Wegener gaat voor winst, niet voor journalistiek

De zweer is dan eindelijk gebarsten: de jarenlange neergang bij de kranten van Wegener is, door toedoen van de nieuwe Britse eigenaar Mecom, ontaard in een acute crisis, met dreigende stakingen (die tot september even in de ijskast zijn gezet) als gevolg. Aanleiding vormt een bezuinigingsoperatie die voorziet in het schrappen van 395 tot 465 arbeidsplaatsen, waarvan een kwart op de redacties van de regionale kranten in het midden en zuiden van het land. Die ontslagen moeten rond de 35 miljoen euro opbrengen, nodig om te voldoen aan de door Mecom opgelegde eis van een hoger rendement.

‘De maat is vol’ stellen de redacties van De Gelderlander en het Brabants Dagblad. Ze wilden aanvankelijk volgende week ten minste een dag in staking gaan. Inmiddels is besloten tot een ‘afkoelingsperiode’ tot na de zomervakantie. Intussen is de nieuwe topman van het bedrijf, Joop Munsterman, voorzitter van FC Twente en groot geworden in de huis-aan-huis sector van het bedrijf, die het bezuinigingsplan ontwierp, min of meer persona non grata verklaard. Ook de bonden zijn furieus. Begrijpelijke reacties, gelet op de omvang van de bezuinigingsoperatie – maar toch ook verwonderlijk, want de neergang is al jaren aan de gang.

Het beeld dat nu uit de media naar voren komt, is dat van een geldbeluste Britse onderneming die – zoals Apax bij PCM – de Nederlandse media leegzuigt. Het hoeft geen betoog dat de journalistiek bij dit soort investeerders inderdaad niet in vertrouwde handen is: als sprinkhanen vreten ze ieder veld kaal dat ze tegenkomen. Niet voor niets wees Nick Davies in zijn kritische boek Flat Earth News naar het midden van de jaren tachtig als het keerpunt in de Britse journalistiek: met Murdoch deed het grote geld zijn intrede, eigenaren die alleen geïnteresseerd zijn in winstmarges en opbrengsten, die titels samenvoegen, lokale en regionale netwerken opdoeken, redacties afslanken en de kranten vullen met kant-en-klaar nieuws.

Precies die ontwikkeling zien we ook bij de kranten van Wegener – maar dat proces is wel al jaren aan de gang. Het Brabants Dagblad zag de laatste jaren al een vijfde van haar personeel verdwijnen, ondanks fier verzet van zijn voormalig hoofdredacteur Tony van der Meulen. Ook De Gelderlander zag ieder jaar arbeidsplaatsen verdwijnen, al was zij tot nu in staat haar ‘fijnmazige editienetwerk’ in stand te houden, zoals een van de redacteuren in de Volkskrant verklaarde. Toch staan het Brabants Dagblad (oplage 137,000) en De Gelderlander (165,000) er in vergelijking met kleinere dagbladen van Wegener nog redelijk goed bij.

Regionale journalistiek op de tocht
Wegener is er in belangrijke mate verantwoordelijk voor dat de kwaliteit van de regionale journalistiek, waarmee Nederland zich in Europa decennia positief onderscheidde, op de tocht is komen te staan. Veel van haar oude kranten zijn journalistiek sterk verdund, waarbij sommige steden en streken het bijvoorbeeld moeten stellen zonder serieuze politieke verslaggeving. De regionale edities van het AD – grotendeels in handen van Wegener – zijn nog maar een schim van de ooit grote titels die daarachter schuil gaan: Utrechts Nieuwsblad, Rotterdams Dagblad en, uiteraard, de Haagsche Courant, in de jaren zestig nog de dikste en meest winstgevende krant van Nederland.

Nu zijn de huidige moeilijkheden niet uitsluitend een probleem van Wegener. De neergang van de regionale kranten is al begonnen in de jaren zeventig en heeft te maken met structurele veranderingen in de markt en in het gedrag van het publiek. Wat het concern en zijn schromelijk overschatte topman Jan Houwert echter verweten mag worden, is dat zij systematisch gekozen hebben voor verdunning van serieuze journalistieke formules en het uitkleden van kranten, in plaats van te zoeken naar vernieuwing en behoud van goede regionale journalistiek. Het bedrijf blijkt tekens weer te kiezen voor het geld en niet voor de journalistiek: huis-aan-huis bladen zijn niet alleen de kurk waar de onderneming op drijft, maar blijkbaar ook haar oogappel. Het is dan ook geen toeval dat de nieuwe topman in deze sector groot geworden is

Dat er toekomst zit in goede regionale journalistiek, bewijzen Het Parool en de kranten in het noorden van het land, zoals de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden. Veelzeggend: juist hier, in Friesland, heeft Wegener afgelopen jaar de markt proberen te penetreren, niet met een degelijke concurrerende krant, maar met een nieuw huis-aan-huisblad dat de schijn moet wekken van een journalistiek product, inclusief twee bladzijden ‘buitenlands nieuws’.

Wegener en journalistieke kwaliteit: het is alsof je de kat vraagt om op het spek te passen.


