Leve de ‘ja-maar-code’ voor de journalistiek!

Voor zover ik heb kunnen nagaan is er in Nederland de afgelopen dagen geen brede maatschappelijke, of zelfs journalistieke, discussie gevoerd over de nieuwe ‘code voor de journalistiek’. De vakbondstijgers van de NVJ zijn er blij mee, het Genootschap van Hoofdredacteuren is er blij mee en helaas is de redactie van De Nieuwe Reporter er ook blij mee, dus word ik nu geacht er een prikkelende mening over achter te laten.

Laat ik volstrekt duidelijk zijn: ik accepteer zelf als journalist/hoofdredacteur (Rotterdams Nieuwsblad, BOVAG, Panorama, Metro, Management Team) maar twee journalistieke codes. De eerste is het Burgerlijk Wetboek (en de aanhangsels). De tweede: mijn spiegel. Wat mag van de wet en waarvoor ik me niet schaam als ik in de spiegel kijk, dat deugt.
De Raad voor de Journalistiek vind ik een semi-politieke flutclub (who the fuck is Winnie Sorgdrager of Ed van Thijn – als het om journalistiek gaat?). En dat vond ik al vóór ik zonder de mogelijkheid om gehoord te worden, veroordeeld werd (de uitnodiging verscheen op een redactie waar ik nooit meer kwam en die redactie had geen reden de uitnodiging door te sturen). En voor de nieuwe ‘code voor de journalistiek’ van Bart Brouwers en Henk Blanken (twee mannen die ik respecteer, echt waar!) geldt eigenlijk hetzelfde: hij is alleen maar hard als je ‘m letterlijk gebruikt in de functie die ik ‘m spreekwoordelijk toebedeel, die van toiletpapier.

Dat gezegd hebbende wil ik best serieus ingaan op de inhoud van die code. En dan kom ik tot de conclusie dat het een uitstekende code is. Als alle journalisten en alle niet-journalisten die journalistieke activiteiten ontplooien in Nederland zich er aan zouden houden, zou dit land er zeker een stukje mooier uitzien. Wat zeg ik? Die code kan zelfs gelden als een Universele Verklaring voor de Plichten van de Mens. Wie altijd waarheidsgetrouw, onafhankelijk, fair en met open vizier (de vier speerpunten uit de code) handelt, is hard op weg een goed mens te worden. Zo’n code zou er ook en misschien wel vooral voor politici moeten komen! En voor de koningin! Voor iedereen!

Als een code goed is voor alle mensen, is ie natuurlijk goed voor journalisten. Daarover geen misverstand.

Mijn echte probleem met die ‘code voor de journalistiek’ is dat Brouwers en Blanken suggereren de beroepsgroep breder dan ooit te hebben geformuleerd (ook publicerende niet-journalisten zijn nu uitgenodigd zich er aan te houden, ook internet bestaat). De waarheid is dat de inhoud van de code zelf de beroepsgroep juist verengt; namelijk tot traditionele nieuwsjournalisten die werken voor zichzelf (uiterst) serieus nemende kranten, tijdschriften, radio- en tv-programma’s. Voor de duidelijkheid: Trouw, Vrij Nederland, Radio 1 Journaal, Nova. En Sp!ts en het Dagblad van het Noorden – niet te vergeten.

Daar is niks mis mee. Maar zeg het dan ook.
Storyjournalist? Niet op zoek naar de waarheid (artikel 1). Volkskrantjournalist? Accepteert gratis persreizen (artikel 13) en probeert de verkiezingen te beïnvloeden (artikel 1, 2, 3 en 5). Lindajournalist? Zoekt voor een productie ‘Trots op mijn borsten’ alleen positivo’s (artikel 1). VI-journalist? Laat zijn artikel tot en met de kop redigeren door de perschef van Marco van Basten (artikel 10). Regionaaldagbladjournalist? Moet morgen wéér bij die burgemeester langs kunnen komen (artikel 10). Happinezjournalist? Maakt een pagina met alleen góed nieuws (artikel 1). GeenStijljournalist? Is alleen maar uit op pageviews (de hele code, in het kwadraat). Telegraafjournalist? Voert actie op de voorpagina tegen de files (artikel 12). Natasha Gerson van Vrij Nederland? Zeer actief onder een schuilnaam in het forum van GeenStijl (artikel 26). Peter R. de Vries? Betaalt zo hier en daar een bovenmodale onkostenvergoeding (artikel 28 – en nee, het maatschappelijk belang was er niet, want het veranderde niets aan de juridische positie van Joran van der S., wel aan de kijkcijfers van SBS6). En zo voort. En zo verder.
(Tussen haakjes: wat zou het sáái worden, als allen die bezig zijn met journalistieke activiteiten zich opeens wel wat zouden aantrekken van de ‘code voor de journalistiek’!)

