Bedrijfsbladen verdringen publieksbladen

Bedrijfsbladen zijn aan een niet te stuiten opmars bezig. Op elk publiek blad ontvangt de Nederlander tien (meestal gratis) relatiemedia. Meer dan de helft van de Nederlanders geeft in een recent onderzoek aan dat ze door relatiemedia minder kranten en tijdschriften kopen. De bedrijfsjournalistiek neemt een steeds groter deel van de publieke informatievoorziening in Nederland over. Dat maakt de vraag actueel wat de gevolgen hiervan zijn.

Totnogtoe wordt de opkomst van internet als de belangrijkste oorzaak gezien voor de dalende leesdichtheid van dagbladen en tijdschriften. Met als bijkomend effect van deze onlinisering dat de burger nu mede aan het stuur zit van de publieke informatievoorziening in Nederland. Discussies, onder meer op De Nieuwe Reporter, over hoe wenselijk dat is en hoe je met deze ontwikkelingen om kunt gaan, voeren de boventoon.

Toch lijkt er meer aan de hand. De laatste decennia is het aantal bedrijfsmedia in Nederland enorm toegenomen. Het zijn er nu naar schatting 11.500 (onderzoek Radboud Universiteit Nijmegen, 2005). Ze worden ingezet door bedrijven, overheidsinstellingen, verenigingen en non-profitinstellingen om met hun doelgroepen te communiceren, zoals de eigen werknemers (6.000 titels), leden, donateurs, studenten, klanten, patiënten (5.500 titels). Ter vergelijking: als je alle Nederlandse dagbladen, huis-aan-huis-bladen, opinieweekbladen, special interestbladen en vakbladen bij elkaar optelt, kom je op ongeveer 2.000 titels (bron: HOI).

Daarbij komt dat met name bladen voor externe doelgroepen oplages kennen waar publieke media alleen maar van kunnen dromen. De gezamenlijke oplage van de publieke media bedraagt ongeveer 50 miljoen. De gezamenlijke oplage van de relatiemedia een half miljard (!). Kijk in de titeldatabase van www.sakvandenboom.com en je ziet oplages die geregeld in de honderdduizenden lopen. Op elk publiek blad krijgt de Nederlander zo’n tien meestal gratis bladen van niet-nieuwsorganisaties in de bus. Zij kunnen veelal de nee-nee-sticker omzeilen doordat ze worden geadresseerd. De ontvanger heeft bijvoorbeeld een NS-abonnement en krijgt dus Spoor thuisgestuurd, staat op de loonlijst en ontvangt het personeelsblad, is lid van Amnesty International en krijgt Wordt Vervolgd et cetera.

Direct bij het oud papier?
“Maar die gratis blaadjes worden ongelezen bij het oud papier geflikkerd”, is de traditionele reactie. Recente cijfers (MediaTest 2007) weerspreken dat beeld. Drie op de vier relatiemedia worden ingezien, en driekwart van de bladen wordt voor de helft of meer gelezen, met een gemiddelde leestijd van 20 minuten. De bladen worden in het algemeen ruim voldoende gewaardeerd (rapportcijfer 6,9), hoewel sommigen beter (bladen van werkgevers en consumentenorganisaties, 7,5) dan anderen (bladen van kabelmaatschappijen 6,2). Individuele lezersonderzoeken per medium bevestigen deze resultaten.

Meer dan de helft van de Nederlanders (53%) zegt net zo lief een relatiemagazine als een publiekstijdschrift te ontvangen (34% is het er niet mee eens, 13% weet niet). En 55% zegt minder publieksbladen te hoeven kopen door relatiebladen (36% niet eens) (MediaTest, 2007). Mijn conclusie: relatiemedia snoepen steeds meer leestijd en lezers af van publieke media.

