Journalistieke prijzen die worden ingesteld om kritiekloze propaganda te bedrijven, verdienen geen aandacht van serieuze journalisten. Hopelijk bestaat er vanuit de Nederlandse media dan ook geen belangstelling voor de Europees Parlement Prijs voor de Journalistiek en zal de Nederlandse Vereniging van Journalistiek (NVJ) aan die nieuwe prijs geen medewerking verlenen – wat het reglement van de prijs wel verlangt.
Volgens het persbericht van het Europees parlement is de prijs ingesteld voor journalisten die een ‘buitengewone bijdrage hebben geleverd aan een grotere feitenkennis over de Europese instellingen en beter begrip voor het Brussels beleid’. In Nederland regelt het Bureau van het Europees Parlement in Den Haag de Nederlandse voorronde. Winnaars (in vier categoriën) krijgen vijfduizend euro.
Hoera-journalistiek
Vooropgesteld: in ben geen modieuze tegenstander van ‘Europa’. Integendeel. Maar wie zich voor deze prijs inschrijft, moet zich volgens mij diep schamen. Kritische publicaties over Europese kwesties komen volgens het reglement eigenlijk niet in aanmerking, net als publicaties die vragen oproepen over het functioneren van de Europese Commissie, het parlement of de Europese Unie.
Het reglement is er onbeschaamd duidelijk over: de prijs wordt toegekend aan journalisten die een buitengewone bijdrage hebben geleverd aan ‘het verduidelijken van belangrijke kwesties op Europees niveau of die eraan hebben bijgedragen om bij de burgers een beter begrip te wekken over de instellingen en de beleidsmaatregelen van de Europese Unie’. Wie vragen oproept ‘verduidelijkt’ natuurlijk niet, en wie kritsich is wekt helaas even geen begrip. De prijs is dus alleen bedoeld voor hoera-journalistiek.
Beschamende vertoning
De jury van de prijs is niet onafhankelijk. Drie van de negen leden van de hoofdjury zijn leden van het Europees Parlement. Ze wordt voorgezeten door de ondervoorzitter van het Europees Parlement die belast is met het voorlichtings- en communicatiebeleid. In de lidstaten wordt een lokale jury gevormd, waar volgens het reglement vertegenwoordigers moeten plaatsnemen van ‘de nationale verenigingen van journalisten’. In Nederland is dat de NVJ. Ik roep het bestuur van de NVJ bij deze op géén medewerking te verlenen aan deze beschamende vertoning.
De NVJ heeft zelf De Tegel; een prijs van een jury die wél onafhankelijk is. Daarnaast hebben we in Nederland en Vlaanderen de VVOJ-prijs voor onderzoeksjournalistiek van de Vereniging Van Onderzoeksjournalisten, ook met een onafhankelijke jury, en toegankelijk voor niet-hoera-producties. Wie zich daarvoor wil aanmelden, heeft overigens nog een week de tijd: de inschrijving eindigt op 16 april.
11 reacties