De vulgarisering van de media volgens Ben Knapen

Het is de schuld van internet. En een beetje van televisie. Vindt Ben Knapen. De oud-hoofdredacteur van NRC en oud-directeur van PCM hield vrijdag zijn oratie als bijzonder hoogleraar Media en Kwaliteit aan de Nijmeegse universiteit. Ik lees het en denk: dat de elite terugwijkt en het maatschappelijk debat daaronder lijdt, dat wist ik toch al?

Knapen maakt zich druk over de vulgarisering van de publieke ruimte, van het maatschappelijk debat zoals dat in en door de media zou moeten worden gevoerd. Daar zit wat in. We hebben meer media gekregen, meer televisie, meer gratis kranten, meer websites en die gedragen zich niet allemaal als een heer van stand. Sterker nog: ze stellen zich open voor de stem des volks, gedreven door commerciële belangen of ronduit overgenomen door dat volk.

Waar de elite in het nauw komt en de massa het woord neemt, wil het debat al snel verruwen. Daar kun je je zorgen over maken, zoals Knapen doet, maar heel opzienbarend is dat niet. In zijn oratie pleit hij ervoor dat media zich gaan onderscheiden, van de massa en van andere, plattere media – dat hele containerbegrip “media” zit Knapen ernstig in de weg.

Hij zegt het er niet met zoveel woorden bij, maar ik vermoed dat hij zich omlaag getrokken voelt door het gemiddelde. En ook daarin heeft hij natuurlijk gelijk: het beeld dat de samenleving heeft van de media is ten dele misvormd door de opkomst van hijgerige, platvloerse en hypende commerciële media.

Mediaraad

De burger moet mediawijs worden, is Knapens conclusie – een nogal tandeloze echo van wat tenminste sinds 2003 overheidsbeleid is. Serieuze media moeten zich onderscheiden, zegt Knapen verder, in wat me zijn meest stellige, oplossingsgerichte paragraaf lijkt. Ze moeten hun “triple-A” status verdienen door “een bepaald type van professionele spelregels in acht te nemen en () zich (te) durven onderwerpen aan het oordeel van een mediaraad, die handen en voeten heeft”.

Wat zou hij bedoelen?

We weten het vooralsnog niet. Het is natuurlijk denkbaar dat Knapens uitgesproken oratie dieper inging op het hoe en wat van die mediaraad. Maar wie af moet gaan op de bekorte versie zoals die vandaag in NRC is afgedrukt en op de site staat, kan alleen maar gissen. Dat is nogal teleurstellend omdat er over regulering van de media – ook van die verfoeide nieuwe media – de afgelopen jaren wel het een en ander is gezegd.

Ik denk dan onder andere aan het rapport van de commissie Dommering. Die groep juristen onder aanvoering van hoogleraar Egbert Dommering pleitte voor een zwaardere, eventueel door de overheid in het leven geroepen raad voor de journalistiek. Die zou de media de maat moeten nemen, wat in de praktijk zou betekenen dat er een hek om de beroepsgroep zou komen te staan. Daardoor krijg je officiële en niet-officiële journalisten, A en B-journo’s. Waarbij de eersten uiteraard meer rechten en mogelijkheden toekomen dan de rest.

Dat verdraagt zich slecht met de Nederlandse Grondwet en met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens – al zit er natuurlijk nog wel wat marge in de uitwerking van zo’n mediaraad. Maar waar Knapen in navolging van Dommering ongetwijfeld naar zoekt, is een herstel van de elite, niet eens om wille van die elite, zoveel arrogantie dicht ik hem niet toe, maar wel omdat hij er niet op vertrouwt dat het maatschappelijk debat het ook zonder die elite kan stellen, of met een elite die een toontje lager zingt.

Knapen zal mij wel rekenen tot de arbeideristische profeten van internet:

Veel internet is niets anders dan dom gedram en digitaal narcisme. De acceptatie, ja omarming van dit deel van de internetrevolutie is geschied door een coalitie die bestaat uit vulgair-marxisten van het egalitarisme en uit hogepriesters van de vrije markt. Ze hebben elkaar gevonden in een alles-is-gratis, alles-is-van-iedereen cultus en in een orgie van collectief non-conformisme. Internet heeft de publieke ruimte met een saus van hufterigheid overgoten.