37 reacties:

Fons Tuinstra
5 juli, 2008

Natuurlijk begrijp ik de verontwaardiging wel, die is even terecht als de verontwaardiging in het verleden bij de scheepsbouw of bij Philips toen die bedrijfstakken het einde van hun cyclus in Nederland doormaakten.
Wie een beetje verder kijkt dan de Nederlandse markt ziet dat de crisis zich niet tot enkele kranten op de Nederlandse markt beperkt. Voor de lange termijn hebben de investeerders het traditionele product krant opgegeven en op de korte termijn lijkt het maximaliseren van de winst vanuit commercieel oogpunt het enige perspectief.
Natuurlijk is een niet-commercieel perspectief mogelijk, maar als het perspectief uberhaupt winst maken is – ook al is het een beetje – dan kan dat moeilijk van een commercieel bedrijf gevraagd worden.
De traditionele krant mag verloren zijn, de journalistiek niet noodzakelijkerwijs, maar dat vraagt dan wel om een nieuwe strategie, waarbij de journalisten en hun vakbond een even grote verantwoordelijkheid dragen als de investeerders.

Marcel Vreemans
5 juli, 2008

Weg met de kapitalisten! De uitbuiters! Tijd voor de internationale! De straat op!

Wie neemt Frank van Vree eigenlijk nog serieus? Een zo overduidelijk linkse hoogleraar, die elk onderzoek naar de pluriformiteit van de publieke omroep afwijst, omdat de uitspraak “de publieke omroep neigt naar links” per definitie een schrikbarende vorm van stemmingmakerij is.
N.B. Hij heeft daarmee overigens wel een probleem, want ook Plasterk vindt nu (bericht ANP vorige week) dat het rechtse geluid bij de omroep sterker moet.

Wat moet ik met types als Frank van Vree, Theo Dersjant en Fransisco van Jole die de feiten alleen maar gebruiken om hun activisme kracht bij te zetten en dat doen onder het mom van onafhankelijke, neutrale journalistiek?

Ik hoop dat M&M (Mecom en Munsterer!) doorzetten, want een normaal bedrijf moet gezond zijn. En je kunt maar beten flink snijden in een bedrijfstak die sowieso op zijn laatste benen loopt.

“Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam!”.

Veel succes, Frank!

Bert Brussen
5 juli, 2008

@Frank van Vree: ben je erg goede vrienden met Jan Houwert? :-)

@Marcel Vreemans: ik vind dat er een duidelijk onderscheid zichtbaar is tussen Francisco van Jole en Van Vree en Dersjant.

Van Jole doet niets anders dan de Telegraaf afzeiken en alles wat niet links is tot minderwaardig bestempelen, telkens op een andere absurde wijze. Van Dersjant en Van Vree kun je tenminste zeggen dat ze ook verstand hebben van hun zaken. Bovendien nemen ze het doorgaans op voor “echte journalistiek” (wat dat ook moge zijn) en zijn ze links door hun leeftijd. Ze kunnen er niet zoveel aan doen.

Niet dat ware kennis van zaken noodzakelijk is voor een columnist, maar de nepkennis van Van Jole werkt erg irriterend. Of gebruik echte kennis, of niet, maar dat gelul over “de capsulaire samenleving” en andere zelfverzonnen Bright-theorietjes en Twitnick-ideetjes zijn zum kotsen.

Wist jij trouwens dat er tegenwoordig debatten georganiseerd worden over Nieuwe Media zonder Van Jole en dat de organisatie dan na afloop complimenten krijgt omdat ze Van Jole niet hebben gevraagd? Hilarisch niet?

Hoorde ik van een debatorganisator dus dan is het waar.

Mark Deuze
6 juli, 2008

Om iemand die kritisch is over de wanpraktijken in de bestuursafdelingen van een nieuwsbedrijf meteen weg te zetten als “links” (of rechts) is niet bepaald inspirerend. Waarom dan sowieso commentaar leveren op een post? Dat draagt helemaal niets bij tot de discussie.

Ik deel de zorgen van Frank, maar wil toch ook een lans breken voor aan de ene kant het harde en soms innovatieve werk, dat de mensen bij Wegener wel degelijk uitvoeren. Ik denk aan het befaamde Wegener-klasje (de interne opleiding voor talent), multimedia-units, individuele managers en redacteuren die mooie dingen doen.

Aan de andere kant is dit wellicht de kans om al die regionale nieuwsbedrijven eens stevig overhoop te halen. Weg met de exclusieve focus op het beschermen van vaste banen, maar verschuif de lens naar het cultiveren van (tijdelijk) talent. Breek het bedrijf open en laat meer mensen meeproduceren – professioneel en amateur. Gebruik de crisis als een kans (en nu besef ik dat ik wel erg Amerikaans klink), dus.

Nou ja, hier moeten we nog eens goed over doordenken – ik zie reacties (ook van Frank) graag tegemoet. Journalisten moeten dit alles zeker niet over zich heen laten komen – maar we moeten ook niet het “oude” blind gaan verdedigen.

micha kat
6 juli, 2008

@Bert Brussen
Ha B! Weet je nog hoe professor Frank het had op 1 februari dit jaar bij dat symposiummetje op de UvA over ‘journalistieke keurmerken en codes?’ waar jij ook in dat panel zat toen ik de hooggeleerde en uiterst erudiete en bovenal zeer met de persvrijheid begane prof E. Dommering confronteerde met zijn corrupte handelswijze en samenspanning met Fortuyn-demonisator NRC Handelsblad?
Professor Frank die zich thans zo druk maakt om de Provinciaals Zeeuwsche Courant riep toen “Ho, stop! Dit ligt allemaal buitengewoon gecompliceerd! Dat kan nu echt niet ter sprake komen! We moeten het hier toch echt hebben over keurmerken en codes!”