Maar goed, ik vind die code dus prima.
In de kleine 26 jaar dat ik journalistieke technieken toepas in mijn werk, heb ik tegen veel van de 28 punten eens of vaak gezondigd.

Want dacht u nou echt dat ik als raadsverslaggever in Westvoorne niet stiekempjes liet doorschemeren bij welke politici (die van de PvdA, met name Roos Bosua) mijn sympathie lag? En dat een eindredacteur van het BOVAGBLAD ook maar één kritisch geluid over die BOVAG door de zeef kon laten glippen? En dat ik het pseudoniem Bram B. Bot bij Panorama niet tevens, maar uitsluitend gebruikte uit protest tegen het feit dat een collega mij te nauw samenwerkte met een halve of hele crimineel die opeens als columnist verscheen? En dat ik die schitterende Italiaanse jas die ik als jonge journalist kreeg tijdens een perstrip voor de presentatie van de nieuwe Piaggio-scooter in mijn kamer in Hotel Loews in Monte Carlo achterliet – om de schijn van omkoping te vermijden? En dat ik als hoofdredacteur van Metro niet heel af en toe blij was als we die heerlijke constructie “Huppeldepup was (helaas, hahaha) niet bereikbaar voor commentaar” uit de kast konden trekken?
Kom op, mensen, get a life!

‘Onafhankelijkheid’ bestaat niet. Daar begint en eindigt alle ellende. En wat mij betreft zorgen de spiegel en de rechter voor de speelruimte. Die nieuwe, moderne code van Bart en Henk, die ruikt wat mij betreft nog altijd een tikkie muf. Maar als iedereen er blij mee is, ben ik het ook.

For the record: bij Management Team wordt de code niet expliciet ingevoerd. Maar ik zal ook niemand ontslaan die zich er helemaal aan wenst te houden. Als hij/zij de deadline maar haalt…

Jan Dijkgraaf

Jan Dijkgraaf, ex-hoofdredacteur van Metro en Management Team, is mediamaker bij Media & Co (www.mediaco.nl) en zelfstandig trainer/adviseur.

Alle artikelen van Jan Dijkgraaf op De Nieuwe Reporter.

  • Enige relativering is altijd prettig, Jan.
    Kijk daarvoor vooral ook naar de exercitie van een van onze vaste reaguurders, ICdeadPeople, op spitsnieuws. De 28 wetten van ICdeadPeople hangen inmdiddels – naast de 28 artikelen van de officiële code – op onze redactie. Dit zijn ze:
    1. De werkelijkheid is per definitie dienstig aan de journalist en schikt zich naar zijn perceptie. Uit de verzamelde feiten en uiteenlopende meningen maakt de journalist een selectie die het beste past bij de toon- en kleurzetting van de krant.

    2. De journalist brengt in de berichtgeving een duidelijk onderscheid aan tussen feiten, beweringen en meningen (red. een bewering is een mening die men staande houdt, ongeacht de feiten). Dit onderscheid dient kenbaar te worden gemaakt middels het aanbrengen van leestekens, vet gedrukte letters en zorgvuldig gekozen, sturende bewoording. (links = groen, rood = Marco Borsato)

    3. De journalist gaat zorgvuldig en integer te werk volgens eigen inzicht. Toetsing van de toegepaste journalistieke methode geschiedt volgens het WC eend protocol.

    4. In zijn berichtgeving (wat per definitie een vertaalslag van de werkelijkheid betreft) baseert de journalist zich alleen op zijn eigen waarneming (de navel) of loopt bronnen die hem bekend zijn, blindelings achterna. Hierbij confirmeert hij zich aan het Freudiaanse gedachtegoed en de fallus in het bijzonder.

    5. De journalist controleert de feiten in zijn berichtgeving. (Alt + X, spelling en grammatica)

    6. Het bewerken van nieuws in tekst, geluid, beeld of combinaties daarvan, is cruciaal teneinde de beeldvorming te beïnvloeden en behoort tot de pallet van elke demagoog dan wel spindokter in wording.

    7. De journalist die in zijn berichtgeving fictieve elementen verwerkt, legt daarvan telkens rekenschap af bij die betreffende elementen.

    8. De schrijver van columns, recensies, opiniërende berichten en vergelijkbare genres is geen journalist.

    9. De journalist die verwijst naar informatie van derden is verantwoordelijk voor de inhoud van de onderliggende informatie. Deze tekst is ingefluisterd door Anna Catharina van Beuzekom, in het harnas gestorven tijdens de memorabele gang bang te Gasselterboerveenschemond in het wijnjaar 1764 na Christus.

