Column no. 11 van Anneke van Ammelrooy
Klik hier voor deel 1 van ‘Elke avond een moslimterrorist‘.
Ik heb het boek met de bronnen voor Amerikaanse overheidsfinanciering van films en televisieseries toch in mijn Iraakse boekenkast gevonden. Jeroen Trommelen wilde bewijs, wilde “namen en rugnummers”. Hierbij dan. Ik behoor de informatie uit dagbladen zoals Variety, USA Today en The Guardian natuurlijk zelf in Hollywood te checken, maar dat is voor mij als DNR-columnist te duur want ik heb in Hollywood geen netwerk. De Nederlandse omroepen beschikken over meer middelen.
Onderzoek naar manipulatie in de massamedia richt zich meestal op nieuws, niet op entertainment. Ten onrechte?
Toen de onthulling de wereld rondging dat het Amerikaanse leger Iraakse kranten vierhonderd dollar per dag betaalde voor het plaatsen van pro-Amerikaanse artikelen, spraken ook de Nederlandse media er schande van.
Maar als onthuld wordt dat producers in Hollywood zich door de Amerikaanse overheid laten betalen of adviseren voor het verstoppen van bepaalde boodschappen in films en televisieseries, dan is dat heel wat anders blijkbaar, ook al worden films en series van Hollywood in tientallen landen inclusief Irak aan de man/vrouw gebracht. Het publiek voor Amerikaanse films en televisieseries is vele malen groter dan het Iraakse lezerspubliek en veel omvangrijker dan het publiek voor Amerikaans nieuws en de potentiële reikwijdte van boodschappen dus veel groter.
Misschien is het cynisme in de commerciële entertainment-wereld inmiddels zo groot dat het er niet toe doet wie ergens aan meebetaalt, “als het maar beweegt” en redelijke kijkcijfers scoort.
Ik weet niet of het Commissariaat voor de Media in Nederland volgens de wet een rol kan spelen op dit gebied, maar als de omroepen bijvoorbeeld niet willen melden dat een film in samenwerking met of met geld van de Amerikaanse regering is geproduceerd, dan moet het Commissariaat dit maar verplicht stellen op straffe van een fikse boete. Is dit verborgen reclame of niet? Het Nederlandse publiek heeft er recht op te weten hoe Hollywood in elkaar zit, temeer daar sponsoring van Nederlandse omroepen door Nederlanse ministeries officieel verboden is.
In Amerika kan men echter legaal tegen betaling propaganda in films en televisieprogramma’s stoppen en na 9/11 moreel verkopen als een vorm van patriottisme, bericht James Castonguay in het boek Rethinking Global Security – Media Popular Culture and the “War on Terror”.
Ik citeer:
‘Hoewel er veel media aandacht was voor de kritiek van Hollywood-beroemdheden op de oorlogen in Afghanistan en Irak, toonden de filmdivisies van de grote mediaconglomeraten zich vanaf het prille begin graag bereid om onderdeel van de oorlogsinspanningen te worden.
Variety meldde op 8 oktober 2001 dat “specialisten van de inlichtingendiensten van de overheid in het geheim bezig waren top Hollywood filmmakers en scenarioschrijvers te benaderen met het verzoek films over terrorisme te maken” door middel van “een unieke ad hoc werkgroep in het Institute for Creative Technology van de University of Southern California. De leden van de werkgroep waren Amerikaanse legerfunctionarissen en de schrijvers en regisseurs van [de film] Die Hard (John McTiernan, 1988), MacGyver (ABC, 1985-1992) en Delta Force One (Zito, 1999).”
Tijdens een bijeenkomst in november 2001 van presidentieel adviseur Karl Rove en managers van alle grote mediaconglomeraten, herinnerde Jack Valenti, hoofd van de Motion Pictures Association of America, de deelnemers … eraan: “Wij zijn niet beperkt tot maatregelen alleen in eigen land. De Amerikaanse entertainment-industrie heeft een uniek vermogen om wereldwijd publieksgroepen te bereiken.”
…
De CIA probeerde [eerder] pubieke steun voor zijn bestaan en begroting te verwerven. De CIA zocht actief naar projecten die het werk van de inlichtingendiensten tot thema hadden en voedde die met informatie door aanstelling van een vroeger CIA-functionaris uit Latijns Amerika die als fulltime liaisonambtenaar voor de entertainment industrie diende (Duncan Campbell in de Guardian van 6 september 2001).
De scripts van de geschrapte CBS-serie The Agency zijn ontwikkeld in nauwe samenwerking met de CIA; een deel van de pilot werd zelfs binnen het CIA-hoofdkwartier gefilmd. Volgens de creative supervisor van het programma, Wolfgang Peterson (regisseur van Das Boot uit 1981 en van Air Force One uit 1997): “Nu de Koude Oorlog voorbij is, vragen mensen zich af of we een CIA nodig hebben en dit is een perfecte gelegenheid om dat bevestigend te beantwoorden.”
The Agency werd geschrapt na 9/11, omdat de CIA in het oorspronkelijke verhaal een grote aanslag afwendt op het Harrods warenhuis in Londen. Dat was tamelijk moeilijk te verkopen nadat de CIA en andere inlichtingendiensten 9/11 niet hadden voorkomen.
James Castonguay noemt verder de ABC-serie Threat Matrix die volgens het vakblad Broadcasting & Cable geproduceerd wordt met inbreng van Defensiefunctionarissen en Congresleden als “consultants”. ABC heeft verder de voormalige adjunct-directeur van het National Security Agency, Bill Crowell, in dienst genomen. Threat Matrix werd gepromoot als “de eerste keer na 9/11 dat een serie focust op de Amerikaanse samenleving, op het heldendom en de menselijke kanten van de mensen die hun leven wijden aan de redding en bescherming van het land tegen de voortdurende terroristische dreigingen.”
Terwijl Threat Matrix en The Agency en ook andere series zoals 24 en The Grid fictie zijn, maakte de bekende producer Jerry Bruckheimer samen met regisseur Bertram Van Munster voor ABC een reality show met in de hoofdrol echte soldaten die in Afghanistan vechten. Deze serie, Profiles from the Front Line, verdween na enkele afleveringen van het scherm. Castonguay schrijft: “Dankzij de positieve relatie die Bruckheimer met het Pentagon ontwikkelde ten tijde van de productie van de film Black Hawk Down (2001), tekenden [vice-president] Dick Cheney en [toenmalig minister van Defensie] Donald Rumsfeld zonder enige reserve voor Profiles. “Natuurlijk nemen we een pro-militair, pro-Amerikaans standpunt in,” zei Van Munster tegen de pers (Variety, 20 februari 2002). “We gaan niet kritisch doen.”
2 reacties