“Wie wil debatteren over de kwaliteit van de journalistiek, moet er geen generatieconflict van maken”, schreef Robert van de Griend (Vrij Nederland) op 9 mei in De Journalist. “Er bestaan geen jonge en oude journalisten, alleen goede en slechte.”
Wie nog twijfelde, was na het debat ‘De Oude Journalist is dood, leve de nieuwe journalist’ volledig overtuigd van deze wijsheid. De deelnemende jonge en oude journalisten zaten op het podium weliswaar tegenover elkaar, maar als er al een verschil was tussen de twee generaties, dan toch vooral in assertiviteit. De ‘ouderen’ waren vaker en langer aan het woord dan hun jongere collega’s. Over de behandelde onderwerpen bleek een opmerkelijke overeenstemming te bestaan: het zijn geen makkelijke tijden voor de journalistiek, maar vroeger was het ook niet alles.
Hekel
Van de Griend hekelde bijvoorbeeld de drammerigheid in de oude Vrij Nederland-stukken. “Naar die tijd wil je niet terug.” Pieter Broertjes meende dat de journalistiek ‘stappen vooruit’ had gezet in vergelijking met de tijd van Den Uyl. En ook Kees Schaepman vermoedde dat de legendarische uitzendingen van Het Gebouw (VPRO) ‘nu niet meer te beluisteren’ zijn.
“Ik maak me wel zorgen over het oprukken van de meningen en het veronachtzamen van de feiten”, aldus Schaepman. Het filmpje waarin minister Ella Vogelaar geen antwoord gaf op de vragen van Rutger Castricum (Geenstijl) is volgens de hoofdredacteur radio bij de VPRO een voorbeeld. NOS-ombudsman Ton van Brussel meent daarentegen dat er niets nieuws onder de zon is. “Vroeger had je ook Jan Tromp die Van Agt in een interview vroeg of hij geen hekel aan zichzelf had.”
Alleen maar slechter
De scoringsdrift neemt volgens Schaepman wel degelijk toe. Niet zo vreemd, volgens Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes. “Elk uur raken we vier abonnees kwijt.” Vk.tv-chef Bas Broekhuizen was nog somberder dan zijn hoofdredacteur. “In de acht jaar dat ik journalist ben, is het met mijn werkgever alleen maar slechter gegaan. Dezelfde informatie is door het veranderde mediagebruik minder waard geworden.”
Zes weken naar Chili om na afloop op de redactie aan de Raamgracht nog eens een paar stukken te gaan tikken, is er niet meer bij. Er is minder geld en minder tijd. Al geldt dat niet voor alle onderwerpen. “Niemand kan zeggen dat er te weinig aandacht is voor sport”, aldus Frénk van der Linden. Toch besluit het AD daar nog meer pagina’s voor in te ruimen en een aparte sportkrant te beginnen. “Journalistiek is daar geen enkele reden voor. En het gaat ten koste van het correspondentschap in Moskou.”
Niet alleen commerciële media hebben te lijden onder de toenemende commerciële druk, de scoringsdrift doet zich ook voor bij de Publieke Omroep. Van der Linden beklaagde zich over de zendercoördinator van Radio 1 die zelfs de programma’s die goed beluisterd worden, het liefst zou inruilen voor ‘iets De Wereld Draait Door-achtigs’.
Staatssteun
Volgens Frits van Exter, voormalig hoofdredacteur van Trouw, wijzen journalisten te makkelijk naar anderen: de uitgever of de nieuwsconsument krijgt de schuld. De opkomst van internet is niet alleen een bedreiging, maar ook een mogelijkheid om je te onderscheiden. “We kunnen onszelf verbeteren. Er gaat nu veel tijd zitten in dit soort discussies en te weinig in zaken als best practices.”
Van Exter wees nog maar eens op de filantropische instellingen in de VS die onderzoeksjournalistiek financieren. Broekhuizen wierp de vraag op of er geen staatssteun voor kranten moest komen. Een andere jongere, John Maes (Sp!ts), zag daar echter niets in. “Een krant moet zichzelf bedruipen.” Hij kreeg bijval van de oude Broertjes.
9 reacties