Veertig relatiemedia per Nederlander
De informatievoorziening in Nederland komt, als het om bladen gaat, steeds meer in handen te liggen van bedrijven, overheidsinstellingen en andere organisaties wiens primaire doel het niet is om journalistiek nieuws te brengen. Neem een onderzoek van alweer een paar jaar geleden in Leiden: inwoners van de stad gaven aan dat de door de gemeente uitgegeven Stadskrant de belangrijkste informatiebron is als het gaat om actuele ontwikkelingen op het stadhuis. Veel belangrijker dan de lokale autonome dag- en weekbladen. Een onderzoek met hetzelfde resultaat werd later gedaan in Delft.

Ruim honderdduizend mensen lezen over ontwikkelingssamenwerking in het blad IS van het NCDO, een fractie daarvan in het autonome Onze Wereld. De AZ-krant verschijnt in en om Alkmaar in een oplage van een miljoen exemplaren, met zelfs het kleinste nieuws over de lokale club, veel meer dan de VI ooit kan brengen. De lijst wordt langer en langer. Met veertig bladen (zie ook het kader onderaan het artikel) heb je als lezer een medium voor bijna elk onderwerp waarin je bent geïnteresseerd in je verschillende rollen als werknemer, consument, patiënt, inwoner, maatschappelijk betrokken burger, vakbondslid, cultuurminnaar, sportliefhebber etc.

Beduveld
Waarom zou je nog kranten en tijdschriften kopen? Het nieuws lees je online, voor de achtergronden over onderwerpen lees je de bladen van ‘jouw’ organisaties. De belangrijkste redenen zijn denk ik (maar daar heb ik geen onderzoek over gevonden) dat de kwaliteit en het journalistieke gehalte van bladen van traditionele nieuwsorganisaties beter zijn. Daar kunnen relatiemedia niet aan tippen. Wat dat laatste betreft: 85% van de Nederlanders vindt dat relatiemedia betrouwbare informatie moeten bieden, en 55% van de Nederlanders vindt dat bedrijfsbladen een te positief beeld van de werkelijkheid schetsen (maar 45% dus niet) (MediaTest, 2007). Juist lezers van relatiemedia kunnen die betrouwbaarheid goed inschatten, omdat ze meestal al sterk betrokken zijn bij de uitgevende organisatie (werknemer bijvoorbeeld, of lid) en weten wanneer ze beduveld worden en wanneer niet. Toch is dat gebrek aan betrouwbaarheid kennelijk niet zo ernstig, dat mensen het meteen weggooien, getuige de hoge leesdichtheid en ruim voldoende waardering (6,9).

Het dilemma dat nu ontstaat is volgens mij de volgende: er vanuit gaande dat het aantal bedrijfsbladen in Nederland eerder zal toe- dan afnemen, zou het goed zijn voor de kwaliteit van de publieke informatievoorziening in Nederland dat de informatie die deze relatiemedia bieden meer betrouwbaar wordt, dat de (journalistieke) kwaliteit toeneemt. Tegelijkertijd zou dat betekenen dat de belangrijkste troefkaart die autonome media nu nog hebben, hun autonomie en journalistieke kwaliteit, steeds minder krachtig wordt. Het lijkt me evident dat autonome media over de hele linie altijd betere (journalistieke) kwaliteit zullen blijven leveren dan relatiemedia. Het lijkt me ook duidelijk dat general interest media minder snel concurrentie hoeven te verwachten dan special interest bladen en vakbladen – de concurrentie komt hier vooral van het web.

De vraag waar het mijns inziens uiteindelijk om draait is waar het punt ligt waarop de lezers kwaliteit en journalistiek niveau van (gratis) relatiemedia goed genoeg vinden. Goed genoeg om voor gratis relatiemedia te kiezen in plaats van betaalde autonome media. Waarbij we inmiddels al weten dat veel lezers het accepteren dat bedrijfsbladen per definitie niet onafhankelijk zijn, mits de bedrijfsbladen duidelijk aangeven dát ze niet onafhankelijk zijn.

