Filantropie en non-profitjournalistiek in de VS (2)

geldvsDe traditionele financiering van kwaliteitsjournalistiek – advertenties op papier – valt deels weg door de komst van het internet. Welk economisch model garandeert dat journalisten hun maatschappelijke functie kunnen blijven vervullen? Hélène Schilders, correspondent in de VS, ziet in dat land nieuwe mogelijkheden ontstaan. In een serie van drie artikelen – vandaag aflevering 2 – schetst zij de opkomst van de non-profitjournalistiek, gefinancierd door filantropen, bedrijven en individuele nieuwsconsumenten.

Het non-profitmodel lost veel van de huidige financiële problemen in de journalistiek op, maar het brengt een nieuw probleem met zich mee: potentiële belangenverstrengeling. Wat als de non-profit een bedrijf, politieke partij of persoon onderzoekt waarin de donor belangen heeft? Ergo, wat als deze de filantroop zelf onderzoekt?

Deze vragen dringen zich vooral op bij ProPublica. De onderzoeksredactie krijgt bijna zijn hele budget van ex-bankiers Herb en Marion Sandler. De Sandlers schonken de afgelopen jaren miljoenen dollars aan de Democratische Partij en financieren het Center for American Progress, dat wordt gerund door John Podesta. Deze leidde onder president Bill Clinton het Witte Huis. De Sandlers zijn niet alleen ProPublica’s voornaamste donor, Herb Sandler is ook bestuursvoorzitter van de organisatie.

“Dat is iets waar iedereen bezorgd om moet zijn”, meent Charles Lewis, voormalig directeur van het Center for Public Integrity, een journalistieke non-profit die de overheid onderzoekt.

In de Amerikaanse journalistiek wordt dan ook scherp opgelet of ProPublica volgend jaar onder een Democratische president net zo diep zal graven als onder een Republikeinse. “Hun werk moet het uitwijzen”, zegt Lewis. “Maar ook als hun werk journalistiek gedegen is, heb je de perceptie niet in de hand.”

Firewall
Paul Steiger, hoofdredacteur van ProPublica, benadrukt dat er een firewall is tussen de Sandlers en de redactie: “Zij weten van tevoren niet, net als de rest van het bestuur, waarmee we bezig zijn. En ze mogen geen contact leggen met de verslaggevers.”

Voelt Steiger druk om te bewijzen dat hij de Democraten niet bevoordeelt? “Ik voel de verwachting dat we niet partijdig zijn”, zegt hij. “Wij onderzoeken niet een bepaalde persoon of regering, maar machtsmisbruik.” Zo’n jonge organisatie als ProPublica kan zich niet veroorloven een fout te maken, zegt de hoofdredacteur. “Dan zitten we in de problemen.”

Andere non-profits hanteren eveneens een strikte scheiding tussen donors en redactie. Ze stellen van tevoren een voorstel voor een onderzoek op en vragen donors om financiering, waarbij ze meteen duidelijk maken dat deze het eindresultaat pas te zien krijgen wanneer het wordt gepubliceerd. Om zo transparant mogelijk te zijn, publiceren de non-profits tevens de namen van de sponsors op hun websites.

George Soros
Toch blijven er donors die de journalist voor zijn of haar kar proberen te spannen. In dat geval: geen geld aannemen, zeggen de non-profits. Zelfs om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, weigerde Lewis weleens donaties te accepteren, zegt hij. Toen multimiljardair George Soros tijdens de presidentsverkiezing in 2004 uit alle macht Democratisch kandidaat John Kerry verkozen probeerde te krijgen, sloeg Lewis zijn 750.000 dollar af, bijna eenzesde van het toenmalig jaarbudget van het Center for Public Integrity. “Dat was pijnlijk”, zegt Lewis. Voor Soros kennelijk ook, want het Center heeft sindsdien geen cent meer van hem gekregen.

Er zijn tevens subtielere voorbeelden van situaties waarin belangen botsen. Sommige charitatieve stichtingen die journalistieke non-profits financieren hebben bestuursleden die eveneens werken voor bedrijven die door dezelfde non-profits worden onderzocht. Of de stichtingen en filantropen zelf hebben investeringen in bedrijven en organisaties die onder de loep van de non-profits liggen.