Bert Brussen
6 juli, 2008

@Micha: mja, maar daar zat wel wat in natuurlijk. Als we jou als erudiet en buitengewoon ontwikkeld kritisch persoon je gang hadden laten gaan tijdens zo’n symposium, dan zaten we daar nu nog. Dus het was niets persoonlijks, denk ik.

lia
6 juli, 2008

Wegener zal vermoedelijk op niet al te lange termijn gaan voor een (één) landelijke krant en -in haar uitgeefgebied- voor huis-aan-huisbladen, die aan ietwat uitgebreidere (soms commercielere) berichtgeving zullen gaan doen dan de huidige ’sufferdjes’. De regionale bladen gaan het veld ruimen. Dit alles als gevolg van het fenomeen globalisering (de wereld binnen handbereik), die maakt dat de lezers vooral geinteresseerd raken in persoonlijke verhalen door abstracte gebeurtenissen (civiele journalistiek; wat mij betreft iets wat nog sneller mag verdwijnen dan het opgekomen is áls het uberhaupt al opgekomen is) en het als gevolg daar weer van opkomende fenomeen lokalisering (waarbij lokaal uitgebreider beschouwd dan slechts ‘dorp’, ’stad’ – een soort ‘regio’ dus). Zo zal het zijn, en niet anders ben ik bang. groet,

lia
6 juli, 2008

ps. het is vechten tegen de bierkaai. zelfs scholen doen er aan mee en breken lansen voor civiele journalistiek. O, KRITISCHE GEESTEN IN HET VAK, WAAR ZIJT GIJ???????

micha kat
6 juli, 2008

@bert
zie ik toch iets ruimer: met welke autoriteit spreekt iemand als Dommering over ‘keurmerken en codes’ als hij zelf corrupt blijkt te zijn? Moet dat niet worden ge-exposed zodat die arme Amsterdamse studenten weten wat voor vlees ze in de kuip hebben met de door NRC Handelsblad betaalde Dommering?

Hans van Willigenburg
6 juli, 2008

Even zonder links-rechts-gezeik… Moeten we niet gewoon heel blij zijn met de onttakeling van Wegener??? En moeten we Het Parool en de noordelijke dagbladen niet zien als het heilzame bewijs van de overtuiging dat ‘kleine units van bevlogenheid en talent’ zich overal handhaven en, sterker nog, de toekomst hebben? Uitgebluste CAO-journalistiek, werkend onder grote concerns en directies, zit overal in het defensief – en dat is maar goed ook!!!

PS: ik wens Geert-jan Laan en Jim Postma alle succes bij het op poten zetten van een Rotterdams Parool, al begint de tijd wel erg te dringen & zie ik de oprechte zoektocht naar talent nog niet, helaas…

lia
7 juli, 2008

Nou ja zeg. Alsof het Dagblad van het Noorden zo’n goede krant is. Neem me niet kwalijk, maar noordelijke dagbladen zien als ‘kleine units van bevlogenheid en talent die zich overal handhaven en, sterker nog, de toekomst hebben’ wordt met name afgemeten aan advertentieinkomsten en abonneeaantallen. En dus aan dat wat de lezers willen lezen. Of het ook iets zegt over goede journalistiek? ík zou vandaag de dag in ieder geval níet meer durven beweren dat dat wat lezers (willen) lezen inherent is aan goede journalistiek. Maar misschien mis ik iets. groet,

Hans van Willigenburg
7 juli, 2008

@Lia. Draai ‘t om. Kan ‘goede journalistiek’ ooit tot stand komen zonder bevlogenheid en talent? Mijn conclusie: grote concerns killen de bevlogenheid en zoeken hoofdzakelijk talent op management-niveau, niet
op werkvloer-niveau. Wederom: dodelijk.

stan van houcke
7 juli, 2008

de maat is vol? en dat zeggen journalisten die het neolioberale geloof eerder ten volle hebben omarmd. hoe nu, de inkomsten van een krant komen voor een aanzienlijk deel voort uit reclamegelden. dus, of je speelt het spel mee of niet. een tussenweg is er niet meer. wonderlijk dat mijn collega’s dit nog niet door hebben. dat zegt meer over de kwaliteit van hun journalistieke inzicht dan wat dan ook.

lia
7 juli, 2008

Hans, kleine concerns killen bevlogenheid en passie ook. Het enige wat NIET killing is voor bevlogenheid en passie, is transparantie, is openheid, is méér dan drie keer je kop stoten en tóch doorgaan (wat koppigheid kan heten maar ook doorzettingsvermogen – afhankelijk van het referentiekader van degene die beoordeelt), is idealisme (maar da’s dan weer geen objectieve journalistiek), is overtuiging (dat in tunnelvisie kan uitmonden en een beperkt in plaats van perifeer blikveld), is onafhankelijkheid (en weten dat je dat alleen in relatie tot anderen kunt zijn), is het geloof in eigen kracht, en het léf je eigen koers te volgen (waarbij weer opgepast moet worden dat je je omgeving niet uitsluit), is matiging, is weten dat íedereen recht heeft op een eigen belang, is beseffen dat je niet alleen op de wereld bent, en is de moed hebben de hand in eigen boezem te steken. Komt overal voor, in grote, en in kleine concerns. Heeft te maken met ´zweefvermogen´ en zelfreflectief vermogen. Ik bedoel, het is moeílijk om te matigen als je de toppen hebt gekend, maar mogelijk is het wel. Het vergt alleen wel moed. Naar mijn idee iets wat binnen het journalistieke werkveld niet bij de beoefening van het vak, maar wel bij de introspectie over het vak, ontbreekt.