Professionaliseringsslag
Binnen de bedrijfsbladen is een professionaliseringslag gaande. Veel bladen die nu komen bovendrijven bij de Grand Prix Bedrijfsmedia lijken in niets meer op de hosannablaadjes van tien jaar geleden. Meer en meer worden journalistieke methoden en technieken gebruikt om de kwaliteit en betrouwbaarheid te vergroten. Bladen die hoor en wederhoor, check en double check toepassen, die feiten en meningen scheiden, een objectieve toon voeren, niet alleen successen maar ook problemen als onderwerpen hebben, die werken op basis van de zelfde journalistieke ethische codes als de journalistiek in het algemeen. Ze zijn nog ver in de minderheid, deze bladen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een onderzoek naar pluriformiteit bij personeelsbladen (Radboud Universiteit, 2008). En niet alle bedrijfsbladen hóeven bedrijfsjournalistieke bladen te zijn natuurlijk, sommigen hebben een andere functie, zoals inspiratiebladen als de Allerhande. Maar ze zijn er wel, bedrijfsjournalistieke bladen, en ze hebben een voorbeeldfunctie in de branche.

Een heersend beeld is dat bedrijfsjournalisten aan de leiband van het management lopen. Maar bedrijfsjournalisten die aan de bladen werken, zeggen zelf dat ze dat in redelijke mate van autonomie kunnen doen (Radboud Universiteit, 2006). Dat wil zeggen dat ze naar eigen idee voldoende ruimte hebben om zelf keuzes te maken als het gaat om hoe waarover te berichten. Van de scholen voor journalistiek in Tilburg en Utrecht komen de komende jaren studenten die zich gespecialiseerd hebben in bedrijfsjournalistiek en hoe zij toch op een journalistieke manier binnen de context van een organisatie kunnen werken. Op de universiteiten van onder meer Amsterdam en Nijmegen vinden steeds meer onderzoeken plaats die aantonen dat een journalistieke manier van werken, en dat geloofwaardig communiceren per saldo het meest positieve effect sorteert voor een organisatie. De vakgroep Bedrijfsjournalistiek van Logeion probeert de professionalisering van de bedrijfsjournalistiek vele manieren te faciliteren.

Van elkaar leren
Wat me opvalt als ik de bijdragen op bijvoorbeeld De Nieuwe Reporter lees, is dat de journalistieke wereld niet erg heeft uitgeblonken in vooruitstrevend denken. In het verleden werden traditionele bolwerken als radio, televisie en kranten al links en rechts ingehaald door nieuwere media en bijbehorende journalistieke methoden, waarna ze moeite hadden om een nieuwe koers te vinden. Mijn indruk is dat een belangrijk deel van de ‘vrije journalistiek’ zich in feite ook geen raad weet met de opkomst van bedrijfsbladen en bedrijfsjournalistiek, en opnieuw in een ontkenning schiet: bedrijfsjournalistiek is geen journalistiek. Soms uit principiële overwegingen, soms omdat journalisten de voorbeelden van goede bedrijfsjournalistiek niet kennen. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat het andere werelden zijn, met verschillende functies. Maar het zou dom zijn om elkaar schamperend de rug toe te keren, simpelweg omdat je van elkaar kunt leren.

Veertig relatiebladen, klopt dat wel?
Wat heeft Jan van Eijk jaarlijks in huis aan relatiemedia? Jan werkt als beleidsmedewerker Volkshuisvesting bij de gemeente Rotterdam, woont in Rotterdam, is PvdA-lid en sociaal betrokken, Feyenoord-fan, sporter, diabetespatiënt, vader van twee jonge kinderen. Heeft net een huis gekocht en rijdt in een Toyota.

