Twitter als journalistiek medium

“Wat een flutmedium”, schreef Olaf Koens in september vorig jaar over Twitter. Een maand geleden gaf hij de mini-blogdienst een nieuwe kans. Inmiddels is hij bekeerd: hij kan niet meer zonder. “Wanneer ik in mijn journalistieke agenda kijk zie ik dat ruim driekwart van mijn komend schrijfwerk op de een of andere manier met Twitter te maken heeft.”

Vorig jaar las ik hier bij De Nieuwe Reporter voor het eerst over Twitter. Het concept is lastig uit te leggen, maar de essentie is dat je in korte berichtjes – maximaal 140 tekens – uitlegt wat je op dat moment doet. Je voegt andere gebruikers toe en voor je het weet heb je een netwerk van mensen van wie je ongeveer weet wat ze doen. En dus van wat er – in bredere zin – gaande is. Deze video legt het concept nog eens uit.

Vorige zomer dus schreef Fransico van Jole hier bij De Nieuwe Reporter over Twitter. “Leuk”, schreef ik als commentaar onder zijn bijdrage, “Ik begin de mogelijkheden te zien”. Een ‘account’ is zomaar aangemaakt en ik begon als een gek mensen toe te voegen. Journalisten, oude bekenden, web 2.0 ontwikkelaars, marketingmensen en iedereen die ik maar kon vinden. Van Balkenende tot Borat.

Een paar weken ging dat zo door. Veel vrienden had ik uiteindelijk niet. Bovendien: erg interessant was het allemaal niet. ‘X neemt de auto naar Rotterdam’. Of: ‘Koffie!’.

Moskouse boekhandel
Het enige noemenswaardige wat ik me kan herinneren gebeurde in een Moskouse boekhandel in het verlengde van de Tverskajastraat. Ik zag iemand vanaf zijn mobiele telefoon Twitter updaten. We raakten aan de praat en al sneel bleek dat hij achter de knoppen zat van mijn favoriete website. Een dag later Twitterde ik hem een aantal suggesties voor die website. Een week later was de site compleet vernieuwd. Ook leuk: een Twitteraar wees me op een concertzaal waar ik niet eerder was geweest. Dat was het wel.

En dus bracht ik mijn Twitter ‘in winterslaap’. Ik schreef een laatste bericht en nam me voor het programma voortaan links te laten liggen. Niet verwonderlijk: geen van mijn Twitter-vrienden liet nog iets van zich horen.

Om het geheel af te sluiten schreef ik een korte rectificatie onder mijn eerdere commentaar bij De Nieuwe Reporter. Twitter was niets voor mij. Daarop vroeg de redactie of ik niet een groter stuk over Twitter wou schrijven. Dat heb ik geweigerd, ik was immers geen ‘web 2.0 expert’ en ik hou er niet zo van dingen de grond in te schrijven.

Een faliekant mislukt experiment
En dat bleef knagen. Als freelance journalist opdrachten afslaan, dat is natuurlijk broodroof. Bovendien kreeg ik nog af en toe e-mailtjes ‘XXXX is now following you on Twitter’. Ongeveer een maand geleden besloot ik mijn account – als experiment – weer eens leven in te blazen, vooral om te kijken wat je er journalistiek gezien uit kunt halen.

Dat experiment is faliekant mislukt. Ik had een notitieblokje naast mijn computer liggen waarop ik de eerste vijf dagen keurig wist bij te houden hoe ik bij welke link kwam en wat ik daar vervolgens mee deed. Niet simpel. Na een paar dagen bleek al dat Twitter mijn journalistieke gevolg bijna domineerde.

Ruim een maand later overtreft het al mijn verwachtingen. Dat notitieblok ligt al weken bij het oud papier. Wanneer ik in mijn journalistieke agenda kijk zie ik dat ruim driekwart van mijn komend schrijfwerk op de een of andere manier met Twitter te maken heeft.