Lewis draait er niet omheen: “Het was niet mijn missie om te schrijven over de charitatieve stichtingen. Ik ben niet achterlijk, ik wist ook wel dat het niet zou helpen als ik over hen zou schrijven.” Maar, zegt hij, de namen van de zijn donors doken weleens op in andere onderzoeken van het Center for Public Integrity, bijvoorbeeld in een onderzoek naar de donors van politieke campagnes. “Twee van hen waren er niet gelukkig mee en gaven ons geen geld meer”, herinnert Lewis zich.

Barbra Streisand
Toen het Center in 1996 onderzocht welke Democratische donors hadden overnacht in het Witte Huis van president Bill Clinton, bleek daar ook zangeres Barbra Streisand, een sponsor van het Center, tussen te zitten. Na de onthulling bleef Streisand echter sportief geld geven aan de journalistieke organisatie.

De non-profits wijzen er terecht op dat journalisten in het huidige journalistieke model evenmin altijd volledige onafhankelijkheid genieten. Adverteerders en directies proberen regelmatig invloed uit te oefenen op redacties en slagen daar soms ook in. “Ik denk dat het non-profitmodel beter werkt”, zegt Bill Buzenberg, directeur van het Center for Public Integrity.
Veel non-profits proberen het risico op belangenverstrengeling te verminderen door de donaties uit te spreiden over een groot aantal particuliere donors, inclusief lezers, kijkers en luisteraars, en in enkele gevallen ook de overheid en het bedrijfsleven. Publiek radiostation National Public Radio (NPR), de snelst groeiende non-profit nieuwsorganisatie in de Verenigde Staten, dient daarbij als voorbeeld.

In 2007 bestond ruim eenderde (74 miljoen dollar) van NPR’s 215 miljoen dollar inkomsten uit bijdragen van luisteraars, bedrijven en stichtingen. Nog eens 65 miljoen dollar was afkomstig van de radiostations die NPR betalen om de programma’s over te nemen en deze stations worden eveneens voor een groot deel ondersteund met particulier geld.

Spot.us
Spot.us, een nieuw project van NewAssignment.net, wil zich bedruipen met uitsluitend kleine bijdragen van lezers. Journalisten kunnen bij de site een voorstel voor een productie indienen, dat vervolgens door twee andere journalisten wordt geëvalueerd. Als deze het groene licht geven, zet Spot.us het voorstel op de site met het verzoek aan de Internet-gemeenschap het te financieren. Een deel van het ingezamelde bedrag gaat naar een redacteur die erop toeziet dat de verslaggever alle journalistieke principes toepast.

“ProPublica is een fantastisch initiatief, maar we kunnen niet wachten tot een familie 30 miljoen dollar geeft”, zegt Dave Cohn, oprichter van Spot.us. “Wij hopen dat er wel genoeg families zijn die regelmatig 30 dollar kunnen geven.” Cohn heeft nog niet besloten hoe groot de maximale bijdrage mag zijn, maar in elk geval klein genoeg om onevenredig veel invloed van een donor te voorkomen.

Kapitaalkrachtige donors als de Sandlers zeggen dat ze geen redactionele invloed nastreven. Eind vorig jaar benadrukte Herb Sandler in The Chronicle of Philanthropy dat ProPublica “geheel onpartijdig is en geen uitzonderingen maakt”. Op de vraag of de redactie ook onderzoek naar de donors van ProPublica kan verrichten, antwoordde hij: “Het interesseert me geen moer. Als je uitzonderingen maakt, wie ben je dan? Je bent niet betrouwbaar.”

Volgens directrice Marge Tabankin van de Streisand Foundation vond Barbra Streisand het niet bezwaarlijk dat het Center for Public Integrity haar logeerpartij in het Witte Huis onthulde. “Het gaat haar om de feiten en dit klopte.”

Maar Tabankin betwijfelt of Streisands reactie net zo gelaten zou zijn als het Center een onderzoeksverhaal over haarzelf zou maken. “Waarom zou je daaraan geld geven?” zegt Tabankin. “Dat zou idioot zijn. We kunnen ons geld op genoeg andere plekken kwijt.”


1 reactie:

ReindeR Rustema
6 augustus, 2008

Spreiding over zoveel mogelijk doneren is het beste model lijkt me. Zo heb ik een tijdje geleden de oproep gedaan aan NRC Handelsblad lezers om een vereniging op te richten. Als zich genoeg mensen melden bij me dan moeten we maar eens bij elkaar komen om het idee uit te werken. Zie nrclezers.deds.nl


Laat een reactie achter »