Beatblogging: sociale netwerken voor journalisten

Een verslaggever heeft tientallen bronnen met wie hij individueel communiceert over het onderwerp dat hij volgt. Maar als de verslaggever deze bronnen regelmatig, onder zijn leiding, met elkaar laat communiceren, levert dat dan betere verslaggeving op?

Het Amerikaanse NewAssignment.Net, een project dat samenwerking tussen professionele en burgerjournalisten wil bevorderen, vond dertien nieuwsorganisaties, verspreid over heel Amerika, bereid om beatblogging te testen. De term is afgeleid van beat, het specifieke onderwerp dat een journalist volgt.

Het concept is simpel: de verslaggever zet op internet een sociaal netwerk op, bijvoorbeeld op Google, Facebook of Ning. Hij beslist zelf uit wie zijn netwerk bestaat, variërend van een geselecteerde groep experts tot iedereen die belangstelling heeft. Het netwerk kan open zijn voor buitenstaanders of juist gesloten, zodat concurrerende media niet met de informatie aan de haal gaan. Vervolgens is het de taak van de journalist om gespreksonderwerpen voor zijn netwerk te bedenken.

Farmaceutische industrie
Redacteur David Cohn van NewAssignment.Net staat iedere verslaggever in het beatblogging-experiment bij met raad en daad. Het belangrijkste is dat de journalist het juiste sociale netwerk voor zijn bronnen kiest, zegt Cohn. “Je moet weten wie je bronnen zijn en wat ze normaal online doen, zodat je daarop kunt aansluiten.”

De Houston Chronicle bijvoorbeeld wil de deskundigen in het eigen netwerk blogs geven die de krantenlezers ook kunnen zien. De bronnen van Pharmalot, een onderdeel van de krant The Star-Ledger in New Jersey over de farmaceutische industrie, houden elkaar en de journalist op de hoogte van de literatuur die ze lezen via de social bookmarking-site Reddit.com.

Deadline
Brad Wolverton van The Chronicle of Higher Education, een weekblad over hoger onderwijs, was een van de eersten, in november, die zijn sociaal netwerk opzette. Hij is nu, samen met Wired-verslaggever Eliot Van Buskirk, de meest succesvolle beatblogger. Wolverton, die over sport op universiteiten schrijft, koos voor een low-tech Google-groep omdat dat voor zijn bronnen – veertig zorgvuldig geselecteerde, maar niet allemaal even technologisch ingestelde experts – het makkelijkst is.

Wolverton richt zich tot zijn netwerk als hij vlak voor een deadline citaten van deskundigen nodig heeft, nieuwe contacten zoekt of hun mening wil over een onderwerp dat in het nieuws is. Soms leveren hun onderlinge discussies ideeën voor artikelen op. “Het kost me een fractie van de tijd die ik besteedde aan veertig mensen bellen”, zegt Wolverton.

Daniel Victor van The Patriot-News, een dagkrant met bijna 100.000 abonnees in Pennsylviania, opende zijn Ning-netwerk voor de inwoners van Hershey, het stadje waarvan hij verslag doet. Hij heeft nu 33 deelnemers, allemaal mensen uit de gemeenschap. Hoewel hij het gros niet kent en nooit als bron heeft gebruikt, denkt hij dat beatblogging een goede manier is om bronnen te ontwikkelen. “Het geeft hun de kans mij te leren kennen en te vertrouwen”, zegt Victor. “Ze kunnen zien dat ik een mens ben en niet een robot-verslaggever.”

Geen wondermiddel
Beatblogging is geen wondermiddel om aan primeurs te komen, zeggen Victor en Wolverton, maar wel een methode die hun verslaggeving heeft verrijkt. Zo speelde een van Wolvertons experts hem een intern document toe voor een verhaal over een spraakmakende rechtszaak. “De informatie in het document was de belangrijkste in het artikel”, zegt de verslaggever.

Beatbloggende journalisten moeten zich wel bewust zijn van potentiële obstakels, waarvan tijd het belangrijkste is. “We doen dit experiment in een periode waarin kranten het zwaar hebben en verslaggevers zich overwerkt voelen”, zegt Cohn. “Ze moeten uitvogelen hoe ze dit in hun dagelijks schema kunnen inpassen.”

Zo ondervond lokaal journalist Victor dat hij vrijwel dagelijks een gespreksonderwerp moet aandragen om zijn groep betrokken te houden. “Steeds iets verzinnen is het zwaarst”, zegt hij. Wolverton spreekt zijn netwerk alleen aan als het nodig is, maar dat komt juist omdat zijn bronnen weinig tijd hebben.

Niet altijd beschaafd
Te drukbezette bronnen gebruiken voor beatblogging is af te raden: het netwerk van de San Jose Mercury News bijvoorbeeld – topmensen uit de groene-energiesector – reageerde helemaal niet. Als gevolg moet de verslaggever nu opnieuw beginnen.

Tip van Wolverton: “Ik haalde mijn bronnen over mee te werken door te benadrukken dat zij ook beter geïnformeerd zullen raken.” Niettemin hebben vijftien van Wolvertons veertig deskundigen nog geen woord getypt. Hoge verwachtingen over actieve deelname is af te raden, zegt Cohn. Gemiddeld participeert tien procent van het netwerk.

Journalisten moeten zich er daarbij op voorbereiden dat de discussies niet altijd beschaafd verlopen. Wolverton heeft al een paar ruzies moeten gladstrijken. “Gemeenschappen komen niet uit de lucht vallen”, waarschuwt Cohn. “Daar moet je aan werken.”

Nederlandse verslaggevers die beatblogging willen proberen, kunnen advies inwinnen bij David Cohn, dcohn1@gmail.com.

Hélène Schilders

Hélène Schilders is correspondent in Seattle voor Elsevier. Ze is op Twitter te vinden onder: @heleneschilders

Alle artikelen van Hélène Schilders op De Nieuwe Reporter.