Overigens ben ik van mening dat goed management talent tot bloei kan laten komen, en dat management dus niet per definitie slecht is. Lia

lia nijenbanning
7 juli, 2008

Ik zou IEDERE journalist willen vragen: WAAROM publiceer je? Besef je dat je daarmee een stempel drukt op de maatschappelijke opinie?

Ik blijf maar worstelen met de met de paplepel ingegoten, ik zou misschien beter zeggen, met de tot kokhalzen toe achter in de strot gedrukte paplepel verkondigde ‘waarheid’ dat journalistiek ‘objectief’ is.

Wat nou objectief?

Wie bepaalt WAT nieuws is voor wie?
Wie bepaalt vanuit welk perspectief gepubliceerd word? Vindt er sturing in onderwerpen plaats?
Door wie zou die sturing in onderwerpen plaats kunnen vinden?
Welke programma’s/uitzendingen lenen zich voor uitzending van die onderwerpen?
Zijn dat nietszeggende uitzendingen of juist de uitzendingen die invloed hebben op het maatschappelijk debat?
Zijn er niet bij redactie bekende maar toch aanwezige (ex)bvd-informanten onder journalisten?
Die met regelmaat zekere thema’s/onderwerpen voor het voetlicht proberen te brengen?
Welke onderwerpen brengen welke journalisten vaak onder de aandacht?
Zijn zij alle even oprecht, authentiek, eerlijk en idealistisch in hun onderwerpskeuze?
Wanneer brengt welke journalist welk onderwerp onder de aandacht?
Welke onderwerpen komen met regelmaat aan bod als de maatschappelijke opinie beangstigend buigt richting rechts?
En welke als de maatschappelijke opinie beangstigend buigt richting links?

Waarom kies welke journalist welk verhaal?
Vergeet hij daarbij het andere?

Hoe kan ik als journalist een objectief beeld schetsen van -bijvoorbeeld- de treinkapingen door molukkers, die door molukkers misschien wel helemaal niet als kaping, maar als, als het al niet letterlijk dan wel in psychologische zin van het woord, ‘bevrijdingsactie’ werd beschouwd?

Met andere woorden: WIE bepaalt het perspectief? Is Journalistiek niet pas objectief als media, (weer) voor hun identiteit uit (durven) komen? En daarmee laten zien dat ze los van welke overheidsinstantie dan ook staan.

lia nijenbanning
7 juli, 2008

ps. als ze me vastzetten, ga dan op zoek naar het andere verhaal ;-)

Hans van Willigenburg
7 juli, 2008

@Lia. Dank voor je (meer dan) uitgebreide antwoord. Mag ik weten waarin jij publiceert? Ik ben benieuwd welk medium jouw langdradige en lastig ontwarbare verhalen wenst af te drukken. Halverwege raak ik volkomen de draad kwijt. (Terwille van ‘jouw’ bejubelde openheid: mijn track-record is gelinkt naar http://www.hansvanwilligenburg.nl.)

Hans van Willigenburg
7 juli, 2008

… hoop niet dat je zo’n type secundaire (literatuur)wetenschapper of zijlijntoeschouwer bent, Lia, die in onbegrijpelijke taal probeert te verklaren of achterhalen wat schrijvers en journalisten intuïtief in een paar seconden snappen. (Of trap ik je nu op je ziel?)

lia
7 juli, 2008

haha, onlangs zei een maatje nog dat ik veel verdekt opgestelde dingen schrijf in al die zinnen. De rode draad Hans, die mag je er zelf uithalen, ik ben slechts maat, geen publicist, en heb ook geen intentie dat te worden. Ik heb ook geen idee wat een trackrecord is. Dag.

lia
7 juli, 2008

Nee hoor, ik voel me niet zo snel op m’n ziel getrapt. Ik ben geen journalist zie je hahaha !-)

Jan Lingen
8 juli, 2008

De beste man heet Joop Munsterman. Voor insiders; Joop Monsterman. Naar verluidt heeft hij zijn auto en die van zijn vrouw gefuseerd, omdat dat veel voordeliger is in de benzine.

Marthijn Uittenbogaard
8 juli, 2008

Dit was ooit de inleiding van een vraag van mij aan iemand:

De docent en schrijver Frank van Vree merkt op in zijn boekje “De politiek van de openbaarheid” (Historische uitgeverij, Groningen 2000) dat alleen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw getracht werd om als journalist geheel in dienst te staan van de waarheid.


