Vlaamse en Waalse media hebben zich onverantwoordelijk opgesteld door partij te kiezen in de politieke crisis die België momenteel teistert. Dat beweert – samengevat – Jan van Groesen, zelfbenoemd media-ombudsman, in een artikel op de website van de Stichting Media Ombudsman Nederland. Met die stellingname overspeelt hij zijn hand. Hij negeert immers de essentie van iedere democratie: de vrijheid van meningsuiting. Los nog van de vraag waar de Nederlandse journalisten-koddebeier zich mee bemoeit.
Van Groesen bekeek de voorpagina’s van de Vlaamse en Waalse dagbladen, de day after premier Leterme het ontslag van zijn regering aanbood aan de koning. Van een afstandelijke registratie van feiten was volgens de Nederlandse media-keurmeester geen sprake. Waalse kranten gaven de Vlamingen de schuld en de Vlaamse vakbroeders staken de beschuldigende vinger uit naar Waalse politici. Van Groesen:
Toch mag juist in een dergelijke situatie van de journalistiek een afstandelijke en kritische blik worden verwacht. Waar tegenstellingen domineren is het, vooral in een democratische omgeving, van wezenlijk belang dat de feiten volledig en op serene wijze worden gepresenteerd. Doet de journalistiek dit niet en laat ze zich in de polarisatie meeslepen dan dreigt het gevaar dat ze als de spreekbuis van de ene of de andere partij wordt gezien en dat ze meehelpt de verhoudingen te verscherpen.
Maar is dat nou wel zo? Hoe verhoudt zich hier het journalistieke uitgangspunt van ‘onafhankelijkheid’ en ‘neutraliteit’ met dat andere uitgangspunt: de wens voor een pluriform media-geluid?
Democratie gaat onlosmakelijk samen met de vrijheid van meningsuiting. In Nederland hebben we het dan over artikel 7 van de Grondwet (en in de Belgische federale Grondwet over artikel 25). Het uiten van opinies raakt aan de kern van de manier waarop wij onze samenleving hebben ingericht. En van een dagblad mag verwacht worden dat het een helder standpunt inneemt als de existentie van de staat op het spel staat.
Dat is wat anders dan de grijze-gehaktballenjournalistiek uit de jaren tachtig, waar lezers zich – terecht – niet meer in herkenden. Als er al eens een standpunt viel te bewonderen, dan was het ofwel in De Telegraaf (dat in die jaren niet voor niets draaide als een lier), ofwel ergens weggestopt in hoofdredactionele commentaren (die dan ook in snel tempo van de voorpagina’s verdwenen), waar met veel mitsen en maren over eieren werd gelopen.
Media-bovenmeester Van Groesen is afkomstig van het ANP, waar neutraliteit het handelsmerk was. Maar dat betekent nog niet dat dat vervolgens als norm aan de hele wereldpers moet worden opgelegd. Sterker: we zijn verzetskranten er tot op de dag van vandaag dankbaar voor dat ze niet schroomden een standpunt in te nemen. Wie het citaat van Van Groesen hierboven nogmaals leest en zich bedenkt dat dit als ingezonden brief was bedoeld aan een van de verzetskranten, ziet het ridicule van zijn redenering in.
Maar Van Groesen van de Keuringsdienst van Mediawaren verbaast zich over het feit dat Vlaamse en Waalse dagbladen klare wijn schenken en geen misverstand laten bestaan over hun politieke en maatschappelijke voorkeur in een tijd die daarom vraagt. Als het de lezer niet bevalt, neemt-ie maar een andere gazet. Zo werkt dat.
Natuurlijk staat het Van Groesen vrij zelf te kiezen voor een andere functie van journalistiek. Maar zodra hij zich niet alleen als privépersoon in de discussie mengt, maar dat doet als ‘media-ombudsman’, heeft hij voor alles die vrijheid van meningsuiting te verdedigen. Ook al is het zijn standpunt niet.
Nu overspeelt hij in feite zijn hand, want hij kiest voor een eenzijdige, nogal gedateerde, benadering van de functie van de pers. Nogmaals: dat mag hij als persoon vinden, als media-ombudsman zou hij een ander doel moeten dienen.
Grotesk wordt de redenering van Van Groesen als hij meldt:
Standaarden van journalistieke ethiek en deontologie hebben niet een Vlaamse of een Waalse of een Nederlandse waarde, maar hebben een universele werking omdat het grote goed van de persvrijheid ondeelbaar is.
Over die universele werking waar Van Groesen het over heeft: de vrijheid van meningsuiting staat verankerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (en in het EVRM). En geldt dus voor alle beschaafde landen. Ook hier zou Van Groesen voor moeten opkomen.
Resteert de vraag waar Van Groesen zich mee bemoeit. Ik neem aan dat de Vlaamse en Waalse pers hun eigen boontjes wel kunnen doppen. Een krant als De Morgen doet dat al jaren, schroomt daarbij niet om waar nodig heldere standpunten in te nemen en is mede daardoor een geinige en leesbare krant. En als Van Groesen verder om zich heenkijkt, ziet hij dat de wereld is geplaveid met dagbladen die standpunten innemen. En dat zijn niet per definitie de slechtste couranten.
Maar misschien zoekt de waakhond van de waakhond lebensraum (veelzeggend is dat een Vlaamse journalist deel uitmaakt van het stichtingsbestuur van Media Ombudsman Nederland)? Want de organisatie waar niemand om heeft gevraagd heeft hier te lande tot nu toe niet veel meer gedaan dan op een waakvlammetje functioneren. Misschien kan dat overigens ook maar beter zo blijven.
Resteert nog de laatste zin van het artikel van Van Groesen:
Als de journalistiek de lezers naar de mond praat zal zij op termijn haar geloofwaardigheid verliezen.
Ik zou zeggen: de journalistiek is die geloofwaardigheid al voor een aardig deel kwijt. Misschien wel mede omdat er nooit standpunten werden ingenomen.
PS: Van Groesen is niet de ‘Media-ombudsman’ in persoon. In dat kader is het enigszins verwarrend dat hij zijn artikel ondertekent met: Jan van Groesen, Media-ombudsman Nederland. Dat suggereert alsof hij de media-ombudsman zelf zou zijn, terwijl hij de voorzitter van de stichting Media Ombudsman Nederland is.
2 reacties