De liefde en het vermeende multiculturele drama

Tijdens een thema-avond in de Rode Hoed wordt vanavond, 9 mei, de interviewbundel ‘Let’s make love – 27 onmogelijke liefdes’ gepresenteerd. Het boek is een initiatief van de journalisten Frénk van der Linden (Kunststof, Nieuwe Revu) en Annet de Groot (AD). De bijdragen werden verzorgd door interviewers van vrijwel alle media in Nederland: van De Telegraaf tot Nederlands Dagblad, van esta tot Linda. De initiatiefnemers aan het woord.

Zou er een Nederlandse mensensoort bestaan die meer haat oproept bij asielzoekers en andere nieuwkomers in onze natie dan de ‘beslisambtenaren’ van de Immigratie en Naturalisatie Dienst? Het lijkt ons sterk. Toch heeft IND’er Hugo van der Vlist, afkomstig uit Lopik, het hart veroverd van een vrouw die werd geboren in het Ghanese Tamale. Hij mag dan als ‘beslisambtenaar’ een radertje zijn in een systeem dat zijn echtgenote Hawa regelmatig zwaar bekritiseert – ze voelt zich bij hem thuis. ‘Er hangt een relaxte sfeer om Hugo heen, een traagheid die ik herken uit Afrika.’

Hun allereerste gesprek ontaardde in een ruzie over de vraag of ontwikkelingssamenwerking zinvol was. Dat zette de toon voor een verhouding die zelden zonder strijd was. “We hadden constant het gevoel over elkaars grenzen heen te gaan.” Inmiddels – een jaar of vijftien na hun ontmoeting – hebben Hugo en Hawa het paradoxale idee dat ze juist door die voortdurende confrontaties tot elkaar zijn gekomen. Als iets duidelijk wordt uit het relatieportret dat Metro-redacteur Merike Woning voor deze bundel schreef, is het dit: onmogelijke liefdes bestaan.

Hoe dichten we de kloof?
In Nederland woedt een woordenoorlog over het zogenaamde multiculturele drama. Na jaren waarin de spanningen tussen autochtonen en allochtonen werden verzwegen – niet op de laatste plaats door politiekcorrecte journalisten als wij – voeren politici, columnisten, schrijvers en commentatoren het debat alweer geruime tijd op het scherp van de snede. In zo’n klimaat is het pas echt provocatief om te zoeken naar wat mensen bindt. Toch is dat de doelstelling van dit boek: meer doen dan meningen aandragen over wat er misloopt in veelkleurig Nederland. Misschien helpt het om niet alleen pittige opinies te formuleren, maar ook de vraag te stellen op welke wijze mensen uit verschillende bevolkingsgroepen tot elkaar zouden kunnen komen. Hoe dichten we de kloof? Waar liggen de mogelijkheden, de kansen?

Nederland is in het verleden vaker het toneel geweest van tegenstellingen en fricties tussen oorspronkelijke bewoners en mensen van buiten – of dat nu hugenoten, joden of Indonesiërs waren. Zou het kunnen zijn dat die spanningen onder andere door het ontstaan van gemengde relaties zijn verdwenen?

Ooit maakten straaljagers in Drenthe een eind aan de kaping van een trein door Molukkers. En niet eens zo lang geleden gold de Bijlmermeer als een no go area, een onveilige buurt die werd geteisterd door criminaliteit. De daders waren dikwijls van Surinaamse afkomst. Anno 2008 zijn dergelijke vraagstukken niet volledig opgelost; wel is de omvang ervan sterk afgenomen. Waardoor eigenlijk? Niet alleen door de heilige Hollandse drie-eenheid Overleg, Beleid & Geld, vermoeden wij. Voor demografen en sociologen zou het weleens een interessant onderzoek kunnen zijn: mogelijk zijn botsingen tussen ‘wij’ en ‘zij’ mede afgenomen doordat we in de loop van de tijd met elkaar versmolten. Letterlijk en figuurlijk. We hadden seks, gingen samenwonen of trouwen, kregen kinderen. Thuis worden verschillen met vallen en opstaan overbrugd. Af en toe spelen ze weer op – soms zo sterk dat banden alsnog worden verbroken –, want religie, cultuur, moraal en traditie wortelen diep.