Het boekje van Van Vree heb ik hier in mijn boekenkast staan maar heb geen zin om precieze citaat op te zoeken. Maar Frank van Vree, als je dit leest, denk je niet dat door internet mensen er steeds vaker achter komen dat kranten en ook opiniebladen manipuleren door zaken weg te laten of eenzijdig te benaderen? Ik zou me wel op een goed blad willen abonneren maar die staat niet.
Plus zijn kranten inhumaan, vooral de Engelse massa-media, die schreeuwen dagelijks moord en brand en of je bent een held of een monster/beest. Nuance bestaat er amper. En het klimaat is zeer slecht en politici gaan af op media-logica wat geen logica is.

Frank van Vree
8 juli, 2008

Een paar opmerkingen naar aanleiding van bovengemaakte reacties.

Ten eerste wil ik opmerken dat mijn kritiek op het optreden van Wegener in de eerste plaats is ingegeven door verontrusting over de geleidelijke uitholling van de regionale journalistiek in de meest brede zin van het woord. Dat is niet iets van vandaag, en ook niet iets wat Wegener kan worden aangewreven, zoals ik al schreef. de neergang van de regionale kranten begon al rond 1970, vooral in de grote steden in het westen van het land, met een daling van ongeveer een procent per jaar. Dat had veel te maken met de uitbreiding van het aantal uren televisie, meer kanalen en zenders, ook op regionaal en lokaal niveau, en, uiteraard, de huis-aan-huisbladen. Dat proces is sinds een paar jaar in een kritieke fase terecht gekomen en Wegener heeft daar eigenlijk geen ander antwoord op gegegeven dan verdunnen – een soort homeopathische methode. En er is ook niets voor in de plaats gekomen, ook niet in de sfeer van multimedia. Het resultaat is tamelijk treurig: zie Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Amersfoort en Apeldoorn, steden waar de kaalslag in het publieke domein duidelijk zichtbaar is geworden. Ik weet niet of ik zo cynisch ben als Fons Tuinstra, die hierboven stelt dat de investeerders het traditionele product krant hebben opgegeven en op de korte termijn het maximaliseren van de winst vanuit commercieel oogpunt als het enige perspectief lijken te zien – wel zie ik dat Wegener blijkbaar meer hecht aan de huis-aan-huis sector dan aan haar krantentitels.

De opmerking van Marthijn Uittenboogaart over een passage in ‘De politiek van de openbaarheid’ moet ik even recht zetten: ik stelde niet dat in de jaren zestig en zeventig de journalisten het meest in dienst van de waarheid stonden, maar dat ze, na de ontvoogding van de media, na de ontzuiling, enorme vrijheid kregen en het gevoel hadden dat ze geheel autonoom waren – en bovendien veel ruimte kregen. Maar in de jaren zeventig al zag je een enorme radicalisering en dogmatisering, vooral in de linkse media.

Dat brengt mij vrijwel automatisch bij een laatste punt, dat ik toch even wilde aanroeren. De opmerking van Marcel Vreemans dat iemand die links is (ben ik links? is De Nieuwe Reporter links?) niet serieus genomen hoeft te worden, deed mij heel erg aan diezelfde jaren zeventig denken. Ik studeerde in Groningen en daar bestond een machtig communistisch bolwerk binnen de Universiteit – waar iemand als Pim Fortuijn zich graag tegenaan schuurde, zoals ik uit eigen waarneming kan zeggen. Ook in die kringen was het normaal om iemand die het niet met hen eens was – en bijvoorbeeld een actie van Amnesty tegen het misbruik van de psychiatrie in de Sovjet Unie steunde – als ‘rechts’ neer te zetten, waarnaar je vervolgens niet meer hoefde te luisteren. Ik hoor ze nog roepen, na een kritische opmerking: “gooi hem eruit, die scheurmaker!”
‘Times they’re changing’- toen radicaal links, nu radicaal rechts dat aan denken en debatteren een einde wil maken.

Lia
8 juli, 2008

Interessant Frank! “‘Times they’re changing’- toen radicaal links, nu radicaal rechts dat aan denken en debatteren een einde wil maken.” Is het uiteindelijk het (zelf)corrigerend vermogen van de samenleving die het tij (weer) doet keren, of vind er (daarnaast) ook andere sturing plaats? Groet,

Marcel Vreemans
8 juli, 2008

Een gotspe van Frank van Vree. Als er iets geldt voor het Nederlandse debat van de laatste jaren dan is het wel het voortdurende dedain van de linkse elite (journalistiek of niet) voor alles wat rechts is. De meest vreselijke benamingen kreeg en krijg je naar je hoofd geslingerd als je het niet eens bent met de dominante linkse opinie, waarbij goede tegenargumenten (en zelfs doodnormale kritische vragen) onbeantwoord en arrogant terzijde worden geschoven. Je bent meteen een rechtsextremist, xenofoob, racist, dom, onderbuikfiguur en noem maar op. En dan laten we vergelijkingen met Le Pen en Anne Frank nog maar even achterwege. Het is JUIST links dat hier een handje van heeft. En het is rechts dat hier steeds tegen ageert en heeft geageerd.

