De onzichtbaarheid van lokale journalisten

Regionale dagbladredacties schreeuwen moord en brand over de toekomst van de regionale journalistiek. Maar tegelijkertijd moet je voor innovatieve regionale journalistiek die gebruik maakt van de interactieve mogelijkheden van internet niet bij regionale dagbladen zijn. Waarom investeren regionale redacties zo weinig in het aanhalen van de band tussen journalisten en publiek?

Vorige week was er volop commotie over de regionale dagbladen van Wegener. De voorgenomen bezuinigingen en ontslagen zorgden voor een hoop ongerustheid over de toekomst van de regionale journalistiek. ‘Journalistiek in gevaar’, waarschuwde Tony van der Meulen, oud-hoofdredacteur van het Brabants Dagblad, in de Volkskrant van dinsdag 1 juli. ‘Regionale krant wordt tandeloze waakhond‘, voorspelde Trouw op 2 juli. Maar volgens Managersonline.nl moeten de Wegenerjournalisten niet zeuren: “Veel te lang beschouwden zij internet als een bedreiging in plaats van een kans. Met alle gevolgen van dien.”

Een rondje surfen langs de websites van Nederlandse regionale dagbladen maakt al snel duidelijk dat de kranten internet in elk geval niet hebben aangegrepen om de band met de regionale lezer aan te halen. Een eerste blik op de openingspagina’s wekt al meteen de indruk dat veel redacties niet met de volle honderd procent gaan voor hun ‘core business’: lokaal en regionaal nieuws. Op diverse startpagina’s staat veel nationaal en internationaal nieuws. Daarmee wedden redacties op meerdere paarden en dat lijkt me vooral een teken van gebrek aan zelfvertrouwen.

Maar wat vooral opvalt is het kille, afstandelijke en onpersoonlijke karakter van al die sites. De journalisten zijn onzichtbaar en onvindbaar, de mogelijkheden voor interactie zijn beperkt en er is geen nieuws op het niveau van buurten en wijken.

In 2004 schreef ik met mijn collega Liesbeth Hermans voor De Gelderlander een opiniestuk met enkele suggesties voor regionale dagbladen om internet te gebruiken om de banden met hun publiek aan te halen:

Wie nu de website van De Gelderlander (of een willekeurige andere krant) bezoekt, ziet berichten die ook in de papieren krant staan, wat je als lezer onmiddellijk doet afvragen waarom je zo’n dure krant zou kopen als het nieuws ook gratis te lezen is. Jammer is dat mogelijkheden om de website te gebruiken voor het aanhalen van de band met het lezerspubliek niet benut worden. Informatie over de journalisten die de krant maken, is nergens te vinden. Wie zijn die mensen, wat zijn hun specialismen, met welke verhalen houden ze zich op dit moment bezig en hoe kan ik ze direct bereiken, bijvoorbeeld via e-mail?

Journalisten van een regionaal dagblad zouden zichtbaar moeten zijn voor hun lezerspubliek. Van stadsverslaggevers zou je verwachten dat ze zich speciaal richten op een specifieke wijk en dan ook weten wat daar leeft en broeit. Toegankelijkheid naar lezers toe kan bevorderd worden door via de website kenbaar te maken wie de verslaggever in hun wijk is.

Mensen kunnen dan gericht contact zoeken, berichtgeving aanvullen, bekritiseren, tips aanleveren en onderwerpen aandragen die in hun wijk leven. Op die manier kan de kloof tussen burgers en journalistiek verkleind worden en bieden journalisten hun lezers nieuwe mogelijkheden om betrokken te raken bij de krant.

Vier jaar later is er in dit opzicht weinig veranderd. Vooralsnog ken ik in Nederland geen regionale kranten die internet hebben aangegrepen om de regionale en lokale journalistiek dichter bij de mensen te brengen.

Ik wil de bovengenoemde punten aanvullen met de suggestie dat het web ook de mogelijkheid biedt om ander en kleiner nieuws aan te bieden dan in de krant staat. Berichten uit dorpen, buurten en wijken zijn vaak niet ‘groot’ genoeg om in de krant te mogen maar kunnen wel prima op de website van een krant. Op een herkenbare plek zodat mensen snel het nieuws uit hun dorp, wijk of stadsdeel kunnen vinden. Maar ook hiervan ken ik geen voorbeelden. Natuurlijk, de Twentsche Courant Tubantia heeft de ‘dorpspleinen’. Veelzeggend genoeg zijn die ‘dorpspleinen‘ geen integraal onderdeel van de website van de krant; ze staan op een aparte site met een eigen url. Bovendien is die site bedoeld voor ‘user generated content’ en is het geen voorbeeld van samenwerking tussen journalisten en burgers; journalisten zijn op de dorpspleinen onzichtbaar.

