Filantropie en non-profitjournalistiek in de VS (1)

geldvsDe traditionele financiering van kwaliteitsjournalistiek – advertenties op papier – valt deels weg door de komst van het internet. Welk economisch model garandeert dat journalisten hun maatschappelijke functie kunnen blijven vervullen? Helene Schilders, correspondent in de VS, ziet in dat land nieuwe mogelijkheden ontstaan. In een serie van drie artikelen schetst zij de opkomst van de non-profitjournalistiek, gefinancierd door filantropen, bedrijven en individuele nieuwsconsumenten.

Temidden van de niet aflatende berichtenstroom over dalende advertentie-inkomsten, dunnere kranten en ontslagrondes is er goed nieuws voor journalisten. In de Verenigde Staten is een nieuw, veelbelovend model in opkomst: journalistieke non-profits – organisaties zonder winstbejag – die worden gefinancierd door particuliere donoren.

Non-profits in de mediasector zijn niets nieuws in Amerika. Associated Press bijvoorbeeld bestaat al sinds de negentiende eeuw. Maar vanwege de problemen in de nieuwsindustrie stijgt het aantal nieuwe organisaties snel, met ProPublica als bekendste voorbeeld. De Californische ex-bankiers Herb en Marion Sandler financieren de onderzoeksredactie – met 25 journalisten waarschijnlijk de grootste in zijn soort in de VS – drie jaar lang met 10 miljoen dollar per jaar. Hoewel Amerikaanse filantropen traditioneel weinig oog hebben voor de journalistiek, zien de non-profits toenemende interesse om hieraan geld te geven.

“Steeds meer donoren maken zich zorgen over het verdwijnen van de watchdog-rol, historisch een rol van de media in Amerika, en het gevolg daarvan voor de democratie”, zegt Robert Rosenthal, directeur van het Center for Investigative Reporting. De journalistieke initiatieven richten zich op arbeidsintensieve, dure vormen van journalistiek, die grotendeels zijn wegbezuinigd in de VS, evenals in Nederland, zoals diepgravende buitenlandjournalistiek en vooral onderzoeksjournalistiek. Volgens een studie van Arizona State University uit 2005 had 37 procent van de honderd grootste dagbladen in de VS geen voltijds onderzoeksjournalisten meer. Verder had de meerderheid er slechts twee of minder.

Hoofdzakelijk freelancers
Nu is het niet zo dat particuliere financiering veel vaste banen creëert. De meeste non-profits werken hoofdzakelijk met freelancers, al kunnen journalisten in vaste dienst ook voorstellen indienen die hun werkgever niet wil of kan financieren. De non-profit begeleidt, als een redacteur, het project. Vernieuwend is dat deze tevens optreedt als een soort manager door vooraf financiering te regelen en het journalistieke eindproduct aan te bieden bij de reguliere media.

Een enkele keer betalen die media voor het resultaat, maar vaak krijgen ze het voor niets. “Omdat de distributie makkelijker is, kunnen we het geld voor de journalistieke inhoud gebruiken”, zegt Bill Buzenberg, directeur van het Center for Public Integrity, dat de Amerikaanse overheid onderzoekt.

Onder journalisten leidt die werkwijze echter ook tot kritiek: als non-profits hun werk weggeven aan commerciële media-ondernemingen, maken ze het deze nog makkelijker om te bezuinigen. Die kritiek negeert de realiteit, vindt Jon Sawyer, directeur van het Pulitzer Center on Crisis Reporting. “Media-ondernemingen investeren niet meer in bepaalde vormen van journalistiek en gaan dat ook niet meer doen.” Het mes snijdt aan twee kanten, meent Sawyer: de media krijgen verhalen die ze zelf niet meer maken “en wij krijgen toegang tot hun publiek”.

Multimediaal
Sawyer, zelf een ervaren buitenlandjournalist, stuurt sinds 2006 met geld van Emily Rauh Pulitzer, lid van de bekende krantenfamilie, journalisten naar buitenlandse gebieden die onderbelicht zijn in de Amerikaanse media. Het centrum werkt net als veel andere non-profits zoveel mogelijk multimediaal. Een reportage kan bijvoorbeeld in een krant worden gepubliceerd, tegelijk op televisie of radio worden uitgezonden en op de website van de non-profit te zien zijn. Het Pulitzer Center heeft een eigen zender op YouTube, experimenteert met een lesprogramma voor middelbare scholen en organiseert (betaalde) universitaire lezingen door de verslaggevers. “We marketen de unieke kennis van de journalist om de vraag naar meer informatie aan te wakkeren”, zegt Sawyer. “Dan hoeft de journalist niet 95 procent van het vergaarde materiaal weg te gooien.”

De omschakeling van een commercieel naar een non-profitmodel is evenwel geen soepele. Het runnen van een succesvolle non-profit-organisatie vereist vaardigheden die dun gezaaid zijn onder journalisten: donors bereid vinden aanzienlijke sommen geld te geven. De meeste journalisten die non-profits leiden voelen zich er ongemakkelijk bij. “Ik heb het nog lang niet onder de knie”, verzucht Sawyer.

