisis mag het gevolg zijn van lakse wetgeving voor banken of doorgedraaide Amerikaanse consumenten, maar het is een groot verhaal. De Val van de Dollar is goed of slecht voor Europa en al dan niet het gevolg van de torenhoge staatsschulden van Amerika, het is een groot verhaal.
Wat mij hier ergert, is precies die veelheid aan opinies over oorzaken en gevolgen – waar blijft het journalistieke onderzoek naar enkele cruciale feiten? Vanwege de oorlogen in Afghanistan en Irak leent Washington zich suf, met als gevolg gigantische koersdalingen en, om maar eens een afschuwelijk gevolg te noemen, een enorme koopkrachtvermindering voor de Amerikaanse werkende man of vrouw. En laat ik nou denken dat we sinds de val van het communisme ook vrijer en luider over de tekortkomingen van ons kapitalistisch systeem konden spreken. Niet dus.
Die haast om met opinies te komen voordat we de feiten kennen, ontneemt ons het zicht op enkele zeer onaangename en uitermate moeilijk te ‘behandelen’ oorzaken en gevolgen. In tegenstelling tot de vroegere grote verhalen weten wij dus absoluut niet wat te doen, terwijl zij wisten dat alle actie begon met bewustwording van de slechte menselijke natuur, of van de survival of the fittest of van de klassenmaatschappij. Niet dat zij gelijk hadden, maar de media tillen hun eigen verhalen niet op een hoger plan van begrip. Zo hebben onze eigentijdse grote verhalen vermoedelijk hetzelfde depolitiserende effect als verhalen over filmsterretjes en reportages over patienten met iets onbenulligs in het ziekenhuis. De media brengen, kortom, een nep-religie, de soevereine seculiere burger wordt voor de gek gehouden, of beter gezegd, bezig en van de straat gehouden.
Waarom zou ik me dan nog voor de grote verhalen van de media interesseren? Ik kan bijvoorbeeld de media-activiteiten rond de War on Terrorism niet anders zien dan als de lawine aan feiten en meningen ingegeven door het anti-communisme van de Koude Oorlog. En hoewel heel veel gewone mensen en journalisten die vergelijking maken en zich afvragen waar de wereld naar op weg is, is dit grote verhaal even onstopbaar als zondags klokkeluiden. Mij lijkt de War on Terrorism het doodsgereutel van een supermacht maar als tienduizenden journalisten elke toespraak van Bush neutraal en objectief rapporteren, wat zij er zelf of anderen verder ook van denken, en niet veel dieper duiken dan de internet-news-oppervlakte, dan is elke onafhankelijke gedachte bij voorbaat gedoemd tot een bestaan in de marge, zoals in dictaturen.