‘Op internet doet de kwaliteit er niet zo toe’

De tijd die we aan internet besteden neemt enorm toe. En video zorgt voor de grootste groei. Dat claimden tenminste verschillende sprekers op het Mediapark Jaarcongres dat op dinsdag 16 juni werd gehouden in Hilversum. Daarbij kwamen twee interessante maar tegengestelde ontwikkelingen aan het licht. Aan de ene kant maken steeds meer partijen (video)content voor steeds kleinere doelgroepen. Dat betekent vaak: lagere productiekosten en dus ook een lagere programmakwaliteit, zo stelde David Jan Janse van RaboTV – een van die nieuwe spelers. ‘Maar voor internet maakt dat niet uit’

Tegelijkertijd nemen de technologische mogelijkheden juist toe: De verkoop van HD-tv’s stijgt. En op het congres werd alweer de volgende technologische ontwikkeling getoond: 4k – met vier keer zoveel pixels als HDTV en 16 kanaals geluid. Het videobeeld krijgt zo aan de ene kant minder pixels en is te bekijken via de kleine schermen van iPod en mobiele telefoon. En tegelijkertijd krijgt het beeld juist zoveel meer pixels dat het wellicht beter is om over totaal verschillende media te spreken, in plaats van over simpelweg ‘video’.

Vier keer zo scherp als HD
Om met die laatste ontwikkeling te beginnen: Laurens van de Oever van GFK Marketing Services liet zien dat alleen al tijdens dit EK 160.000 HD-tv’s worden verkocht. Eind dit jaar staat in 40 procent van de huishoudens zo’n plat scherm met hoge beeldkwaliteit.

Een van de meest indrukwekkende presentaties van de dag was de projectie van videobeelden die Frank Kresin van Waag Society in 4k-kwaliteit liet zien. Een film van 1,5 uur neemt in deze kwaliteit 1200 DVD’s in beslag.

Opnames van een opera op het Holland festival waren zo overdonderend dat het voor mij voor het eerst leek alsof ik echt live bij een evenement aanwezig was in plaats van dat ik naar een registratie keek. 4k-technologie wordt ook gebruikt in de wetenschap voor het maken van uiterst gedetailleerde visualisaties van bijvoorbeeld de Melkweg of van een orkaan waar je met de camera door heen kunt vliegen.

HD en 4k bieden ook nieuwe mogelijkheden voor het maken van programma’s. Meer pixels betekent meer mogelijkheden voor detaillering. De scherptediepte is groter (maar daardoor vallen ook bordkartonnen decors sneller op!). Er kan meer tegelijkertijd in het beeld gebeuren, zoals animatiefilmer/kusntenaar Maarten de Heer liet zien in een speciaal voor het 4k-systeem gemaakte animatie Handelingen. Dat werk bestaat uit beelden van een sim-city achtige stad. Op allerlei plekken op het scherm gebeurt van alles tegelijk. De brug over de rivier gaat open. Auto’s rijden rond. Er breekt brand uit. De ambulance rukt uit. Op een kleiner scherm met lagere resolutie zouden de uiterst gedetailleerde bewegingen simpelweg verloren gaan.

Aan deze nieuwe ontwikkelingen hangt – in ieder geval voorlopig nog – wel een prijskaartje. Het maken van HD-televisie is ook 10-20 procent duurder dan traditionele televisie. En al die extra details in beeld kosten natuurlijk ook extra manuren.

The people formerly known as advertisers
Andere presentaties gingen juist in op de opmars van video op internet. Zo vertelde Marianne Zwagerman van De Telegraaf dat het concern veel verwacht van de opkomst van internetvideo. ‘De Telegraaf wil graag het gesprek van de dag bepalen, en dat kunnen we omdat we weten wat er leeft in Nederland’. Dat deed De Telegraaf tot nog toe vooral via de krant. Maar internetvideo speelt daar een steeds belangrijkere rol in. Dumpert is volgens haar al de meest bekeken videosite in Nederland. En GeenStijl doet ‘wat De Telegraaf altijd al deed, maar dan op een nieuwe manier’. Soms wordt er ook cross-mediaal gewerkt: in de krant wordt een videochat aangekondigd met Hans Klok. Lezers kunnen vragen voorleggen en een verslag van het gesprek staat de dag erna groot op de Privé-pagina. ‘Dat levert vaak mooie onthullingen op. Kijkers stellen vaak onbeschaamde vragen waarop de geïnterviewde antwoordt nog voor hij doorheeft wat de vraag eigenlijk behelst.’

Bij ‘nieuwe manieren van het gesprek bepalen’ horen ook nieuwe financieringsmodellen. ‘Daarbij werken we samen met bedrijven die we vroeger adverteerders noemden.’ Dat gebeurt in een ‘hybride model’: journalistieke onafhankelijkheid wordt gekoppeld aan de doelen van de partners. Bijvoorbeeld: het ministerie van defensie betaalde De Telegraaf voor een serie videoreportages van GeenStijl-agent provocateur Rutger. Rutger werd uitgenodigd op trainingskamp in Noorwegen en ‘mocht zich daar misdragen zoals hij dat altijd doet.’ De filmpjes werden een groot succes: er keken ruim een miljoen mensen naar, waarvan er inmiddels 150 bij de landmacht in opleiding zijn. ‘Dat was voor hen de meest succesvolle campagne ooit.’