Maar veel belangrijker is het volgende:

Het is niet zo dat ik u niet serieus neem, heer van Vree, omdat u links bent of zou zijn(een verdraaiing van mijn woorden), maar omdat u de al jaren bestaande kritiek op de linkse publieke omroep – die ook door verschillende omroepbestuurders en nu ook door minister Plasterk wordt erkend – simpelweg afdoet als “schrikbarende stemmingmakerij” zonder dat u het nodig vindt onderzoek te doen. Een “bloody shame” voor een academicus, om met Fortuyn te spreken (en misschien moet u na al die jaren ook eindelijk eens weten, dat Fortuyn niet als FORTUIN wordt geschreven.) Deze lachwekkende uitspraak van u rechtvaardigt mijn oordeel om u te plaatsen in het overbekende linkse elitekorps, dat niets anders doet dan andersdenkenden afserveren zonder op argumenten en terechte vragen in te gaan. Vanaf dat moment diskwalificeert u zich namelijk voor elk verder gesprek en vooral in uw functie is dit soort oogkleppengedrag een doodzonde! Als uw onderzoeken en publicaties op dit soort gemakkelijke, inhoudsloze arrogantie is gebaseerd, is het slecht met u gesteld. Wat we niet lusten, wat we niet willen zien…bestaat niet en doen we bij voorbaat af met “schrikbarende stemmingmakerij”.

Godsamme…

frank van vree
8 juli, 2008

beste marcel,
laten we argumenten in plaats van telkens weer te etiketteren. dat was mijn bezwaar tegen het voorgenomen onderzoek naar ‘linkse omroepen’; ik gaf ook al het alternatief aan: onderzoek de journalistieke kwaliteit, niet de ‘linksheid’ op zichzelf. want het probleem ligt heel wat ingewikkelder dan die term suggereert.
verder houd ik niet van deze manier van debatteren – ook al omdat hier voortdurend op de man wordt gespeeld met adjectieven waartegen het moeilijk argumenteren is. overigens gaat deze draad over een andere vraag: over de wegenerpers.

Lia
8 juli, 2008

Frank, ik mag toch hopen dat de -nog abstractere- draad hier gaat over commercie versus kwalitatief goede journalistiek, waarbij de vraag ´wie bepaalt wat kwaliteit is´ overigens een terechte zou zijn. groet,

Marcel Vreemans
9 juli, 2008

Wederom een helaas vaak gebruikte afleidingsmanoeuvre: over de toonhoogte van het debat klagen of plots met het off-topic konijn uit de hoge hoed aankomen. Maar goed, ik zal me voor deze keer aanpassen. Zegt u maar hoe u toegesproken wilt worden en waar en wanneer, meneer van Vree, en ik zal het doen.

Maar u zult niet ontkomen aan een inhoudelijk debat. Ik wil uw tegenargumenten, meneer van Vree, uw tegenargumenten! En graag allemaal onderbouwd en met bronnen. U geeft aan dat het niet nodig is een onderzoek te doen en u zegt dat in dit artikel (http://www.denieuwereporter.nl/?p=1383). Ik heb er al eerder een reactie op geschreven en het staat halverwege dit artikel (http://www.hetvrijevolk.com/index.php?pagina=5918).

Als er zo’n ernstige twijfel is over de invulling van het belangrijkste artikel van de mediawet (13C) en zelfs verschillende omroepbestuurders dit hardop zeggen(en nu ook de minister), dan is onderzoek gerechtvaardigd. Of u moet onweerlegbaar kunnen aantonen dat er niets aan de hand is bij de publieke omroep. U bent een wetenschapper…ik daag u uit met dit onweerlegbare bewijs te komen!

Ik zal aan al uw voorwaarden voldoen en kom u in alles tegemoet, maar op de inhoud van mijn betoog zal ik zonder serieuze tegenargumenten niets inleveren. Ik stel vragen (op basis van ernstige vermoedens) die ik in een aantal stukken reeds heb verwerkt. Vragen die al jaren zonder reden uit de weg worden gegaan. Het enige dat ik doe is pleiten voor onderzoek. En het zou u sieren als u, als een der eersten, de diepte in wil inzake dit debat. Ik ben zeer benieuwd.

Miro Lucassen
9 juli, 2008

En overigens is AD Nieuwsmedia voor 37 procent eigendom van Wegener. PCM bezit de overige aandelen. De zeggenschap is 50/50 verdeeld.

Spectator
9 juli, 2008

Wat een gebazel van onwetenden….
Maal die regionale dagbladen van Wegener, wellicht samen met dien van het AD, wat het algemene gedeelte betreft op een uniforme en kwalitatief hoogwaardige wijze. En investeer uit het besparingspotentieel in hoogwaardige regionale redacties. Het beste van twee werelden.

Lia
9 juli, 2008

ps. misschien moet de kop zijn: ‘wegener gaat voor winst, niet voor de democratie’

Mark Deuze
9 juli, 2008

Los van de links/rechts onzin, wil ik wat verder nadenken over Frank’s centrale probleem: “de geleidelijke uitholling van de regionale journalistiek in de meest brede zin van het woord.”

Ik merk wederom op dat er toch heel veel mooie dingen gedaan worden door de journalisten binnen het Wegener-concern, en dat ik vooral bemoedigd ben door het werk van de zogenaamde ‘multimedia-units’ (slecht samengevat op http://www.wegenermultimedia.nl). Daar zit heel wat meer in, en schreeuwt om verdere investeringen in – het is al eerder terecht opgemerkt – talent.