Zo’n quote verraadt het probleem van Knapen. Hij begrijpt hoegenaamd niets van de netwerksamenleving waarvan internet het vehikel is. Hij ergert zich als een toerist in Amsterdam die alleen de Wallen bezoekt, zich verbaast over frietafval op straat en al bij binnenkomst op het station onheus bejegend en gerold werd. Hij weet niet wie de denkers van internet zijn, heeft Clay Shirky niet gelezen, of Yochai Benkler, noch Jay Rosen of Jeff Jarvis, noch Manuel Castells of Charles Leadbeater, hij weet niet wie Arianna Huffington is, of wat open source vermag.

Tenzij hij zijn deskundigheid knap verborgen heeft gehouden, lijkt Knapen zich te baseren op wat de traditionele media hem vertelden over “de media”. Dat leidt tot een verwrongen wereldbeeld, niet ongelijk aan dat van een gereformeerde dominee die gekneveld als prijsdier mee moet varen op een partyboot tijdens de Gay Parade.

Met zo’n perspectief op de media (“Het gaat allemaal naar de duivel”) zit er qua leerstoel Media en Kwaliteit natuurlijk niets anders op dan een mediaraad met handen en voeten. De nieuwe hoogleraar heeft in Nijmegen nog veel werk te doen.

[Dit stuk staat ook op MediaBlog]

11 reacties

  1. lia nijenbanning schreef op 23 juni 2008 om 18:20

    Henk, wat mij altijd weer opvalt, is dat iedereen al naar gelang zijn/haar eigen referentiekader, iets anders uit een stuk haalt. Wat mij in het verhaal van Knapen nu zo aansprak, is dat hij een soort overall-view probeert te geven op de media in het algemeen, én dat hij eens dieper ingaat op het fenomeen ´Spiegelung und Prägung´ dwz dat de media in wisselwerking bestaan. ´Enerzijds weerspiegelen zij wat leeft in de samenleving, anderzijds drukken zij een stempel op die samenleving.´ In al die jaren opleiding, heb ik daar op de school nog nooit van gehoord.

    Ik wil maar zeggen, zolang woorden als ´terrorist´ en ´verzetsstrijder´ in het woordenboek staan, leven we nog steeds in een land waar verschillende belangen niet zónder meer naast elkaar mogen bestaan, maar leven we in een land waar rechtspraak verworden is tot belangenbehartiging en het spekken van de kassen van advocaten. Noem mij een postmoderne denker of een strijder voor het individuele mensenrecht, zolang ook media niet inzien dat maatschappelijk evenwicht toch echt slechts voortkomt uit individueel evenwicht, en in plaats daarvan mee blijven doen met het drukken van stempels, of dat nou ´terrorist´ is of ´verzetsstrijder´, zullen mensen, of ze nou ‘terrorist’ zijn of ‘verzetsstrijder’, zich onveilig blijven voelen. Strijd jij rustig door voor een hoge profilering van ´t internet, maar laat Knapen z´n gang ook maar gaan. Kwaliteitsverbetering van de media is helemaal zo’n slecht item niet. groet!

  2. Ben Knapen, is dat niet de man die ooit bij PCM medeverantwoordelijk was voor allerlei defensieve internetprojecten, waar hij geen bal verstand van had en die stuk voor stuk volledig mislukt zijn? Ik wil maar zeggen: Knapen’s haat jegens internet is “duivels” verklaarbaar. Tjonge, wat zal-ie zich thuisvoelen op de leerstoel ‘Media & Kwaliteit’ – dan weet-ie tenminste zéker dat-ie niet NOG een keer gefopt wordt door vulgaire verschijnselen als ‘de tijdgeest’ of ‘de nieuwsconsuemnt van 2008′… Welterusten, Ben.

  3. Hallo, ik ben Bert Brussen en ik doe Ben Knapen na:

    “BAH! AL DIE JONGEREN MET HET HAAR TOT OVER DEN OOREN! VUILIGHEID IS HET! ONZE MAATSCHAPPIJ VERWORDT TOT EEN SODOM EN GOMORRA!”

    Tot zover mijn imitatie.

    Dan ga ik nu een paar uur de ogen uit mijn hoofd huilen vanwege het bestaan van dit soort potentieel machtige individuen.