1. Stadskrant – voor inwoners gemeente Rotterdam
2. Stadswerker – voor personeel gemeente Rotterdam
3. Rotterdam ® – voor relaties gemeente Rotterdam
4. Rotterdampas Magazine – voor houders van de Rotterdam Pas
5. Politiepost – voor Rotterdammers van politie Rotterdam Rijnmond
6. VROM.nl – voor relaties ministerie van VROM
7. NAW – voor relaties van Bouwfonds
8. Pro – voor relaties van de Neprom
9. Aedes Magazine – voor relaties van woningcorporatiekoepel Aedes
10. VNG Magazine – voor leden van de VNG
11. Aaneen – voor leden van de ABVA KABO
12. Rood – voor leden van de PvdA
13. Wordt vervolgd – voor leden van Amnesty International
14. IS – van het NCDO
15. Panda – voor leden van het Wereld Natuur Fonds
16. TamTam – voor jonge leden van het Wereld Natuur Fonds
17. Leidraad – voor alumni van de Universiteit Leiden
18. Blijdorp Blad – voor abonnementhouders Diergaarde Blijdorp
19. Wat er speelt – van de kinderopvangorganisatie van zijn kinderen Catalpa
20. Studio 100 Magazine – vanwege zijn kinderen
21. Wij jonge ouders – van Prenatal
22. Feyenoord Magazine – voor geregistreerde supporters van Feyenoord
23. Hand in Hand – van de supportersvereniging Feyenoord
24. Eigen Huis Magazine – van de Vereniging Eigen Huis
25 Allerhande – van zijn supermarkt Albert Heijn
26. Peak Magazine – van zijn favoriete kledingmerk Peak Performance
27. People & Entertainment – van zijn cd-winkel Van Leest
28. Bij Magazine – voor klanten van de Bijenkorf
29. Baksels – van zijn bakkerij
30. Lekker in het leven – klantenblad van Unilever
31. Preview – van zijn bioscoop
32. MyToyota – van de Toyotadealer
33. Spoor – voor kortingskaarthouders van de NS
34. RAILS – van de NS voor reizigers (neemt ‘ie stiekem mee naar huis)
35. KPN Nieuwsbrief – klantenblad van KPN
36. Er is post … – klantenblad van TPG Post
37. Mijn Zorg – van zijn zorgverzekeraar Achmea
38. Bloedsuiker – van het Diabetes Fonds
39. Monitor – relatiemagazine van het Erasmus Medisch Centrum
40. ABP Magazine – van zijn pensioenverzekeraar ABP
41. Spaarmotief – van zijn verantwoord beleggenbank ASN Bank
42. Dichterbij – van zijn bank Rabobank
43. Kampioen – voor leden van de ANWB
44. Tennis Magazine – van de KNLTB
45. De Bal – van de KNVB

15 reacties

  1. Het beeld dat in dit stuk wordt geschetst is precies de reden waarom ik er geen voorstander van ben om relatiemedia te scharen onder journalistiek. Zie mijn reactie onder een eerder stuk van Theo Dersjant:

    Wat is de situatie? De ‘onafhankelijke journalistiek’ heeft het moeilijk terwijl de ‘bedrijfsjournalistiek’ aan een opmars bezig is. Onafhankelijke journalisten worden her en der het liefst geweerd, want die zijn kritisch en stellen moeilijke vragen. Organisaties kiezen er daarom steeds vaker voor om zelf bladen, programma’s en sites te maken. Zo wordt het publiek bereikt zonder die hinderlijke tussenkomst van lastige journalisten die de boel verdraaien, negatief voorstellen, hypes veroorzaken en ga zo maar verder.

    Voorbeelden? De betaalde voetbaldclubs zien het liefst de kritische journalisten uit hun stadions verdwijnen. Ze maken liever hun eigen wedstrijdverslagen en fanbladen om zo een positief imago van hun club te creëren. Maar ook de overheid houdt berichtgeving graag in eigen hand. Zo las ik in De Journalist over plannen voor OM-televisie.

    De tendens om al die uitingen van overheden, organisaties en bedrijven te scharen onder de noemer journalistiek vind ik ongepast en gevaarlijk. Men zal best professionele kwaliteit leveren, maar het gevaar is dat het beeld ontstaat dat we die onafhankelijke pers niet meer zo nodig hebben, want bedrijfsjournalisten kunnen het net zo goed.

  2. Sebastiaan v an der Lubben schreef op 24 juni 2008 om 13:36

    Alexander formuleert een goede hypothese voor verder onderzoek. We zijn ook niet anders gewend van een wetenschapper: organisaties geven liever zelf een blad uit om zo lastige en kritische journalisten te omzeilen.