Zo ga ik komende maand op reportage in Oekraïne. Ik bezoek een Belgische bierbrouwer (ik las van een Oekraïense Twitteraar dat hij een bepaald biertje dronk), schrijf een reportage over de stad Kharkiv (een Nederlandse Twitteraar gaf me die tip). Ik werk aan een interview dat inhaakt op de discussie over ‘Het Maakbare Nieuws’. Het verschijnen van dat boek en de commotie in de Nederlandse pers is volledig tot me gekomen via Twitter.

Een argeloze link naar een video die een Nederlandse Twitteraar me doorspeelde heeft inmiddels tot gevolg dat ik over twee maanden een videoproject in Rusland coördineer. Bovendien ben ik, behalve voor DNR, nu ook voor de Belgische en Britse pers bezig met een stuk over Twitter.

Twitter als journalistiek medium
Stel een vraag in Twitter en je krijgt een antwoord. “Waar kan ik het nieuwe dEUS album vinden?”, “Heeft er iemand een suggestie voor een bijdrage op Sargasso?” en “Wat is ‘kies’ in het Engels?” (antwoord: a ‘molar’ of ‘grinder’ – bedankt!)

Bovendien is Twitter razendsnel. Een aardbeving in China? Dat las ik ruim 5 uur voor het gebracht werd in de Nederlandse media. Brand bij Bouwkunde in Delft? Ik dacht in eerste instantie dat het om een grap ging omdat ik het in de media niet terug kon vinden. Niets minder waar, het was nog niet gemeld.

Eigenlijk had ik op dit moment in Georgië moeten zijn. Het caucasuslandje hield vorige week verkiezingen en de oppositie en president Saakasjvili leven op gespannen voet. Helaas had ik andere verplichtingen. Geen nood: Ik volg Georgische Twitteraars en zelfs internationale waarnemers die me via Twitter op de hoogte houden.

Ik volg een aantal mensen die bij dagblad ‘De Pers’ werken. Soms lees je nieuws op Twitter voor het online staat bij De Pers. Onbewust doe ik hetzelfde. Wanneer ik voor het ANP een selectie maak van het Russische nieuws haal ik de interessante links er uit en plaats ze op Twitter. Er zit zeker anderhalf uur tussen dat moment en het moment waarop een redactie dat ANP bericht online zet. Zulke tijdswinst kan doorslaggevend zijn.

Vorige maand probeerde ik in Damascus een reportage te schrijven over internetfiltering. Dat is me maar ten dele gelukt. De enige mensen die ik sprak waren de systeembeheerders van internetcafés en een paar bloggers die vooral niet genoemd wilden worden. Had ik in die tijd simpelweg bij twitter.com op ‘Damascus’ gezocht was ik ongetwijfeld een stuk verder gekomen.

Het verhaal van Berkeley-student James Karl uit het Midden-Oosten is nog beter. Hij fotografeerde een demonstratie in Cairo en vond zichzelf terug in een Egyptische cel. Hij Twitterde ‘gearresteerd’. De volgende ochtend stond hij als een vrij man weer op straat. Zijn universiteit had ondertussen een lokale advocaat ingehuurd en zijn vrienden hadden de ambassade en de internationale pers ingeschakeld.

‘Leef verborgen Igor!’
Toch valt er een hoop op Twitter aan te merken. In de eerste plaats werkt het vaak niet, of slechts half. Doordat het medium plots veel meer gebruikers is gaan krijgen staan de technici voor veelal onoplosbare problemen. Ik heb me laten vertellen dat Twitter in de verkeerde programmeertaal is geschreven om zulke explosieve groei te faciliteren. Het programma staat eigenlijk nog in zijn kinderschoenen. Ook ontbreekt er een fatsoenlijke zoekfunctie en zijn er problemen met de archieven.

