Nieuwe code Genootschap is vooralsnog goedkope windowdressing

Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren heeft afgelopen vrijdag, 18 april, ingestemd met een nieuwe gedragscode voor journalisten. Maar zolang iedere hoofdredacteur zich niet individueel uitspreekt over de vraag of hij of zij vindt dat de eigen redactie de code als ‘redactiewet’ moet beschouwen, is die nieuwe tekst niet meer dan een nogal goedkope manier om de politiek buiten de deur te houden. Zelfregulering is in dat geval hooguit een lege doos vol goede bedoelingen maar zonder concrete voornemens.

Allereerst: goed dat de vernieuwde code er is. Het gaat immers om een bedoeling de journalistieke normen aan te passen aan het huidige tijdgewricht. En onzin staat er niet in. Wat dat betreft is de journalistiek er beslist niet op achteruit gegaan.

Maar zowel de oude als de nieuwe code hebben een groot nadeel. Het blijft een onverplichtend werkstuk waar individuele journalisten zich alleen maar aan houden als het hen uitkomt. En in dergelijke, te vrijblijvende, teksten, is het nogal makkelijk om moedige stellingen te betrekken.

Zo lezen we in de nieuwe code artikel 13:

De journalist neemt geen materiële of immateriële vergoedingen aan die bedoeld zijn berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan.

Nou zijn de redacties die zich hier aan houden in dit land met een lantaarntje te zoeken. Gratis persreizen, geschenken in alle gradaties, onnodig luxueuze persbijeenkomsten, het is eerder schering en inslag dan uitzondering (Zie hiervoor ook het onderzoek ‘Schuivende Grenzen’ van Frank van Vree en Mirjam Prenger). En dat is in het licht van de nieuwe (maar ook de oude) code natuurlijk nogal curieus. In zowel de Code van Bordeaux, de oude code van het Genootschap als de nieuwe code, wordt zonder enige mogelijkhed van misverstand gesteld dat het uitgangspunt (richtlijn) in de journalistiek is dat er geen ‘materiële of immateriële vergoedingen’ aan de orde mogen zijn. Hoe kan het dan dat bijkans de gehele Nederlandse journalistiek dat uitgangspunt aan z’n beroepslaars lapt?

Nemen we een tweede voorbeeld: artikel 9 in de nieuwe code:

“De journalist die verwijst naar informatie van derden, door een ander medium als bron te noemen of door het aanbrengen van een hyperlink, doet dat openlijk en royaal, maar is daarmee niet per se verantwoordelijk voor de inhoud van de onderliggende informatie.”

Ik zou graag een euro per keer ontvangen in het geval een medium verzwijgt dat nieuws afkomstig is van een ander medium. Ik vermoed dat ik er een aardig salaris aan overhoud.

Ofwel: ook hier een heldere regel, die massaal door journalisten wordt genegeerd.

In een toelichting op de afgelopen vrijdag vestgestelde code lezen we:

Voor journalisten een houvast, of tenminste een uitgangspunt bij discussies; voor niet-journalisten, het publiek dus, een begin van verantwoording: hier willen journalisten op worden aangesproken.

Da’s niet erg stevig: een ‘uitgangspunt bij discussies’. Dat betekent in de praktijk dat iedereen zich er weer net zo makkelijk van kan distantieren. Het was immers maar een ‘uitgangspunt’.

Conclusie: de nieuwe (maar ook de oude) gedragscode is weliswaar aardig als indicatieve norm, maar krijgt pas inhoud als hoofdredacteuren zich uitspreken over de vraag of de eigen redactie die code vanaf nu moet toepassen (en er voor overtredende journalisten een sanctie op zetten).

Volgens een verslag op de website van De Journalist, leverde de vraag wat nou precies de status van het nieuwe document is, nogal wat discussie op in de boezem van het Genootschap. Niet iedere hoofdredacteur zou de nieuwe code onderschrijven.

Helderheid en transparantie
Mogen wij misschien weten welke hoofdredacteur wel en welke de code beslist niet als uitgangspunt voor het redactionele handelen gaat nemen? Is dat niet de helderheid en de transparantie waar het allemaal om begonnen is? Gaat Pieter Broertjes zijn redactie meedelen dat het zich voortaan aan de nieuwe code moet houden (en komt daarmee dus een einde aan ook bij de Volkskrant langzaam gegroeide praktijk dat betaalde persreizen worden geaccepteerd)? Komt er in het colofon van zijn krant te staan dat de redactie van de Volkskrant de tekst van de code als richtsnoer voor het eigen handelen ziet?

Moeten Elsevier-reporters in het vervolg de code naleven? En de redactie van De Telegraaf? Zullen Wegener-redacteuren vanaf nu keurig de bron van het nieuws vermelden, ook als dat de concurrent is?

Natuurlijk hebben hoofdredacties de vrijheid om de code af te wijzen. Sterker: om met een eigen redactiecode te komen die meer tegemoetkomt aan de eigen visie.

Windowdressing
Als het Genootschap van Hoofdredacteuren het vaststellen van een codetekst ziet als het sluitstuk van een proces, is er slechts sprake van windowdressing. Waarschijnlijk bedoeld om de politieke regelzucht buiten de deur te houden. “Kijk maar, we doen echt ons best om orde in eigen huis aan te brengen, we hebben nu immers en vernieuwde code”. De code is dus geen sluitstuk, maar een begin.

Die vernieuwde code (waspoeder kreeg overigens ook nogal vaak het predikaat ‘nieuw’, ‘nieuwer’ of ‘nu nog nieuwer’) wordt pas levend als individuele hoofdredacteuren zich uitspreken. Wie op 18 april voor stemde, zou ook de consequentie moeten trekken de redactie de tekst op te willen leggen. In het belang van een transparante beroepsuitoefening. Als dat niet gebeurt, is de tekst hooguit geschikt om in een lade van het Persmuseum terzijde te leggen en is de code geen snipper meer waard dan de oude. Dan krijgt Brecht toch nog gelijk: ‘Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral’. Hoofdredactionele praatjes vullen geen ethische gaatjes. Welke hoofdredacteur durft stelling te nemen en is daarmee meer dan een held op sokken?

Eén reactie

  1. Theo, “Da’s niet erg stevig: een ‘uitgangspunt bij discussies’. Dat betekent in de praktijk dat iedereen zich er weer net zo makkelijk van kan distantieren. Het was immers maar een ‘uitgangspunt’.”

    Ik stel me voor dat dit nodig is, wanneer de betrouwbaarheid en/of validiteit van ‘toevallig’ gehanteerde uitgangspunten ter discussie staan. Wanneer deze in strijd zijn (geweest) met de voorschriften, ongeacht of de journalist zich daarvan distantiëert, bewijst dat de onbetrouwbare en/of invalide berichtgeving.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>