Charles Lewis, voormalig directeur van het Center for Public Integrity, draaide er na vijftien jaar, waarin hij dertig miljoen dollar inzamelde, zijn hand niet meer voor om. “Ik was heel direct. Ik zei altijd: het machtsmisbruik loopt uit de hand en ik wil de hufters onderzoeken. Daar schreven sommige donors cheques van zeven cijfers voor uit.”

Het ruime jaarbudget van ProPublica doet andere non-profits watertanden. Zij moeten het stellen met enkele miljoenen dollars per jaar. Maar met particulier kapitaal, of het nu dertig miljoen of drieduizend dollar is, dient zich het grootste probleem in dit model aan: potentiële belangenverstrengeling (zie aflevering 2 in deze serie).

Invloed van filantropen
Twijfels over eventuele invloed van filantropen weerhoudt sommige media ervan het werk van non-profits te publiceren. Een ander obstakel is dat de media, die vanwege de moordende competitie hun eigen naamsbekendheid willen vergroten, niet happig zijn om anderen krediet te geven. Ondanks de spraakmakende verhalen en documentaires die de non-profits maken zijn ze dan ook niet bijster bekend.

De financiële voordelen van het non-profitmodel zijn volgens veel Amerikaanse opinieleiders in de journalistiek daarentegen zo groot dat het kan uitgroeien tot een tweede zakenmodel in de journalistiek. In Amerika is zelfs een toenemend aantal internet-kranten dat zonder winstoogmerk opereert.

De Knight Foundation, waarschijnlijk de grootste gever aan de journalistiek, riep tijdens een seminar in februari ruim tweehonderd communautaire stichtingen op journalistiek in hun gemeenschap te financieren. “Er is steeds minder lokaal nieuws, terwijl informatie een cruciale gemeenschapsbehoefte is in een democratie”, zegt Knight-CEO en president Alberto Ibargüen. “Tijdens het seminar beseften veel stichtingen voor het eerst dat zij hierin een rol kunnen spelen.”

Knight stelt voor de komende vijf jaar twintig miljoen dollar beschikbaar om de financiering van concrete ideeën aan te vullen en richtte een commissie op die het belastingbeleid wil veranderen, zodat “het nóg aantrekkelijker wordt om geld te geven aan journalistieke non-profits”, zegt Ibargüen.

Rosenthal van het Center for Investigative Reporting ziet het tij keren. Na jarenlang als het stiefkind te zijn behandeld zal journalistieke inhoud weer als waardevol worden beschouwd, “zolang die uniek is en van hoge kwaliteit”, zegt hij. “Ik denk dat zowel stichtingen als burgers er weer voor willen betalen. Een niet zo grote groep misschien, maar wel een invloedrijke groep.”

Lijst van journalistieke non-profits:

Nieuw

  • ProPublica in New York, www.propublica.org, ontvangt met ingang van 2008 drie jaar lang jaarlijks 10 miljoen dollar van Herb en Marion Sandler
  • Pulitzer Center on Crisis Reporting in Washington DC, www.pulitzercenter.org, heeft sinds 2006 bijna 1,5 miljoen dollar aan projecten uitgegeven. Ontvangt jaarlijks 400.000 dollar van Emily Rauh Pulitzer
  • Internet-kranten, waaronder Voice of San Diego, www.voiceofsandiego.org, MinnPost.com, www.minnpost.com, New Haven Independent, www.newhavenindependent.org en de online-kranten van het Center for Independent Media, http://newjournalist.org
  • Spot.us, een project van NewAssigment.net, www.spot.us

Ouder

  • Center for Investigative Reporting in Berkeley, www.centerforinvestigativereporting.org, bestaat sinds 1977. Heeft een jaarbudget van 2,2 miljoen dollar van grote groep donors. Plannen om regionale bureaus in Boston en Sacramento te openen en journalisten in Californië op te leiden in onderzoeksjournalistiek.
  • Center for Public Integrity in Washington DC, www.publicintegrity.org. Charles Lewis richtte het in 1989 in zijn eentje op. Toen hij in 2004 vertrok, had het Center 40 personeelsleden, 200 medewerkers en een internationaal consortium van freelance-onderzoeksjournalisten. Heeft nu een jaarbudget van 3 tot 4 miljoen dollar van groot aantal donors
  • Publiek radiostation National Public Radio, www.npr.org, opgericht in 1970, snelst groeiende journalistieke non-profit in VS
  • Publieke TV-zender Public Broadcasting Service, www.pbs.org, opgericht in 1969
  • Persbureau Associated Press, www.ap.org, opgericht in 1846, nu de oudste en grootste nieuwsorganisatie in de VS
  • Kranten en bladen, waaronder The Christian Science Monitor, St. Petersburg Times, Mother Jones, Harper’s en National Geographic.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>