Uitgerekend kranten met een lokale of regionele binding zouden hun voordeel kunnen doen met de mogelijkheden die internet biedt. De mogelijkheden zijn legio, dus waarom dat zo weinig gebeurt is mij een raadsel. Waarom zijn journalisten zo onzichtbaar voor hun lezers? Waarom zo weinig aandacht voor het ‘kleine’ nieuws uit buurten en wijken? Of zie ik de mooie voorbeelden over het hoofd?

Dit artikel verscheen eerder op het weblog van Alexander Pleijter.

8 reacties

  1. Regionale dagbladen zijn van oorsprong gericht op regio’s die groter zijn dan buurten, dorpen of steden. Écht lokale berichten vind je doorgaans in huis-aan-huiskranten (als ze het goed doen tenminste).

    Een voorbeeld waar ik zelf nauw bij betrokken ben is echo.nl. Dit is de overkoepelende naam van 58 lokale websites die gelieerd zijn aan de huis-aan-huiskranten van De Telegraaf.

    De sites worden ‘gevuld’ door de redacties van de printuitgaven en door de inwoners zelf (wij noemen ze ‘meeschrijvers’). Artikelen en foto’s die meeschrijvers op onze sites hebben geplaatst, worden vervolgens ook weer gebruikt in de krant. Zo ontstaat een samenspel tussen journalist en burger, waarbij alles is gericht op ‘klein’ nieuws uit buurten en wijken.

    Afijn, kijk voor een (in mijn ogen mooi) voorbeeld op http://www.echo.nl/overzicht, selecteer een editie en ik ben benieuwd wat je ervan vindt.

  2. Regionale kranten hebben het veel te druk met bezuinigen om aan innovatie te doen. Zoals ik het nu in mijn eigen regio zie, is er een kleine markt voor 1 lokaal krantje per gemeente, en misschien een lokale omroep/nieuwswebsite. Op dat niveau is innovatie ook nog wel redelijk vol te houden.
    Regionale kranten zijn zichzelf momenteel gewoon buiten spel aan het zetten. En dat is jammer. Want dat hoeft niet.Maar men vindt bezuinigen tegenwoordig belangrijker dan kwaliteit/lokale gebondenheid.

  3. Het zijn juist vaak puur lokale initiatieven die het (internet)gat van de regionale kranten oppikken. Met een commercieel businessmodel zoals http://www.sleutelstad.nl in Leiden of op non-profit basis zoals http://www.deteyding.nl in Teylingen (waarbij ik, voor de duidelijkheid, zelf betrokken ben). Door een sterke lokale binding en door het zich specifiek richten op internet slagen de makers er in grote groepen bezoekers te trekken. En ook adverteerders weten de weg naar deze sites te vinden.

    Veel regionale dagbladen lijken hun eigen internetsite vooral als een bedreiging voor de krant te zien. De HDC-sites laten van de lokale en regionale berichten maar een klein stukje zien. Voor het hele bericht moeten de site-bezoekers de krant maar kopen. Maar waarvoor bezoeken mensen die site? Juist voor dat lokale nieuws. Elke keer dat een bezoeker daarvoor op de site komt wordt hij of zij dus eigenlijk teleurgesteld. Je kunt wel hopen op die manier meer kranten te verkopen, maar bij internetbezoekers ben je alleen je merk op een negatieve manier aan het laden. Elk bezoek eindigt met een onbevredigend gevoel.

    Als je ‘het krantennieuws’ eigenlijk exclusief aan het papier wilt toevertrouwen is het inderdaad misschien een oplossing om op internet het lokale (buurt)nieuws te brengen dat de krant toch niet haalt. Dat betekent dan wel dat je eigenlijk iets op moet bouwen dat helemaal los staat van de krant. Met alle inzet en kosten die daarbij horen. Misschien dat daarom veel van de succesvolle lokale internetinitiatieven buiten de bestaande media om ontstaan. Dat maakt het mogelijk van nul te beginnen, zonder met andere zaken (media) rekening te houden.