    10. De journalist verricht zijn werk in onafhankelijkheid, bij voorkeur in zijn eentje en houdt daarbij zijn eigen belang, alsmede die van krant, nauwlettend in de gaten.

    11. Indien de journalist sympathieke gevoelens koestert jegens de linker zijde van het politieke spectrum, zal hij dit in alle toonaarden ontkennen en elke poging tot nader onderzoek daartoe stelselmatig saboteren.

    12. De journalist maakt misbruik van zijn positie.

    13. De journalist neemt geen vergoedingen aan en vermeldt enkel datgene waarvoor hij betaald wordt binnen het door opdrachtgever vastgestelde kader.

    14. De journalist gaat altijd fair te werk. Hierbij hanteert hij het devies ‘voor wat hoort wat’.

    15. De journalist beschermt fictieve bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft toegezegd.

    16. Anonieme bronnen zijn betrouwbaar mits andere te duur zijn. Dit teneinde het minimale model levensvatbaar te houden.

    17. Beschuldigingen en verdachtmakingen staan garant voor verkoopcijfers, ongeacht of deze ergens op gebaseerd zijn. Procederen is voor onschuldige slachtoffers veelal te duur.

    18. Doorgaans is de volledige naam van het slachtoffer te vinden op internet. Met verwijzing naar die link kunt u ongestoord de privacy schenden. De journalist is immers niet aansprakelijk voor hetgeen door derden wordt gesteld.

    19. Als journalist vervult u een rol van maatschappelijk belang. Publiceer alles!

    20. Idem

    21. De journalist gebruikt geen privé-documenten. Zet ze eerst op YouTube en schrijf dan pas het artikel.

    22. De journalist van wie blijkt dat hij een onjuist bericht heeft gepubliceerd, zal deze op royale wijze corrigeren. Hiervoor is een specifieke katern ingericht, voorzien van kleiner lettertype. Voorts zal de redactie erop toezien dat deze pagina met onbeduidende berichtgeving wordt gevuld.

    23. De journalist dient altijd zijn identiteit prijs te geven, aldus de redactie op aanbeveling van het commissariaat der oudgedienden en notabelen onder postbus 51.

    24. De journalist maakt zich altijd bekend. Simpelweg verschijnen of zwaaien met de microfoon is toereikend.

    25. De journalist lokt geen incidenten uit met uitzondering van verdachtmakingen, subtiele woordspelingen, suggestieve foto’s en Georgina Verbaan.

    26. De journalist neemt niet anoniem deel aan discussies mits het over zichzelf gaat, dan wel ter verdediging van zijn fictieve bron optreedt.

    27. De journalist steelt geen informatie en betaalt niet voor gestolen informatie. Hij geeft het weg en laat de lezers, dan wel adverteerders, betalen.

    28. Een artikel in een krant met een oplage van boven de 400.000 is per definitie van maatschappelijk belang. Nogmaals: publiceer alles!

  • Jan Dijkgraaf, “GeenStijljournalist? Is alleen maar uit op pageviews (de hele code, in het kwadraat).”

    Nee. Ze geven kritisch-rationalistisch / commonsense-realistisch onderuit de zak. Wat is er mis met veel pageviews? Die geven het belang aan, de onafhankelijke bevestiging van evenzoveel meningen zonder afhankelijk inteelt gedoe. Ik vertrouw de gewone media en haar kroost pas weer als GS hiervoor eens een prijs krijgt in plaats van de kinderen van ooms en tantes!

  • Wie is Natasha Gerson en onder welk pseudoniem reaguurt zij?

  • Natasha Gerson is Natasha Gerson en hecht er waarde aan te vermelden dat zij sedert 2004 niet meer in dienst is bij Vrij Nederland en trouwens daarvoor ook altijd freelancer geweest is, en dat zij dus op geen enkele manier wat voor code dan ook breekt door van haar burgerrecht gebruik te maken door te reaguren wat ze wil op GS.
    Bovendien reaguren op Geenstijl is geen medewerken aan Geen Stijl, die anonimiteit is maar betrekkelijk daar zijzelf, met nick (campion) en al, door GS onlangs in een topic werd gehekeld, en zij haar identiteit nergens onder stoelen of banken steekt. Integenstelling tot de laffigste der laffigsten onder de redactie van Geen Stijl, Prittstift c.s.
    Dat het maar gezegd is, was getekend, NG

  • Pingback: Afstudeervisie « The Lady Wants To Know()