    Vanuit organisaties geredeneerd zou hij best gelijk kunnen hebben, maar wat als we kijken naar de ontvanger van de bladen: de lezers? Zij lezen de bladen graag en … steeds meer!

    Hoe kan dat nu toch? Zouden al die lezers blind zijn voor het gebrek aan kritische houding in de bladen die ze krijgen? Ik denk het niet: you can fool some people sometimes, but you can not fool all the people all the time. Nee dus – blijkt uit onderzoek dat reeds gedaan is.

    Aan de slag dus, Alexander! We weten wat de lezer er van vindt. Nu wil ik van jou graag horen wat precies de motieven van de organisaties zijn om zelf een blad uit te geven. Wel even netjes onderbouwen, alsjeblieft!

  3. Ik weet nog niet zo wat de lezers ervan vinden. Jullie noemen allerlei onderzoek, maar er staan geen links. Ik ben benieuwd naar die onderzoeken, maar waar kan ik ze inzien?

  4. Hier alvast het motief van het Openbaar Ministerie om te beginnen met OM Tube, geciteerd uit de nieuwjaarstoespraak van Harm Brouwer, voorzitter van het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie (http://www.om.nl/nieuws/speeches/32777/)

    “Jammer genoeg is en blijft de berichtgeving in de media erg gericht op incidenten. Komend jaar willen we minder energie kwijt zijn aan reageren en nog meer zelf het initiatief grijpen. We willen het verhaal van het OM actiever uitdragen. Dat zullen we onder meer doen via de start van OM-tv. OM-tv staat voor korte interviews met OM’ers op onze website naar aanleiding van actuele zaken. Zeg maar: onze eigen YouTube.”

    Motief lijkt me hier dus onvrede over de journalistiek. En dus niet zozeer om het publiek van dienst te zijn, maar om grip te krijgen op een gunstige beeldvorming van het OM in de samenleving.

  5. Theo Dersjant schreef op 24 juni 2008 om 16:26

    @ Alexander:
    Precies om die reden ben ik op zoek gegaan naar wat bedrijfsjournalisten die zich op internet presenteren, tegen potentiele klanten over zichzelf zeggen. Daar komt dienstbaarheid aan het publiek niet in de vocabulaire voor.

  6. felix schreef op 25 juni 2008 om 02:42

    Ten eerste kan ik net als Alexander nergens iets vinden over MediaTest 2007, dus de eerste vraag gaat over de omvang van het onderzoek. Deze cijfers lijken me zacht uitgedrukt ‘wat aan de hoge kant’:

    “driekwart van de bladen wordt voor de helft of meer gelezen, met een gemiddelde leestijd van 20 minuten”

    Ten tweede vraag ik me af of er, indien het onderzoek voldoende in omvang is geweest, ook is uitgesplitst op demografische categorien zoals met name naar leeftijd.

    Verder denk ik dat het aantal bedrijfsbladen de spuigaten uitloopt. Denk aan het mileu en aan het feit dat de kostprijs van al deze PR-uitingen/sluikreclame uiteindelijk weer aan de klant wordt doorberekend.

    Verder las ik deze quote:

    “waar het mijns inziens uiteindelijk om draait is waar het punt ligt waarop de lezers kwaliteit en journalistiek niveau van (gratis) relatiemedia goed genoeg vinden. Goed genoeg om voor gratis relatiemedia te kiezen in plaats van betaalde autonome media. ”

    Dat punt is volgens mij reeds lang bereikt. Gedrukte media, betaald of gratis, verdwijnt steeds vaker steeds minder gelezen ongezien de prullenbak in. Zeker in de categorie

  7. felix schreef op 25 juni 2008 om 02:44

    excuses voor de onderbreking mijn post gaat hier verder:

    Dat punt is volgens mij reeds lang bereikt. Gedrukte media, betaald of gratis, verdwijnt steeds vaker steeds minder gelezen ongezien de prullenbak in. Zeker in de categorie

  8. Sebastiaan van der Lubben schreef op 25 juni 2008 om 16:13

    “Het vervullen van onze maatschappelijke taak lukt beter wanneer de samenleving een evenwichtig beeld heeft van het OM”, gaat nog aan Alexanders citaat van Harm Brouwer vooraf. Dat voor de volledigheid.