  4. Alexander Pleijter schreef op 11 juli 2008 om 18:30

    Echo.nl is inderdaad een mooi voorbeeld van kleinschalige journalistiek met deelname van burgers. Jammer wel dat het nieuws niet per wijk is gerubriceerd. Als bezoeker kan je niet even snel het nieuws uit je wijk vinden.

    Journalisten zijn hier ook wel de grote afwezige. Zo kijken journalisten een soort anonieme macht. Dat vind ik niet van deze tijd.

  5. Moriarty schreef op 14 juli 2008 om 23:28

    Alsof het internet het ei van columbus is voor lokale sufferdjes die vooral gelezen worden door Ome Jan en Tante Truus. Ik weet niet in wat voor belevingswereld de Nieuwe Reporter zit maar misschien zouden jullie uit die hooghartige ivoren moeten komen en je eens verdiepen in lokale pers voordat je dit soort onzin uitkraamt. De lokale pers zit namelijk in een grote winterslaap en is daar nog niet uit ontwaakt. De lokale pers zou eens wat meer de luis in de pels moeten worden en wat minder kritiekloos en volgzaam moeten zijn maar misschien geldt dat wel voor de gehele journalistiek.

  6. Peter de Vries schreef op 15 juli 2008 om 10:05

    Waarom investeren regionale redacties zo weinig in het aanhalen van de band tussen journalisten en publiek? Het antwoord is simpel: (1) omdat redacties niet over investeringen gaan en hun uitgevers weinig investeren in innovatieve producten en (2) omdat de meeste dagbladbedrijven nog niet weten hoe ze geld moeten verdienen op internet.
    De verwijzing naar de post op Managersonline maakt dit probleem pijnlijk duidelijk. Daar wordt namelijk de stelling dat de Wegenerredacteuren niet moeten zeuren beargumenteerd met de volgende mededeling: ,, Nu internet een steeds belangrijker informatiemedium wordt, dalen de oplages van kranten spectaculair. Met als gevolg dat de aandeelhouders gaan morren. Die willen meer rendement, dus minder mensen en meer aandacht voor het (veel rendabelere) internet.’’
    Dat is echt met gierende banden door de bocht. De oplages van regionale kranten staan al sinds de jaren tachtig onder druk, door gezinsverdunning, de groei van het aantal allochtonen, de opmars van landelijke, regionale en lokale (soms commerciële) radio en tv, kortom: de verscherpte concurrentie. Die concurrentiestrijd zet zowel de inkomsten uit de betaalde oplage als de advertentieverdiensten onder druk. Maar dat het internet veel rendabeler is, is nog vrijwel nergens bewezen. De meeste uitgeverijen worstelen juist enorm met de vraag hoe ze geld kunnen verdienen met sites die het vooral van journalistieke content moeten hebben. Het Stimuleringsfonds voor de Pers schreef er recent een studie over die nauwelijks werd opgemerkt – alsof de dagbladuitgevers de hoop al een beetje hebben opgegeven.
    Je hebt gelijk dat het aanhalen van de band met het publiek en het bedienen van lezers met nog kleinschaliger nieuws twee belangrijke strategische routes zijn om als regionaal dagblad iets met internet te doen. Om die reden vind ik de Dorpspleinen van Tubantia juist interessant en vind ik het jammer dat ze zo weinig navolging krijgen. Het aantal door vrijwilligers (of gemeenten) gedreven lokale sites en buurtsites giert de pan uit.
    Maar de meeste (regionale én landelijke) kranten zitten in de praktijk gevangen in een denkraam dat wordt gedicteerd door efficiency, kostenreductie en centralisatie. Het is een soort McDonalds-filosofie, en zoals we weten innoveert deze fastfoodgigant op twee manieren: door eindeloos plakjes kaas of bacon en sausjes aan de bestaande hamburger toe te voegen – variaties op het basisthema – of door eindeloos nieuwe winkels te openen – eindeloze uitrol van het bestaande thema. De dagbladindustrie lijkt er daarentegen nog nauwelijks in geslaagd deze aanpak toe te passen door bijv. internet in te zetten als efficiencyinstrument of door op het web te variëren met content. En misschien moeten de regionale dagbladen voor het bedienen van de lokale markten wel gewoon nauwer gaan samenwerken met hun broeders en zusters van de huis-aan-huisbladen.

  7. Als je nu echt lokaal nieuws wilt hebben moet je kijken naar http://www.pen.nl Waarom gelijk kijken naar de grote jongens? Wij doen dit al 12 jaar!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>