Daarnaast wil ik toch ook een lans breken voor de regionale omroep in Nederland, die op verschillende plaatsen (RTV Noord, RTV West, Omroep Brabant e.a.) nadrukkelijk bezig is met innovatie (Ik op TV) en het hardop nadenken over hoe men de regio beter kan bedienen en betrekken bij het nieuws.

Hoezeer me de arbeidstoekomst van de werknemers bij dagbladen ook aan het hart gaat, het is belangrijk om naast de “wat gaat er slecht” verhalen ook te kijken naar “wat zijn de voorbeelden hoe het wel moet.” Ik opper de hypothese dat het antwoord op de tweede vraag voornamelijk bestaat uit initiatieven van individuele journalisten, en dan voornamelijk vanuit de nieuwe/digitale media afdelingen dan wel de omroepsectoren van het Nederlandse medialandschap.

De krant heeft als bedrijf inderdaad de slag gemist (zoals Henk Blanken en ik in PopUp uiteenzetten). Maar de slag is nog lang niet verloren – ook niet als het Wegenerbedrijf met zichtbaar enthousiasme nu haar eigen graf graaft.

Marcel Vreemans
10 juli, 2008

Fijn Mark, dat je de links/rechts discussie zo met verve als onzin afdoet. Met name je argumenten maken indruk.

Maar dan nu even over de toekomst van de kwaliteitsjournalistiek, mede in relatie tot bovenstaand artikel. En dan met name de vraag of de kwaliteitsjournalistiek ook in de komende decennia nog bestaansrecht heeft met een omvang van betekenis.

Eerst maar even de constatering dat de gemiddelde burger in het algemeen gaat voor gemakkelijk nieuws met een zo laag mogelijke prijs, een oerwet. In de tijd dat kranten nog min of meer het monopolie hadden was er geen alternatief voor het dagelijks nieuws. Het was lezen of niet lezen, de TV journaals even buiten beschouwing gelaten. Jazeker, ook toen waren er al kranten met een kwaliteitsstempel en kranten die wat gewoontjes waren. Maar omdat de prijzen van dagbladen niet ver uiteen lagen maakte het eigenlijk niet zoveel uit welke krant je koos en dat hield een stabiel evenwicht in stand waarbij de kwaliteitsjournalistiek een niet geringe omvang had. Het was bij de keuze van een krant vooral een kwestie van smaak, van behandelde onderwerpen en de mate van verlangde diepgang.

Maar het hoeft geen betoog dat zich een revolutie heeft voltrokken. Niet alleen is op elke hoek van de straat een gratis krant te vinden, maar ook heeft het internet zich als sluipmoordenaar gemanifesteerd. Het aantal bronnen nam toe, het gemakkelijke en gratis nieuws was ruim voor handen en de gemiddelde burger zegde zijn dure abonnementje op. De betaalde krant had geen antwoord (te laat en te zelfgenoegzaam) anders dan het steeds verder fuseren, het delen van redacties, kaalslag en het gratis weggeven van nieuws door mee te doen aan de online gekte vanuit de gedachte dat het zijn effect had als uithangbord, een lokkertje om betaalde klanten alsnog binnen te krijgen (en dat niet echt hielp).

Andere businessmodellen deden hun intrede en voor “free news” (op basis van advertentie-inkomsten) was en is een grote toekomst weggelegd. Natuurlijk, het zal het altijd zo blijven dat een kleine, stabiele minderheid bereid blijft te betalen voor een goede krant – waarbij toegevoegde waarde en nieuwe succesformules kunnen helpen om die minderheid van niet verwaarloosbare omvang te houden, maar thans geldt vooral dat een nieuw evenwicht nog lang niet is bereikt.

Waar het nu om gaat is of in de nieuwe businessmodellen voldoende ruimte blijft voor kwaliteitsjournalistiek. Dat is van veel factoren afhankelijk – ik zal ze hier niet allemaal behandelen – maar toch vooral van het feit of de burger zijn gratis krant (of online nieuws) bewust kiest en kwaliteit hierbij een rol laat spelen. Als de burger massaal kiest voor kwaliteit (en waarmee een groot lezersbereik is gegarandeerd voor adverteerders) zal er genoeg financiële ruimte ontstaan om volwaardige redacties te laten bestaan,zowel regionaal als landelijk. En als Wegener het niet doet, dan kunnen journalistencollectieven altijd nog zelf met een goed businesplan en de juiste aanloopfinanciering het initiatief daartoe nemen. Afgeven op Wegener, zoals Frank van Vree doet, is dan ook gemakkelijk en lui. Waarom Wegener de schuld geven als je het zelf ook kan opzetten? Als je gelooft in nieuwe modellen die genoeg financiering genereren om kwaliteit te kunnen handhaven, moet je er gewoon zelf voor gaan! Daar komt nog bij dat, indien deze plannen succes hebben, ook de stabiele minderheid van betalende nieuwsconsumenten kan worden begroet als nieuwe klantgroep.