Hoe ziet het leven van geliefden uit verschillende werelden er in de praktijk uit? Naarmate de gedachtewisseling over de multiculturele samenleving heftiger werd, begon die vraag ons steeds meer te fascineren. Het laatste duwtje dat we nodig hadden om het initiatief te nemen tot deze interviewbundel kregen we eind 2006 op een zwarte vmbo-school in Amsterdam-Oost, tijdens een bijeenkomst met vijftig pubers. Op onze vraag hoe de groep aankeek tegen gemengde relaties, antwoordde een meisje met zwarte hoofddoek: ‘In de Koran staat dat het niet mag’. Vijf minuten later bladerden de leerlingen driftig door het heilige boek, aangereikt door hun lerares. De gewraakte passage werd niet gevonden. ‘En toch mag het niet van Allah’, hield het moslimmeisje vol. Van achter uit het lokaal klonk een protestkreet van een witte jongen: ‘Gelul, Naima’. Hij kwam overeind. ‘Waarom stond jij vorige week dan in de fietsenkelder te bekken met Peter?’ Het bleef nog lang onrustig in de klas.

Meer dan een multicultureel drama
Godsdienstig goedgekeurd of niet, politiek belast of niet, kansrijk of niet: ondanks scheidslijnen en familiale tegenwerking storten steeds meer mensen zich in een multicultiliefde. En niet alleen op een vmbo-school in Amsterdam-Oost. Welke obstakels kunnen opdoemen in zo’n verhouding? Wat zijn de risico’s? Waar kan de relatie op stuklopen? Let’s make love, oké, maar hoe? Voor ons stond van meet af aan vast dat de problematische kant in geen enkel interview met een gemengd stel kon ontbreken, maar de centrale vraag moest zijn wat zo’n amoureus waagstuk tot een succes kan maken. Er is meer in Nederland dan multicultureel drama. Je leest er alleen niet veel over.

In de maanden na het ontstaan van het idee voor dit boek vroegen we collega’s van kranten, weekbladen en andere tijdschriften te participeren in het interviewproject. We benaderden journalisten met bewezen interviewkwaliteiten en/of grote belangstelling voor het onderwerp. Een representatief percentage allochtone auteurs was gewenst. Daarnaast streefden we naar een brede afspiegeling van de pers: Vrij Nederland en De Telegraaf, Margriet en Opzij, Onze Wereld en Linda., het Nederlands Dagblad en de Volkskrant. Geen van de vakgenoten die we deelname voorstelden, weigerde medewerking.

Het was verleidelijk Bekende Nederlanders te selecteren: politicus Geert Wilders en zijn Hongaarse vrouw, cabaretier Marc-Marie Huijbregts en zijn Marokkaanse vriend, prins Willem-Alexander en zijn Argentijnse echtgenote, denker Paul Scheffer en zijn Somalische ex… Maar we zochten het niet in roem, fortuin en glamour. We wilden portretten publiceren van ‘gewone’ mensen die in de liefde het ongewone waarmaken: een Twentse huisvrouw en haar eerste-generatiegastarbeider uit Italië, een Friese ondernemer en zijn Afghaanse asielzoekster, een leraar Nederlands in Amsterdam en zijn vakantieliefde uit Spanje, een Utrechtse Lufthansa-medewerker die de aimant werd van een zwarte Amerikaan, een haringverkoopster uit Giesbeek en haar Vietnamese bootvluchteling. In deze bundel zijn vanzelfsprekend de grootste minderheidsgroeperingen op Nederlandse bodem vertegenwoordigd, komen homoseksuele stellen en heteroverhoudingen voor, gaat het over gelovigen maar net zo goed over godsdiensthaters. Een grappige bijkomstigheid: in het boek wordt een genadeloos portret geschilderd van Nederland en de Nederlanders, gezien door de ogen van buitenlandse liefdespartners. ‘Waarom,’ vraagt Chileen Juan zich af, ‘mogen Nederlanders nooit eens gewoon genieten?’ Nee, ze moeten er eerst iets voor doen van zichzelf. Dán pas nemen ze dat biertje, dat ijsje: ‘Hèhè, dat heb ik wel verdiend…’

