Nieuws hoort zo objectief mogelijk gebracht te worden. Dat houdt onder meer in dat als in een nieuwsbericht iemand wordt geciteerd, de lezer – in theorie – na moet kunnen gaan wie degene is die deze informatie geeft en hoe betrouwbaar hij of zij is. Maar soms hebben journalisten alleen bronnen tot hun beschikking die anoniem willen blijven. Hoe ga je daar mee om?
In het huidige nummer van het tijdschrift Journalism Practice staat een artikel van de Finse wetenschapster Maija Stenvall dat ingaat op het gebruik van anonieme bronnen bij de twee belangrijkste wereldwijde persbureaus: Associated Press (AP) en Reuters. Stenvall analyseerde de berichtgeving van deze bureaus over de periode 2002-2007. Het ging haar niet om hoe vaak AP en Reuters anonieme bronnen gebruiken, maar de tekstuele context van dit gebruik. Beide organisaties benadrukken in hun handboek voor werknemers dat anonieme bronnen de zwakst mogelijke bronnen zijn, die zo veel mogelijk vermeden dienen te worden, en dat de betrokken journalist verantwoordelijkheid is voor de betrouwbaarheid van de informatie die zo’n bron geeft. Ook adviseren de handboeken om, als het toch onvermijdelijk is om anonieme bronnen te gebruiken, zo veel mogelijk detailinformatie over de aard van deze persoon en de reden waarom diegene anoniem wil blijven te geven. Dit alles om toch enige betrouwbaarheid en daarmee nieuwswaarde aan de bron te verlenen.
Analyse van termen
Stenvall analyseerde om te beginnen de termen die het meest worden gebruikt om anonieme bronnen aan te duiden. Dat blijken de woorden police (politie), officials (beambte of hoogwaardigheidsbekleder), sources (bronnen), witnesses (getuigen), authorities (autoriteiten) en analysts (analisten) te zijn. Van deze termen zegt ‘sources’ het minst. Dit woord blijkt dan ook vaak vooraf te worden gegaan door een beschrijving als ’betrouwbare’ of ’goed geïnformeerde’. Voor de overige termen geldt dat zij vanuit zichzelf een zekere mate van deskundigheid – en daarmee betrouwbaarheid – impliceren. Hoewel hier volgens Stenvall helemaal geen garantie voor bestaat. Ook bij deze termen proberen journalisten soms via toevoegingen extra status aan de persoon toe te wijzen. Bijvoorbeeld door iemand een ‘top official’ of ‘senior official’ te noemen. ‘Witnesses’ zijn meestal ’normale’ mensen die toevallig ergens getuige van waren; de waarde van deze bronnen wordt vaak verhoogd door te stellen dat ‘de politie’ hun informatie bevestigt.
In 2005 stuurde het management van Associated Press een brief naar alle aangesloten journalisten waar in stond: ’Onder sommige van onze werknemers bestaat de foutieve aanname dat het gebruik van anonieme bronnen in berichten onze verslaggeving een air van exclusiviteit geeft en het meer op een scoop laat lijken. Sommige mensen denken zelfs dat als wij vragen om bronnen-verslaggeving, wij er de voorkeur aan geven dat deze bronnen anoniem zullen zijn. Niets is minder waar.’
Stenvall ziet het effect van deze brief terug in de berichtgeving: naderhand deden AP-journalisten sterker hun best om zo veel mogelijk details te geven van de anonieme bron, inclusief de redenen waarom deze persoon anoniem wil blijven. Voor 2005 vond ze zelden verklaringen voor dit laatste terug in de berichtgeving. Het toevoegen van dergelijke informatie leidt vaak tot lange en soms taaie constructies, zoals ‘…zegt de hoogwaardigheidsbekleder met kennis over de bijeenkomst die spreekt onder conditie van anonimiteit vanwege de gevoeligheid van het overleg’.
Drie verklaringen
Er blijken grofweg drie type verklaringen te zijn waarmee aangegeven wordt waarom een bron anoniem wil blijven. De eerste is dat dit vanwege ‘beleid’ of op last van een hoger geplaatst persoon niet mag. Soms leidt dit tot volgens Stenvall dubieuze verklaringen, zoals het geval van een hooggeplaatste militaire ambtenaar die anoniem wilde blijven omdat hij ‘niet geautoriseerd’ is over de kwestie te spreken. Een dergelijke verklaring roept volgens haar meer vragen op dan het antwoorden geeft: waarom mag deze militair niet over de kwestie spreken en waarom doet hij dit toch? De tweede verklaring is dat de bron deze informatie niet mag geven omdat dit gevaarlijk is voor hem of haar – waarbij dit gevaar veelal niet nader wordt gedefinieerd. Dergelijke verklaringen dienen volgens Stenvall vooral het doel de nieuwswaarde te verhogen. Dat geldt ook voor de derde verklaring: de informatie mag officieel niet gegeven worden omdat deze te gevoelig / vertrouwelijk / geheim / enz is.
Het geven van zo veel mogelijk detailinformatie over een bron leidt er soms toe dat journalisten het doel (de bron anoniem houden om beschermende redenen) voorbij schieten. Zo haalt Stenvall een artikel aan waarin een anonieme Afghaanse beambte wordt geciteerd, over wie in de loop van het stuk steeds meer informatie wordt onthuld: het is een senior, hij werkt nauw samen met de minister van defensie, hij heeft nu kritiek op deze zaak en heeft eerder die en die misstanden aangekaart. Het zou op basis van deze informatie niet moeilijk moeten zijn te achterhalen wie deze man is. Een ander voorbeeld is het geval van een moeder wier zoon is vastgezet door de Egyptische autoriteiten. De vrouw wil anoniem blijven, omdat ze vreest in gevaar te komen als haar naam bekend wordt; maar haar zoon wordt wel met naam en toenaam genoemd.
Kunstmatige nieuwswaarde
Aan het eind van haar artikel roept Stenvall de vraag op of de manier waarop het AP en Reuters momenteel met anonieme bronnen omgaan wel zo veel beter is dan als deze bronnen niet verder toegelicht zouden worden. Niet alleen omdat de uitvoerige beschrijving van personen mogelijk hun identiteit onthult; maar ook omdat de nieuwswaardigheid die wordt toegekend aan bronnen door bepaalde termen en omschrijvingen te gebruiken kunstmatig is. Deze informatie is niet te controleren; er moet vertrouwd worden op het oordeel van de journalist, dat onvermijdelijk een subjectief oordeel is. De huidige manier van omgaan met anonieme bronnen komt hierdoor volgens Stenvall de objectiviteit van de berichtgeving niet ten goede.
Eén reactie