De fanatieke gebruikers van Twitter zijn vooral de ‘early adoptors’, mensen die in een vroeg stadium nieuwe snufjes omarmen. Journalisten, bloggers en mensen in de marketingwereld. Deze groep heeft in de begindagen van een programma of systeem altijd de vervelende neiging bij elkaar te komen. Dat zag je in de begindagen van de Nederlandse blogs en dat zie je weer met Twitter. Ik kreeg er tabak van toen alle Twitteraars ergens in Nederland gingen BBQ’en en onlangs weer toen een hoop gebruikers zich – compleet met ‘s lands meest onbeschofte presentator – in het Vondelpark verzamelden.

Veel van mijn Russische vrienden waren benieuwd naar Twitter. Toen ik het concept uitlegde aan mijn vriend Igor zei hij: “Ha! Dus iedereen kan precies lezen wat je aan het doen bent”. Daar kon ik weinig tegen inbrengen. Igor vervolgde: “Misschien ben ik paranoïde en misschien speelt het KGB-verleden van mijn familie een rol, maar er is altijd een stem die me influistert ‘Leef verborgen Igor! Dat Twitter – dat is dus niets voor mij”.

Gelukkig zijn er ‘private messages’ voor Twitteraars onderling. Daar moet je een balans zien te vinden. Ik zou Maarten Reijnders van De Nieuwe Reporter bijvoorbeeld ‘en plein public’ voorstellen deze bijdrage te leveren, maar laat onze interne afspraken buiten de publieke Twitterstroom.

De wereld draait
Het cliché wil dat het ‘niemand wat interesseert’. Het zijn allemaal zinloze berichtjes, die Twitter-updates. Denk aan het beeld van een meisje dat achter haar computer zit en schrijft: ‘ik neem een douche’ en vijf minuten later met natte haren uit de badkamer springt voor een update: ‘nu haren wassen’.

Ook dat is waar. Maar ergens heeft het wel iets. Iets geruststellends. Iemand brengt zijn kinderen naar school, een ander koopt een koe en een derde vliegt een klein vliegtuigje naar Texel. De wereld draait.

Bovendien is het een soort Toren van Babel. Ik heb behalve veel Nederlanders en Belgen een hoop Fransen, Russen, Oekraïners, Amerikanen, Palestijnen, Egyptenaren en Iraniërs in mijn lijst staan. Vooral de berichten in het Arabisch of Farsi begrijp ik niet of nauwelijks.

Een Russische Twitteraar schreef me onlangs: “Wat is dat toch in hemelsnaam voor vreemde taal waarin de meeste van jouw berichten voorbij vliegen – het lijkt op Duits”. “Nederlands”, schreef ik terug. “Spreken ze in Brussel dan geen Belgisch?”, vroeg hij. Ik legde het uit. “Het is een beetje alsof je tegen het universum praat”, schreef hij later. “Zinvol is het niet, maar het heeft wel wat.”

Voor wie het nog niet ziet: Twitter is als een goed café op een drukke vrijdagmiddag. Aan de toog staan een hoop collega’s, wat oude bekenden, vrienden, vage kennissen en wildvreemden. Iedereen praat dwars door elkaar heen, vaak hoor je slechts vlagen van gesprekken. Men heeft het over persoonlijke ontboezemingen of voetbalwedstrijden, maar ook ‘breaking news’ en zaken die je nooit eerder wist. Een hoop lieden die ‘slap ouwehoeren’, zoals men dat zegt. Het leuke aan Twitter is dat je die gemakkelijk je café uitzet.

Ik voorspel dat op termijn Twitter voor journalisten wel eens zo onmisbaar kan worden als een goed café.

Olaf Koens

Olaf Koens (Châtillon-sur-Seine, 1985) werkt in Rusland en de voormalige Sovjet-Unie als correspondent voor de GPD. Op freelance-basis, want naast zijn dagbladenwerk schrijft hij voor verschillende Nederlandse, Belgische en Russische publicaties, waaronder het weekblad Knack en The Moscow Times. "In dit gedeelte van de wereld liggen prachtige verhalen zomaar op straat, die moeten wel verteld worden."

Alle artikelen van Olaf Koens op De Nieuwe Reporter.