YAP TV: voor Young Agri Professionals
Er melden zich ook nieuwe spelers op de videomarkt. Een groot deel daarvan komt uit het bedrijfsleven. Marketeers willen graag een 1-op-1 relatie met hun klant, en zien internetvideo als een geschikt middel daartoe. Zo ook de Rabobank. Deze bank experimenteert al enige tijd met internetvideo. Zo is er een Rabosport Tv kanaal op youtube. Er is YAP-tv: een programma voor Young Agri Professionals, een kleine maar zeer trouwe doelgroep. En video wordt gebruikt om producten zoals hypotheken uit te leggen.

Marketeers blijken zo vaak op een innovatieve manier met digitale video om te gaan. Ze worden minder belemmerd door institutionele tradities en volgen simpelweg het publiek. Wil het publiek vanachter zijn pc de Tour de France volgen? Dan maken ze een widget waarmee ze elke dag gemakkelijk tourbeelden kunnen bekijken. Bij een televisieprogramma over huizen worden interactieve gadgets toegevoegd als een hypotheekcalculator. En, zo legt Janse uit, het aardige van Youtube is dat kijkers gemakkelijk hun eigen filmpjes toe kunnen voegen. Bij beeldmateriaal van Anky van Grunsven plaatsen zij beelden van hun eigen paarden. ‘Zo ontstaat al snel een community’.

Al is het allemaal nog wat experimenteren, geeft Janse toe. Maar er zijn ook al enkele successen. Zo keken 150 duizend mensen naar een filmpje waarin wielrenner Theo Bos met een dikke honderd kilometer per uur achter een auto aan scheurt. De beelden zijn van een slechte kwaliteit, maar dat maakt niet uit, zegt Janse. Het is gewoon een leuk filmpje om naar te kijken. Op internet bereik je meestal kleinere groepen, en dus moet het goedkoper. ‘En daar moeten jullie een oplossing voor vinden’, sprak hij het publiek toe. De Rabobank wil met haar videoprogrammering niet concurreren met de grote televisiestations. Die zullen wel blijven bestaan, denkt Janse. ‘Wij mikken op het publiek verderop in de Long Tail.’ Dat zijn kleine maar specifieke en geïnteresseerde publieken. ‘Daarvoor zijn nieuwe makers nodig, voor een nieuw goedkoop bereik. Ruk dus eens niet uit met 9 camera’s. Op internet doet de kwaliteit er niet zo toe.’

Maar is dat ook zo? Doet de kwaliteit er echt niet toe op internet? Hebben we genoeg aan geinige filmpjes die iedereen graag aan zijn collega’s doorstuurt en wat losse flitsen van spectaculaire gebeurtenissen? Of is er niet ook juist een taak weggelegd voor een publieke omroep om daarnaast wel kwalitatief interessante programma’s te maken – ook voor kleinere doelgroepen? Waarschijnlijk vinden ze bij de PO van wel, maar helaas kwamen zij – op een interview met de nieuwe topman Henk Hagoort (die ongeveer hetzelfde vertelde als in dit interview) na – te weinig aan het woord. De focus van het congres lag naar mijn smaak iets te veel op de business modellen achter nieuwe media. Het zou mooi zijn als een volgende editie van het congres daarnaast wat meer nadruk zou leggen op de inhoudelijke aspecten van nieuwe media.


2 reacties:

erwin blom
18 juni, 2008

Je maakt nu een gedachtenfout. Hij zei mijns inziens niet dat kwaliteit er niet toe doet. Hij zei dat technische kwaliteit (veel camera’s, dure camera’s e.d.) op internet veel minder belangrijk is dan inhoudelijke kwaliteit. Heeft het filmpje, het verhaal, waarde voor je. Dat is waar het om gaat. En dan kan een filmpje net zo goed met een eenvoudige camera en zonder ingewikkelde (want dure door tijdsintensiviteit) montages tot stand zijn gekomen. Het moet van waarde voor de ontvanger zijn. En dat kan zonder dure meercamera regie of meersporen audio.

Martijn de Waal
18 juni, 2008

Ja, daar heb je gelijk in. Het kan inderdaad zo zijn dat je met weinig middelen leuke filmpjes maakt, het filmpje van Theo Bos is daar een voorbeeld van. Dat spreekt veel mensen aan en heeft een bepaalde emotionele kwaliteit. De Rabobank zet daar vooral ook op in, en dat doen ze slim.

Maar naar mijn idee had hij het niet alleen over de technische kwaliteit. Met een kleine redactie en lage budgetten kun je nu eenmaal minder doen, en dat zie je ook inhoudelijk terug. (Al is een grote redactie natuurlijk geen garantie voor goede programma’s).

Mijn punt is: de Rabobank heeft gelijk dat je met minder middelen prima kleine publieken kunt bereiken. Daar heb je niet per hele gelikte producties voor nodig. Maar tegelijkertijd geldt dat je ook voor kleinere publieken op andere momenten wel flink uit mag pakken. Met een uitgebreide redactie en goede beeldkwaliteit. Het is niet het een of het ander. Het is het een en het ander.


Laat een reactie achter »