Er is sprake van een langjarige overgangsfase, waarbij de nieuwsconsument, naar het zich laat aanzien, kiest voor gratis en niet voor betaald. In de nieuwe tijd, waar “free news” zeer waarschijnlijk de boventoon zal voeren, zijn twee zaken van belang voor het voortbestaan van kwaliteitsjournalistiek: voldoende kritische massa (o.a. door fusies) en de belangstelling van de burger voor een gratis medium waarin kwaliteit een hoofdrol speelt. “It’s the economy, stupid!”

Een heel ander model, tot slot, is nog denkbaar, waarbij de overheid (lees: de politiek) kwaliteitsjournalistiek geheel of gedeeltelijk structureel subsidiëert, maar dat is wat mij betreft een laatste redmiddel. Als ik zie hoe de publieke omroep en andere subsidieslurpers daarmee omgaan lopen de rillingen over mijn rug. Eerst moeten creatieve geesten (ondernemers met een journalistiek hart of omgekeerd) zelf alle wegen maar hebben uitgeprobeerd.

Lia
10 juli, 2008

Ik vind dit ook wel een aardige vraag die mag worden gesteld: Hoe belangrijk is de regio nog? Het is overigens een open vraag, niet oordelend of invullend bedoeld. mvrgrt

Marcel Vreemans
10 juli, 2008

De regio is superbelangrijk. In een globaliserende wereld waarin houvast, directe herkenbaarheid en betrokkenheid verloren gaan zullen burgers nieuw gecreeerde (lokale) begrenzingen opzoeken en omarmen. De leefomgeving is en blijft bij uitstek herkenbaar en een anker dat de burger aangehaakt houdt. Nieuwe modellen en – het werd al eerder gezegd – meer interactie tussen journalist en burger kunnen daar prima op inspelen. En via regionale oplossingen (door slimme conglomeraties en samenwerkingen: via een systeem van journalistieke Matroesjka’s) een doorkijk bieden op de rest van de wereld maakt het mogelijk om nationale en internationale journalistiek levensvatbaar te houden.

Overigens moeten regio en leefomgeving hier niet alleen letterlijk en fysiek worden beschouwd. Het kan daarbij – en misschien wel in toenemende mate – ook gaan om virtuele, maar niet minder begrensde gemeenschappen op basis van gedeelde interesses en belevingen.

De belevingswereld en het mediagedrag van burgers zijn de sleutel tot duurzame en levensvatbare oplossingen voor de journalistiek, waarop slimme businessmodellen moeten inspelen.

lia
10 juli, 2008

tegenover globaal staat lokaal. wat staat er tegenover regionaal? is nederland een regio? zijn provincies een regio? is een gemeente een regio? is de sub-cultuur waarin ik mij begeef een regio? heeft het gebrek aan regionale journalistiek tot gevolg dat mensen zich minder verbonden met de regio voelen? heeft een toename van regionale journalistiek tot gevolg dat mensen zich meer verbonden met de regio voelen? heeft een toename aan lokale journalistiek tot gevolg dat mensen zich meer verbonden met dorp/stad/gemeente voelen? heeft een gebrek aan lokale journalistiek nationalisering tot gevolg? wat staat er tegenover nationaal? heeft een gebrek aan nationale journalistiek tot gevolg dat mensen zich minder verbonden met de natie voelen? enzovoorts. ik vind het nogal een ingewikkeld gebeuren. zou best meer onderzoek naar plaats mogen vinden vind ik.
grt

Marcel Vreemans
10 juli, 2008

Volgens mij hebben mensen behoefte hebben aan een aantal begrenzingen (schillen) volgens het Matroesjka principe en die ook nog eens met elkaar in verbinding moeten staan om het geheel goed te laten functioneren. Doorvertaling is daarbij belangrijk.

Voor de een zal de eerste binnengrens op nationaal niveau liggen, maar voor velen geldt dat dit de eigen regio is, de onmiddelijke leefomgeving. Het is allemaal niet zo exact en wat voor geografische schillen geldt kan ook opgeld doen voor andere (virtuele) gemeenschappen.

Schillen hebben vaak te maken groepsverbondheid en groepsbelangen op verschillende niveau’s. Schillen kunnen in waarde toenemen of hun waarde verliezen. Het kunnen er meerdere zijn, maar ook beperkt tot slechts een klein aantal. Schillen kunnen kunstmatig en kwetsbaar zijn (Europa? Belgie als natiestaat?).

Nieuwe tussenschillen zullen ontstaan als de afstand tot de volgende schil te groot wordt of als daarin onvoldoende kan worden geparticipeerd (vervreemding i.p.v. verbinding). Het vernieuwde nationalisme lijkt er een voorbeeld van.

Zou hier eigenlijk veel dieper over moeten nadenken (nu veel te snel, te gemakkelijk en te onsamenhangend bedacht en opgeschreven), maar er zijn vast ook sociologische theorien over. Van belang is tot slot dat aan nieuws over elke belangrijke schil behoefte bestaat. Voor de journalistiek is het van belang deze schillen te ontdekken, te bedienen en te verbinden. En differentietiatie is daarbij zeker geen belemmering voor verdere schaalvergroting, waarin gedeeld gebruik van materiaal en middelen centraal staan.

Jezus, wat een gelul allemaal…

En van Frank van Vree heb ik inmiddels nog geen antwoord. Vree(s) ook niet dat het zal komen.


Laat een reactie achter »