Tijdens een door Miramedia georganiseerde workshop in Hilversum, haalde Tanja Jadnanansing van NOS Headlines vanmiddag een herinnering op aan een curieus experiment. Tijdens reportages merkten jonge reporters van Headlines hoe het merk “NOS” bij allochtone jongeren op straat vijandigheid opriep. De reacties varieerden van afwijzing tot fysieke agressie. Daarom besloten ze om in plaats van de NOS-plopkappen die van het de multiculturele radiozender FunX om de microfoon te doen en het hielp meteen – het vertrouwen in de afzender schoot omhoog, en daarmee de coöperatieve houding. Pijnlijk maar leerzaam, concludeerde Jadnanansing. Klopt, bevestigde Mezen Dannawi, directeur van FunX, de vraag naar de afzender is op de allochtone markt vaak van doorslaggevend belang.
Dat zulk wantrouwen jegens de mainstream media zou afnemen door daar meer allochtone journalisten aan te stellen, is geen nieuwe gedachte. Het wordt al een kwart eeuw bepleit en hier en daar ook gepraktizeerd. Maar de kleuring van redacties stagneert, klonk het tijdens de workshop. Niet alleen zijn de Nederlandse journalisten nog vrijwel allemaal van autochtone herkomst, ook de bereidwilligheid hapert. Ed Klute, directeur van MiraMedia, verhaalde hoe na de grote aardbevingsramp in Turkije blanke, van gezicht bekende verslaggevers van nieuwsprogramma’s voorrang kregen boven de Nederlandse journalisten van Turkse afkomst, ook al waren die in de contacten met de bevolking ter plaatse door hun beheersing van de Turkse taal in het voordeel geweest.
Tanja Jadnanansing vertelde dat het NOS-Journaal de afgelopen jaren wel pogingen heeft gedaan een multicultureler gezicht te krijgen maar dat de meeste verslaggevers in kwestie inmiddels weer vertrokken zijn. Onder hen een in haar ogen buitengewoon talentvol iemand die nu bij Multiculturele Televisie Nederland werkt. De reden? Ze worden er, aldus Jadnanansing, niet altijd even leuk behandeld (deze opmerking deed mij denken aan de documentaire Het Schitterende Scherm, in 2006 door Pieter Fleury in opdracht van het jubilerende Journaal gemaakt – een aankomend journalist van allochtone herkomst werd daarin op pijnlijke wijze als dilettant neergezet).
Mohammed el Aissati van Maroc.nl bracht tijdens de workshop ter sprake dat het dragen van een hoofddoek een belemmering vormt om in de Nederlandse journalistiek carrière te maken.
Hij wilde best erkennen dat de vraag bij media naar allochone journalisten is toegenomen; maar volgens hem heeft die zich niet vertaald in een andere sfeer op de werkvloer. Nogal wat mensen vielen hem bij. Maar niet iedereen deelde zijn mening. Joop Fleuren van de journalistenopleiding aan de Fontys Hogeschool vertelde dat er bij media veel vraag is naar allochtone stagiaires, hoofddoek of niet; de vraag is zelfs groter dan het aanbod. En hij voegde eraan toe dat de vraag doorgaans niet plichtmatig is maar voortkomt uit de oprechte wens de redactie een multicultureler gezicht te geven.
Over de vraag welke strategie tot meer vertrouwen in afzenders moet leiden, waren de aanwezigen het niet eens. NPS, FunX en MTNL moeten doorgaan met hun multiculturele programmering, dat was voor iedereen een uitgemaakte zaak. Maar afgaand op het eerder beschreven wantrouwen is er meer nodig. Het voorbeeld van FunX suggereert dat je met een nieuw multicultureel merk en een daaraan aangepaste staf, pas echt een stap in de goede richting zet.
Nawoord
Hans Laroes, hoofdredacteur van het NOS-Journaal, laat in een reactie weten het “prima te vinden dat Tanja gezegd heet wat ze zei, over hoe moeizaam het allemaal gaat.”