    Brouwer is ontevreden over het beeld dat reguliere media over zijn en organisatie en het werk dat er wordt verricht, schetsen. Hij maakt dus gebruik van zijn recht om te informeren. Hij kondigt aan meer informatie te gaan verstrekken. Daar kan niemand tegen zijn. Ook Alexander niet, denk ik. Overigens zijn de hier aangekondigde multimediale plannen zeker niet nieuw.

    Het OM geeft al een tijdje het relatiemagazine Opportuun uit (zie link onder aan dit antwoord). Oplage: 7650 exemplaren. In het laatste nummer een aardig kritisch interview met hoogleraar strafrecht Ybo Buruma – de luis in de pels van het OM. De politie in Rotterdam zet filmpjes op YouTube in de hoop dat je meedenkt over de oplossing van een misdrijf. En de KLPD wil graag dat je meedenkt over zeer ernstige misdrijven op http://www.politieonderzoeken.nl. Eén zaak, een moord in Zwolle, kon mede door tips die mensen op deze site gaven, worden opgelost.

    Ik heb, ondanks al deze media, nooit iemand in mijn directe omgeving horen klagen dat hij een te positief beeld over het OM of de politie door de strot gedouwd krijgt. Dat, begrijp ik uit Alexanders antwoord, is wel de bedoeling van al die bedrijfsblaadjes. Ik proef uit deze multimediale experimenten inderdaad wel een hoop onvrede over de reguliere journalistiek.

    Ik begrijp alleen niet wat dat in hemelsnaam met bedrijfsjournalisten te maken heeft. Als instituties hun eigen informatie gaan uitgeven omdat ze vinden dat reguliere journalisten er blijkbaar een potje van maken … waar zit het probleem dan?

    Opportuun: http://www.om.nl/over_het_om/opportuun_jaargang_2008/
    Politie Rotterdam: http://www.youtube.com/user/PolitieWaterwegNoord

  9. Ik ben er niet tegen dat organisaties informatie verstrekken. Dat is ieders goed recht. Zoals eerder gezegd vind ik het best als ze zich blauw communiceren. Ik heb er alleen bezwaar tegen om dat gecommuniceer journalistiek te noemen.

  10. Sebastiaan van der Lubben schreef op 26 juni 2008 om 10:32

    Gelukkig zijn we het erover eens dat instituties informatie mogen verstrekken. Maar hoe? Wel, door gebruik te maken van journalistieke technieken.

    Door je als (bedrijfs)journalist binnen de organisatie die ene kritische vraag te stellen die ook reguliere journalisten stellen: wat wil mijn doelgroep over dit onderwerp weten en hoe kan ik dat zo waarheidsgetrouw, zo integer en duidelijk mogelijk communiceren?

    Zoals (reguliere) journalisten ook bij de krant doen. Tenminste, dat hoop ik oprecht. Dagelijks. We putten uit dezelfde toolkit, we streven hetzelfde na, we werken op dezelfde manier. We zijn, kortom, allemaal journalisten. When it talks like duck, walk like duck and looks like a duck … I think it is a duck!

  11. Sebastiaan van der Lubben schreef op 26 juni 2008 om 16:36

    Flauw. Maar het roept wel direct een leuke vraag op: wie zijn al die lelijke eendjes die de prachtige witte zwaan uit hun vijver weren? En waarom doen ze dat toch?

  12. Het was een inkoppertje na jouw vergelijking. Maar blijkbaar is de vergelijking niet zo flauw als hij lijkt, want je knoopt er meteen een relevante vraag aan vast.
    Tja, een antwoord op je vraag… Misschien is de zwaan wel heel groot en eet hij alle broodkruimels op voor de snaveltjes van die eendjes…

  13. Pingback: ‘Gewone’ journalistiek of bedrijfsjournalistiek: voor consumenten even betrouwbaar « De nieuwe reporter

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>