  4. Micha Kat schreef op 24 juni 2008 om 07:52

    @Hans
    Ach, er is NOG een reden waarom Ben Knapen niet echt enthousiast is over internet.
    http://www.google.nl/search?hl=nl&q=%22Ben+Knapen%22&btnG=Google+zoeken&meta=
    Hij wil gewoon dat de ‘elite’ controle heeft over de media zodat het falen en de manipulaties van diezelfde elite onder het tapijt kunnen blijven.
    Ik wens de studenten van Ben fijne en vooral elitaire jaren toe!

  5. Elitaire jaren in Nijmegen? Yeah, right.
    Op de Radboud Universiteit denken ze nog dat “dat internet nog eens heel groot gaat worden”, vandaar dat Ben Knaapje uitgerekend daar hoogleraar is geworden. Daar begrijpt de elite hem tenminste nog.

  6. @Micha. Voor de goede orde: ik heb niks tegen elites & je mag (of moet) natuurlijk reflecteren op de kwaliteit van de media. Het verschrikkelijke van Knapen & co is alleen dat het denken er niet begint, maar ophoudt, en dat de uitkomst van tevoren vaststaat. Zij blijven metselen aan bestaande muren in een universum dat allang ‘vloeibaar’ is geworden.

  7. Micha Kat schreef op 25 juni 2008 om 07:23

    Het spoor van vernieling en verwoesting dat Knapen reeds door journalistiek Nederland heeft getrokken krijgt te Nijmegen een waardig vervolg: er moeten tenslotte ‘nieuwe Knapentjes’ worden gefabriceerd om de legers van de elite in de toekomst te kunnen aanvoeren bij hun kruistochten tegen alle media die ‘onvoldoende kwaliteit’ blijken te bezitten, zulks uiteraard vastgesteld na strikt wetenschappelijke en bijgevolg volstrekt onafhankelijke en ook onpartijdige toetsing!

  8. Pingback: Marie-Jose Klaver » Vakliteratuur over internet

  9. Edwin schreef op 25 juni 2008 om 19:45

    Een prachtige bijdrage, meneer Blanken!

  10. Ik kan het niet beter zeggen dan Hans van Willigenburg: muren willen metselen in een vloeibaar universum. Saillant detail is dat Henk Blanken met zijn ethische code van een tijdje terug precies dezelfde denkfout maakt als degene die hij hierboven bekritiseert. Een ethische code zorgt immers ook voor A- en B-journo’s: hoewel je zelf bepaalt of je je eraan houdt of niet, wordt zoiets door een beroepsgroep gebruikt om zich een bijzondere (eerbiedwaardige, betrouwbare, etc) status aan te meten.

    Maar een open informatiesamenleving met vrije toegang tot de publieke sfeer heeft slimmere mechanismes nodig om relevantie, kwaliteit, betrouwbaarheid enzovoort te produceren. Het succes van Google en Wikipedia is gebaseerd op hun vermogen om relevantie te produceren op een gedistribueerde, niet-geïnstitutionaliseerde wijze. Google doet dat door o.a. het linkgedrag van alle websites ter wereld te analyseren en daar conclusies uit te trekken; wikipedia doet het door iedereen gelegenheid te geven een bijdrage aan een encyclopedie te leveren.

    Ook in die systemen vormen zich elites – maar die laten zich niet vangen in kwaliteitsstempels, en laten zich niet organiseren in redacties of instituties. Wat me stoort aan het verhaal van Knapen, is dat er een gebrek aan gezonde nieuwsgierigheid naar deze mechanismen spreekt. Misschien is het omdat daarmee het wezen van de journalistiek bedreigen – omdat journalistiek alleen lijkt te kunnen worden bedreven door mensen die zich journalist noemen, waarmee de term wellicht niet ‘vloeibaar’ genoeg is voor het internet?

  11. @Jaap: Onder andere door jouw reactie op het concept voor de code van het Genootschap van Hoofdredacteuren, hebben we in de definitieve versie juist de passage waar jij nu op doelt geschrapt. De tweedeling tussen A en B journo’s is daarmee weg. Volgens het Genootschap gaat het er niet om wie journalist is, maar wat journalistiek is.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>