Soms anoniem
Liefde, seks, god en gebod: voor menigeen zijn het privé-zaken. Veel interviewers vonden dan ook niet bij vingerknip gesprekspartners die het aandurfden zich uit te spreken. Wanneer mensen wel bereid bleken te praten, deden ze dat soms op voorwaarde van anonimiteit. De een (een Liberiaan voor wie het generaal pardon niet gold) vreesde linea recta te worden opgepakt en uitgewezen. De ander (een Turk die gay was maar daar geen ruchtbaarheid aan wilde geven) was bang voortaan met de nek te worden aangekeken. In dergelijke gevallen zijn we ingegaan op het verzoek van de geïnterviewden hen te voorzien van een schuilnaam. Een duo figureert niet onder eigen naam in dit boek omdat de relatie is verbroken. Toen Vrij Nederland-redacteur Margalith Kleijwegt enkele jaren terug Maarten en Sofia ontmoette, gingen de twee door het leven als een koppel dat de belichaming leek van de multiculturele droom. Tot hun eigen verbazing en verdriet liep het anders. De scheiding is bijna een feit. Let’s make love: hoe aantrekkelijk het voornemen ook is, niet altijd volgt de gemengde liefde in het Nederland van begin 21ste eeuw een Romeo en Julia-scenario.

Let’s make love: 27 onmogelijke liefdes – Annet de Groot en Frénk van der Linden (samenstelling). Contact, €19,95. Met ingang van mei 2008 organiseren Kosmopolis en Uitgeverij Contact ‘Let’s make love on tour’, een reeks bijeenkomsten over interculturele liefde onder leiding van Frénk van der Linden. Programma: interviews, debat en film met scènes uit een huwelijk. Zie ook www.letsmakelove.nl en www.kosmopolis.nl

3 reacties

  1. Als mensen willen samenleven of samenwonen, kunnen ze niet meer dan 10% van elkaar verschillen, willen ze niet “constant over elkaars grenzen heengaan” en uiteindelijk voor een ernstige déconfiture komen te staan. Dit geldt binnen groepen, laat staan tussen groepen. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, met name als het kan, net als die berg die beklommen moet worden eenvoudig omdat ie er is. Want als je voor een ROC klas staat of voor de IND werkt, en je bent serieel monogaam (Woody Allen) maar hebt even geen partner, dan valt zo’n excuus als ‘de liefde en het vermeende multiculturele drama’ natuurlijk niet te versmaden. Maar eigenlijk verwacht ik dat dit nog niet ter sprake komt bij terugtrekkend Links, zelfs niet opkomend in gedachten. De aarde verschroeien lijkt belangrijker op dit moment, althans ik merk een trend de laatste weken op de bekende blogsites, dat wij het niet meer over multiculti mogen hebben, helemaal niet meer, dus ook niet negatief. Tijd voor Frenk cs, ik kon het souffleren.

  2. micha kat schreef op 10 mei 2008 om 05:10

    Je voelt m al weer aankomen: binnenkort krijgen we het wetsvoorstel Hamer-Bussemaker dat autochtone Nederlanders verplicht tot twee maal sex in de week met een ‘allochtoon naar keuze’ (dat dan nog net wel) voor de ‘goede zaak’.

  3. Interessant om te lezen over deze nieuwe publicatie. Ik had echter liever een artikel gelezen van een andere auteur. Hij/zij had dan de samenstellers aan het woord kunnen laten, maar direct ook reflectie kunnen geven.

    Eigenlijk vind ik het bijna ironisch dat dit stuk op DNR is geplaatst. In de vorm van een artikel wordt op verkapte wijze reclame gemaakt. Dit terwijl deze website een kritische reflectie op de journalistiek wil geven. Het zet me aan het denken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>